Skip navigation

Monthly Archives: juni 2011

Van Sukkels en Hufters

 

De zwerver achter een met ouwe troep volgeladen winkelwagentje is natuurlijk het meest voor de hand liggende voorbeeld van een sukkel. Maar dat is misschien ook iets te gemakkelijk want er schijnen vrijwillig thuislozen onder de zwervers te bestaan. Ik kan me daar gek genoeg wel wat bij voorstellen. Dat je op een ochtend wakker wordt; je uitgelubberde vrouw naast je ziet liggen, denkt aan een dag vol vergaderingen, aandelenkoersen en andere onzin en dan opeens “fuck it” zegt en gewoon weg gaat.

Sommige zwervers schijnen zelfs rijk te zijn en enorme bankrekeningen te bezitten, maar dat zal wel weer een doorgeslagen mythe zijn.

Mensen die in dit land noodgedwongen gebruik maken van voedselbanken vertrouw ik niet zo. Dat soort lui gebruiken het geld dat ze voor eten hebben hoogstwaarschijnlijk liever om alcohol of drugs aan te schaffen of om te gokken. Ze hebben enorme schulden opgebouwd omdat ze hun geld liever aan bier, coke of fruitmachines uitgeven of natuurlijk omdat ze de verleiding niet kunnen weerstaan om op de pof bij de Wehkamp of autodealer te kopen.

Je bent een sukkel als je banken of postorderbedrijven de kans geeft om hun winstmarges te verdriedubbelen door spullen op afbetaling te kopen. Vooral als je dat doet omdat de buurman het ook doet en daarom een grotere wagen bezit dan jij.

Soms zie je van de ene op de andere dag opeens een modebeeld dat werkelijk alle sukkels in één oogopslag identificeert. Een dergelijk beeld bepaald het straatbeeld al een tijdje; de glimmende zwarte jas met capuchon waar een bontkraagje aan zit. Als de mensen die zulke dingen dragen geen sukkels zijn weet ik het niet meer. Allereerst ziet een nep glimmende jas er echt niet uit. Wat willen ze nu zeggen? Wat is hun fashion statement? Hé “ik ben pas echt een gladde jongen”? De manier waarop die jassen glimmen doet me aan mensen denken die net van een bestialistsch ingestelde SM party komen en op straat pas ontdekken dat ze hun latexpakje nog aan hebben.

Het meest bizarre aan die jassen zijn nog niet eens dat glimmende plastic, al blijf ik me afvragen wat er gebeurd als je er een aansteker bij houd. Volgens mij krijg je dan meteen een vlammenzee en een krijsende en daarna zeer crispy Marokkaantje of  Tokkie. Nee, het ergste zijn die bontkragen. Want dat moet wél echt bont zijn natuurlijk. En sommigen beweren dat de dieren die voor die kragen gebruikt zijn ook gewoon gegeten worden dus toch wel dood gegaan zouden zijn. Dat geldt misschien voor mijn leren jas van het vel van een koe maar echt niet voor vossenpelsen uit China. Al schijnen ze in dat land zelf tegenwoordig nog af en toe letterlijk de hond in de pot te vinden, zo massaal worden pelsdieren daar ook weer niet gegeten. In één klap is bont weer in de mode. Net op het moment dat het erop leek dat de bontindustrie op zijn laatste benen loopt moet het kuddevolk weer vallen voor een nota bene in Nederland uitgevonden klotejas met bontkraag. Wat ben je een ongelofelijk stom kuddedier als je een dergelijke jas aanschaft. Kunnen dit soort losers zich voortaan wat beter verbergen? Ik word een beetje misselijk om er steeds naar te moeten kijken.

Een andere categorie sukkels is die van autoknutselaars. Kijk, als je een ouwe jaguar aanschaft en die op weet te knappen krijg je mijn bewondering. Maar als ik op straat loop en ik hoor achter me het diepe gebrom van wat een sportauto hoort te zijn en ik zie een zwart golfje voorbij komen met een motor die 120 decibel geluid maakt dan sla je wat mij betreft ver door  op de sukkel schaal.

Wie heeft deze losers ooit op de mouw gespeld dat het cool is om een golf met Ferrari geluid te rijden? Waarom heeft blijkbaar niemand ooit de guts gehad om tegen deze jongens te vertellen dat het alleen andersom werkt? Dat het tof is als je Ferrari geluidloos opeens achter het meisje op weet te trekken, ze zich omdraait omdat ze de warmte van je motorkap langs haar benen omhoog voelt kruipen en dan totaal verrast zich omdraait en je prachtige Ferrari opeens ziet. Kijk, dan ben je cool. Maar als iemand met 120 dB aan komt rijden en je ziet weer een kutautootje voorbij komen met een dikke, onnatuurlijk verbrede uitlaat slaat de bestuurder van die auto toch een modderfiguur? Ik krijg eerder het gevoel dat ik naar een uitgelubberde endeldarm kijk dan naar een gast met een grote fallus als ik een dikke uitlaat voorbij zie spuiten.

Ik kan nog duizend en één andere categorieën sukkels verzinnen, maar die bewaar ik voor een latere oorwassing. Over naar de hufters

De aller, aller ergste soort hufter is en blijft toch wel de yuppie, en dan vooral het slag yuppies dat in de financiële wereld werkt.

Ik vind het best dat mensen rijk zijn, of op weg zijn het te worden. Maar dat geldt dan ook echt uitsluitend voor mensen die iets wezenlijks bijdragen aan deze wereld. Als je bijvoorbeeld een Steve Jobs bent en leiding geeft aan een team innovatieve creatievelingen die goedwerkende computers en accessoires op de markt brengt die er ook nog ‘flash’ uitzien, dan mag je van mij puissant rijk zijn. Als je een geneesmiddel bedenkt of een oplossing voor één of ander nijpend probleem mag je van mij de rest van je leven aan de Rivièra van je merites genieten. Als je muziek schrijft en uitvoert waar mensen geluk of kracht uit putten idem dito. Zelfs als je een triviaal ding uitvindt als de paperclip.

Maar ik heb niets dan minachting voor het slag hufters dat er alles en dan ook echt alles aan doet om zo snel mogelijk rijk te worden door shit te verkopen. Dit soort lui zijn geen haar beter dan druglords en makers van kinderporno. En ze zijn net zo destructief.

Wat ben je een lul als je als bankemployee alleen maar aast op het binnenhalen van een grote jaarlijkse bonus, en om dit doel te bereiken mensen te hoge hypotheken aansmeert. Dat terwijl je weet dat je klanten bij de eerste de beste tegenslag, zoals het verlies van een baan, zwaar het schip in gaan en hun huis gaan verliezen.

Wat ben je een nare klootzak als je als intelligent mens eerst een dure opleiding hebt genoten op een gerenommeerde universiteit, en vervolgens je brein in dienst stelt van banken en speculanten om onzinnige financiële constructies als derivaten te verzinnen. Dat terwijl je misschien met dezelfde brainpower het wereldvoedsel vraagstuk of op mijn part het fileprobleem had kunnen helpen oplossen.

Nóg erger ben je als je manieren gaat zoeken om riskante beleggingen op een manier te verzekeren dat het je klanten geld oplevert als hele landen failliet gaan. Dan ben je een gewetenloze hufter en hopelijk is er niemand die jou dan nog kwalificeert als ‘slimme jongen die gewoon zijn kansen pakt.’

Als dit soort lui nou nog echt geheel op eigen risico zouden werken zou het nog tot daaraan toe zijn, maar iedereen weet intussen dat het zo niet werkt, want uiteindelijk is het de belastingbetaler die ervoor opdraait als de zeepbel barst. Al die Neo-Liberalen hebben hun mond vol over de vrije markt, maar als banken op hun bek gaan omdat ze veel te hoge leningen aan een corrupt land hebben uitgedeeld, mogen wij ze uit de brand helpen onder het motto ‘als we niet betalen wordt het nog véél erger.’ Ja, zo lust ik er nog wel een, want juist als we wél betalen wordt het alleen maar erger. Deze lui blijven namelijk hiermee doorgaan totdat ze gedwongen worden te stoppen of totdat de wereld in een crisis terecht komt die honderden miljoenen mensen van het recht op leven, vrijheid en geluk berooft.

Na de kredietcrisis hebben regeringen geprobeerd om strengere regels voor dit wereldje op te stellen maar de macht van deze lieden is blijkbaar veel te groot want het is alweer een tijdje business as usual en de bonussen stromen weer rijkelijk binnen.

Er is echter wel een manier om deze lui op hun verantwoordelijkheid te wijzen: zet de namen en adressen van deze speculanten op het Internet, liefst met het bedrag wat ze de belastingbetaler hebben gekost erbij vermeld. Eens kijken hoe fijn ze zich voelen als er dagelijks hele meutes mensen met brandende fakkels bij hun villa’s en landhuizen verhaal komen halen.

Deze column werd op 27 juni 2011 ook op De Jaap gepubliceerd

Ik kreeg een aantal reacties op mijn vorige column over de bezuinigingsplannen van Halve Zoolstra. De meeste waren positief, maar er zaten er ook bij die met hapklare VVD propaganda doorspekt waren. Vrije markt mantra’s dat ‘het allemaal wel wat minder kan met die cultuursubsidies’, waarin wordt beweerd dat met minder subsidies het eigen initiatief vanuit de sector gestimuleerd zou worden en dat de bezuinigingen een Blessing in disguise zouden zijn. Als je in deze beweringen mee gaat zie je een belangrijk detail over het hoofd: de markt in Nederland is helemaal niet vrij.

Laat ik me voor de overzichtelijkheid beperken tot de poppodia; de sector waarmee ik zelf de meeste ervaring heb.

Het is mogelijk een poppodium zonder subsidie draaiende te houden. In theorie dan, want in de praktijk valt dat een beetje tegen. Een woud van de regelgeving blokkeert de weg.

Als deze regering poppodia zonder subsidie wil laten draaien mogen ze beginnen met het kraakverbod af te schaffen. Dat geeft kansen aan initiatieven van mensen die geen enorme bedragen kunnen investeren. Als het kraakverbod niet had bestaan hadden mijn vrienden en ik al begin dit jaar een beoogde locatie voor een nieuw poppodium in gebruik kunnen nemen. Een locatie waarover we nu met projectontwikkelaars moeten onderhandelen en waarvoor we een bedrag van ongeveer 2 miljoen bij elkaar moeten zien te krijgen. En dat wordt natuurlijk erg moeilijk; zeker in een stad als Rotterdam die met het WATT debacle geen goede beurt heeft gemaakt richting private investeerders in de cultuur.

Huisvesting is de grootste uitgave voor een poppodium, zeker als het een nieuw pand betreft dat helemaal volgens de regels is opgetuigd.

Om te beginnen heb je de regels t.a.v. de beperking van geluidsoverlast. Dit maakt het opstarten van een podium op een bestaande locatie meteen een stuk moeilijker. Watt ging eraan kapot; daar werd over het hoofd gezien dat het hypermodern, duurzame airco systeem dat in de zaal werd geplaatst geluidsoverlast veroorzaakte omdat de buizen van het systeem het geluid dat uit het gebouw lekte bleken te versterken. (dat was tenminste de officiële lezing)

En vergeet niet dat er, zeker in een stad als Rotterdam, altijd zeikerds in de buurt wonen die hoe dan ook gaan klagen. Want ook al is de zaal zo goed geïsoleerd dat het geluid van optredende bands nergens naar buiten lekt, dan nog blijf je met het probleem van luidruchtig publiek dat ook buiten het pand, wellicht in dronken toestand, lawaai maakt. Dat probleem kan je oplossen door keiharde repressie in te zetten en de straat zwart van de security en blauw van de agenten te laten zien, maar dat kost wat centen, en de sfeer wordt er ook niet beter op.

Een eenvoudigere en meer effectieve oplossing is in de stad uitgaansgebieden aan te wijzen en mensen die gesteld zijn op hun nachtrust ervan te weerhouden zich in dat betreffende gebied te vestigen. Klagende bewoners die al in dit gebied gehuisvest zijn zouden dan een vervangende woning aangeboden moeten krijgen in een rustige randgemeente.

En het allerlaatste wat je als gemeente moet doen is de binnenstad volgooien met yuppenappartementen. Mensen die tonnen voor een woning uitgeven hebben nu eenmaal de neiging over alles te gaan klagen wat de waarde van hun huis omlaag brengt en het woongenot ook maar enigszins aantast.

Maar daarmee ben je er nog niet, want er zijn een boel, door het rijk opgestelde, richtlijnen op het gebied van personeelsbeleid waaraan een zaal moet voldoen.

De Arbo-wet zou afgeschaft moeten worden, want daar staan een boel dure bepalingen in. Je lichtmensen mogen bijvoorbeeld echt niet op een ladder gaan staan om licht in te hangen; daar moet je loopsteigers voor aanschaffen. Zware apparatuur mag je niet zomaar optillen, daar moeten liften voor aangeschaft worden. Etc, etc. Al met al zijn dit regels die vaak ver doorgeschoten zijn, en er m.i. alleen zijn gekomen om te zorgen dat de verzekeringsmaatschappijen minder risico lopen op uitbetaling van binnengekomen premiegelden.

Maar eerlijk is eerlijk; de Arbo-wet behoed je werknemers in veel gevallen voor de WAO. Zonder deze wet was ondergetekende bijvoorbeeld echt stokdoof geworden, want mijn werkgevers vertikten het oordoppen voor het personeel aan te schaffen totdat ze ertoe verplicht werden.

Als ik zie hoe de aanvoer van zware apparatuur in nieuwe zalen als het Paard van Troje in Den Haag tegenwoordig geregeld is (met liften van de ondergrondse garage die rechtstreeks op het podium uitkomen), en ik denk terug aan de trappen die we vroeger in Nighttown moesten nemen met hele mengtafels op onze bult, dan ben ik best wel een beetje trots op het innovatie vermogen in dit landje. Ik heb menig Amerikaanse roadie compleet ‘in awe’ gezien toen ze dat systeem voor het eerst zagen. Made in Holland dude…

Maar in theorie is dat dus allemaal niet nodig, dus strepen we de verworvenheden van die Arbo-wet rücksichtslos weg.

foto: Daniel Baggerman


Een grote slag kan je als zaal slaan door niet met een brouwer in zee te gaan maar je bier gewoon bij de supermarkt in te kopen. Het is echt te bezopen voor woorden, maar bier is in de supermarkt goedkoper dan wanneer je het via een brouwer als Heineken of Inbev inkoopt. Nu is bier via de supermarkt kopen met het doel het weer te verkopen officieel niet toegestaan, maar in theorie zou jouw zaal dus veel goedkoper uit kunnen zijn. Daarbij wordt hier een probleem aangestipt waarover de horeca in Nederland al jaren steen en been klaagt. Uitgaan in Nederland wordt al jaren ontmoedigd door de hoge prijzen van drank in de horeca. Ik moet eerlijk bekennen dat ik al jaren bij concerten helemaal niets meer drink, tenzij ik gratis drank krijg van bevriende uitbaters of bands van wie ik optredens bezoek.

Als de huisvesting en de drankleveranties zijn geregeld is het zaak om de interne organisatie op een andere dan gangbare manier op te zetten.

Personeel

Het is voor een poppodium in theorie niet nodig om professionals in te zetten, al is het in de praktijk wel zo handig. Om te beginnen heeft een zaal een goede geluidsman/vrouw nodig. Die zijn gratis moeilijk te vinden. Je kunt natuurlijk een Pipo achter de geluidstafel zetten die alleen de volumeknoppen weet te vinden, maar daar doe je de optredende bands en vooral je publiek geen plezier mee. Een vaste geluidsman die weet hoe hij een goed geluid kan neerzetten is eigenlijk onontbeerlijk. Maar het moet op zijn goedkoopst, dus zetten we een amateur achter de mengtafel. En nu maar hopen dat deze persoon trouw bij elk georganiseerd optreden blijft komen, ook nadat hij/zij een paar keer bijna is gelyncht vanwege aanhoudende feedback.

Verder moet er iemand achter de bar staan die de benodigde papieren heeft en genoeg verantwoordelijkheidsgevoel bezit om de kas kloppend te houden. Om het goedkoop te houden wordt dat dus ook een vrijwilligers, maar omdat de belasting ook nog poen wil zien wordt de administratie wel erg ingewikkeld. Daarnaast zal je het geluk moeten hebben om iemand te vinden die in zijn taak kan en wil groeien, en dus jarenlang met behoud van uitkering voor je zaal gaat werken. Dat terwijl hij/zij wél in bezit moet zijn van het sociale hygiëne certificaat. Helaas zullen het UWV en/of de Sociale Dienst roet in het eten gaan gooien zodra ze achter deze constructie komen, want werken met behoud van uitkering, en ook Melkert banen bestaan niet meer. Maar nogmaals; we proberen hier puur theoretisch de goedkoopste weg te bewandelen.

Bands en personeel zwart uit betalen is nog een manier om je kosten te beperken. Uiteraard is dat een doodlopende weg, maar poppodia zijn sowieso geen lang leven beschoren, dus jouw tijd duurt het wel. Bij Nighttown duurde het jaren voordat de belastingdienst onraad rook toen deze zaal niet genoeg premies afdroeg.

Maar we zijn er nog niet want ook de programmering komt niet vanzelf tot stand. Als de zaal een goed programma wil hebben waar ook daadwerkelijk publiek op af komt zal er een programmeur in dienst genomen moeten worden. Ook dit kun je in theorie door een vrijwilliger laten doen. Maar als je ziet hoe slecht zaaltjes draaien waar vrijwilligers verantwoordelijk zijn voor het programma kom je hier wel van terug.

Je kunt ook alleen bands programmeren die gratis of voor een gedeelte van het entreegeld komen optreden, maar als je zaal minstens 2x per week vol genoeg moet staan om via de baromzet voldoende geld om de vaste lasten te betalen binnen te krijgen, wordt dat een onmogelijke opdracht. Net begonnen bands trekken over het algemeen alleen bij hun eerste optreden genoeg volk, want dan komt namelijk de hele vrienden en familie schare kijken. Maar die komen dan ook echt maar één keer want familieleden en vrienden zijn over het algemeen wat anders dan fans.

Er is ook nog een midden segment van bands die al een klein beetje naam hebben gemaakt, maar nog geen honderden euro’s voor een optreden vragen. Er is op zich genoeg interesse bij het publiek om dergelijke bands eens te komen bekijken, maar niet als de entree prijs hoger dan een paar euro is omdat er nog andere lasten dan alleen de gage van de band uitgehaald moeten worden.

Er moet dus budget zijn om publiekstrekkers binnen te halen. Een slimme programmeur maakt deals met bands en boekingskantoren die ervoor zorgen dat de zaal door de kaartverkoop aan de deur quitte raakt met de gages voor de bands. De prijzen van publiekstrekkers rijzen tegenwoordig echter de pan uit.

Vroeger kochten mensen massaal geluidsdragers en was een artiest alleen op tour om de verkoop van zijn platen en CD’s te bevorderen. Tegenwoordig is het kaartje wat je voor een optreden koopt 3 tot 10x duurder dan een geluiddrager ooit was omdat de markt voor geluidsdragers is ingestort en artiesten van optredens moeten leven. Daarnaast heeft Live Nation (waar Mojo een dochteronderneming van is) de prijzen die bands vragen ook nog eens kunstmatig opgeklopt door grote acts absurd hoge bedragen te bieden.

Sterker nog; een zaal als Ro-Town die topacts boekt legt tegenwoordig zelfs op uitverkochte concerten geld toe, omdat hun zaal eigenlijk een maatje te klein is. En dat kunnen ze alleen doen omdat de Gemeente Rotterdam dit podium jaarlijks wel een erg grote zak subsidie geeft. En ja, uitkijken naar een wat grotere locatie, de entreeprijzen drastisch omhoog gooien of anders wat minder subsidie geven lijkt mij in dit geval wel een verstandige optie.

En tenslotte hebben we dan nog de publiciteit en marketing die moeten zorgen dat het potentieel publiek op de hoogte is wat er komt optreden. Je kunt de hele afdeling op twee vrijwilligers laten lopen die wekelijks een paar gefotokopieerde flyers in de kroegen om de hoek neerleggen maar dan komt die zaal zelden vol.

Je moet eigenlijk posters laten maken en het liefst posters die een beetje opvallen en daarvoor moet je een goede ontwerper hebben, en die zijn meestal niet echt duur, maar ook niet gratis.

Verder moeten die posters nog verspreid worden. Dat kan je ook door vrijwilligers laten doen, maar je zal, als je een beetje effectieve promotie wilt voeren, toch echt gebruik moeten maken van een gespecialiseerd bedrijf. Een bedrijf dat gebruikt maakt van posters in vaste frames waar andere plakkers niet overheen mogen plakken. Als je tenminste langer dan een dag je posters in het zicht opgehangen wil zien. De meeste posters worden binnen een paar uur door anderen overgeplakt, bij gebrek aan ruimte op de muren in kroegen en aan vrije plakplaatsen.

Weet je wat; we schrappen de promotie en we doen alleen een aankondiging via de sociale media in de hoop dat je uitnodigingen tussen de duizenden anderen opvallen en er zonder grote naam in het programma, zonder aansprekend poster/flyer ontwerp, en met een veel te hoge entreeprijs, toch nog een paar mensen zo gek zullen zijn om naar de door jouw zaal georganiseerde optredens te komen.

Er zijn genoeg kroegen waar met veel succes bands optreden, maar die overtreden bijna allemaal de regels voor geluidsoverlast, nooduitgangen, publieksaantallen en soms zelfs belastingwetten en zijn daardoor eigenlijk afhankelijk van een vreemd soort gedoogbeleid.

Is het kwartje intussen gevallen?

Legaal een zaal runnen zonder subsidie wordt onmogelijk gemaakt en het lijkt me heel sterk dat onze Halve Zoolstra daar wat tegen gaat doen.

Marktwerking is opeens niet meer zo heilig bij de heren politici als het leidt naar een vrolijke vorm van Anarchie.

Deze column werd onder de titel ‘tussen droom en concertzaal’ op 14 juli ook op Kindamuzik gepubliceerd.

Deze staatssecretaris beweert dat het een voordeel is om in zijn capaciteit als snelsnoeier van cultuur weinig of geen culturele bagage met zich mee te dragen.
Hij vindt Metallica een goede band.
Ik durf echter te wedden dat hij hier niet de Metallica van ‘Kill ‘m All’ of ‘Ride the Lightning’ bedoeld, maar (uiteraard) de Metallica van ‘Nothing Else Matters’. De Metallica waar zelfs verstokte fans van Jantje Smit nog wat mee kunnen. En dat is maar goed ook, stel je voor dat hij van Slayer zou houden. Dan zou ik me zorgen maken. Slayer is wat mij betreft cultuur van de bovenste plank; Sex, Art, Murder. Metallica vertegenwoordigt daarentegen de grijze middenmoot; de band die iedereen ‘wel leuk’ vind.
De bezuinigingen op cultuur zullen, als je de neoliberale propaganda gelooft, die grijze middenmoot uit het culturele bestel snijden. Wat een bullshit; de VVD gaat voor de A-merken. Die oneliner stond ook al in het programma van de lokale Rotterdamse afdeling van deze partij. En de A-merken? Dat is juist die grijze middenmoot!

Wat komt in aanmerking als A-merk in dit land? Het Holland festival, de Opera, de grote musea, en de musicals van Joop van den Ende: allemaal gevestigde uitingen van cultuur waar de rijken in dit land wat mee kunnen (verdienen). Vreemd genoeg zijn de culturele uitingen die NIET gekort worden juist de meest voor de hand liggende kandidaten om door het mecenaat ondersteund te worden.
Maar daar zit de eerste crux; de gegoede burgerij in dit land betaald hier meer dan 50% belasting op hun inkomsten. Die kijken wel uit om cultuur te gaan ondersteunen, want die vinden dat ze al meer dan genoeg betalen.
Dat in tegenstelling tot het land waarvan men, overigens niet voor de eerste keer, het beleid wil kopiëren: de USA. Het land waar de regering, al sinds president Reagan 30 jaar geleden aan de macht kwam, zorgt dat de rijken zo min mogelijk hoeven te betalen. En Amerikaanse rijken willen traditioneel graag hun naam aan culturele instellingen verbinden. Ze betalen toch nauwelijks belasting, dus geven ze makkelijker aan cultuur. Afficheren dat je goede smaak bezit mag wat kosten, nietwaar?

De tweede crux ligt bij de omvang van ons landje.
Ik wil niemand een Calimero complex opdringen, maar er is nogal een verschil tussen ons land met 16 miljoen inwoners en een land als de Verenigde Staten met zijn 320 miljoen inwoners. In de VS heeft een TV zender als HBO 2 miljoen betalende leden. Daardoor kunnen ze die prachtige series  maken. Probeer in Nederland maar eens 2 miljoen VPRO leden te krijgen die allemaal 20 euro per maand aan goede TV series uit willen geven. Dat zou zelfs Talpa niet lukken, mochten ze het wilde idee krijgen om het HBO model over te nemen om zo hun afschuwelijke opvulling tussen de reclames te gaan financieren.

Dus het worden het Holland festival, de Opera, de musicals van Joop van den Ende, de grote musea en niet Incubate of Motel Mosaique. Zelfs Noorderslag/Eurosonic is geen onderdeel van de top. Waarom niet? Omdat het dit festival met ontwikkeling en onderkenning van talent te maken heeft?
Als je de plannen van Halve Zoolstra leest valt dat het meest op: alle organisaties die iets met de ontwikkeling van talent te maken hebben worden rigoureus uit het bestel gesneden.
Daar zit vast een plan achter. Sterker nog; dat lijkt verdacht veel op de kern van het plan. Maar wat denken onze Neoliberale vrienden daar nu mee te winnen?
Na wat nadenken kom ik op de volgende theorie; er is in dit land door de vergrijzing een steeds groter tekort aan werkkrachten. De optie om deze krachten uit het buitenland hierheen te halen wordt om overbekende redenen geblokkeerd door een meerderheid van rechts Nederland. Tegelijkertijd worden er honderdduizenden jongeren door verschillende conservatoria, theaterscholen, rock academies etc op HBO en ook MBO niveau geschoold om iets in het culturele leven te gaan bereiken. Blokkeer deze studenten de weg naar een baan in de cultuur en je hebt weer voldoende werknemers die kunnen schoonmaken, achter de balie van Mc Donalds’ kunnen werken, en kaartjes kunnen knippen bij de musicals van onze Joop.

En er is meer dan voldoende alternatief voor talentontwikkeling want we hebben toch Idols, the Voice of Holland en noem al die talentenjachten van Talpa maar op? Het mooiste van dat soort talent is dat de houdbaarheid ervan zo kort is dat deze zangertjes en zangeresjes uiteindelijk niet voor de arbeidsmarkt verloren gaan. Want er is toch niets leukers dan je kaartje voor ‘Sister Act’ af te kunnen laten scheuren door een ex Idols winnaar. “Ken ik jou niet van TV?”

Rotterdam staat op een kruispunt; de stad kan kiezen tussen het krampachtig mee proberen te doen met de, nu toch wel bewezen, onzinnige schaalvergroting in de popmuziek of in één klap een voorsprong van tientallen jaren nemen door verschillende kleinere podia op te richten. Kleine(re) podia dus, en geen nieuw groot podium dat volgens mij gedoemd is te mislukken.
Ik verwacht dat alle grote Nederlandse steden de komende jaren blijven zuchten onder exploitatietekorten van de nieuw gebouwde Megazalen. Rotterdam heeft nu de kans een (nieuw) soortgelijk debacle te voorkomen en de stad te worden die voorloopt op een verwachte onomkeerbare beweging; de aandacht van het publiek voor muziek en de bands die de muziek maken zal groot blijven maar deze gaat steeds verder versnipperen. Deze trend is al overal op het Internet zichtbaar en wordt veelvuldig in blogs, gemaakt door mensen uit de muziek industrie, voorspelt en beschreven.

Het is overduidelijk dat het aanbod van bands die genoeg publiek trekken om een zaal van 1000-1500 man te vullen tanende is.
De echt grote bands spelen alleen nog op megafestivals of in stadions en verder zijn er duizenden bands die muzikaal erg goed zijn maar hooguit een zaal ter grote 250-800 man uitverkopen. Dit is geen Rotterdams, geen Nederlands, maar een mondiaal probleem. Het midden segment in de wereld van tourende bands die zalen zoals Watt had (1500 man) is aan het wegvallen en dat is een trend die nog verder door zal zetten.

Maar Watt was nog maar net verdwenen of er verscheen een motie van de PvdA voor de oprichting van een soortgelijk poppodium. Er is niets geleerd; de tekenen aan de wand worden zoals zo vaak genegeerd. Rotterdam heeft nieuwe poppodia nodig die het gat van Watt opvullen, maar naar mijn mening niet het gat dat achtergelaten is door de grote zaal, maar juist het gat van de kleine zaal en de Basement. De echt aansprekende concerten die destijds in de grote zaal van Watt georganiseerd zijn kan je op de vingers van één handen tellen: The Stooges, Morrissey, Public Enemy en George Clinton (allemaal ouwe meuk met verder alle respect aan de Igster en Homorrissey, hoor) En verder nog Franz Ferdinand en The Eagles of Death Metal. Hoe ik ook mijn best doe, meer optredens in Watt waar mensen over napraatten herinner ik me niet. Er stonden elke week wel rijen mensen voor Watt, maar meestal niet om concerten te bezoeken want die kwamen voor de dance programmering. Maar er is geen gebrek aan dance in de stad en die mensen stonden er vooral omdat Watt goedkoper was dan de commerciële clubs en misschien omdat het er iets meer relaxed aan toe ging.
Zet wat mij betreft daarom niet in op een groot podium zoals Watt was maar zoek het in een of meer zalen voor 250 tot hooguit 800 man. Stel je het gebied voor in het centrum tussen de Binnenweg, Witte de Withstraat, Mauritsweg en straat en de Kruiskade en kijk eens goed wat er nu al aan potentieel goede clubs zit of komt; Ro-town, Exit, de Unie en binnenkort ook Worm. Concentreer je daar op en kijk of er in deze straten nog plekken te vinden zijn voor nieuwe clubs. Dan krijgt Rotterdam een uitgaanscentrum dat de potentie heeft uit te groeien tot een nationale en misschien wel wereldwijd bekende hotspot. Een uitgaansgebied waar het publiek van club naar club kan trekken op zoek naar het aanbod wat het best past bij hun smaak of waar ze die avond toevallig zin in hebben. Rotterdam moet clubs willen hebben waar elke avond rijen mensen voor de deur staan. Waar je vroeg aanwezig moet zijn omdat je anders kans hebt dat je er niet meer in komt. Er is niets mis met exclusieve optredens op kleinere locaties. Neem een voorbeeld aan Londen. Daar zijn honderden clubs met een capaciteit die in verhouding niet veel groter zijn dan die van Ro-town en het publiek staat te dringen om daar naar binnen te mogen. Ze komen om bands te zien waarvan ze nog niet veel meer weten dan dat er een goede buzz over deze groepen rond gaat; dat de pers lovend over ze schrijft en dat hun vrienden aangegeven hebben naar het optreden te gaan. Ook zijn mensen graag bereid meer entree te betalen als ze een bekendere band in een kleine intieme setting kunnen zien. De kick dat je ‘erbij’ was is in dit geval altijd groot.

En dat kan voor een fractie van de kosten dat een groot podium gaat kosten. Van de jaar subsidie die Watt kreeg kan je wel 10 van dit soort kleinere clubs laten draaien.

Rotterdam verdient dat er keuzes gemaakt durven te worden. Bestrijd de versnippering met concentratie. We kunnen hier uit prestige overwegingen achter alle andere Nederlandse steden blijven aanlopen en het volgende grote podium debacle gaan financieren of een keuze maken die op de lange termijn beter, slimmer en goedkoper is en méér mensen met artistieke ambities en visies hier in de stad houdt of naar deze stad doet trekken.

(deze column werd eerder op 10 september 2010 op 3voor12 Rotterdam gepubliceerd en is op 28 april 2011 geupdate)

De discussie over het illegaal downloaden van muziek en films volg ik al zo lang als ik me kan heugen. Ik ben behalve een grootgebruiker van muziek en films ook een uitgever van muziek geweest, maar ik heb absoluut geen principiële bezwaren tegen het illegaal downloaden van muziek of films. Sterker nog: ik baalde stiekem een beetje als ik mijn releases drie maanden na uitgave niet op sites als Pirate Bay, Soulseek of Lime Wire terugvond. Dan had de plaat blijkbaar niemand bereikt die na het beluisteren zodanig door zendingsdrang werd gegrepen om de cd te uploaden. En wel met als doel meer mensen kennis te laten maken met de muziek op die schijf. Want dat is uiteindelijk de reden dat mensen CD’s die ze in handen krijgen in een map zetten waar anderen bij kunnen. Er is geen groter compliment mogelijk dan dat mensen vinden dat de muziek die je uitbrengt door zoveel anderen gehoord moet worden en daar actie op ondernemen. En een blog met een ronkende recensie is niets waard zonder een link naar een myspace site, maar liever nog een link naar waar je gratis de complete cd kan downloaden. Gratis is belangrijk want waarom zou je iets willen kopen waarvan je zelf niet zeker weet of de kwaliteit ervan je aanstaat? De muziek-industrie die zoveel rotzooi op de markt brengt en daardoor een slechte en onbetrouwbare naam voor zichzelf heeft opgebouwd, verdient niet beter. Hoe harder men een band hyped, hoe hoger het publiek van tegenwoordig de kans in schat dat de desbetreffende band een cd heeft gemaakt die al na 10 luisterbeurten begint te vervelen.

Mensen die het meest downloaden besteden ook het meeste geld aan muziek en dat is niet meer dan logisch. Dat was ook al zo in de tijd dat de industrie moord en brand schreeuwde over lp’s die op cassettes werden opgenomen. Ik had er thuis zeker een paar duizend van. Maar een LP die je heel graag op cassette hoorde kocht je ook als je hem ergens tegenkwam. Dat gold zeker voor alle obscure dingen die ik opnam via vrienden die verzamelaars waren. Hele dagen spendeerden we met door elkaars verzameling te gaan en er selectief lp’s van op te nemen. Een echte verzamelaar leende geen platen uit dus je ging langs met een stapel cassettes een krat bier en een zak wiet. Je kunt nu eenmaal niet alles kopen, zelfs al had je het geld ervoor. En dat geldt tegenwoordig nog meer dan vroeger; er wordt zo achterlijk veel (goeds) uitgebracht.

Een tweede begrijpelijke reden die downloaden aantrekkelijk maakt is het wegvallen van mooi artwork en leesbare tekstvellen sinds de CD werd geïntroduceerd. Van het formaat van een cd kan ik nog steeds niet warm of koud worden. Hoe mooi ze ook sommige digipacks kunnen maken; de afmetingen spreken niet aan en priegelletters lezen niet lekker. Er gaat niets boven de goede ouwe LP wat dat betreft. Dat is als het verschil tussen een schilderij en een polaroid foto. Vroeger kocht ik regelmatig platen omdat de hoes zo mooi was. Dat heb ik nog nooit met een cd gedaan. Als het artwork toch niet om aan te zien is heeft het ook geen zin om de verpakking van de muziek erbij te kopen en al helemaal niet als het een jewelcase betreft want dat is met ruime afstand de slechtste manier om muziek te verpakken. Beduimel een jewelcase en na een paar maanden heeft het natuurlijke vet aan je vingers een laagje stof aangetrokken dat er zo goor uitziet dat je hem bijna niet meer durft aan te raken. En het maakt niet uit als je ze netjes in kasten bewaard; vies worden ze. Verder hoef je ze maar een keer uit je handen te laten glibberen en het frontje breekt eraf. Dank u voor deze uitvinding Meneer Philips!

Maar de uiteindelijke reden dat ik deze column begon te schrijven is een oproep aan de Tim Kuik van Brein: Beste Tim. Willen jullie van Brein alsjeblieft ONMIDDELLIJK stoppen met het via legaal gekochte dvd’s verspreiden van die bijna 2 minuten durende, hemeltergende klote boodschap over dat je niet illegaal mag downloaden, met daaronder dat superirritante kut basloopje dat je ook nog eens niet kan skippen!
De boodschap 2 sec in beeld zonder muziek of andere opsmuk is ruim voldoende. Dat de hufter die dat basloopje heeft verzonnen per jaar tonnen aan auteursrechtgelden binnen haalt omdat dat stukje muziek zo nodig op elke motherfucking dvd moet staan is werkelijk niet te verkroppen. Ik heb die klote dvd legaal gekocht en jij hebt me niet te irriteren door me in te wrijven dat ik dit product ook gratis had kunnen aanschaffen. Zorg jij maar voor een manier dat die boodschap van je organisatie op illegale dvd’s of downloads terecht komt en verschoon mij ervan.
Godver de Godver de Godver!!

(deze column werd eerder op 3 juli 2010 op 3voor12 Rotterdam gepubliceerd)

Ik liep door de stad en een poster viel me op. Er stond een huilende ietwat langharige jongen op en een slogan: “ Uitgaan is ontroeren” . Iets verderop zag ik een soortgelijke poster met een lachend donker meisje erop; “ Uitgaan is schateren” was dit keer het onderschrift.
En toen viel het kwartje:
“Ik zit elke avond een beetje op de bank voor de TV te hangen met een krat bier naast me en laat me ontroeren door Paul de Leeuw als hij een leuk jongetje met het Downsyndroom een liedje laat zingen. Schater mee met de altijd interessante gasten bij DWDD. Ga los als er weer eens een live optreden van Blof op Ned 2 is. Vergaap mij bij de prachtig gemaakte reclames in het reclameblok van RTL 4. Griezel als Opsporing Verzocht me weer duidelijk maakt hoe gevaarlijk de samenleving is geworden met al die schietgrage gangsters op straat. Doe wat computerspelletjes als het aanbod tegenvalt en zit achter te computer weg te dromen op de porno waarop ik surf nadat die krat bier op is………..Maar ik kan ook UITGAAN! Fantastisch! Waarom heb ik daar nou nog nooit eerder aan gedacht? Aanstaande weekend ga ik het meteen proberen. Veel mensen zeggen dat er in deze stad ‘s avonds niets te beleven valt en als ik na 21:00 uur toevallig door de stad rijd zie ik inderdaad een bijna lege en donkere stad met alleen wat rondhangende en “boos kijkende allochtonen op de lijnbaan” maar blijkbaar gebeurd dus toch van alles. Wat een revelatie!!”

Effe serieus.
Ik heb voor het eerst echt medelijden met al die goedbedoelende ambtenaren die zoveel denkwerk besteden aan het aantrekkelijk maken van deze stad. Echt, dat meen ik; ik moest gewoon een beetje huilen want deze postercampagne getuigd niet alleen van meelijwekkende wanhoop, maar maakt ook pijnlijk duidelijk dat men bij de gemeente geen enkel idee heeft hoe men de krimpende aantallen uitgaanspubliek tegen moet gaan.
Natuurlijk is het heel erg dat uit een marktonderzoek is gebleken dat er in 2001 per weekend 120.000 mensen in Rotterdam uitgingen (alle kroegen, zalen, podia etc meegerekend) en dat daar in 2009 nog maar 20.000 uitgaanders van over waren. (let op; dat was nog vóórdat WATT failliet ging!) Er zijn steeds minder mensen die hun vertier in Rotterdam zoeken.

Maar de ambtenarij zou ook op gezette tijden een zak geld in de Maas kunnen laten gooien; wellicht trekt dat idioten naar de binnenstad die graag achter die zak aan willen duiken en hoogstwaarschijnlijk ook nog een boel sensatiezoekers die het leuk vinden om deze duikers bij hun strijd om de zak met geld te zien verdrinken. Dat werkt misschien beter dan die flauwe, op voorhand de plank volledig misslaande, en ook nog geldverslindende postercampagne.

Je kunt als je als gemeente het uitgaansleven wil promoten misschien beter geld steken in het (laten) organiseren van meer en leuk(er) uitgaansaanbod. Misschien iets dat niet bedoeld is als jaarlijks terugkerend evenement dat 300.000 mensen van buiten de stad naar Rotterdam moet trekken maar iets voor de mensen die hier wonen? En iets dat niet persé door al bestaande organisaties georganiseerd wordt, maar misschien iets dat wat wilder en ongecontroleerd is omdat het voortkomt uit plannen die inwoners zelf maken ipv dat het vóór ze verzonnen wordt? Wellicht ook evenementen waarvoor je wat regels moet oprekken of afschaffen?

Het is maar een ideetje hoor.

(deze column werd eerder op 3 oktober 2010 op 3voor12 Rotterdam gepubliceerd)

Een paar weken geleden heb ik samen met mijn vrienden afscheid genomen van een goede vriendin van ons allemaal. Een zeer getalenteerd meisje dat onder andere prachtige originele mode accessoires maakte zoals een handtasje met als handvat een paar handboeien. (Probeer die maar eens af te pikken. )
Ze was iemand met een frisse geest; zo iemand met wie elk gesprek zorgt dat de inspiratie gaat borrelen. Aanstekelijk!
Nu klinkt het een beetje alsof ze dood is gegaan, maar dat is niet zo. Niet helemaal tenminste want ze is naar Amsterdam verhuisd en dat is toch een beetje alsof je naar de eeuwige jachtvelden der creatievellingen vertrekt. Ze gaf het idee op dat je vanuit deze stad een creatieve carrière kan opbouwen en gaat naar het paradijs. Ze weet dat het daar overloopt van de concurrentie want een heel groot percentage van alle creatievellingen uit dit land en ook van daarbuiten landt nu eenmaal ooit in 020, maar toch schat ze de kansen daar hoger in. En waarschijnlijk heeft ze gelijk.

De hele structuur van A’dam is gevormd naar en voor mensen met een creatief brein. Dat trekt ook weer mensen aan die creaties, of het nou kunst, muziek of letteren zijn aan de man kunnen en willen brengen. Daardoor richt alle creativiteit van dit land zich ook richting Amsterdam; het is het Mekka der creatievellingen. Tegelijk is het natuurlijk ook het Mekka voor shitheads want uiteraard trekt de stad ook wannabees uit alle windrichtingen aan, maar dat is helaas onvermijdelijk. Zo schijnt dat nu eenmaal te moeten gaan met plaatsen die vluchtelingen aantrekken. Waarschijnlijk komt dat omdat de meeste mensen het moeilijk vinden om ongetalenteerde mensen op hun tekortkomingen te wijzen. Het is natuurlijk ook wreed om iemand zijn dromen te verstoren.

Persoonlijk word ik al gauw een beetje kriegel van teveel talent op de vierkante meter en begint mijn hoofd na een paar dagen Amsterdam te smeken om een terugkeer naar de barre woestijn die Rotterdam heet. Voor je het weet luister je namelijk dagenlang naar een mengsel van een miljoen ideeën. Mensen hebben helaas de neiging om, voordat het idee daadwerkelijk uitgevoerd wordt, en afhankelijk van de persoon die de ideeën ontvangt, dagen, weken, maanden en soms jaren iedereen, die ook maar in de verste verte een beetje interesse in wat voor ideeën dan ook toont, een rondleiding door hun luchtkastelen te willen geven. Zwaar vermoeiend.
Nee, dan Rotterdam; hier valt bijna elk idee in barre onvruchtbare grond. Mensen die ideeën op willen pikken zijn hier zeer zeldzaam, mensen die ideeën onmogelijk willen maken door het zout van de overvloedige regels over de toch al arme grond te strooien zijn er echter meer dan voldoende. Dat er af en toe in dit landschap een eenzame cactus staat die het wel gered heeft moge dan ook een wonder genoemd worden. Dat maakt Rotterdam een oase van rust. Al is het een oase zonder het water des levens.

Maar hoe dan ook. Mensen vertrekken uit deze stad. En als ze een echte hekel aan 020 hebben verdwijnen ze naar meer exotische oorden: Berlijn, Londen, Parijs, New York noem het maar op. Het begint met jongeren die hier hun middelbare school af maken en vervolgens naar een andere stad vertrekken om te studeren. De meeste zie je daarna nooit meer terug want die ontdekken allemaal dat het overal leuker is dan hier. En alle studenten die elders opgegroeid zijn en in Rotterdam studeren gaan na afronding van hun studie liefst zo snel mogelijk de stad weer uit om terug te keren naar meer vruchtbare gronden.
Zo houdt deze stad per saldo steeds minder mensen over die überhaupt interesse in cultuur hebben. 90% van de mensen die hier achter blijven hebben alleen interesse in een barbecue, een krat bier en de TV op zaterdagavond.

Het zielige is dat de gemeente intussen zo hun best doet om er wat van te maken maar domweg vergeet dat het voor creatievellingen belangrijker is om in een leuke stad en niet persé in een veilige stad te wonen. Zelfs Bogota heeft inmiddels een interessanter uitgaansleven om maar iets te noemen.

(deze column werd eerder op 8 juli 2010 op 3voor12 Rotterdam gepubliceerd)

Nog één maal het Urban Podium

Vandaag bleek dat het Urban podium in de Maassilo gewoon doorgaat ondanks de bezwaren van velen en de verdeeldheid in de Urban scene over dit plan.

Een groots gebaar als boost voor het jongerenjaar moest en zou er komen, en de bestaande podia waaronder het pas geopende Watt waren blijkbaar niet voldoende om daar genoeg goede sier mee te maken. Nu maar hopen dat het jongerenjaar meer zoden aan de dijk gaat zetten dan de toch wel monumentale misser van Rotterdam Culturele hoofdstad in 2001 dat, ondanks de goede intenties, geen enkele impact op de cultuur in deze stad in de jaren na 2001 heeft gehad.
Maar de verwachtingen zijn bij mij niet hoog gespannen. Als je leest over hoe de verdeling van het beschikbare geld voor het jongerenjaar in zijn werk is gegaan zinkt de moed je al snel in de schoenen. Hoeveel organisaties met leuke ideeën voor het jongerenjaar werden er niet met een kluitje in het riet weggestuurd omdat het geld zogenaamd in juli al vergeven was waarna later ineens bleek dat de pot met geld nauwelijks gebruikt was maar bijna compleet gereserveerd werd voor dit ene Urban Podium? Hoera voor de diversiteit hoor!
Het idee dat die Koos Hanenberg er vandoor gaat met 2,9 miljoen, een deel van de horeca omzet en 12 feesten per jaar in de Maassilo, zit me ook niet lekker; waarom krijgt Ted Langenbach, die de Maassilo op de kaart heeft gezet, niet minstens de helft van dat bedrag? Verder ken ik die Hanenberg alleen van dat Carthago feest een hele tijd geleden en dat was ook al zo ’n monumentale afknapper.
Nu zeggen ze bij de gemeente dat 6 van de 11 miljoen verdeeld gaat worden over alle podia in de stad. Eerst zien dan geloven…

Dat er een podium en ruimte om de Urban cultuur verder te laten groeien nodig is staat buiten kijf; de metal/punk scène heeft een Baroeg, dus waarom zou de Urban scene (ik blijf Urban een ongelofelijk kutwoord vinden dat de lading absoluut niet dekt) dan geen podium van een vergelijkbare grote kunnen krijgen? Maar dat het meteen zo megalomaan groot ding moet worden daar is de Urban scene het zelf onder elkaar ook niet over eens, zo mocht ik horen op de discussieavond in de Unie op 28 oktober. Natuurlijk stonden er een paar baantjesjagers klaar om de plaatsen in de directie en het bestuur van de nieuw op te richten stichting die het Urban podium moet gaan organiseren in te nemen, maar de meeste creatievelingen in de Urban scene wilden vooral een plek om hun ding te doen, te oefenen en hun (eerste) optredens te geven.

Wat de bezwaren van Watt betreft; ik kan me allereerst goed voorstellen dat Live At Nighttown zich behoorlijk genaaid voelt. Ze werden eerst gedwongen met particuliere investeerders in zee te gaan omdat de gemeente het vertikte het failliete Nighttown als enige partij uit de zorgen te halen en nu is er opeens 11 miljoen beschikbaar voor een concurrerend podium. Maar nu blijkt dat er in de grote zaal van de Maassilo geen optredens gegeven gaan worden (hoe groot is de kleine zaal van dat pand dan?) is de angel daar een beetje uit.
Dick Pakkert van Watt stelde op die discussieavond in de Unie voor om Waterfront om te vormen naar een Urban podium. Dat vond ik geen leuk idee; Waterfront komt voort uit de Vlerk, dus uit de alternatieve rockscene en al vind ik het best dat Waterfront breder programmeert dan dat, moet ik er toch niet aan denken dat die plek compleet Urban zou worden.
Nu lees ik ook opeens dat Waterfront en Watt misschien gaan fuseren? Hoe moet ik dat voor me zien? Gaan ze samen programmeren in de twee zalen of gaat Waterfront in Watt de basement overnemen? Dat laatste zou ik ook niet leuk vinden want niemand zit in deze stad te wachten op minder zalen; we willen er juist meer!
Een andere opmerking van Dick Pakkert was wellicht profetisch: hij stelde dat als er een groot Urban podium zou komen het resultaat daarvan zou zijn dat binnen de kortste keren zowel Watt, Waterfront, en het Urban podium failliet zullen gaan en dat de zwarte piet dan naar de cultuursector zal worden geschoven. Met andere woorden; dan hebben wij het gedaan en heeft de gemeente weer een excuus om de complete jongerencultuur jaren lang te negeren.

Deze column werd op 7 november 2008 geschreven.
Bovenstaande voorspelling van Dick Pakkert kwam in juni 2010 uit

Intro:
De plaatselijke politiek solliciteert vaak naar een harde terechtwijzing of zelfs een onvervalste schoffering. De perikelen rond het op te richten Urban Podium is daar een zodanig goed voorbeeld van; het is alsof men collectief alvast de broek op de enkels laat zakken en uitnodigend de kontjes achteruitsteekt voor een goede afranseling. Leen Steen is ook nu weer niet te beroerd om de Dames en Heren van de Rotterdamse politiek op hun wenken te bedienen.

Ons plaatslik raadgeefman der Kultuur heb besloot die plan sein illuster voorgangman alstoch uit te voer. Seine plan behelscht eenen podium waar die Swartman sein eigene Kultuur gesellig met seinen soortgenoot kan beleef kan sonder onsch blankmensch, die andere voorkeur heb, daarmee lastig te val. Die vreemd geluid fan sware trommel ende donker ritmes sal hiermee ver van die centrum dese stadt plaats vind gaan en sodoende sorg dat die yupman rustig slaap kan in seine woontoren an die noordt Maas oever. Die polisie heb instruktie gekreeg die witmeisjes die gaarne met die Swartmensch uit gaan wil op die Erasmus brug tegen te gaan houd sodat men daarmee die loverboy probleem ook oplos sal.
Die jongmenschen van andere kleur kunnen nu fijn geconcentreer op enen plaats te vinden sein wat die arbeid onser polisie ook weder makkeliker gaan maak sal. Dat maak ons stadt ook meer veilig en op dezen wijse hoef wij ook nie meer na te denk over sware onderwerp als intergrasie nie.
Die Rotterdamsche Politieker van die Grun Links partij laat hiermee sien laat dat sein hart voor dat uitgaansleef in dese stadt op die goed plaats bevindt. Al die podium in die stadtcentrum sal schnell verloor gaan sal en die rust sal nog meer toeneem.

(deze column werd eerder op 10 oktober 2008 op 3voor12 Rotterdam gepubliceerd)

De dubbele moraal wat betreft geluid en geluidsoverlast neemt belachelijke vormen aan in dit land en deze stad spant de kroon:
Het is zomer. Af en toe ten minste.
Als het zonnetje schijnt doe ik, omdat ik in de luxe situatie zit dat ik een kantoor in mijn eigen huis heb, de tuindeuren open terwijl ik werk zodat ik in de frisse lucht kan werken. (O.k., frisse lucht is iets dat je in deze stad niet te ruim moet opvatten), en werken bestaat in mijn baan voor een groot gedeelte uit naar muziek luisteren (hoera!). Er moeten nu eenmaal nieuwe mixes van nog uit te komen cd’s beoordeeld worden, demo’s geluisterd of voor de broodnodige inspiratie allerlei muziek gedraaid worden. En soms moet Slayer effe op om af te kunnen reageren. Tamelijk normaal in mijn belevingswereld.
Maar mijn buren denken daar helaas anders over.
Ik kan nog geen kwartier muziek aan hebben of mijn, sinds een paar jaar gepensioneerde, buurvrouw komt klagen of het niet wat zachter kan. Dat terwijl de versterker echt niet op 10 komt te staan, maar blijkbaar is de minste geringste verstoring al genoeg om te komen mekkeren.
Nu kan ik me daar, met een klein beetje moeite, nog best in verplaatsen. En ik ben dan ook echt niet te beroerd om de muziek uit te zetten of op de koptelefoon over te gaan op dagen dat ik alleen in het kantoor ben. Zachter is geen optie, want het voor mijn buurvrouw niet storende niveau is voor mijn, door 20 jaar keiharde teringherrie verpeste oren, niet meer hoorbaar.
Maar nou komt het.
Zodra ik de muziek uit zet worden andere geluiden uit de buurt opeens hoorbaar. Ik zei al dat ik doof ben, maar je moet wel erg doof zijn om het vrachtverkeer dat vlak achter de volgende straat voorbij dendert niet te horen. Een constante dreun is het. Maar daar raak je nog een beetje aan gewend. Erger wordt het als buurmanlief besluit om in zijn tuin te gaan werken. Tegenwoordig heb je voor elk karweitje wel een machine of apparaat. Dat is erg handig en voor de ouderen onder ons is het fijn dat ze met behulp van deze apparaten nog jaren langer in de aarde kunnen blijven wroeten en alles wat daaruit omhoog komt kort kunnen blijven wieken. En ja hoor; daar komt de heggenschaar. Na tien minuten begin ik me daar dan zo aan te ergeren dat ik de muziek weer aan zet om het geknetter van dat kut apparaat niet meer te hoeven horen wat me op dreigementen met politie optreden komt te staan.
Nog erger wordt het als een of meerdere bewoners van mijn straat besluiten dat het tijd wordt om de zomerschilder weer eens te laten komen. Vroeger was schilderen een karwei waar geen of nauwelijks lawaai aan te pas kwam, maar dat is tegenwoordig wel anders. Niet alleen worden alle houten onderdelen van een huis geschuurd met een industriële krachtpatser die een geluid maakt alsof hij een formule 1 motor heeft; nee, tegenwoordig mag een schilder ook niet meer op een ladder staan want dat is te gevaarlijk. Ze komen dus met zo’n gemotoriseerd bakkie die op een halve vrachtwagen gemonteerd staat en die moet elke ochtend opnieuw de straat ingereden worden. De schilder doet daar meer dan drie kwartier over. En hij begint om acht uur precies. En raadt eens wie er dan nog na een lange werknacht op 1 oor ligt? Niet alleen de motor van dat ding is oorverdovend, het waarschuwingsbliepje van de achteruitrijdstand is zo afgesteld dat het zelfs de meest afgeleide bejaarde de schrik op het hart laat slaan.
Om 8 uur staan ook nog alle auto’s in de straat nog geparkeerd zodat het de straat inrijden van dat bakbeest nog extra moeilijk gemaakt wordt. Om 9 uur is iedereen naar zijn werk en zou het een stuk makkelijker zijn en ben ik inmiddels ook op. Maar nee; de schilder wil liever vroeg werken want hij komt zoals alle werklui uit Brabant en moet weer voor de file naar huis.

Ook onze gemeente kan er wat van. Als je een club hebt en er komt meer dan 85 decibel door de deur of ramen dan ben je in overtreding en kan je vergunning ingetrokken worden. Als er mensen bij je kroeg op de stoep staan te roken en daar ook nog bij durven praten hoeft er maar 1 zeikerd in de straat te wonen en je krijgt de politie op je dak.
Maar in dezelfde stad hoor je overal verkeer, heimachines en andere machines die extreem lawaai produceren en is het geen enkel probleem om tientallen dubbeldekkers met brullende motoren een week lang oefenvluchten over de Maas te laten uitvoeren of bolides over de Coolsingel te laten scheuren.
Maar o wee als je s ‘middags een muziekje over een tuin laat schallen. Fucking hypocrieten.

(deze column werd eerder op 19 juli 2008 op 3voor12 Rotterdam gepubliceerd)

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 234 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: