Skip navigation

Monthly Archives: september 2011

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

Over een Kam geschoren Deel 3

De dag daarop had ik een zware ketting van een fietsslot met een, al zeg ik het zelf, tamelijk ingenieus systeem met een haak aan mijn koppelriem vastgemaakt. De ketting zat om mijn middel en ik had een sterke veter aan de op vijf na laatste schakel geknoopt. Die veter liep door het zware slot van de ketting heen, waarvan ik de sleutel overigens al lang kwijt was, en hing aan een haak die ik met behulp van een blokje hout dat ik tussen de banden van de koppelriem had gestoken was bevestigd. Met een simpele ruk aan het uiteinde van de ketting schoot die van mijn middel en had ik een verdedigingswapen in mijn hand. Ik vertrouwde erop dat de afschrikking van het wapen genoeg was om ellendelingen als die kutpooier af te schrikken want een rake lel van die ketting op iemands zijn hoofd zou wel eens kunnen leiden tot een beschuldiging van poging tot doodslag.

Mijn haar groeit snel en een maand later was de kam al zo lang geworden dat Vincent hem smaller kon gaan scheren. Na de scheerbeurt probeerde ik de kam weer met zeep omhoog te zetten. Maar dat was echt niks. Er moest zoveel van dat spul in om de dunne kam omhoog te houden dat er zich een buitenlaag van zeep om het haar vormde. Het zag er niet uit en ik stonk naar de palmolive. Tot overmaat van ramp was ik een allergie tegen zeep aan het opbouwen, want ik had al een paar weken kleine blaasjes op mijn polsen. Precies op de plekken die ik niet goed afspoelde nadat ik mijn haar had verzorgd.

Het werd dus tijd om te experimenteren met andere middelen.

Haarlak viel als eerste af. Ik stak de moord in de wolken lak en het lukte me alleen met hulp van Vincent of een vriendinnetje om mijn kam met dat spul omhoog te krijgen. Ik snap dan ook niet hoe die hedendaagse punks het wel voor elkaar krijgen om hun kam met lak omhoog te zetten. De lak die tegenwoordig te koop is moet een stuk beter zijn dan die uit begin jaren tachtig. Maar het is ook opvallend dat je  tegenwoordig hanenkammenpunks die een relatie op de klippen zien lopen vaak met hun kam plat naar achter gekamd ziet rondlopen totdat ze een nieuwe vriendin hebben. Maar ik zall niet de Richard Attenborough uit gaan hangen wat het lokale wildlife betreft, dus markeer deze opmerking maar als onzin.

Suikerwater was de tweede optie en was ook compleet waardeloos. Als je van insecten, en vooral van wespen, houdt is suikerwater het middel voor jou. Daar kwam nog bij dat het bijna een half uur duurde voordat je genoeg suiker in water had opgelost om met de coiffure te beginnen. Ik was natuurlijk geen wijf of mietje die elke dag een uur voor de spiegel wil gaan staan.

De laatste optie die ik had was eiwit. Daar verwachtte ik echt niks van, maar ik had ergens gelezen dat als je de föhn op eiwit zette, het hard zou worden. Ik brak dus een eitje en zorgde zorgvuldig dat er geen eigeel in het papje terecht kwam want dat zou ongetwijfeld vreselijk gaan stinken. Ik klopte het spul een beetje los en smeerde het in mijn haar. Ik trok een pluk zo hard mogelijk omhoog en zette de föhn erop. De pluk bleef zowaar al na een paar seconden recht omhoog staan. Ik behandelde de rest van de kam op dezelfde manier en drukte alle haren daarna nog een keer extra aan met en smeerde nog een dun laagje eiwit erover en föhnde het meteen. Zowaar had ik in nog geen vijf minuten een perfecte kam staan. Misschien hielp het dat ik, voordat ik de föhn uitzette, de kraan van het fonteintje in mijn kamer beet pakte, omdat ik hem alvast open wilde draaien om mijn handen te gaan wassen, waardoor ik een opdonder van 220 volt door mijn lijf gejaagd kreeg. Maar niettemin was ie perfect.

Ik experimenteerde nog wat meer met die kam in het weekend. Het eiwit bleef reukloos maar ik ontdekte dat de substantie taaier werd als ik wat shampoo toevoegde. Eiwit had de neiging na een dag wat poederig te worden en dat voorkwam ik zo. Ook makkelijk was dat ik s’ morgens alleen de haren in mijn nek weer overeind hoefde te zetten; de kam bleef op de top, ook na het slapen, minimaal twee dagen goed overeind staan.

De zomer brak die week aan en ik ontdekte een klein nadeel van een kale hoofdhuid; verbrandingsverschijnselen. Soms maar op één helft van mijn hoofd omdat de kam de andere kant in de schaduw hield. Ik kreeg het voor elkaar om na een half uurtje in de zon bijna blaren op mijn kop te krijgen en moest daarom de hele dag zonnebrand op mijn hoofd smeren. Ik besloot voorlopig mijn hoofd niet meer te scheren. Dat kon ook bijna niet want ik stierf van de pijn zodra ik het scheerapparaat om mijn hoofdhuid zette. Dat was een groot nadeel maar ik ontdekte die dag dat er meer nadelen aan hanenkammen zaten, vooral aan hanenkammen die met eiwit omhoog gehouden werden.

Ik zat in de Engels les lekker in het zonnetje. Engels was als de makkelijkste taal in mijn lespakket en ik kon de tijd die meneer Thompson, onze leraar, gebruikte om de meeste van de leerlingen in zijn klas nog bij te spijkeren over grammatica besteden aan het lezen van 1984 van Orwell; een boek dat het onderwerp van mijn mondeling examen moest worden. Dat examen viel over vier weken. Ik zat aan het raam van de klas en het zonnetje scheen lekker. Er stonden intussen al flink wat stoppels op mijn hoofd dus hoefde ik niet meer bang te zijn voor verbranding. Mijn kop jeukte wel nog een beetje en ik pulkte zonder erbij na te denken een beetje aan mijn jeukende hoofdhuid terwijl ik volledig in beslag werd genomen door mijn boek. Opeens had ik een stukje hoofdhuid tussen mijn vingers. Nog altijd volledig door mijn boek opgeëist trok ik zachtjes aan het stuk huid en trok een strook van wel 5 bij 10 cm van mijn kop. De verbranding had gezorgd dat mijn huid ging schilferen. Maar het eiwit plakte alle losse stukje huid aan elkaar. Ik keek op van mijn boek en hield het stuk huid vol interesse voor mijn ogen. Ik zag alle kleine gaatjes waar een haartje door de huid had gestoken. Het was fascinerend. Ik leek wel een slang die aan het vervellen was. Ik werd uit mijn mijmeringen losgerukt door een ingehouden oprisping naast me. Karin, die een bank verder zat had de hele actie gezien en was zo geschokt dat ze op het punt stond te gaan braken. ‘Hier vangen’ zei ik zachtjes en gooide het stuk huid in haar richting waarop ze kreunend naar de toiletten rende.

Ik mocht de rest van de middag op de stoep van de school verder lezen. Ach, eruit gezet worden was niet echt een ramp. Ik moest alleen voor straf na schooltijd voor de vorm de conciërge een uurtje helpen vegen in de hal. Dat werd shag paffen en ouwehoeren want de goede man deed dat karwei liever zelf na een paar slechte ervaringen met mijn veegkunsten.

Toen ik de volgende ochtend door de wekker gewekt werd en ik automatisch door mijn haar wilde woelen voelde ik mijn kale huid en drong het pas goed tot me door dat dit een spannende dag ging worden. Heel even had ik spijt dat ik die kop had laten scheren, maar het enige wat ik er nog aan kon doen was de kam eraf halen en de komende weken als skinhead rond gaan lopen, en dat ging dus absoluut niet gebeuren. Het had weinig zin om nu nog spijt te hebben, dus ik besloot er het beste van te maken, mijn rug recht te houden en mijn tanden te scherpen. Ik besloot zelfs maar naar school te gaan lopen en zou het lot nog extra tarten door de tram te nemen als die op mijn route mocht passeren. Ik hield niet van wachten bij een halte en dat deed ik dan ook nooit. Maar lijn negen reed wel tot vlakbij het Lyceum. Ik had er daarom een gewoonte van gemaakt om, als ik langs de halte op de hoek van mijn straat liep, op het bordje waarop de aankomsttijden stonden te kijken. Als de tram binnen 2 minuten geacht was te komen bleef ik wachten. Was hij er niet stipt op tijd dan liep ik alsnog door.

Na een douche smeerde ik een grote hoeveelheid zeep door mijn kam en zette hem zo mooi mogelijk omhoog. Wee de sukkels die me vandaag op de huid zouden gaan zitten. Ik was klaar voor ze.

Vlak voordat ik de voordeur opende voelde ik me alsof ik in de coulisse van een theater stond vlak voordat ik op moest komen en mezelf, gekleed in een volslagen belachelijk kostuum, aan het publiek moest gaan vertonen. Het was alsof er vlak achter de voordeur van het huis van mijn vader zich een menigte kritische buurtbewoners, kinderen en politie kon hebben verzameld. Maar natuurlijk was er in de straat geen hond te bekennen. Dat zou wel anders worden zodra ik linksaf de Claes de Vrieselaan op zou lopen. Toen ik vlakbij de hoek van de straat was, kwam er een man de hoek om lopen; type zakenman. Hij werd volledig in beslag genomen door een pak paperassen, dat hij in zijn hand had en al lopend probeerde te lezen. Hij merkte me helemaal niet op en liep me strak voorbij. Dat is een behoorlijke anti climax bedacht ik me nog, totdat ik de man opeens achter me in indianen gehuil hoorde uitbarsten; wowowowoh. Daarna moest hij hard lachen. Heel even lachte ik met hem mee, bijna blij dat ik tenminste niet iemand was die je zomaar voorbij liep. Totdat het besef tot me doordrong dat hij me op een veilige afstand uit, en niet toelachte. Mijn stemming sloeg meteen om en ik zette het op een schelden. “Rot op ouwe tyfus lul” en ik deed een beweging alsof ik hem aan wilde vliegen waarop hij hinnikend doorliep. Damn, nog geen minuut op straat en ik werd door de eerste de beste pissig gemaakt. Ik boomde de Claes de Vrieselaan in en het onweer stond blijkbaar zo zwaar  op mijn gezicht afgetekend dat alle voorbijgangers tot aan de Mathenesserlaan het op blikken uit de ooghoeken hielden. Dat deed ik zelf trouwens ook. Ik keek echter niet naar de mensen die me passeerden maar probeerde mijn eigen reflectie in elke winkelruit waar ik langs liep op te vangen. Stond ie nog rechtop? Stond ie goed? Ja, hij stond fantastisch… De tram reed voorbij en ik bedacht me te laat dat ik mezelf beloofd had hem te pakken.

Onderweg naar school moest ik nog langs een steiger met bouwvakkers; indianen gehuil, een groep schoolmeisjes; dom gegiechel en een flauwe “je hebt een scheur in je broek” en een groepje disco’s die ook op weg naar school waren maar gelukkig naar een andere. Maar dat waren jochies en een vuile blik van mij was genoeg om te zorgen dat niemand wat zei voordat ik de hoek omliep. Daarna hoorde ik ze onder elkaar gillen van ”zag je dat? Die gozer is helemaal gestoord!!” Maar dat was niets bijzonders; aan dat soort opmerkingen was ik allang gewend.

Het effect dat de kam op school had was precies wat ik ervan had verwacht. De conciërge wenste me sterkte toe. Die man had wel humor en dat zei ik hem dan ook…

Het eerste uur van de dag had ik Frans. Dat betekende dat ik les kreeg van de conrector. Die man was meestal stoïcijns over uiterlijkheden, maar misschien dat hij zich nu toch gedwongen zou voelen iets over mijn, nu toch wel erg radicale, uiterlijk te gaan zeggen. Maar tot mijn ergernis besloot hij me te negeren. Hij dacht waarschijnlijk dat de aandacht  op mijn uiterlijk vestigen precies was waar ik op uit was, en het negeren ervan de beste tactiek om te zorgen dat ik niet op een dag, door zijn reactie aangemoedigd, poedelnaakt de klas binnen zou komen. Dat alle leerlingen uit mijn Franse klas me warm onthaalden met een mengeling van kreten van verbazing en afkeer hielp gelukkig. Ta gueule !

Het eerste uur van mijn rooster viel vlak voor de korte pauze van 11 uur. Ik had niet alleen een pretpakket wat schoolvakken betreft, ook mijn rooster was erg prettig. Ik hoefde maar één dag per week om negen uur te beginnen en dat was op dinsdag. De rest van de dagen hoefde ik pas om 10 en op vrijdag zelfs pas om 12 uur te beginnen. Vandaag was het maandag en had ik sowieso maar drie uur les. Ik had echt het ideale rooster om vaak uit te kunnen gaan. Jammer dat er zo weinig te doen was in die kutstad.

Ik liep de rookruimte in op zoek naar mijn vrienden en wat te paffen. Ik had zo’n trek in een sigaret dat ik bijna vergat dat ik voor het eerst met die kam door de school liep. Starende blikken was ik al gewend. Brugsmurfen die geschrokken opzij sprongen ook.

Voor de in de rookruimte altijd aanwezige groepje alternatievelingen, pauze of geen pauze, was ik natuurlijk de held van de dag, al waren er ook een paar mensen uit ons groepje die een beetje zenuwachtig werden van deze nieuwe radicale stap naar de totale anarchie op school. Een tegenreactie van het schoolbestuur kon nooit meer lang uitblijven. Er was al eens een afvaardiging van alternativo’s bij de rector ontboden en daar was te kennen gegeven dat er klachten over ons uiterlijk binnen waren gekomen van ouders die de school jaarlijks met substantiële bedragen sponsorden. Maar fuck; ik zat in mijn eindexamenjaar en de examens waren al over drie maanden. Het leek me sterk dat ze een leerling die verder goed presteerde zo vlak voor de examens van school zouden kunnen trappen.

Later die dag liep ik, op weg naar huis, helemaal in mezelf opgaand en mijmerend over toch wel een geslaagde dag over de Claes de Vriesselaan. Een straat die jammer genoeg geen echte winkelstraat was. Te weinig etalages om je reflectie in te bekijken. Een paar minuten later kruiste ik de Mathernesserlaan. Vlak om de hoek van die straat was een nachtclub genaamd ‘ The Lido’ gevestigd. Voor de deur van die club stond een enorme cabriolet met een bekleding van het soort dat waar maar één soort mens mee gezien wil worden; tijgerprint. Als dat geen pooiermobiel is ben ik Bobby Farrel dacht ik nog. De eigenaar van de wagen zat breeduit achter het stuur. Een man van rond de 40 met een vetkuif, veter om zijn nek en drapes. Een meer stereotype pooier kon je bijna niet voorstellen. Onze blikken kruisten elkaar en ik zag hem zijn ogen open sperren van verbazing. Ik moest ervan grijnzen en liet hem mijn blinkende tanden zien. Op dat moment kwam er een dame vanuit de club naar de pooiermobiel lopen. Ik denk achteraf dat het bij de verbaasde blik van pimpdaddy was gebleven als zij niet op dat moment naar buiten was gelopen. Maar blijkbaar moest het hier en nu gebeuren dat ik de eerste echt onvriendelijke reactie op mijn nieuwe uiterlijk moest ontvangen. Pimpdaddy vond het blijkbaar nodig om de stoere kerel uit te hangen in het bijzijn van dat meisje dat waarschijnlijk een van de hoertjes was die voor hem werkte.

“Kukeleku!!” riep hij. “Kijk nou; wat een lekker kippetje. Dat kippie is nog lekkerderder dan jij Moon”, schreeuwde hij naar het hoertje, die me aankeek en me niet eens onvriendelijk toelachte. Pimpdaddy ging echter door met beledigingen schreeuwen en dat deed hij net iets te lang. Ik was al halverwege het zebrapad over de Mathenesserlaan toen hij een opmerking over mijn moeder en opvoeding maakte. De bekende rode waas verscheen voor mijn ogen, angst werd vervangen door woede en ik draaide me om en liep terug richting de pooierbak. “Jij moet nodig wat zeggen over opvoeding, kankerpatser, Fuck you” en ik hield mijn middelvinger voor zijn smoel. Stom genoeg stond ik al iets te dicht bij de wagen van die lul dus toen hij met een zwaai het portier opengooide knalde het tegen mijn rechterknie. De pijn schoot door mijn been en even afgeleid boog ik naar voren om uit een reflex mijn knie vast te pakken. Daarop kreeg ik een keiharde trap in mijn ribbenkast en stortte snakkend naar adem op de grond. Het was dat het hoertje pimpdaddy tegenhield anders had hij me waarschijnlijk helemaal lens geschopt. Zij hield hem tegen totdat ik mijn adem terug vond en met gekwetste trots de straat over wist te steken en om de hoek te verdwijnen.

Vlak om de hoek bleef ik staan totdat de pijn draaglijk werd. Ik bloedde uit een schram op mijn pols die ik aan mijn val over had gehouden. Ik zwoer wraak op die hufter. Vechtend tegen de tranen, trillend van machteloze woede en vloekend liep ik naar huis en toen het ook nog begon te regenen en het regenwater zich met de zeep van mijn kam vermengde en in mijn ogen begon te brandden voelde ik me behoorlijk zielig en in de zeik gezet. Ook bedacht ik me dat ik een verdedigingswapen aan moest schaffen tegen lui als die pooier, want ik had er geen trek in om vaker in elkaar geslagen te worden. En ik moest een alternatief voor zeep vinden om de kam omhoog te houden want rooie oogjes door de sop was natuurlijk geen porum.

klik hier voor deel 3

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Dit is het tweede stukje dat ik online zet. Enjoy…

In de tussentijd was iedereen op school alweer gewend geraakt aan mijn nieuwe uiterlijk.

Leren jassen met slogans en bandnamen waren nog steeds leuk, maar het korte geblondeerde kapsel begon me al gauw de keel uit te hangen. Dat was veel te gewoontjes. Daarbij was de helft van de school helemaal dol op The Police en die droegen dat kapsel ook.

Drie maanden later was mijn haar weer wat langer, met de geblondeerde lokken flink uitgegroeid. Ik zat op een avond bij Vincent om mijn haar zwart te laten verven en ondertussen, tijdens de inwerktijd van de verf, plaatjes op cassettes op te nemen. Vincent struinde elke week diverse platenzaken af op zoek naar nieuwe singles en lp’s dus had ik altijd genoeg keuze om een cassette van 90 minuten aan nieuwe muziek op te nemen.

Nu had ik al een tijdje een plannetje, maar ik moest nog even de consequenties van die actie overdenken. Wat ik wilde zou niet alleen alle leraren, de directie en de leerlingen op school in de gordijnen jagen, maar ook mijn ouders. Ik wilde een hanenkam! Ik zou de allereerste gast in Rotterdam met een hanenkam worden. Ik kende wel een meisje die een kam had gehad, maar die was al een tijdje niet meer in Rotterdam gesignaleerd. Waarschijnlijk was ze, zoals zo velen, vertrokken naar de kraakscene in Amsterdam. Verder had ik in Eksit een meisje gezien die een soort paarse pauwenkam had; dus overdwars over haar hoofd. Een prachtig gezicht was dat by the way… Maar de jongens droegen allemaal kort stekelhaar en de favoriete kleur was zwart. Een zwarte kam was dus wel zo origineel.

Voordat ik het wist flapte ik mijn voornemen eruit. Vincent keek me met glanzende ogen aan. “Ik heb wat voor jouwwwww”zei hij op zijn karakteristieke manier. Vincent had de neiging woorden heel lang uit te rekken als iets hem opwond.

Vincent liep de kamer uit en kwam terug met een doosje in zijn hand. “Taddaaaaaa”zei hij en liet een tondeuse zien. Die was natuurlijk van zijn moeder want die schoor haar hoofd ook altijd bijna kaal. “Kom hier met die kop; hiermee is het zo gepiept” zei Vincent. Ik aarzelde echter ineens bij het idee dat ik morgen weer een week bij mijn moeder en haar nieuwe vriend moest intrekken. “Verf het nou eerst maar gewoon, die kam komt nog wel zei ik”. “Schijtert” riep Vincent, je gaat nu die kam nemen anders ben je… Hij bleef even steken. “Chicken”? Probeerde ik met een grapje het ijs te breken. “Wat bedoel je?” vroeg Vincent. Ik was even vergeten dat Vincent weigerde om niet Nederlandse woorden in zijn vocabulaire op te nemen. ( het woord vocabulaire zou hij dus ook nooit en te nimmer gebruikt hebben.) “Laat maar” zei ik dus. Ik ging met mijn rug naar Vincent zitten en deed de handdoek die ik al voor het verven klaar had gelegd om mijn schouders. Vincent stopte de stekker in het stopcontact en klikte de tondeuse aan. Een niet onplezierige trilling zoemde achter mijn oor en de tondeuse raakte mijn nek. Vincent bewoog het apparaat omhoog, maar voorbij mijn nekhaar waar de echte inplant begon was mijn haar volledig dicht gesmeerd met zeep om het omhoog te houden. De tondeuse beet zich erin vast en ik kreeg een gevoel alsof Vincent mijn scalp eraf probeerde te rukken. “Stop” schreeuwde ik, maar de tondeuse kwam niet zo gemakkelijk los. Talloze haren werden op een wel erg kordate manier uit mijn hoofd gerukt voordat de tondeuse weer los kwam.

Ik spoelde mijn haar eerst uit, daarna moesten we wachten totdat het droog genoeg was om de tondeuse weer veilig te kunnen gebruiken. Dat gaf me nog wat extra bedenktijd. Ik wist dat het morgen een moeilijke dag zou worden want dit kapsel zou me de hele dag op de meest uiteenlopende afkeurende reacties gaan opleveren. Maar terwijl mijn haar droogde sloeg mijn vrees om in anticipatie. Ik wist ook van mezelf dat als ik die kam niet vandaag zou laten scheren ik er aan zou blijven denken totdat ik me een mietje zou voelen. Mijn haar was alleen nog niet lang genoeg om een echt mooie dunne kam neer te zetten dus het zou een soort Taxidriver kam moeten worden. “Are you talking to me?” was natuurlijk een prachtige slagzin om morgen op school te gebruiken tegen de eerste de beste sukkel die iets over mijn nieuwe kapsel zou durven zeggen. Ik zat zo nog door te mijmeren toen Vincent plotseling de tondeuse weer op mijn hoofd zette en in een beweging een grote baan haar wegschoor. “Kijk je een beetje uit dat je het midden laat zitten, zei ik verschrikt. Ik heb geen zin om morgen erbij te lopen als een skinhead, OK?”. “Skinhead! Leuk idee” zei Vincent. Het was dat ik op tijd mijn hoofd weg trok anders had hij expres een baan midden over mijn hoofd weggeschoren. “Hé kappen” schreeuwde ik naar Vincent. Nu vertrouw ik je niet meer, ik scheer de rest zelf wel.” “Ik dacht het niet, zei Vincent. Mijn tondeuse en mijn kunstwerk…”

-“Wat bedoel je nou met kunstwerk? Een kam kan iedereen maken”.

- “Ik was anders iets heel speciaals van plan” zei Vincent.

- “Een kale kop is nog makkelijker” beet ik hem toe.

- “Dat bedoelde ik niet” zei Vincent. Ik ga er echt iets moois van maken.”

- “Ik wil een hanenkam en verder niks”, zei ik.

-“Die krijg je van me” zei Vincent, maar ik wilde er nog iets extra’s doen”. Hij pakte twee mallen en een stift erbij. De mallen waren een krakersteken (een cirkel met en bliksem straal erdoorheen) en een radio-actief teken. Hij wuifde de spullen voor mijn gezicht en zei dat hij met de stift de mallen zou aftekenen nadat hij met de tondeuse mijn haar naast de kam zo kort mogelijk had gemaakt en hij ze dan met een mesje uit zou scheren. Ik wist dat het toch geen zin had om hem van dat idee af te brengen en dat, mocht het mislukken, we alles gemakkelijk alsnog weg konden scheren. Dus met een korte handbeweging liet ik mijn instemming blijken en Vincent ging aan de slag.

De vibraties van de tondeuse deden mijn zenuwen op een prettige manier tintelen. De lokken half geblondeerd haar vielen op mijn schouders en ik kon het niet laten om elke verse gekortwiekte baan op mijn hoofd te betasten.

Nadat de twee zijkanten van mijn hoofd gedaan waren pakte Vincent de mallen en tekende met een rode stift de stukken haar af die bij het scheren gespaard moesten blijven. Daarna smeerde haar mijn hoofd in met scheerschuim uit zo’n ‘old spice’ potje daarbij zorgend dat de afgetekende plekken zo weinig mogelijk schuim ingezeept werden.

“Daar gaat ie” jubelde Vincent toen hij uiteindelijk het mes op mijn hoofdhuid kon zetten. Centimeter bij centimeter werd mijn schedel van haar ontdaan. Ik heb echt dik haar dus Vincent moest elk plekje drie of vier keer behandelen voordat al het haar echt verdwenen was. ER zat helaas een ontsmettingsmiddel in het schuim wat we gebruikten en dat prikte als de hel op mijn geteisterde kop. Na een kwartier begon ik echt genoeg te krijgen van het stilzitten en de voortdurende pijn, maar we waren niet eens klaar met de linkerkant van mijn hoofd. Ik had het gevoel dat mijn kop onder de diepe krassen van het mes zat. Vooral de tekens die uitgespaard moesten worden waren lastig. Het leek wel of Vincent de haartjes daar één voor één aan het wegscheren was. En hoe vaker hij hetzelfde stuk huid met het mes behandelde hoe meer het schuim ging prikken. Ik begon steeds meer met mijn kont te draaien op de stoel tot ongenoegen van Vincent die af en toe een pets op de al kale gedeeltes van mijn hoofd gaf om me tot kalmte te manen. Ik besloot dat als ik die kale kop zou houden ik voortaan een elektrisch scheerapparaat zou gaan gebruiken; dat leek me makkelijker en die behandeling kon ik ten minste bij mezelf doen. Maar of ik überhaupt lang met die kam zou gaan lopen was nog te bezien. Het moest allemaal niet te bewerkelijk worden en ik zat mezelf natuurlijk ook nog steeds af te vragen of ik de reacties op dit kapsel wel zou trekken.

Na ruim twee uur op de stoel was Vincent eindelijk tevreden en opgelucht stak ik mijn hoofd onder de kraan om de resten scheerschuim en haar weg te spoelen. Het resultaat zag er opmerkelijk goed uit; er was geen spoortje van enige verwondingen te zien. Mijn hoofdhuid was wel een beetje rood aangelopen; waarschijnlijk door dat stomme ouwe lullen scheerschuim dat we gebruikt hadden. Het radioactief teken en de krakersbliksem zagen er ook mooi scherp afgetekend uit; zoiets kon je wel aan Vincent overlaten. Ik kon niet van de kale hoofdhuid afblijven. Het voelde zo vreemd en zo lekker om op plaatsen waar je, zo lang je het kon heugen, haar hebt gevoeld opeens kaal te zijn.

Het was intussen al na twaalven en omdat ik de volgende dag naar school moest sloop ik over het dak terug naar huis en ging ik naar bed. Ik heb die nacht niet veel geslapen. Morgen zou een moeilijke dag worden. De eerste, maar zeker niet de ergste hindernis was mijn vader. Dan de straat. School zou leuk worden vergeleken met de straat. Die avond zou mijn moeder me met de auto komen halen omdat ik die week bij haar en haar vriend zou wonen en ik zo gemakkelijk al mijn schoolboeken in één keer mee kon nemen. Dat zou de moeilijkste worden.

picture by Banksy

To me it feels like people all over the western world have surrendered to the economical crisis. They have surrendered because there seems to be no way any of our governments can do anything to contain the power of the financial institutions that caused this crisis. These banks, hedge funds etc, may have even caused it willingly and premeditated. And if so this may well be seen as an attempt to overthrow democracy.

Ever since the Reagan and Thatcher administrations in the US and UK were voted in, these institutions have seen their power grow in an ever increasing rate. Now these institutions have become so powerful they can keep our government hostage and make them do as they please. Their demand is ‘jump through our hoop; deflate the size of government, the influence of your voters, break the unions and surrender your rights as workers.’

All my life I hear people around me say that democracy is just a farce and that the real powers exclusively belongs to the rich and powerful. These fat cats always have their way in the end, at the cost of the common man. I had a gut feeling that might be right but somehow I refused to believe it, tried not to believe it.

But what’s the long term gain here? What do these people want? In the end it’s people who plan and execute these schemes, not some monster robot or something (at least I hope so…). Did they look at China with their mouths watering? Will authoritarian capitalism replace democracy? Do they want to create an ant farm where people just forget about the pursuit of their personal happiness, to forget about freedom? It may well be, since these institutions don’t feel a need to comply to the wishes of society as a whole anymore; they grew so far above the rest of us, this social elite.

But who do these people think they are? How on earth do they derive any happiness in destroying the happiness of others, in making the bulk of people into slaves again?

But even more important; do they really think they can get away with it? Do they really think we all dozed off behind our TV and computer screens, mesmerized by their ever increasing flow of commercials, unaware, sleep walking? Is there anyone in the USA who doesn’t have family or acquaintances who lost their houses? Is there anyone here in Holland who doesn’t know that it’s almost impossible to get a job with an indefinite contract anymore? And without such a job it’s not possible to even buy a house? Is there anyone who is not aware government downsize only benefits these same financial institutions, the insurance companies, banks and big corporations in expense of our rights?

I used to live in a country where people had a sense of solidarity, where people actually had a say in how this country was governed, where health insurance was almost free, where people cared about their cultural heritage, where children had access to good education and were not put into mammoth sized learning institutions, where people could stop working at the age of 58 making way for the younger generation.

And sure there were people who took an unfair advantage of these benefits, but aren’t those people the same kind who try to deprive us of everything good society gained in terms of social care? I really don’t care if these people call themselves left or right wing; vultures and  profiteers always come from all directions.

The most important question is what can we, common people, do to stop these capitalist whores in their tracks? Well what about this one:  what if we, the people start to refuse money that comes from workers in the financial sector? I don’t mean clerks or tellers, but the boys at the top who make the millions in bonuses. What if we just bluntly refuse to take their money saying YOUR MONEY IS NO GOOD. Your money is no good because it’s deprived from people who lost their homes, their jobs, and their livelihood. So I won’t clean your house, drive your car, protect you or aid you in any way nor will I sell you anything out of my shop. You made your choice to lie, cheat and steal your way to the top but now comes the time we as the masses have to stop you.

Sure there will be people who are still willing to be your slave and serve you, but what if we start refusing to serve those people also?  How long are you going to last? How long will it take before you learn the valuable lesson that you simply need us and you need us to be willing to aid you; you can’t force us. You can’t just kill us all…

It may sound a little bit naive and a bit like like the “what if they declare a war and nobody shows up to fight it” kind of thing, but still this might work. It will at least send a powerful signal that says NO MORE and says it in a non violent way.

And yes; you may laugh at my thoughts and dismiss them. But consider this: why would a man like Warren Buffet, who is rich and, as far as I know, also very smart, offer to start paying more taxes? Don’t you think he has considered that it may not take too long before the people, who until now always held the rich in high esteem, turn around 180 degrees and start seeing the rich and their greed as a problem that has to be tackled, because they stand in the way of us pursuing our happiness? Sure he has! And since he’s smart he knows that it’s better to pay a bit more in order to help solve this crisis and keep the high esteem intact. Better give in than to hold on to an amount of money he won’t be able to spend in two dozen lifetimes anyway.

To be the rich guy amongst too many poor; where the fun in that?

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

T-shirts maak je gewoon zelf

Spuiten

Vincent was twee jaar jonger dan ik en zat bij mijn zus op school. Hij zat op de IVO; een Montessori Mavo. Vincent werd net iets eerder punk en op een of andere manier zag hij er ook altijd wat cooler uit dan ik. Ik deed zo mijn best om er heftig uit te zien. Met spikes, leer, een half stuk zeep in mijn haar om de haarpieken mooi omhoog te houden en slogans en bandnamen op mijn jas getekend. Maar Vincent deed niets van dat alles en zag er toch altijd raarder, uit dan ik. Hij was geen stereotype punk. Hij straalde in alles originaliteit uit.

Vincent had half lang haar; daar zag je bijna nooit andere punks mee lopen. Als hij zich zo in Eksit zou laten zien zouden ze hem een hippie noemen en hem ofwel negeren of voor zijn bek slaan, dacht ik. Hij had zijn haar wel geblondeerd en daarna groen geverfd. Maar die kleur hield hij niet goed bij want na een paar weken begon het eruit te zien als een groot schimmelnest. Hij had ook altijd dezelfde broek aan; een gifgroene broek die hij ooit van zijn moeder had gekregen. Waarschijnlijk gekocht bij ‘the Swindle’, op de Gaffelstraat (later verhuisd naar de Nieuwe Binnenweg en nog altijd bekend als The Black Widow.) Nadat hij die broek van zijn moeder gekregen had heeft hij hem aangetrokken en nooit meer uitgedaan. Het resultaat was een broek die op een bizarre, heel natuurlijke manier ging desintegreren. Ik maakte vaak zelf gaten in mijn kleren, maar Vincent had zo zijn eigen manier. De broek werd na verloop van tijd ook keihard van al het opgeslagen vuil en ging niet scheuren, maar breken. Vooral de bilpartij had daar last van en het duurde dan ook niet echt lang voordat Vincent ’s onderbroek te zien was. Het kon hem werkelijk geen reet schelen wat mensen daarover zeiden of dachten.

Uiteraard kwam ook hij al gauw in aanraking met de autoriteiten. De directeur van zijn school belde Vincents moeder met de mededeling dat Vincent niet meer in zijn beroemde broek op school mocht komen, maar voortaan alleen ‘fatsoenlijk’ gekleed naar binnen mocht, waarop Vincent het vertikte om nog op school te verschijnen. Dat ging een paar maanden goed, totdat de onderwijsinspectie door de IVO op de hoogte werd gesteld en er opeens leerplichtambtenaren bij Vincents moeder op de stoep stonden. Nu was zijn moeder een doorgewinterde activiste die in het vrouwenhuis werkte. Daarom kwamen die ambtenaren ook nooit verder dan de stoep. Omdat ik vier huizen verder woonde en mijn kamer zich op de bovenste verdieping bevond kwam Vincent op dat soort momenten vaak even over het dak aanwaaien voor het geval er een huiszoekingsbevel tevoorschijn kwam en zijn moeder onder dreiging van politiegeweld gedwongen zou worden die lui binnen te laten. Een bevel alleen, zonder hardhandig ingrijpen van de kit zou waarschijnlijk alsnog niet genoeg zijn geweest om voorbij Vincents moeder te komen. Die vrouw was een keiharde en ik vond haar ronduit onaardig. Mannen keek ze nooit in de ogen. Een paar jaar voordat Vincent punk werd had ze van de ene dag op de andere Vincents vader het huis uit gezet en was ze met een vriendin samen gaan wonen. Die man is er volgens mij helemaal aan onderdoor gegaan want ik zag hem daarna nog vaak voor de deur van het huis staan om te proberen zijn kinderen te zien te krijgen. Maar ook Vincent zijn vader kwam niet verder dan de stoep.

Als Vincent, tijdens een bezoek van de onderwijs inspectie, via het dak bij mij wilde schuilen, stampte hij op het dak boven mijn kamer om te laten horen dat hij naar binnen wilde. Het kwam wel eens voor dat ik op zo’n moment niet op mijn kamer was. Dan zat ik beneden tv te kijken of zat ik bij Dirk of andere vrienden. Dan stampte hij heel hard en lang voordat hij het opgaf. Dat heeft ons nog eens een heftige lekkage opgeleverd, want het was een plat dak met van dat teerpapier en kiezels erop en het was eigenlijk niet de bedoeling erop te lopen, laat staan erop te gaan staan stampen. Mijn vader heeft dat dak toen zelf gerepareerd endaarna drie weken aan mijn kop lopen zeiken over hoe die lekkage ontstaan zou kunnen zijn. Natuurlijk wist hij best dat Vincent over het dak naar binnen kwam, maar hij wilde dat ik alles altijd eerlijk  aan hem vertelde, hoe pijnlijk de situatie ook was. Maar geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om hem wat dat betreft zijn zin te geven. Eerlijk zijn was iets voor hippies!

Sinds zijn weigering nog langer naar school te gaan besteedde Vincent zijn dagen met het maken van kleding; vooral T-shirts, en het snijden van spuitmallen. Daarmee verspreidde hij overal door de buurt graffiti. Dat hij daar nooit voor gepakt is een wonder, want hoe dichter bij zijn huisdeur hoe meer van zijn spuitsels er te zien waren. Ze stonden echt overal, die rare mallen van hem. Hij sneed meestal foto’s van het koningshuis of politici tot stencils. Verder zaten er nooit echte statements bij. Hij gebruikte nooit letters. Misschien is hij daarom ook nooit gepakt, want zijn graffiti had in theorie ook van een grote fan van het koningshuis of Hans Wiegel en Van Agt kunnen zijn.

Ik maakte zelf ook mallen en gebruikte juist bijna uitsluitend letters. Mijn vader had een heleboel soorten kistletters op zijn atelier. Hij had zelfs die met dat Belgische lettertype die Crass voor al hun artwork op LP’s en singles gebruikte. Toen ik die ontdekte had ik ze natuurlijk meteen in beslag genomen. Voor mijn vader waren het een soort hebbedingetjes en hij gebruikte die kistletters nooit, dus mistte hij ze ook niet toen ze uit zijn atelier verdwenen. Zoals zoveel andere spullen. Ik wist wat hij zou missen en wat niet, want ik wist precies wat hij voor zijn werk nodig had. Hij vond het ook wel best dat hij mijn creativiteit op deze manier stimuleerde. Ik had zijn tekentalent absoluut niet van hem geërfd, maar ik had wel talent voor het maken van slogans en collages.

Het liefste zaaide ik verwarring en de slogan dat ik het meest gebruikte was ‘I Hate Everything’. Daarmee spoot ik vooral mijn eigen kleding en jassen vol en soms die van vrienden. Ik vond het zonde om dure spuitbussen te verspillen aan muren of stoeptegels. Vincent had dat probleem niet; die jatte zijn spuitbussen.

Ik heb een paar keer geprobeerd om spuitbussen te gappen. Maar zodra ik een willekeurige winkel binnenkwam hijgde er altijd meteen een winkelbediende in mijn nek. Dat deed me afvragen hoe Vincent dit soort dingen voor elkaar kreeg, want hij zag er minstens zo opvallend uit als ik. Als punker werd je overal hinderlijk in de gaten gehouden. Op straat door de kit en in winkels door overijverig personeel.

Toen ik hem vroeg hoe hij dat nou steeds flikte, nam hij me mee naar de winkel en liet het me zien. Vincent nam een vuilniszak vol lege spuitbussen mee. Hij had die bussen allemaal goed schoon gemaakt zodat er geen verfresten op de etiketten zaten. Het eerste wat hij deed toen hij de winkel binnenkwam was naar de toonbank lopen om de baas van de zaak luidkeels te begroeten: “hey ouwe lijmsnuiver!” riep hij en de baas keek naar hem alsof er een goede vriend binnenkwam en begroette Vincent vrolijk met “het groene gevaar is er weer!”. Vincent praatte een tijdje over ditjes en datjes met de baas van de winkel terwijl ik op enige afstand bleef wachten en toekeek. Ik vond die man van de verfwinkel niet aardig en ik was ook niet van plan om te gaan slijmen. Vincent wist door zijn charme, zelfs met mensen bij wie je een soort natuurlijke aversie tegen freaks zoals wij bespeurde, contact te leggen en hen voor zich te winnen. Om ze vervolgens, wanneer dat zo uitkwam, verschrikkelijk te naaien.

Na een tijdje met hem geouwehoerd te hebben vroeg Vincent de baas van de verfwinkel of er nog spuitbussen met nieuwe kleuren  binnen waren gekomen. Dat wist de baas niet uit zijn hoofd en Vincent zei hem dat hij wel even ging kijken wat er aan nieuws in de winkel stond. “Ik heb vandaag al heel wat speciale kleuren op de kop getikt”, zei Vincent, wijzend op zijn vuilniszak en hij liep naar de kast waar de spuitbussen opgesteld stonden. De telefoon van de zaak ging op dat moment en de baas was al snel verwikkeld in wat duidelijk een ingewikkeld gesprek was, want hij nam er allerlei catalogussen bij waar hij lang in moest bladeren. Intussen zag ik Vincent kalmpjes spuitbussen in zijn vuilniszak laden die hij vervolgens verving door lege exemplaren. Zo verving hij alle oude bussen door nieuwe om daarna langs de toonbank te lopen, de mazzel te schreeuwen naar de, door hem even van zijn telefoontje afgeleide, baas. Om vervolgens dood gemoederd de zaak te verlaten.

“Je maakt mij niet wijs dat je dat elke keer op deze manier flikt, man”, beet ik hem toe

“Doe ik ook niet; ik verzin steeds een nieuwe”, zei hij.

“Je had wel enorm veel mazzel dat die vent dat telefoontje net op het goede moment kreeg”.

“Hoezo, mazzel? Dat was mijn moeder aan de andere kant van de lijn” zei Vincent.

“Pleur op! Hoe krijg jij in Jezus’ naam je moeder zover dat ze je helpt om die spuitbussen te jatten?” vroeg ik.

“Makkelijk zat, zei Vincent; ze helpt mee om ze te jatten of ze moet ze betalen. Ik kan niet zonder die spuitbussen werken dus ze heeft weinig keus”.

“Wat doe je dan als je geen spuitbussen krijgt vroeg ik”.

“Dan word ik heel vervelend zei Vincent ernstig”

Ik geloofde hem.

Ongehoord had vanavond voor het eerst gasten in de studio: Rats on Rafts; een Rotterdamse Nu Wave band en momenteel zonder twijfel de beste band uit de Rotterdamse scene.

De show bestaat uit een lang interview met natuurlijk veel nummers van de LP van Rats On Rafts genaamd ”The Moon is Big’ die op vrijdag 22 september uitkomt op Subroutine records.

Rats On Rafts zijn ook te gast in the VIP lounge waarin de band veel muziek laat horen die invloed op hun sound is geweest of die ze gewoon leuk vinden om te laten horen.

Luister Ongehoord klik hier:  ongehoord 20

Programma: Ongehoord

Centrum radio

Playlist 20: Rats on Rafts special

Presentatie: Leen Steen

Producer: Frans de Groot

lalalala  – Rats On Rafts

Athlete Cured -The Fall

At Home He’s A Tourist – Gang of Four

Patient  – Rats On Rafts

Menopause Man – Ariel Pink’s Haunted Graffiti

God Is Dead – Rats On Rafts

Dogs – Christian Death

The Moon Is Big – Rats On Rafts

Moonlight Motel – Gun Glub

Blank Generation  – Richard Hell & The Voidoids

Plastic Plaster   – Rats On Rafts

Luister de VIP Lounge klik hier: VIP Lounge 20

Met o.a.:

Digital Leather, Minny Pops, Siouxsie & The Banshees, The Birthday Party, Jay Reatard, Devo, Feederz, Red Kross, Joy Division, Lushus

Barbara’s, De Brassers en nog veel meer. Enjoy…

Check hier de officiële video van lalalala van Rats on Rafts

Nowadays, like most of my friends and acquaintances, I almost exclusively play music on my computer. I do play old records from time to time but mostly music I haven’t been able to find in a digital format; most of these records are obscure punk albums. Limited issues that somehow, very often totally undeserved, were forgotten and never reissued on CD.

I never cared for CD’s. First of all most new albums on CD are too long to survive my attention span. I rarely have enough patience to sit and listen to the same artist for over an hour. As soon as I hear a song on an album that isn’t just as good or better than the ones I heard earlier, the CD gets ejected. Maybe it’s because I grew up with records that contained no more than 20 to 25 minutes of music on either side. I still wonder if musicians are pleased with the extra play time CD’s provide. I think not, judging the endless row of bad or redundant songs that appear on albums today. To me it’s just another sign the marketing departments of record companies have gained too much power over producers and artists. More music for your buck instead of more quality. That’s definitely a good example of how bad marketing is ruining the music industry. Long length CD’s are OK for compilation albums or ‘best of albums’ of artists who had a career with a live span of over three decades. As far as I’m concerned 45 minutes will absolutely do for any new album.

Another thing that was so nice with vinyl was the two sides of the record. I tended to play one side for the first couple of weeks/months before I started to devour the second side. It was an absolute pleasure to start to digest 3 to 6 more songs of a really good album.

Typically a real good record didn’t catch on instantly. Records that digested easily were also the ones first discarded. (Been there, done that, heard it, had enough.) It’s the records that needed a lot of chewing, before the flavour caught on, that ultimately survived. And I don’t compare listening to music with eating for no reason.

Not surprisingly the records I still play today took a long time to catch on, but after they did they stayed with me forever. Butthole Surfers, first three albums (especially ‘psychic, powerless; another man’s sack’) , The first two The Birthday party albums, ‘In the flat fields’ by Bauhaus, Damaged by Black Flag, Dead Kennedys first three albums, ( including  ‘In God We Trust’, which was an EP but still counts as an album to me), Rock for light by Bad Brains (regardless of the shitty production by Ric Occasek) and Base Culture by UK reggae artist Linton Kwesi Johnson, just to name a few.

LP’s kept their flavor a very long time. Of course that comes with the territory when you’re young and more easily impressed, but I still play a lot of those records regularly. I never play CD’s anymore… Like most people who grew up with LP’s I hate the small artwork of CD’s, jewel cases and CD booklets. CD’s being indestructible soon proved a marketing myth. CD’s were the ritual suicide of the record industry.

Digital music was a sad business until programs like I-tunes made listening to music on the computer like listening to an extended radio show with a DJ that doesn’t chat and exclusively plays good songs. Off course one needs to hook up the computer to the old stereo so one can enjoy listening through a good set of speakers since most speakers for computers just won’t do, but that’s obvious.

Now I don’t care about the lesser songs on CD’s; I delete them. Now I don’t care about the length of CD’s since I only play music on random mode, so I hear albums song by song. When I want to hear new music I choose the recently added section of my I-tunes.

I tag songs that catch my attention with one star and tag my favourite songs with two to five stars. It’s silly, but I love doing that.

In case you’re wondering; I don’t buy CD’s; I rent them at the music library or I download them. That keeps my house tidy and clearly arranged.

But now I finally get to my point: recently it started to occur to me that my computer has a strange tendency to choose songs that go with my mood almost perfectly. Note that my I-tunes library has almost all genres of music from classical music to jazz and soul to new wave, punk rock and extreme death/black metal.

At first it seemed the computer choose music depending on the song I chose to start with. But that’s not the case since it tends to choose songs I definitely would not have chosen because of certain moods I’m in. I’m talking about moods I don’t want to emphasize at a particular moments. I need to work and not get distracted by my mood too much. I know times when I’m just too much in love to hear certain love songs, but the computer plays them one after the other. Resulting in a mushy me. Crying over, you know; the little things. It doesn’t matter if I choose Slayer as the starting song; the next one the computer chooses will be a crooner. It really seems the computer is teasing me with my mood and makes me experience the emotions I tend to put aside.

Only yesterday I started with ‘I fought the law and I won’ by Dead Kennedys; next choice by the computer: ‘Je taime moi non plus’ by Gainsbourg. That was too much to handle so I changed it into Dayglo Abortions with ‘Aargh fuck kill’. But the next song that came on was by Einsturzende Neubauten: Jet’m; a song with a melody that strangely resembles the Gainsbourg song I just discarded, it holds almost the same keyboard line. Aaargh.

So I switched to a another play mode. The computer could choose punk rock only. So it started playing a lot of Buzzcocks, Descendents and more punk love songs. Songs that are rare in the genre but it choose them all. It’s a bit scary and it’s probably an illusion, but still…

Zoals veel van mijn vrienden en kennissen draai ik mijn muziek al een paar jaar bijna alleen muziek via de computer. Ik heb nooit warme gevoelens over CD’s gehad. Cd’s zijn allereerst standaard té lang. Ik heb zelden het geduld om een uur of meer naar een en dezelfde groep of artiest te luisteren. Misschien omdat ik ben opgegroeid met plaatkanten die niet langer dan ongeveer 20 minuten duurden.  Ik vraag me nog steeds af of muzikanten blij moeten zijn met de twee maal zo lange ruimte die een CD ten opzichtte van een LP biedt. CD’s worden veel te vaak vol gepleurd met overbodige versies van nummers die al eerder op dezelfde cd voorbij kwamen. Nóg erger is als een artiest ook songs die duidelijk een stuk minder goed zijn dan de rest van het album toch op een CD plaatsen. Hier hebben de marketing jongens waarschijnlijk een veel grote vinger in de pap;  hoe meer muziek hoe meer de CD waard is denken die. Dat kwaliteit bij de meeste muziekliefhebbers ver voor kwantiteit komt is niet aan deze mensen besteed. CD’s zijn kortom eigenlijk alleen goed voor verzameld werk en best off albums; die kunnen niet lang genoeg zijn.

Ook mis ik het dat je een CD niet zoals een plaat moet omdraaien om de tweede helft te horen. Ik draaide vroeger vaak een hele tijd maar één kant van een plaat. Meestal bleef er na de eerste luisterbeurt een liedje op een van beide zijden van de LP in mijn hoofd hangen en draaide ik de bewuste kant eerst bijna grijs voordat ik de andere kant min of meer herontdekte. Het genoegen om op drie tot zes bijna nooit geluisterde tracks van een favoriete LP te kunnen gaan kauwen was altijd groot. Ik deed in die periode ook altijd lang met LP’s. Soms draaide ik een paar weken lang één LP bijna dagelijks al was het nooit exclusief die ene LP. Ik moest wel wat afwisseling krijgen. Dat heb ik met CD’s maar zelden gedaan.

Ook typisch was dat het meestal juist de LP’s waren waar je niet meteen bij de eerste luisterbeurt iets in hoorde waar je wat mee kon; waar een nummer op stond dat je meteen vaker wilde horen. Dat soort platen waren ook het eerst uitgewerkt. Het waren juist de platen waar je goed op moest kauwen voor je ze kon slikken en verteren die het langst meegingen. Dat zijn niet geheel toevallig ook de platen die ik nu nog steeds draai: De eerste drie LP’s van Butthole Surfers, (met een lichte voorkeur voor psychic, powerless; another man’s sack) , de eerste twee van The Birthdayparty, ‘in the flat fields’ van Bauhaus, Damaged van Black Flag, de eerste drie Dead Kennedys albums, ( ik tel ‘In God We Trust’, wat een EP was, gewoon mee), Rock for light van Bad Brains (ondanks de flutproductie van Ric Occasek) en Base Culture van Linton Kwesi Johnson, om er een paar te noemen.

Maar toen nam de CD het als nieuw muziekformaat over.

De eerste eigenschap waar ik echt van baalde was de afmetingen van de CD en zijn verpakking. Weg waren de prachtige LP hoezen. Het artwork van een LP staat in vergelijking met dat van een CD in verhouding van een schilderij tot een polaroid. Weg waren ook de grote mooie tekstvellen. Ik haat CD boekjes echt hartgrondig; domweg omdat er teveel informatie op een te klein formaat op staat. Wanneer een artiest al zijn teksten en nog wat extra foto’s en/of info erin kwijt wil wordt het boekje zo dik dat je het niet zonder het te beschadigen terug in de jewelcase kan stoppen. Priegelletters lezen is daarbij geen sinecure en uitermate vervelend. Jewelcases zijn ook nog te breekbaar, liggen niet lekker in de hand, en na drie maanden hebben ze zoveel stof aangetrokken dat ze domweg te vies worden om vast te pakken. Digipacks zijn iets beter maar ook die hebben de vervelende neiging om tandjes uit de houder te verliezen waardoor de CD te pas en te onpas uit de verpakking valt.

Ook de mythe dat een CD bijna niet te beschadigen was werd al snel doorgeprikt. Een kras op een LP is vervelend, maar er is meestal nog wel wat aan te doen. Een tik hier en daar heeft zelfs soms wel zijn charme. Maar een beschadigde CD blijft gewoon altijd hangen en je kan de laser niet zoals een naald even wat verder zetten.

Het was dikke droefenis totdat de computer met I-tunes werd uitgerust en op de installatie werd aangesloten. Computer speakers gaan er niet mee door maar mijn goede ouwe JBL speakers zorgen dat zelfs het MP3 formaat best te pruimen is.

Nu maakt het me niet meer uit of een CD mindere nummers bevat want ik draai muziek tegenwoordig bijna altijd in de random-mode en krijg zodoende nieuwe muziek in kleine porties toegediend. Slechte nummers verwijder ik gewoon; vaak al na één luisterbeurt.

Als ik zin heb om alleen nieuwe muziek te horen klik ik op de ‘onlangs toegevoegd’sectie en hoor ik alleen CD’s die ik de afgelopen weken aan mijn bibliotheek heb toegevoegd. Nummers die me opvallen tag ik met één ster zodat ik ze later gemakkelijk terug kan vinden om ze nogmaals te kunnen beluisteren. Mijn favoriete nummers tag ik met meer dan één ster. En ik kan tot vijf sterren gaan!

Maar nu komt het; het valt me de laatste tijd steeds vaker op dat I-tunes de vreemde neiging heeft om in de random-mode precies die muziek te kiezen waar ik voor in de stemming ben. Eerst dacht ik dat het iets te maken had met het nummer dat ik uit moet kiezen om de luistersessie mee te starten. Maar dat klopt toch niet want de computer kiest óók muziek die ik persé niet op dat moment uit zou kiezen. Ik ken van die momenten dat ik me té verliefd, bedroefd, of anderszins week voel en geen behoefte heb aan muziek dat die stemming verergert. I tunes denkt daar echter anders over en kiest op die momenten juist voor de zoetsappige liefdesliedjes, de gebroken harten ballades en de diepzinnige songs die de donkere kant van het bestaan belichten. Het maakt niet uit hoe vaak ik tussentijds een keihard punknummer uitkies; op dat soort momenten verkiest de computer steevast het muziekje dat bij mijn stemming hoort en niet iets dat een stemming moet verjagen. Soms is het gewoon bijna griezelig hoe accuraat de computer kiest. Gisteren nog; ik begin met I fought the law and I won van Dead Kennedys, maar de computer kiest daarna voor ‘Je taime moi non plus’ van Gainsbourg. Dat ging echt te ver. Ik zette hem dus op Dayglo Abortions met ‘Aargh fuck kill’. De volgende keuze van de computer was Einsturzende Neubauten met Jet’m; een nummer met een melodielijn die erg veel op dat Gainsbourg nummer lijkt. En ook nog een nummer waarin me nooit eerder opgevallen was dat de keyboard lijn precies dezelfde is als die van Je Tá ime moi non plus… aaarggh.

Natuurlijk weet ik wel dat het allemaal een illusie is en het toeval gewoon toeslaat, maar toch…

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 232 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: