Navigatie overslaan

Maandelijks archief: november 2011

 In 1983 heb ik optredens gezien van drie van de meest legendarische punk/hardcore bands aller tijden: Black Flag, Bad Brains en M.D.C. Deze drie concerten waren zonder enige twijfel de hoogtepunten in mijn leven als bezoeker van optredens. Nu kom je gemakkelijker onder de indruk van een uitvoering als je nog jong bent, maar bij deze optredens gebeurde er meer dan een band die een goede, gepassioneerde set speelde. Er was een onmiskenbaar een soort magie aanwezig.  Een magie die de bezoekers van deze optredens verleidde tot gedrag dat verder ging dan bewondering voor rocksterren, verder dan vooraan bij het podium los gaan in de pit. Bij deze optredens heb ik mensen gezien die terug keerden naar een soort oerdrift. Mensen in al hun glorie en tegelijk in al hun lelijkheid. Mensen die al hun demonen op de andere aanwezigen, maar ook op zichzelf, los lieten. En ik voelde die drift zelf ook; een bijna onbeschrijfelijke opwinding die een kracht opriep die maakte dat je het een uur of langer in de slampit volhield om op andere lichamen in te beuken, die je aanzette op speakertorens te klimmen en je met doodsverachting in de massa te storten. Die je mee deed brullen en als je de tekst van bepaalde nummers niet kende oerkreten deed slaken totdat je stem kapot was. Een kracht die zorgde dat alle lichamelijke en geestelijke pijn tijdelijk vergeten werd. Tot de volgende morgen natuurlijk, want dan voelde je de blauwe plekken, kneuzingen, missende tanden en gebroken botten wel degelijk. Maar ook op zo’n moment kon je niet anders dan je levend voelen. Levend op een manier waar al die miljarden, voorzichtig door het leven manoeuvrerende, squares  niet eens aan durfden denken.

Het was bijna onmogelijk om in de bus te knokken zonder een van de meiden of anderen, die niets met de ruzie te maken hadden, te raken.  Speedy werd door Aso en March genoeg gekalmeerd om buiten de bus de Goudenaar, die Ad bleek te heten, op te wachten om een eerlijk en open gevecht aan te gaan. Echt eerlijk zou het nooit zijn want Speedy was ongeveer twee keer zo langer en breder dan Ad, maar er kon niet voorbij gegaan worden aan wat die lul geflikt had. We hadden hem en zijn maat gered van de uitzinnige Uithoornse jeugd en dit was de manier waarop hij ons daarvoor bedankte? Dit was voor mij het zoveelste bewijs dat al die kutpoedertjes zoals speed en coke mensen in klootzakken veranderen. Ik kon me eenvoudigweg niet voorstellen dat die Ad zich op dezelfde manier gedragen had als hij niet onder de speed had gezeten. Ik moet erbij zeggen dat Speedy ondanks zijn naam geen gebruiker van poeders was. Hij had zijn naam te danken aan het feit dat hij de snelste drummer van Rotterdam was.

Bijna iedereen liep mee de vluchtstrook op om het gevecht van dichtbij te zien, maar Eviline stond erop mijn gezwollen oog te behandelen. Niet dat het hielp, want ze had niet meer dan wat papieren servetjes en wat spuug bij de hand. Het was haar waarschijnlijk meer om te doen mij te weerhouden om ook te gaan knokken. Dat snapte ik nou net zo min als het gedrag van Ad. Iemand die voor je er op komt houd je toch niet tegen? Sterker nog; waarom sloeg ze er zelf niet op los, het was haar eer die in het geding was.

Buiten werd er trouwens, zo te horen, alles behalve geknokt. Mick nam de rol van de Verenigde naties aan en probeerde de partijen ervan te overtuigen een wapenstilstand te sluiten zodat we van de vluchtstrook af konden. Het was een kwestie van tijd voordat we door een passerende politiewagen gespot zouden worden en het zou heel moeilijk worden uit te leggen waarom onze bus onder de deuken en met een ingeslagen ruit zat. Het zou ook kunnen dat ons nummerbord in Uithoorn gespot was door een agent of een van die disco’s en dan was de kans groot dat we ook nog een brandende kerk in de schoenen geschoven kregen. Dat waren steekhoudende argumenten dus werd er besloten om door te rijden. Ik pleitte er nog zonder succes voor om die Ad hier lekker langs weg achter te laten, maar Mick wilde daar niets van horen. Grommend gaf ik mijn pleidooi op.

Zwijgend vervolgden we de reis naar Gouda. Toen we een half uur later op de parkeerplaats voor het treinstation aankwamen was mijn woede weer gezakt en was ik eigenlijk vooral moe en helemaal klaar met deze nacht. Even leek het erop dat iedereen vergeten was dat er nog wat te verhapstukken viel. Ik zag samen met Eviline de twee Goudenaren weg sneaken en liet het er maar bij. Ad en zijn maat verdwenen in de nacht. We stonden nog wat na te praten en iedereen was voor zich aan het beslissen waar en met wie ze de nacht door wilden brengen. Anar besloot met March mee naar Rotterdam te gaan. Raggel en Died bleven in Gouda. Speedy vroeg opeens waar die Goudse gasten gebleven waren dus vertelde ik hem dat ze er al vandoor waren. Het feit dat die lui zonder een woord van spijt er van tussen waren gegaan deed Speedy zijn woede weer oplaaien.  Raggel en Died wisten dat die twee een paar straten verder in een kraakpand woonden dat gemakkelijk te vinden was. Speedy besloot verhaal te gaan halen. Kikker en Died gingen met hem mee. Died om de weg te wijzen en Kikker waarschijnlijk voor de kick en de Rotterdamse eer. De rest zou op hun terugkeer wachten en daarna zouden we dan uiteindelijk naar Rotterdam rijden. March en Aso hadden geen zin meer in een vervolg van het onderlinge gezeik en de meiden al helemaal niet. Toen het groepje bijna de hoek om was maakte ik me in een opwelling los van Eviline en liep alsnog mee. Ze probeerde het nog uit mijn hoofd te praten door te smeken me er niet mee te bemoeien maar ik vond dat ik het niet kon maken om niet bij de afwikkeling van deze ruzie aanwezig te zijn. Het was allemaal met mij begonnen; ik had die lul van een Ad ook in zijn sop kunnen laten koken en me niets van zijn beledigingen aan kunnen trekken. In de praktijk was dat wat moeilijker gebleken, maar dat was des te meer reden om mee te gaan.

Ik haalde het groepje in en we marcheerden naar het kraakpand. Het pand zag er netjes uit en er stond geen graffiti op de buitenmuur. Er was een kelderverdieping waaruit licht scheen. Twee grote ruiten op beenniveau die niet gebarricadeerd waren. Aan een regenpijp, die tussen de twee ruiten doorliep, stond een fiets met een zware fietsketting op slot. We zouden er langs gelopen zijn als we Died niet bij ons hadden gehad. Speedy belde aan en we zagen een hippie die naar het raam van de kelderverdieping liep. Waarschijnlijk wilde hij ons te woord gaan staan. Maar voordat hij het raam bereikt had gebeurde iets dat achteraf ook duidelijk met speed gebruik te maken had. Nadat Speedy aangebeld had werden de twee Goudse punks door paranoia gegrepen en dachten blijkbaar dat we hun pand aan wilden vallen. Als dat zo was geweest hadden we niet aangebeld maar paranoia is sneller dan denkvermogen. Het verdedigingssysteem van het pand trad in werking. De twee Goudenaren zaten op de zolderverdieping en blijkbaar hadden ze daar de nodige materialen klaar staan om het pand te verdedigen in geval van knokploegen van de eigenaar,  ontruiming door de politie, of andere onvriendelijke acties. Ik weet zeker dat Speedy voor reden vatbaar zou zijn geweest als die Ad de guts had gehad om naar buiten te komen om de zaak uit te praten, maar in plaats daarvan begonnen ze ons vanuit het zolderraam met flessen te bekogelen. De eerste spatte op twee meter afstand van mij op de stoep uit elkaar. Ik keek omhoog en zag een tweede fles, die beter gericht was, recht op mijn hoofd afkomen. In een reflex deed ik een stap opzij maar de fles raakte alsnog mijn linkerarm om daarna rinkelend op de stoep te vallen. De pijn vlijmde door dat ledemaat. Het pand was vier verdiepingen hoog dus de fles had een behoorlijke snelheid gekregen voordat hij mijn arm raakte. De snelheid werd daardoor zodanig gebroken dat de fles zelfs heel bleef nadat hij me had geraakt en rinkelend zijn weg over de straat vervolgde. Ik rende snel een paar meter terug om uit het schootsveld van de flessengooiers te komen. Mijn arm deed vreselijke pijn en ik was bang dat mijn pols of onderarm gebroken was. De zware leren jas die ik aan had bood niet genoeg bescherming tegen een fles  die met vijftig kilometer per uur mijn arm had geraakt. Speedy zag hoe ik geraakt werd en verloor andermaal zijn kalmte. Hij pakte de fiets die voor het kelderraam stond en wierp hem door het raam. De fiets werd door de ketting aan de regenpijp tegengehouden zodat hij de kelder niet in viel. Speedy kon de fiets daardoor terug trekken en nogmaals gooien; dit keer door de andere ruit. Het regende nu flessen op de stoep en Kikker en Died sprongen mijn kant op, weg uit de vuurlinie. Speedy stond te dichtbij het pand om door de flessenregen geraakt te worden maar was verstandig genoeg om zich bij ons te voegen voordat ze boven iets beter gingen mikken. We stonden nog niet buiten het bereik van de flessenregen toen we een politieauto met loeiende sirenes aan hoorden komen. Als je de hermandad nodig het zijn ze in geen velden of wegen te bekennen, maar de reactiesnelheid is altijd enorm hoog als ze je op kunnen pakken. Die pet pakt ons allemaal…

Ik hield het voor gezien en rende terug richting het station. Kikker en Died kwamen me achterna maar stopten toen ze door een schijnwerper uit de politieauto gevangen werden. Ik werd door een blinde paniek gegrepen. Ik wilde kostte wat kost die nacht uit de cel blijven dus rende ik gebogen achter de geparkeerde auto’s door, uit het bereik van de schijnwerper. Ik wist niet of de politie me had gezien. Met mijn knalrood geverfde haren was ik niet moeilijk te ontdekken, maar zover ik wist had de schijnwerper me gemist, maar ik hoorde de sirenes dichterbij komen. Waarschijnlijk hadden de bewoners van het pand,  die de politie hadden gebeld, ons aantal doorgegeven en was de politie op zoek naar aanvaller nummer vier.  Ik kon niets anders bedenken dan zo snel mogelijk naar de bus terug te keren om me onder een van de achterbanken te verbergen.

De rest van ons groepje stond nog in de buurt van de bus te wachten toen ik tussen ze door schoot en met een snoekduik onder de tweede achterbank verdween. Ik had geen tijd om de deur achter me te sluiten en hoopte er maar het beste van. Ik hoorde de politieauto bij ons groepje stoppen. Er werd wat heen en weer gepraat en ik hoopte vurig dat de politieauto uiteindelijk weer zou wegrijden. Ik zag het licht van een zaklantaarn door de bus schijnen. De agent in kwestie hoefde alleen maar de tegenwoordigheid van geest te hebben om onder de bank te kijken om me te ontdekken. De moed zonk in mijn schoenen toen ik de lichtstraal onder de bank voor me zag bewegen. Hij checkte inderdaad onder de banken. Net toen ik besloot me maar over te geven verdween de lichtbundel uit de bus. Net op tijd hield ik me in te bewegen. Opgelucht hoorde ik de politiewagen een paar minuten later vertrekken. Blijkbaar hadden de agenten geen vraagtekens geplaatst bij de staat van de bus met al zijn deuken en de kapotte achterruit. Misschien dachten ze dat dat ook punk was. Eveline waarschuwde vanuit de hoek van haar mond me niet te bewegen voordat de politiewagen om de hoek was verdwenen. Uiteindelijk kwam ik tevoorschijn om te ontdekken dat ze in plaats van mij March hadden gearresteerd. Hij had een rode commando muts op tegen de decemberkou en dat leek genoeg op mijn rode haar om hem als verdachte aan te merken. Dat verklaarde waarom de agent de bus niet verder had doorzocht. Mick besloot langs het politiebureau te rijden om te proberen March vrij te krijgen. Er konden vijf man getuigen dat hij niets met de aanval op het pand te maken had. Mijn vrienden gingen het politiebureau binnen. Ik hield me andermaal verborgen en hoopte dat de politie niet zou besluiten om iedereen maar preventief de hele nacht op te sluiten. In dat geval zat ik hier mooi vast en zou het moeilijk worden om vanuit de bus naar het station te ontsnappen zodat ik daar de trein kon nemen. De groep kwam een kwartier later vloekend terug. Het was niet gelukt March vrij te krijgen. Ik suggereerde dat ze hem wellicht wel vrij zouden laten als ik me aan zou geven maar na onderling overleg werd besloten dat de kans dat ze March dan alsnog niet zouden laten gaan te groot was. De politie had gezegd dat alle arrestanten de hele nacht vast zouden blijven zitten om pas na verhoor dat in de loop van de volgende dag plaats zou vinden vrij gelaten te worden.

We reden met een paar illusies minder over de solidariteit onder punks  terug naar Rotterdam.

Twee weken later ontving ik een bevel van de Goudse politie voor een verhoor. Het duurde bijna twee uur voordat de dienstdoende brigadier genoegen nam met mijn verklaring dat ik nadat ik door de fles geraakt was niets meer had gezien of gehoord van de aanval op het pand. Mijn arm was nog altijd flink gekneusd door de fles die hem geraakt had en dat zette mijn verklaring wel wat kracht bij. Het was vooral moeilijk hem te overtuigen dat we onder elkaar achteraf geen woord meer over het incident hadden gerept. Ik probeerde hem wijs te maken dat het een ongeschreven code onder punks was om dit soort incidenten nooit meer op te rakelen. Op die manier beschermden we elkaar voor repercussies.

Speedy, Kikker en Died werden later aangeklaagd voor openbare geweldpleging. Alleen Kikker kwam op de rechtszitting opdagen. Ik zat ook in de rechtszaal maar maakte me niet bekend toen de rechter vroeg of ik aanwezig was. Achteraf hoorde ik dat dit uitgelegd kon worden als belediging van het hof. Fijn! Daar wilde ik wel schuldig aan zijn want ik vond persoonlijk dat we niks verkeerds hadden gedaan. Dit was een erekwestie waar justitie zich niet mee te bemoeien had.

Kikker was er van overtuigd dat hij de rechter wel kon overtuigen dat hij niets had gedaan en ook dat hij zichzelf prima zonder advocaat kon verdedigen. Waarschijnlijk vond de rechter dat pedant en veroordeelde hem tot een boete. Hij weigerde te betalen zodat hij uiteindelijk  vijf dagen moest zitten.

Precies tien jaar (!) later werd ik nadat ik op een brommer zonder licht was aangehouden in een cel gezet omdat de dienstdoende agent mijn doopceel lichtte en erachter kwam dat ik bij verstek voor die aanval op dat pand in Gouda veroordeelt was. Een termijn waarin alles behalve moord en doodslag verjaard had moeten zijn.

“  your justice is a lie, and we’re gonna fight untill you die!”  (uit Dead Cops/America is so straight – M.D.C. )

In 1983 heb ik optredens gezien van drie van de meest legendarische punk/hardcore bands aller tijden: Black Flag, Bad Brains en M.D.C. Deze drie concerten waren zonder enige twijfel de hoogtepunten in mijn leven als bezoeker van optredens. Nu kom je gemakkelijker onder de indruk van een uitvoering als je nog jong bent, maar bij deze optredens gebeurde er meer dan een band die een goede, gepassioneerde set speelde. Er was een onmiskenbaar een soort magie aanwezig.  Een magie die de bezoekers van deze optredens verleidde tot gedrag dat verder ging dan bewondering voor rocksterren, verder dan vooraan bij het podium los gaan in de pit. Bij deze optredens heb ik mensen gezien die terug keerden naar een soort oerdrift. Mensen in al hun glorie en tegelijk in al hun lelijkheid. Mensen die al hun demonen op de andere aanwezigen, maar ook op zichzelf, los lieten. En ik voelde die drift zelf ook; een bijna onbeschrijfelijke opwinding die een kracht opriep die maakte dat je het een uur of langer in de slampit volhield om op andere lichamen in te beuken, die je aanzette op speakertorens te klimmen en je met doodsverachting in de massa te storten. Die je mee deed brullen en als je de tekst van bepaalde nummers niet kende oerkreten deed slaken totdat je stem kapot was. Een kracht die zorgde dat alle lichamelijke en geestelijke pijn tijdelijk vergeten werd. Tot de volgende morgen natuurlijk, want dan voelde je de blauwe plekken, kneuzingen, missende tanden en gebroken botten wel degelijk. Maar ook op zo’n moment kon je niet anders dan je levend voelen. Levend op een manier waar al die miljarden, voorzichtig door het leven manoeuvrerende, squares  niet eens aan durfden denken.

M.D.C.  Shiva – Uithoorn vrijdag 23 december 1983 (Deel 3)

Voordat de politie lastige vragen ging stellen over het brandje in de kerk en de vernielingen die daar aangericht waren zagen we tot onze opluchting de meiden samen met Mick en March het parkeerterrein voor Shiva op komen lopen.  Ze hadden duidelijk geen eten bij zich maar we konden hier nu in ieder geval weg, en dat werd tijd ook. We wenkten ze dat ze snel in moesten stappen wijzend naar het tafereel bij de kerk achter ons. Ze hadden meteen door dat het inderdaad beter was om onmiddellijk te vertrekken. Ze begonnen naar de bus te draven en het viel me ineens op dat Eviline en vooral Raggel niet helemaal happy waren en de bus bijna hinkend bereikten. Toen iedereen ingestapt was en Mick de bus startte vroeg ik de meiden waarom ze zo lang weggebleven waren en wat er gebeurd was dat er twee van het groepje hinkend aankwamen. Het duurde even voordat het verhaal eruit kwam want de bus schoot een paar keer met iets te hoge snelheid een bocht om. Het was niet verstandig om via dezelfde weg waarmee we aangekomen waren het terrein te verlaten want dan moesten we langs de fikkende kerk en Mick had geen zin om ook nog eens aangehouden te worden. We hadden voor één avond genoeg avonturen beleefd. Mick koos lukraak de weg langs Shiva die door het dorp liep op zoek naar een andere oprit voor de snelweg.

De meiden vertelden hun verhaal terwijl we door het dorp reden. Ze hadden uiteindelijk met veel moeite een snackbar gevonden nadat ze de plaatselijke jeugd tot drie maal toe de weg hadden gevraagd en de verkeerde kant op waren gestuurd. Dat ze tamelijk onvriendelijk bejegend waren was nog zachtjes uitgedrukt. De dorpsjeugd hier was blijkbaar nogal christelijk en had aanstoot genomen aan het Bad Religion shirt van Raggel en de spreuk die ik, overigens zonder haar toestemming, die middag op Eviline haar jas had gekalkt; there’s no god in heaven, so get off your knees. Die spreuk kwam uit een tekst van M.D.C. en was achteraf dus wat meer relevant dan ik kon weten toen ik de stift die middag ter hand genomen had. Bij de snackbar aangekomen weigerde het personeel aldaar de dames te bedienen, en toen ze dat niet zomaar pikten waren ze door de clientèle, die uit plaatselijke disco’s bestond, de snackbar uitgewerkt, en vervolgens buiten nog even aangepakt. Raggel was daarbij hard onderuit gehaald en op haar schouder gevallen. Ze kon haar rechterarm niet meer gebruiken en de volgende dag bleek dat ze haar sleutelbeen had gebroken. Eviline had een trap  tegen haar knie gekregen, toch al een zwakke plek van haar, en die knie was behoorlijk opgezwollen. We waren ruwe behandelingen door disco’s wel gewend, maar dat een groepje meisjes op deze manier bejegend werd was toch zeldzaam. De plaatselijke jeugd was hier om elf uur ‘s avonds al stomdronken en ook de lokale discomeiden hadden blijkbaar nogal wat agressie opgekropt. Dat krijg je ervan als je de hele week netjes pootjes moet geven en overal je bek over moet houden. Ik had opeens geen spijt meer dat ik bij die actie in de kerk betrokken was geweest en had achteraf met liefde die kutkerk van dit kutdorp volledig in de as gelegd. Maar we waren helaas nog niet van die Gristenfuckers af, want Mick was op goed geluk het dorp in geracet, en voordat hij er erg in had was hij in het centrum terecht gekomen, en reden we het dorpsplein op. Daar had de lokale jeugd uit de weide omgeving zich verzameld. Er stonden meerdere kroegen en wat discotheken aan dat plein en het zag er zwart van de mensen. Dat zag er niet goed uit. ‘Terug Mick’,zei Speedy die ook voorin de bus zat. Door die uitroep van Speedy had iedereen in de bus onmiddellijk door in wat voor situatie we dreigden te raken, en sloeg de paniek toe. Mick wilde de auto in zijn achteruit zetten om het plein spoorslag te verlaten maar er reed een auto achter ons die het plein op wilde. Anar zag als enige dat die auto de weg versperde en haar waarschuwing kwam te laat dus botsten we ertegenaan. Onze bus reed niet bepaald hard, dus meer dan wat bumperschade kon het niet opgeleverd hebben, maar de bestuurder gooide zijn portier open en zette het op een schelden. Ik zag enkele honderden koppen van de op het plein verzamelde disco’s simultaan hun hoofd in onze richting draaien. Je hebt vast wel eens een zombiefilm gezien? Nou, dit was ‘dawn of the dead’ in Noord Holland. Er kwamen al gauw wat disco zombies naar onze bus gelopen. Een van die gasten drukte zijn dronken kop tegen het zijraampje van de bus waarachter ik zat en zoals zombies om brains gaan roepen barstte ‘die gast uit in “punks, punks!”.  “Geef gas”brulde ik naar Mick maar hij aarzelde want de weg werd door tientallen disco’s versperd. Als hij nu plankgas gaf zouden er doden en gewonden gaan vallen, en dan waren we nog verder van huis. Iedereen in de bus begon nu te schreeuwen dat Mick gas moest geven voordat de auto omsingeld zou worden en we helemaal niet meer weg konden. De disco die me door het raampje aangekeken had sprong tegen de zijkant van de bus aan en probeerde het dak op te klimmen. Speedy nam het heft in handen en plaatste zijn voet op die van Mick en trapte het gaspedaal in. De bus schoot met een schok een stukje naar voren waardoor de disco los moet laten en op straat viel. Helaas viel ook meteen de motor uit en terwijl Mick wanhopig contact probeerde te maken stortten tientallen disco’s zich op onze bus. De bus werd vervaarlijk heen en weer geschud en op alle ramen werd op ingebeukt. Het kon nooit lang duren voordat een of meer ruiten het zouden begeven en we de auto uit gesleurd zouden worden. Wat er daarna zou gebeuren was de vraag, maar ik voorzag een lynchpartij. Als door een wonder sloeg de motor van de bus weer aan en Mick begon op te trekken. Tergend langzaam schoven we over het plein. We hadden zeker nog tweehonderd meter te gaan voordat het plein zich in een straat versmalde. Ik zag boven me deuken in het dak van de bus ontstaan en halfvolle flessen bier spatten kapot tegen de ruiten. De jongens in de bus waren allemaal op zoek naar verdedigingswapens. Ik had altijd een ketting om mijn middel, maar in de krappe ruimte van de bus had ik daar niet veel aan. De achterruit werd door een steen geraakt en daarna stond er een grote ster van gebroken glas in. Mick gaf wat meer gas en dwong de disco’s voor de bus opzij. Er ontstond zowaar een paadje door de menigte omdat de disco’s elkaar meetrokken uit de baan van de bus. Mick gaf dus nog iets meer gas en uiteindelijk moesten alle dronken malloten die zich aan de zijkant van de bus vastklemden los laten. Daardoor nam onze snelheid nog meer toe. Enkele disco’s konden ternauwernood voor de bus wegspringen. We juichten allemaal toen we het eind van het plein bereikten en een vrije weg voor ons lag. Dat was de tweede keer dat ik aan een lynchmob ontsnapte na dat akkevietje in Duitsland. Mick schakelde en gaf een flinke dot gas. De bus kwam net op snelheid toen Essie door de achterruit keek en twee punks zag die uit een zijstraat de weg op kwamen rennen. Ze werden door discozombies achtervolgd. Ze schreeuwde dat we moesten stoppen, maar het duurde even voordat de situatie tot ons allemaal doordrong. Mick wilde alleen maar weg, en in de achteruitkijk spiegel kijken was wel het laatste wat bij hem op kwam. Andermaal greep Speedy in, de bus kwam tot stilstand, de schuifdeur werd open gezet. March en Anar schreeuwden naar de punks dat ze snel in moesten stappen, en toen die zagen dat ze door soortgenoten werden uitgenodigd sprongen ze de bus in. De deur knalde dicht en Mick gaf gas. Gelukkig bleef de motor nu wel lopen en lukte het om de discomassa voor te blijven. Vijf minuten later reden we eindelijk de snelweg op.

De twee vluchtelingen bleken ook uit Gouda te komen en Mick, Raggel en Anar  kenden ze wel. Ze kregen een plaatsje op de bank achter mij, Kikker en Eviline. Raggel zat ook op die bank naast de deur en op de derde achterste bank zaten March, Anar en Essie. Voorin zaten Speedy, Aso en Mick. Die waren het grootst en hadden het meeste beenruimte nodig. De bus zette koers naar Gouda. Daar zouden we Raggel en de twee Goudse punks afzetten voordat wij door zouden rijden naar Rotterdam. Maar deze nacht had nog wat voor ons in petto. Eén van de twee Goudenaren was niet alleen dronken, maar had blijkbaar ook behoorlijk wat speed gesnoven. Hij was de enige in de bus die nog puf had om te praten; de rest was druk met het verwerken van alle gebeurtenissen en de alcoholische brandstof was al een tijdje op, dus verviel iedereen in zijn eigen mijmeringen. Op die gast na dus. Hij had blijkbaar aandacht nodig want hij begon moppen te vertellen waar niemand om moest lachen. Door het uitblijven van respons daarop werden de moppen steeds grover en vervelender. Van die stomme seksistische onzin die hij waarschijnlijk ergens tijdens zijn werk, dat zich ongetwijfeld op een steiger afspeelde, had opgepikt. Ik begon me aan die eikel te ergeren en vroeg hem beleefd of hij zijn muil effe wilde houden. Het laatste waar ik op dat moment zin in had waren kutmoppen. De meiden in de bus hadden al genoeg te verduren gekregen om ook nog eens door iemand, die we notabene gered hadden, beledigd te worden. Hij nam mijn opmerking nogal persoonlijk op en begon zijn pijlen op Evilin, die ook voor hem duidelijk mijn vriendinnetje was omdat ze op mijn schoot lag, te richten. Hij begon haar te beschimpen en zei dat ze net een klein varkentje was. Dat schoot helemaal in mijn verkeerde keelgat. Er schoot een rode waas voor mijn ogen. Ik duwde Eviline van mijn schoot af, draaide me om en hing over de bank in de richting van die eikel en waarschuwde hem andermaal dat hij zijn bek moest houden. Hij voelde zich blijkbaar bedreigd want voordat ik het wist plantte hij een van zijn kisten op mijn oog en knalde ik naar achteren. De hele bus ontplofte van de opgekropte spanning. Het was dat de meiden als één man ertussen doken. Eviline hield me tegen toen ik een snoekduik naar achteren wilde maken terwijl Raggel die Goudenaar tegen hield. Mick schoot de vluchtstrook op en Speedy sprong de cabine uit en opende de zijdeur. Hij klom naar binnen en waarschuwde die gast op zijn beurt dat hij zich gedeisd moest houden. Speedy werd door een kist onthaald en maar liefst drie keer achterelkaar hard in zijn gezicht getrapt. Het bloed spoot uit zijn neus waarop Speedy in een dolle stier veranderde.

Het bekendste verhaal met Speedy in de hoofdrol, dat in de scene rondwaarde, speelde zich twee jaar eerder af. Speedy zat in Eksit op een van de laatste avonden die daar, voordat de tent afbrandde, werden georganiseerd. Zoals vaker gebeurde was MC Puinhoop in de zaal en brak er een flinke vechtpartij uit. Speedy wilde zich er niet mee bemoeien en bleef aan de bar zitten en keek strak voor zich uit met zijn rug naar de actie in de zaal. Hij nam zich voor dat de eerste de beste biker die hem aan zou raken een dreun ging ontvangen. De vechtpartij was al een tijdje bezig toen hij opeens een hand op zijn schouder voelde die hem vastgreep. Als door een wesp gestoken had hij zich omgedraaid en met alle kracht uit zijn 110 kilo wegende Canadese houthakkerslijf een enorme klap uitgedeeld. De persoon in kwestie brak daardoor zijn kaak. Helaas bleek het geen biker te zijn, maar een politieagent die binnen was gekomen om de zaal te ontruimen. Dat had hem een jaar jeugddetentie gekost.

Morgen meer

In 1983 heb ik optredens gezien van drie van de meest legendarische punk/hardcore bands aller tijden: Black Flag, Bad Brains en M.D.C. Deze drie concerten waren zonder enige twijfel de hoogtepunten in mijn leven als bezoeker van optredens. Nu kom je gemakkelijker onder de indruk van een uitvoering als je nog jong bent, maar bij deze optredens gebeurde er meer dan een band die een goede, gepassioneerde set speelde. Er was een onmiskenbaar een soort magie aanwezig.  Een magie die de bezoekers van deze optredens verleidde tot gedrag dat verder ging dan bewondering voor rocksterren, verder dan vooraan bij het podium los gaan in de pit. Bij deze optredens heb ik mensen gezien die terug keerden naar een soort oerdrift. Mensen in al hun glorie en tegelijk in al hun lelijkheid. Mensen die al hun demonen op de andere aanwezigen, maar ook op zichzelf, los lieten. En ik voelde die drift zelf ook; een bijna onbeschrijfelijke opwinding die een kracht opriep die maakte dat je het een uur of langer in de slampit volhield om op andere lichamen in te beuken, die je aanzette op speakertorens te klimmen en je met doodsverachting in de massa te storten. Die je mee deed brullen en als je de tekst van bepaalde nummers niet kende oerkreten deed slaken totdat je stem kapot was. Een kracht die zorgde dat alle lichamelijke en geestelijke pijn tijdelijk vergeten werd. Tot de volgende morgen natuurlijk, want dan voelde je de blauwe plekken, kneuzingen, missende tanden en gebroken botten wel degelijk. Maar ook op zo’n moment kon je niet anders dan je levend voelen. Levend op een manier waar al die miljarden, voorzichtig door het leven manoeuvrerende, squares  niet eens aan durfden denken.

M.D.C.  Shiva – Uithoorn vrijdag 23 december 1983 (deel 2)

Vlak voordat MDC begon en terwijl bijna al het publiek nog in de barruimte van Shiva rondhing stond ik in de zaal. Ik had even genoeg van de drukte om me heen en probeerde een beetje nuchter te worden. Dronken slamdancen was een stuk minder lekker dan nuchter. Ik kon wat dat betreft zelfs beter stoned de pit in. Ik braak nogal makkelijk als ik teveel drink en in de pit over je nek gaan is geen pretje, geloof me.

Slamdancing, wat vroeger de pogo genoemd werd, was een vechtdans die weinig meer te maken had met op de plaats op en neer springen en af en toe schouder tegen schouder  iemand een zetje geven. Er was in die tijd bijna altijd sprake van een circle pit. Dat hield in dat er aan het begin van elk optreden een soortement halve cirkel voor het podium vrij werd gehouden voor de mensen die zich geroepen voelden om als een stel dolle stieren op elkaar in te beuken. Je zag aan de rand van die cirkel altijd jongens, nooit meisjes, klaar staan om, zodra iemand het voortouw nam om de cirkel te betreden dat initiatief te belonen door ook de cirkel te betreden waarop er een mêlee losbarstte. Als er een schaap over de dam was vloeide de cirkel meestal meteen vol. Hoe enthousiast men was hing van de kwaliteit en bekendheid van de band af. Bij M.D.C. zou de pit ongetwijfeld vanaf de eerste akkoorden van een van de nummers van de Millions of Dead Cops LP een plek worden die nog het meest doet denken aan een aquarium met uitgehongerde piranha’s waar een konijntje of iets anders wolligs in geworpen wordt.

Er kwam een roadie van M.D.C. de zaal in met een witte pot in zijn hand. Hij liep naar een plek voor het podium dat ongeveer het middelpunt van de circlepit zou gaan vormen, keek even om zich heen en zag dat ik als enige getuige was. Hij hield zijn vinger voor zijn lippen als teken dat ik niet door moest vertellen wat ik hier te zien ging krijgen en draaide de pot om. Een dikke kwak geelgroene smurrie belandde op de dansvloer. Driehoek groene zeep zag ik op de zijkant van de pot staan. Dat zou lachen worden als de band zo meteen ging spelen. Een beetje voorkennis kon geen kwaad; ik wist nu in welke richting ik mijn mede –slamdancers ging duwen.

Een paar minuten later kwam de band het podium op en bij het geluid van de eerste aanslag van de gitaar stroomde de zaal vol. Niemand keek naar de plek op de vloer, alle ogen waren gefixeerd op de band die origineel uit Austin, Texas afkomstig was maar nu in San Francisco resideerde. Texas leek me geen plaats waar je het als punker naar je zin kon hebben, maar Austin bleek helemaal niet zo slecht te zijn als je de Maximum Rock ’n Roll wilde geloven. Austin was een universiteitsstad met heel veel alternatief volk omringd door een prairie vol met  knauwende hillbillies.

Business on parade was het eerste nummer uit de set en de pit stroomde meteen vol.  De zeep voor het podium zorgde ervoor dat er in de eerste minuut al een pile-on ontstond want iedereen die met de groene smurrie in aanraking kwam ging natuurlijk meteen op zijn bek. Bij rugby val je nog op een zachte ondergrond van gras en aarde terwijl de mannen zich bovenop je stapelen maar hier was de ondergrond van beton. Je zag dan ook al gauw mensen besmeurd met zeep en bloed henzelf uit de pit worstelen. Ik zorgde dat ik uit de buurt van de zeep bleef wat niet makkelijk was omdat een pit zowel een middelpuntvliedende als een middelpuntzoekende kracht heeft en je als je eenmaal door de stroom meegesleurd wordt weinig meer bij kan sturen. Ik hield het voor gezien nadat mijn benen onder me uit werden geveegd door iemand die midden in de groene smurrie wanhopig overeind probeerde te komen en dacht dat het wel zou lukken als hij hevig met zijn poten ging trappelen. Ik kwam op mijn knieën terecht waarop iemand anders over mijn onderbenen struikelde en op mijn hielen landde. Ik voelde mijn knieën kraken en een paar spieren in mijn kuit maximaal oprekken en strompelde de pit uit. Gelukkig was iedereen alert op mensen die in de pit vielen en werd je, tenzij je heel veel pech had, altijd door anderen op de been geholpen. De slamdance was voor mij al na drie nummers voorbij. Ik ging op veilige afstand mijn wonden likken en zag de rest van het optreden vanaf de zijkant van het podium. De schuldige roadie had me het podium op getrokken en ik kon achter hem staan terwijl hij iedereen die na mij het podium beklom tot een snelle stagedive aanzette. Een karweitje dat ik jaren later zelf ook nog veelvuldig uit zou voeren. Deze pit was heftig, al leek het van een afstand altijd veel heftiger dan het middenin de pit echt was. Natuurlijk kreeg je de nodige schouderduwen, schoppen en klappen te verduren maar niemand probeerde je gericht te raken. Ledematen werden gewoon heftig bewogen als je in hun baan terecht kwam ving je de klap op. Maar als je viel werd je opgeraapt en richting de rand geduwd. Het was een krankzinnig hard maar toch, zij het op een perverse manier, een sportief spektakel.

Nu ik zo dicht bij de zanger stond merkte hij dat ik alle nummers aan het meebrullen was en nam hij af en toe, als hij buiten adem dreigde te raken, gebruik van de gelegenheid en duwde de microfoon tegen mijn mond. Daar schrok ik de eerste keer dat hij dat deed zo van dat ik prompt de tekst vergat en alleen een rauwe en totaal niet bij het nummer passende kreet uitte. Maar later in de show revancheerde ik me door een compleet couplet van ‘I hate work ‘ foutloos de zaal in te slingeren. High five van zanger Dave en schouderklopje van Franco. Mijn pijnlijke enkels weerhielden me van een stagedive maar mijn avond was weer goed.

Na het optreden zaten we in onze bus te drinken terwijl we aan het wachten waren als op de terugkomst van de meisjes.  Ik had die dag nauwelijks gegeten en natuurlijk veel te veel gezopen. Bij Shiva kon je niet meer dan kleine zakjes paprikachips te eten krijgen. Zelfs backstage was er niets meer te vinden omdat het eten daar door vrijwilligers was gemaakt en de resten die de bands hadden overgelaten meteen afgevoerd waren naar het huis van de vrijwilligers waar de maaltijden werden gemaakt.  We vloekten wat af op die domme trutten zonder richtingsgevoel en baalden op dat moment meer van de honger dan dat we hun aanwezigheid misten. Omdat het wachten ze de keel uit begon te hangen sprongen Mick en March opeens op om de meiden te gaan zoeken. Voor we het wisten waren ze weg en Speedy rende ze vlak voordat ze de hoek om gingen ook achterna. Hij was de grootste van het stel en had de meeste honger. Hij hoopte dat ze behalve de dames ook de snackbar zouden vinden. Ik kon nauwelijks lopen dus had echt geen zin om me te bewegen dus bleef ik lekker in de bus hangen. De drank zorgde ervoor dat ik de in de pit opgelopen wonden niet echt voelde maar kikker wees me erop dat ik behalve die pijnlijke enkels ook een flinke schram op mijn slaap had die behoorlijk bloedde door de hoeveelheid alcohol die ik in mijn bloed had. Ik depte de wond maar dat hielp niet echt. Kikker hield  een plastic beker bij de wond en ving er en paar druppels mee op die hij vermengde met het laatste restje jenever dat nog in de fles zat. “Een bloody mary” toaste hij en klokte het mengsel weg. “Bloedkikker”, snauwde ik naar hem…

Op een gegeven moment liep er een grote groep punks voorbij de bus. Ik dacht eerst dat die op zoek gingen naar een trein of busstation om Uithoorn te kunnen verlaten. Terwijl ze ons passeerden wees een van die gasten naar de kerk die aan de andere kant van de weg langs Shiva stond en zei er iets bij dat echt onverstaanbaar was. Nu had ik een behoorlijke piep in mijn oren zoals altijd na een concert maar deze gast met zijn grote hanenkam kreeg echt geen woord meer verstaanbaar over zijn lippen. Ik had dezelfde gozer tijdens ‘chicken squawk’ nog helemaal los zien gaan in de pit zijn hanenkam accentuerend door zijn hand ernaast te houden. Tja, dat nummer gaat over kippen en legbatterijen dus voelde hij zich waarschijnlijk aangesproken. Maar de bedoeling werd al snel duidelijk;  de kerk moest eraan gaan geloven.  ‘Dat moet ik zien’, zei Kikker en hij liep met die hanenkam mee. Aso had geen zin in gezeur en liet merken dat hij liever in de bus het laatste restje bier op bleef drinken. De kerk lag op steenworp afstand dus besloot ik ondanks de pijn mijn enkels toch met Kikker mee te gaan. Ik verwachtte niets van deze actie; het zou waarschijnlijk bij een futiele poging om de kerk binnen te komen blijven maar alles is beter dan wachten dus what the hell. Toen ik bij de kerk aankwam had het grootste deel van het groepje dat uit een man of twintig bestond al een rondje om de kerk gelopen. De deuren waren natuurlijk te stevig, daar kwam je van je levensdagen niet doorheen, maar er waren een paar kelderramen van glas in lood en een van die gasten trapte het raam eruit met zijn kisten met maat 45. Zonder er verder bij na te denken klommen we allemaal door het raam en belanden in de kelderruimte van de kerk. De weg naar de kerkzaal was snel gevonden. Daar aangekomen begonnen een paar van de punks met wat kerkbanken om te gooien maar al gauw ontaarde dit festijn zich in een moderne beeldenstorm.  Er waren alleen weinig beelden te vinden in deze protestantse kerk. Iemand had een spuitbus bij zich dus stond het obligate ’Jesus died for his own sins, not mine’ al snel op de muur onder het schip van de kerk. Alle kerkbanken lagen al snel op een grote hoop en een van de punks deed verwoede pogingen om die houten banken in de fik te steken. Zonder benzine of een andere brandbare vloeistof zou dat niet gaan lukken. Maar er hingen olielampen bij de kansel en al gauw klom iemand de houders van een van de lampen in. Hij hoopte door zijn gewicht de lamp af te breken zodat de olie voor het vuur gebruikt kon worden. Ik klom de kansel op en zag daar een grote, ongetwijfeld antieke bijbel opengeslagen liggen. Ik werd opzij geduwd door een Amsterdamse punk; hij had Mokum punx achterop, zijn jas staan. De Mokummer ritste zijn broek open en leegde zijn blaas over de bijbel. Tegelijkertijd stortte de gozer, die aan de olielamp hing, met lamp en al naar beneden om vervolgens juichend de olie over de kerkbanken te gooien. Ik had genoeg gezien en liet Kikker weten dat het tijd werd om afstand van deze orgie van geweld te nemen. Door Kikker ondersteund strompelde ik zo snel mogelijk terug naar het raam en waren net op tijd terug bij de bus. De brand in de kerk sloeg al snel om zich heen. Alle punks verlieten als een haas de kerk en het terrein. Wij hadden echter een probleem met die bus. Kikker kon wel rijden maar Mick had de sleutel meegenomen. Toen we de politie en brandweer hoorden aankomen besloten er  we maar het beste van te maken en te doen alsof onze neuzen bloeden en we niets gehoord of gezien hadden van het hele gebeuren.

In 1983 heb ik optredens gezien van drie van de meest legendarische punk/hardcore bands aller tijden: Black Flag, Bad Brains en M.D.C. Deze drie concerten waren zonder enige twijfel de hoogtepunten in mijn leven als bezoeker van optredens. Nu kom je gemakkelijker onder de indruk van een uitvoering als je nog jong bent, maar bij deze optredens gebeurde er meer dan een band die een goede, gepassioneerde set speelde. Er was een onmiskenbaar een soort magie aanwezig.  Een magie die de bezoekers van deze optredens verleidde tot gedrag dat verder ging dan bewondering voor rocksterren, verder dan vooraan bij het podium los gaan in de pit. Bij deze optredens heb ik mensen gezien die terug keerden naar een soort oerdrift. Mensen in al hun glorie en tegelijk in al hun lelijkheid. Mensen die al hun demonen op de andere aanwezigen, maar ook op zichzelf, los lieten. En ik voelde die drift zelf ook; een bijna onbeschrijfelijke opwinding die een kracht opriep die maakte dat je het een uur of langer in de slampit volhield om op andere lichamen in te beuken, die je aanzette op speakertorens te klimmen en je met doodsverachting in de massa te storten. Die je mee deed brullen en als je de tekst van bepaalde nummers niet kende oerkreten deed slaken totdat je stem kapot was. Een kracht die zorgde dat alle lichamelijke en geestelijke pijn tijdelijk vergeten werd. Tot de volgende morgen natuurlijk, want dan voelde je de blauwe plekken, kneuzingen, missende tanden en gebroken botten wel degelijk. Maar ook op zo’n moment kon je niet anders dan je levend voelen. Levend op een manier waar al die miljarden, voorzichtig door het leven manoeuvrerende, squares  niet eens aan durfden denken.

M.D.C.  Shiva – Uithoorn vrijdag 23 december 1983

Mick kwam bij ons langs om te zeggen dat hij van plan was om een busje te huren en met een grote groep naar het optreden van M.D.C. in Uithoorn te gaan. Natuurlijk had ik nog nooit van dat gat gehoord. Uithoorn is een dorp ergens onder Amsterdam en ik kwam niet graag in dorpen. Ok, officieel was Uithoorn een aparte gemeente dus een stadje. Maar wat doet dat ertoe? Een gat blijft een gat. De naam van het Jongerencentrum deed me wel vaag wat: Shiva. De naam rook naar hippies. Ik was niet enthousiast over de plaats van het optreden en vroeg me af waarom M.D.C. niet ergens in een stad als Den Haag, Amsterdam, Leiden of Utrecht speelde. Het was destijds een stuk moeilijker om uit te zoeken waar de optredens van een tour plaats ging vinden. Als data niet in de Oor stonden hield het eigenlijk al op, want dat was destijds het enige blad met een landelijke concertagenda. Rotterdam was op dat moment zo dood als een pier dus dichtbij huis hoefde je het verder ook niet te zoeken. Kaasee was al afgefikt voordat ik er ooit geweest was, Eksit was ook gesloten,  de Arena was net open, maar programmeerde zelden punk en alleen in het Poortgebouw was er af en toe een feest.

Het was het een verontrustend teken dat steeds meer punkconcerten alleen buiten de grote steden georganiseerd werden. Punk volgde hetzelfde patroon als hardrock; het begint in de stad en zakt af naar het platteland. Zodra dat gebeurd worden er regels opgesteld waar iedere liefhebber van het genre zich via peer pressure aan diende houden en werd er een uniform uitgegeven waar iedereen zich in moest hullen. Daarna was de lol er dan definitief vanaf. De creatieve geesten gaan op zoek naar iets nieuws en de sukkels die niet zonder een vast stramien kunnen blijven over. Vanaf dat punt wordt alles een eindeloze herhalingsoefening. Achteraf bleek gelukkig dat die tijd wat punk betreft nog niet aangebroken te zijn. Dat kwam omdat het genre zich met hardcore opnieuw uit wist te vinden. Hardcore op zijn beurt was zo dynamisch en zo diep in de underground genesteld dat vaste regels er geen grip op leken te krijgen. In het begin was hardcore rigoureus anti-metal , maar nog geen vijf jaar later mengde bijna alle bands metalinvloeden door hun sound en nog drie jaar later antwoordde de metalscene door hun eigen versie van metal met hardcore invloeden; trashmetal. Er ontstonden wel een aantal subgenres die zich aan regels bonden maar die waren vaak zo extreem dat die nooit de hele scene kon overnemen. Een goed voorbeeld daarvan is straight-edge; er zijn maar weinig jongeren die drank en drugs opgeven omdat ze bij een bepaalde groep willen horen. Hetzelfde gold voor extreme veganisten, dierenactivisten, krakers etc. Maar ook voor Nazi’s, bikers en hooligans.   Al dat soort groepen bleven in de hardcorescene door elkaar lopen. En dat zorgde ervoor dat men hoe dan ook met elkaar in contact bleef. En al haatte je de denkbeelden sommige groepen nog zo erg; zolang je gedwongen wordt met ze om te gaan kan je meestal niet anders dan ze als menselijke wezens te blijven zien. Al waren er natuurlijk  uitzonderingen.

Ik vond groepsreizen nooit zo leuk, behalve als ik met mijn eigen band op weg ging. Ik trek graag mijn eigen plan en als een optreden tegen valt ga ik het liefst er met de stille trom vandoor. Dat wordt moeilijker als je met een groep gaat die verwacht dat je de terugreis ook mee gaat maken. Beetje lullig om die mensen uren naar je te laten zoeken als je weggesneakt bent. Het wordt nog een factor moeilijker als je  vriendinnetje die tijdelijk bij je ingetrokken is ook mee gaat. Want die blijft zoeken tot ze een ons weegt en houdt de hele groep vast.

Maar M.D.C. was een band die ik absoluut niet wilde missen. Sinds ik via Peter uit Duitsland die band leerde kennen was ik fan. De Millions Of Dead Cops LP had ik grijs gedraaid. Dat was en is de meest agressieve punk LP aller tijden. Het subgenre waar M.D.C. zich in bewoog werd al snel hatecore genoemd. Later zijn ultra rechtse elementen er met die genrenaam vandoor gegaan en werd Hatecore de vlag waaronder een Amerikaanse racistische Oi beweging opereerde. Maar M.D.C. was niet bezig met  rassenhaat. Hun haat richtte zich tegen het systeem en dan inderdaad vooral tegen de politie.  In het nummer ‘Dead cops/America’s so straight’ kwam de zinsnede “macho fucking slaves, we’ll piss on your graves” voor.  Er was ooit een recensie van die LP in de Oor verschenen; geschreven door Swie Tio. Die jongen was best in voor heftige muziek en dito statements maar M.D.C. ging wat hem betreft echt te ver. Volgens hem waren het haatzaaiers. Ik las die recensie met een grote glimlach. In die periode was alles dat in andermans ogen te ver ging pas echt interessant. Maar ik was het ook volledig eens met M.D.C. wat hun haat tegen de politie betreft. Ik had nog nooit iets goeds met de politie meegemaakt. Dat ik in Duitsland door een agent was gered van een groep hooligans telde niet mee. Dat was trouwens spoorwegpolitie. En die man had ons alleen geholpen omdat hij geen zin had om zichzelf voor dodelijke incident op zijn station te moeten verantwoorden. De politie was er nooit als je bedreigd of  in elkaar geslagen werd. Maar als je een pandje kraakte, graffiti spoot of op straat een joint rookte waren ze er als de kippen bij. Ze waren op hun ergst bij demonstraties en rellen. Punkers werden in die situaties als loslopend wild gezien waar politieagenten straffeloos hun frustraties op konden botvieren. Haat wordt altijd met haat beantwoord. Natuurlijk provoceerden punkers de politie regelmatig, maar dat doen dronken studenten ook. En ik heb nog nooit gehoord dat agenten speciaal de pik op studenten hadden. Nu had ik behalve de hierboven beschreven afwezigheid van de Hermandad en de kleine ongemakken op straat nog niet veel last van de politie gehad. De echt heftige incidenten moesten nog komen. De avond met M.D.C. zou wat dat betreft een voorbeeld worden van het gezeik dat je met de lange arm der wet krijgt als je zelf je regels wil bepalen en je eigen akkevietjes rechtstreeks met de ‘schuldigen’ wil afrekenen.

Maar we zeiden dus ja op het aanbod van Mick.  De bus zou ons op de dag van het optreden rond 7 uur ophalen. Uithoorn was nog geen uur rijden al zou het waarschijnlijk wel even zoeken worden voordat we Shiva zouden vinden want niemand van onze groep was daar ooit geweest en dorpen zijn meestal nogal onlogisch ingedeeld. Later die nacht zouden we daar nog de wrange vruchten van plukken.

We zaten met  tien man in de bus. 6 jongens en 4 meiden; geen slechte verhouding. Aso en Essie hadden de etage boven Eviline en mij gekraakt. March en Kikker woonden nog in de Raephorststraat waar mijn eerste huis ook gestaan had. Dat was alleen al afgebroken terwijl hun huis voorlopig nog gespaard bleef, Speedy woonde een paar  deuren verder en Mick zat in de Bloklandstraat. We hadden Anar in Gouda opgepikt en zij had twee onbekenden bij zich;  Raggel en Died. Mick kwam ook uit Gouda en was pas recent naar Rotterdam verhuisd. Gouda lag op de route dus een extra stop was geen probleem.

Het was een personenbusje met een aparte cabine en een laadruimte waar maar liefst drie banken stonden. We konden breeduit zitten, er was plenty bier, sterke drank en hasj aan boord dus de sfeer zat er al gauw lekker in. Normaal drink ik niet graag en houd ik het bij blowen, maar het is vervelend om als enige stoned te zijn tussen een groep dronken idioten, dus dronk ik deze keer mee. Kopstootjes werd het drankje van de avond. Een slok jenever weggespoeld met bier. Dat ging hard. Iedereen was compleet laveloos tegen de tijd dat we in Shiva aankwamen.

Het was nog vroeg en de zaal ging eigenlijk pas om negen uur open. Maar het was bitter koud buiten en de crew van de zaal had medelijden dus lieten ze ons alvast naar binnen. Niemand heeft ons later die avond nog om entreegeld gevraagd, en wij dachten daar ook niet aan. Pas toen ik de volgende dag thuis kwam ontdekte ik dat de 20 gulden die ik voor kaartjes voor mij en Eviline had bewaard nog in mijn zak zaten.

M.D.C. kwam vlak na ons aan en we hielpen, zo goed als we met onze dronken koppen nog konden, de band hun backline naar binnen te brengen.  Ik raakte in gesprek met Franco; de bassist van M.D.C. die nog openlijker een hippie was dan Dez Cadena van Black Flag. Hij was een kleine versie van Thomas Chong en een uiterst vriendelijk persoon met een ontwapenende glimlach. Echt de laatste die je in een hatecore band verwacht. Franco vroeg me naar een tekening op de mouw van mijn jas. Ik had daar een gebroken heroïnespuit geplaatst met de woorden “ slam yer fix’ eronder.  Ik was er heilig van overtuigd dat die spreuk iets als ‘ sla je spuit kapot’ betekende. Maar Franco maakte een veelbetekenend gebaar van een spuit in je arm plaatsen en vroeg knipogend of ik zin in een shot had. Ik was totaal verbijsterd. Niet alleen omdat Franco aan de smack zat maar vooral omdat ik, overigens niet voor de eerste keer,  slachtoffer was van een Babylonische spraakverwarring.  ‘ Slam yer fix’  betekende ‘ ram die spuit in je arm’. Ik snapte nu waarom ik de laatste tijd werd weggekeken bij straight- edge feestjes, haha.

De deur van Shiva moest een half uur later al open voordat we klaar waren met het installeren van de backline. Als wij ons er niet mee hadden bemoeit was dat waarschijnlijk veel sneller gegaan. Maar we waren erg gezellig door al die drank. M.D.C. deed een snelle soundcheck. Weer een bewijs dat lange soundchecks alleen voor pretentieuze sukkels bedoeld zijn. We kregen twee nummers als voorproefje van het optreden en daarna duurde het wachten lang. B.G.K. speelde in het voorprogramma en speelde over dezelfde backline. Later bleek dat BGK alle apparatuur voor deze tour aan MDC uitleende. Bands hielpen elkaar nog in die tijd. Evilline was fan van BGK maar ik liep er niet echt warm voor. Ik vond the Nitwitz; de band waaruit BGK was ontstaan honderd keer beter en vooral een meer originele sound hebben. BGK was de eerste Nederlandse band die hardcore volgens de regels speelde. Regels, bah!

De meiden hadden honger gekregen en besloten voordat de optredens begonnen het dorp in te gaan en een snackbar te zoeken. We gaven ze onze bestelling mee al was ik bang dat ik een vette hap niet lang binnen zou houden. Terwijl de zaal vol liep pendelden wij tussen onze bus en Shiva. Free beer; the only beer that matters…. Al beloofde ik mezelf dat ik Mick wat geld zou geven voor het bier, de huur van de bus en de benzine. Hij zou daar nooit zelf om gevraagd hebben; die jongen was veel te goeiig.

We kwamen er eigenlijk pas nadat BGK al lang en breed gespeeld had achter dat de meiden nog altijd niet terug waren gekomen. Aso en ik waren te dronken om ons echt zorgen te maken om Essie en Eviline. We gingen er vanuit dat de dames in het dorp verdwaald waren geraakt en we konden ze nu niet gaan zoeken omdat MDC op het punt stond te beginnen.

Programma: Ongehoord 29 Met Yoshimi
Centrum radio
Playlist 29
Presentatie: Leen Steen
Producer: Frans de Groot

Vanavond te gast: Niek en Ruud Hilkman van de band Yoshimi.

Yoshimi is een Rotterdamse Eglectische popformatie. Op CD een one-man band bestaande uit Niek Hilkman.

Live een vier mans band waarin Niek zingt en gitaar speelt en bijgestaan wordt door zijn broer Ruud op keyboards, Arie op bas en Dennis op drums.

Yoshimi heeft net een nieuwe CD klaar die op 28 November officieel uit komt.

Leen Steen vraagt de broers het hemd van het lijf en draait door Niek uitgezochte muziek van bands die hem beïnvloed hebben en natuurlijk veel werk van Yoshimi zelf.

Klik hier om Ongehoord 29  te beluisteren

1. Inki Pinguini – U podčast suncu
2. Yoshimi – Aan de slag
3. Incredible String Band – Minotaur Song
4. The Unicorns – I was born a unicorn
5. Yoshimi – Confetti
6. Os Mutantes – Don Quichotte
7. The Olivia Tremor Control – Hideaway
8. Yoshimi – De laatste (Transfolmer remix)
9. Yoshimi – broken backs and bad balloons
10. !!! – Take Ecstacy with me

In de VIP lounge draait Leen Steen samen met Yoshimi muziek van o.a. Mike Watt, Boudewijn de Groot, Devo, Ariel Pink, The Human Beinz, de Dood, Butthole Surfers, Gramschap, De Kift, Ricky de Sire en K.L.F.

klik hier om  VIP LOUNGE 29  te beluisteren

Klik hier om de nieuwe videoclip van Yoshimi te bekijken

In 1983 heb ik optredens gezien van drie van de meest legendarische punk/hardcore bands aller tijden: Black Flag, Bad Brains en M.D.C. Deze drie concerten waren zonder enige twijfel de hoogtepunten in mijn leven als bezoeker van optredens. Nu kom je gemakkelijker onder de indruk van een uitvoering als je nog jong bent, maar bij deze optredens gebeurde er meer dan een band die een goede, gepassioneerde set speelde. Er was een onmiskenbaar een soort magie aanwezig.  Een magie die de bezoekers van deze optredens verleidde tot gedrag dat verder ging dan bewondering voor rocksterren, verder dan vooraan bij het podium los gaan in de pit. Bij deze optredens heb ik mensen gezien die terug keerden naar een soort oerdrift. Mensen in al hun glorie en tegelijk in al hun lelijkheid. Mensen die al hun demonen op de andere aanwezigen, maar ook op zichzelf, los lieten. En ik voelde die drift zelf ook; een bijna onbeschrijfelijke opwinding die een kracht opriep die maakte dat je het een uur of langer in de slampit volhield om op andere lichamen in te beuken, die je aanzette op speakertorens te klimmen en je met doodsverachting in de massa te storten. Die je mee deed brullen en als je de tekst van bepaalde nummers niet kende oerkreten deed slaken totdat je stem kapot was. Een kracht die zorgde dat alle lichamelijke en geestelijke pijn tijdelijk vergeten werd. Tot de volgende morgen natuurlijk, want dan voelde je de blauwe plekken, kneuzingen, missende tanden en gebroken botten wel degelijk. Maar ook op zo’n moment kon je niet anders dan je levend voelen. Levend op een manier waar al die miljarden, voorzichtig door het leven manoeuvrerende, squares  niet eens aan durfden denken.

Bad Brains in LVC Leiden 12 mei 1983 (deel 3)

Na het optreden bleef ik in de bar hangen. Mijn vrienden weg waren al weg gegaan om de laatste trein te halen, maar dat kon me allemaal niet zoveel schelen. Ik verkeerde nog altijd in een aangename verdoving en zat aan de bar een beetje te mijmeren. Ik had geen idee waar ik de nacht moest doorbrengen maar was ervan overtuigd dat het wel los zou lopen. Er ware zoveel vriendelijke mensen om me heen en iemand zou me wel een slaapplaats geven; misschien zelfs een leuk meisje. Het was ongeveer 2 uur ‘s nachts en de laatste ronde was voorbij. Iedereen die nog aanwezig was werd vriendelijk verzocht de tent te verlaten. Petra en haar vriendinnen waren nog altijd in touw. Ze hielpen de bar te ontdoen van de laatste doorzakkers en één van de meiden had al een paar emmers met heet water gevuld om de bar schoon te maken. De zaal was al aangeveegd. Die meiden waren al vanaf vier uur ‘s middags voor LVC bezig geweest. Ze zouden een werkdag van 11 uur maken en dat alles op vrijwillige basis. Deze meiden bewezen dat niet alle punks alleen maar van een uitkering profiteerden en niets voor de gemeenschap over hadden. Nu was het ook wel weer zo dat  ze na deze dag waarschijnlijk een week bij moesten komen en helemaal niets uit zouden voeren, maar dan toch. Voor een goede band renden ze het vuur uit hun sokken. Het meisje met het brilletje en het Siouxieshirt dat de hele avond bij de kassa had gezeten kwam op me af en ik dacht dat ze me zou verzoeken om samen met de laatste vier stomdronken punks de zaal te verlaten. Maar ze vroeg juist of ik nog even wilde blijven. Ik keek haar vragend aan en op samenzweerderige toon fluisterde ze dat die skinhead die Petra het hof probeerde te maken buiten op haar stond te wachten terwijl ze hem al dagen duidelijk probeerde te maken dat ze geen interesse in hem had. Of ik Petra misschien na de schoonmaak naar huis kon vergezellen? Ik stemde meteen toe, nog altijd helemaal in een roze wolk vanwege het optreden. In mijn roes waren zelfs agressieve kalen geen enkele bedreiging, want iedereen was lief. Het meisje ging Petra vertellen dat ik toegestemd had en toen drong het pas tot me door dat ik bijna 100% zeker die nacht bij Petra in bed zou belanden. Ik stelde tevreden vast dat de hele fucking kosmos op mijn hand was en dronk mijn laatste biertje op de Bad Brains.

Terwijl ik dronk keek ik door het bierglas in de richting van de zaal en zag een tafereel dat me deed besluiten om eens wat dichterbij te gaan kijken. De bar liep door naar de zaal, de Bad Brains kwamen vanuit de backstage naar binnen en de bassist droeg een zware oversized waterpijp met zich mee. Ze gingen midden in de zaal in een kring zitten en vulden de waterpijp. Ik voelde aan dat dit een ritueel was dat ik niet moest verstoren, maar het was al een plezier om dit van een afstand te mogen volgen. Ik ging op de barkruk zitten die het dichtst bij de zaal stond en keek hoe de band hun dank aan de zaal uitbrachten door hun heilige rook erin uit te ademen. In mijn ogen veranderden ze van Rasta’s in een groep indianen die de grote geest dankten voor een succesvolle jacht. Ik was nooit spiritueel aangelegd geweest en had zelfs ronduit een hekel aan het zweverige gezwam dat je zelfs in de punkscene nog af en toe hoorde. Lui die bijvoorbeeld elke ochtend I-ching stenen wierpen om te bepalen wat ze die dag gingen doen; daar kreeg ik de kriebels van. Maar wat deze mannen deden leek volkomen logisch.  Deze hele avond was, hoe hard je het ook zou willen ontkennen, toch een religieuze ervaring geweest. En ook al was er geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om me tot wat voor geloof dan ook te bekeren, toch voelde ik iets door me heen trekken dat je misschien als goddelijke liefde kan bestempelen. Iets dat  glimlachend op me neer keek. Het was iets dat geen moer te maken had met Bijbels, of wat voor andere oude geschriften vol opsommingen van regels. Die regels bestonden helemaal niet, maar die liefde die ik nu voelde was echt. Ik schoot daarna meteen uit mijn mijmeringen en begon me serieus af te vragen of een of andere eikel een dosis LSD in mijn bier had gepleurd. Ik was duidelijk mezelf niet.

De bar was intussen leeg en alleen de meiden en nog drie man van de crew van LVC waren de laatste restjes aan het opruimen en schoonmaken. Ik moest nog even werk van Petra maken maar omdat ze nog bezig was besloot ik haar vanaf een barkruk, gade te gaan slaan. Die moest  ik eerst van de bar moest tillen omdat die al omgekeerd op de bar geplaatst was. Ik voelde me niet vreselijk dronken en dat kon ook niet want ik had over de hele nacht nog geen zes biertjes op . Ik kon ook niet al te stoned zijn want mijn wiet was al voor het optreden begon opgegaan en ik had al uren niet geblowed. Toch voelde ik me zo high als een kanon. No way dat deze toestand door wat voor chemische substantie dan ook veroorzaakt werd. Wat het hem deed was de combinatie van het concert van je leven, dat me een gruwelijke zware dosis energie had gegeven, samen met het vooruitzicht op een nacht met het leukste meisje van Leiden. Jezus, wat was ze mooi zoals ze daar lege flesjes in een krat aan het verzamelen was.  Elke keer als ze zich bukte steigerde mijn pik onwillekeurig in mijn broek. Het vooruitzicht dat ik die prachtige kont over niet al te lang tijd naakt zou zien en voelen was overweldigend. Petra liep met de laatste krat met lege flesjes mijn richting uit en ik maakte gebruik van de gelegenheid om mijn armen om haar heupen heen te slaan en haar vol op de mond te zoenen. Ze liet de krat vallen alsof hij niet meer bestond, omhelsde me en kuste me vol passie terug. Waarom zou je ook woorden vuil maken? Ze hoefde niets uit te leggen, het was helemaal goed zo. Helemaal goed op één kaal dingetje na, want die kwam opeens scheldend de bar binnen. Mr bold headed jealous lover…. Normaal gesproken moet je het meisje dat ik aan het aflebberen ben niet voor hoer uitmaken want dan slaan de stoppen door. Maar ik zat nog steeds op een roze wolk en ik voelde geen enkele aandrang tot wat voor gewelddadige actie dan ook. Alles was goed. Het enige wat ik hoefde te doen was Petra omklemmen zodat ze niet te dicht in de buurt van die kale kwam. Dat lukte moeiteloos. Het leek wel alsof ze niet eens bewust was van zijn aanwezigheid. In slow motion zag ik de twee vriendinnen van Petra de skinhead de weg versperren. Ik zag zijn mond in een woedende grimas bewegen maar hoorde niet eens wat hij zei. Het enige wat ik kon doen was lachen. Waarschijnlijk klonk dat heel erg pesterig want de skin werd alleen maar nog kwader. Toch kwam hij niet door de barrière die twee, toch wel tamelijk kleine, meisjes voor hem opwierpen. Ik had die nacht een engel in mijn armen en een engel op mijn schouder. Onder aandrang van de meisjes en de drie overgebleven medewerkers van LVC werd die skin de zaal uitgewerkt. Daarna konden Petra en ik ons persoonlijk record van de langste tongzoen aller tijden gaan verbreken.

Toen de concurrentie verwijderd was kwam Petra op het idee om backstage nog even gedag tegen de band te gaan zeggen voordat die naar hun hotel zouden vertrekken. Eerst had ik er niet zoveel zin in, domweg omdat ik eigenlijk niet veel meer tegen ze te zeggen had dan elke doorsnee idioot die fan van een band is; “great show man!” Alsof die lui niet zelf wisten dat ze konten gekicked hadden. Maar ze hield vol, waarschijnlijk omdat ze te verlegen was om in haar uppie op de band af te stappen. En dan kiest ze van alle mannen in de wereld juist mij uit. Geconfronteerd met iemand die via zijn muziek, kunst, of uitspraken mijn wereldbeeld beïnvloed heeft verander ik in een hakkelende sukkel. Meisjes waar ik veel te verliefd op ben hebben hetzelfde effect op mij. Iets om over na te denken.

Maar de dingen liepen iets anders dan verwacht. HR, de zanger van Bad Brains, zat in de gang van de backstage voor de kleedkamer. Zo te horen was het in de kleedkamer erg gezellig. HR leek zijn neus op te halen voor mijn meisje en keurde Petra geen blik waardig waarop ze maar meteen de kleedkamer in schoot, mij bij HR achterlatend. “Great show, man” hakkelde ik zoals al aangekondigd en HR zei, zoals ook al voorzien; “I know”. Hij keek me aan en vroeg me waarop ik tripte. Ik antwoordde dat ik me voelde alsof ik LSD op had maar toch echt alleen op een minimale hoeveelheid bier en wiet liep. Maar wel aangevuld met een overdosis Bad Brains magie. HR keek me begrijpend aan en drukte zijn vuist tegen de mijne. Het duurde even voordat ik doorhad dat die vuisten tegen elkaar een speciale handdruk was want dit was de eerste keer dat iemand de’ respect-handshake’ met me uitvoerde.  Toen hij zijn gebalde vuist toestak en ik de mijne ertegen plaatste schoot er heel even een flashback uit mijn kindertijd door mijn hoofd; destijds hielden we onze vuisten op dezelfde manier tegen elkaar om daarna te proberen als eerste zo snel en hard mogelijk met de knokkels een slag op andermans vuist toe te brengen. We noemden dat een okkenootje. Gelukkig kon ik me op tijd inhouden om zo’n okkenootje te geven. Dat zou HR waarschijnlijk niet geapprecieerd hebben.

Heel even dreigde het gesprek te verzanden totdat HR over Rastafari begon te oreren. Hij had niet meer nodig dan een opmerking van mijn kant over dat reggae in de show mij en mijn vrienden steeds de kans gaf even uit te blazen om bij de punknummers weer een pit te bouwen. Daarom was dit het eerste optreden waar ik echt de hele show lang in beweging was geweest. Normaal gesproken was dat onmogelijk vol te houden.  Het gekke was dat ze me gewoonlijk na een avond in de pit op konden vegen; dan kon ik geen pap meer zeggen. Maar ik voelde me deze keer fief en klaar wakker.  HR stak van wal dat hij de reggae nummers als het belangrijkste onderdeel van de show beschouwde. Ik was hem meteen kwijt toen hij zo begon. Hij verzandde in een lange monoloog over het Rasta geloof. Hij sprak erover op een manier die een Jehova’s getuige niet zou misstaan. Over hoe Rast Fari de ‘seventh tribe of Israel ‘was en dat deze religie de zwarte vorm van het Joodse geloof was. Goed dat die boneheads die vanavond bij de show aanwezig waren dat niet wisten dacht ik nog. Ik had enorm veel respect voor deze man en bleef tot het einde van het gesprek rustig en probeerde te volgen wat hij precies zei, maar zijn religie interesseerde me echt geen moer. Het leek er verdacht veel op dat hij een serieuze poging deed om me tot zijn geloof te bekeren. Dat hij niet door had dat ik daar helemaal niet voor open stond begon me vreselijk te vervelen. Ik had zelf een visioen gehad van een godheid die ver boven het gekrakeel van de bekende religie stond. Een entiteit die een oergevoel opriep. Nee, geen satanische onzin maar een soort great spirit. Een heidense maar pure natuurreligie. Maar deze man voelde dat niet zo en probeerde zijn antwoorden bij de traditionele leer te vinden. Dat was eeuwig zonde. Het gesprek was wat mij betreft over toen HR opmerkte: “your woman is unclean”. Waar hij dat nou vandaan haalde wist ik niet en ik was er ook niet benieuwd naar. Petra kwam op dat moment de kleedkamer uitlopen met een dikke joint in haar hand die HR weigerde aan te nemen en we vertrokken daarop naar haar huis.

Een paar jaar later moest ik weer aan dit gesprek denken toen ik bij het journaal zag dat een Israëlische religieuze raad Ethiopiërs als Joods accepteerde waarop een groot aantal van hen naar Israel verhuisden. HR wist dus wel waar hij het over had.

De nacht was overigens nog lang niet voorbij, maar dat verhaal bewaar ik voor mijn boek.

Klik hier voor beelden van Bad Brains op dezelfde tour als hierboven beschreven

In 1983 heb ik optredens gezien van drie van de meest legendarische punk/hardcore bands aller tijden: Black Flag, Bad Brains en M.D.C. Deze drie concerten waren zonder enige twijfel de hoogtepunten in mijn leven als bezoeker van optredens. Nu kom je gemakkelijker onder de indruk van een uitvoering als je nog jong bent, maar bij deze optredens gebeurde er meer dan een band die een goede, gepassioneerde set speelde. Er was een onmiskenbaar een soort magie aanwezig.  Een magie die de bezoekers van deze optredens verleidde tot gedrag dat verder ging dan bewondering voor rocksterren, verder dan vooraan bij het podium los gaan in de pit. Bij deze optredens heb ik mensen gezien die terug keerden naar een soort oerdrift. Mensen in al hun glorie en tegelijk in al hun lelijkheid. Mensen die al hun demonen op de andere aanwezigen, maar ook op zichzelf, los lieten. En ik voelde die drift zelf ook; een bijna onbeschrijfelijke opwinding die een kracht opriep die maakte dat je het een uur of langer in de slampit volhield om op andere lichamen in te beuken, die je aanzette op speakertorens te klimmen en je met doodsverachting in de massa te storten. Die je mee deed brullen en als je de tekst van bepaalde nummers niet kende oerkreten deed slaken totdat je stem kapot was. Een kracht die zorgde dat alle lichamelijke en geestelijke pijn tijdelijk vergeten werd. Tot de volgende morgen natuurlijk, want dan voelde je de blauwe plekken, kneuzingen, missende tanden en gebroken botten wel degelijk. Maar ook op zo’n moment kon je niet anders dan je levend voelen. Levend op een manier waar al die miljarden, voorzichtig door het leven manoeuvrerende, squares  niet eens aan durfden denken.

Bad Brains in LVC Leiden 12 mei 1983 Deel 2

We hadden nog een uur.  We hadden een keuken tot onze beschikking. Weliswaar liepen er af en toe mensen in en uit, maar wat mij betreft bood het genoeg privacy om van bil te gaan. Het goede nieuws dat de band onderweg was en het optreden door zou gaan maakte mijn hoofd vrij om zich helemaal over te geven aan een geile golf. Ik keek Petra in haar ogen en op dat moment was ik verliefd en reddeloos verloren. Ik legde mijn hand op Petra’s achterhoofd en trok haar naar me toe. Ik kuste haar hals; de favoriete kusbare zone en altijd de poort naar meer. Ze kreunde zachtjes en ademde zwaar vlakbij mijn oor wat me zo mogelijk nog geiler maakte. Ik moest haar hier en nu neuken, maar toen ik naar de knoop van haar broek begon te zoeken duwde ze me van haar af. “Niet hier, dummy”, zei ze, terwijl ze van het aanrecht afgleed. Ze duwde me nog verder van haar af maar pakte mijn hand voordat ik buiten bereik kwam en trok me, zodra haar voeten contact met de vloer gemaakt hadden, weer naar zich toe en kuste me vol op mijn mond. “Niet hier en niet nu”, zei ze na de kus. Ze draaide zich om en zei dat ze de andere meiden bij de kassa ging helpen. Het zou erg druk worden en ze verwachtte dat het management van de zaal zou besluiten om de deur eerder te openen. Een grote groep punkers op de stoep zorgde vaak voor extreme baldadigheid, tegenreacties van passanten en nieuwsgierige agenten. Allemaal potentiële bedreigingen voor het doorgaan van de show.  Op het moment dat Petra de deur van de keuken wilde openen vloog die open en stond er een breed grijnzende skinhead in de deuropening. Hij opende zijn armen en ving Petra erin. Hij kuste haar op haar wangen en omhelsde haar. Terwijl ze samen in die houding stonden keek hij over haar schouder naar me op en ik zag in zijn ogen iets waar ik op dat moment absoluut geen behoefte aan had. Ik had een concurrent. De skinhead troonde Petra mee richting de kassa.  Ik wist natuurlijk nog niet hoe Petra tegenover de avances van die kale stond, dus was er nog niks verloren. Dat ze met mij had lopen zoenen betekende  misschien dat ze iemand zocht waarmee ze hem duidelijk kon maken dat ze geen interesse had. Typisch voor vrouwen. Ik had niet zo’n trek om voor dat doel gebruikt te worden, dus ik besloot dat dit de kortste verliefdheid uit mijn carrière zou gaan worden.

Gelukkig ging er over niet al te lange tijd een band spelen zodat ik de wonden, die verliefdheid altijd bij me veroorzaken, kon vervangen door de in de pit opgelopen fysieke pijn. Die was beter te hanteren. Verliefd zijn op een meisje dat niet in de buurt woonde betekende dagenlange onvervulde hunkering en altijd te korte periodes van samenzijn waarna de pijn alleen nog heviger toe zou slaan. Niet iets om naar uit te kijken. Zo probeerde ik onverhoedse, te snel losgelaten, verliefdheid op Petra weg te rationaliseren. Dat hielp uiteraard van geen kanten.

Inderdaad werd de zaal al om half negen geopend. Ik stond in de D.J. pit toen er de stroom bezoekers de zaal binnen begon te druppelen. Ik keek er nauwelijks naar omdat ik de platenverzameling van de zanger van the Prime Ministers aan het onderzoeken was. De meeste platen uit zijn verzameling kende ik wel, al had hij ook wat Engels spul waar ik alleen de namen van herkende maar nog nooit vinyl van had gezien.  Singles van Angelic Upstarts en Chelsea bijvoorbeeld. Maar die haalden het waarschijnlijk toch niet bij de hardcore die Aso verzamelde. Ik keek op en zag Aso net de zaal binnenlopen in een groepje van een stuk of tien Rotterdammers. Ik liep naar ze toe, begroette ze en begon ze te informeren dat de band nog niet in het pand aanwezig was, maar dat ze wel onderweg waren. Opluchting alom en nog wat gratis bier voor mij. Na één bier deed ik echter niet meer mee. Het paste beter bij Bad Brains om wat meer te blowen. Dat blowen moest ik deze avond wel een beetje binnen de perken houden, wilde ik dit optreden morgen nog herinneren. Maar alcohol en drugs konden me toch niet in hogere sferen krijgen dan de natuurlijke opwinding die dit optreden, al voor aanvang, bij me losmaakte. Ik stond vol ongeduld tegen het podium aan te wachten op wat komen ging. De ogen gericht op de deur naar de backstage. Zodra de band in het pand was zou die deur open gaan zodat de backline van Bad Brains op het podium geïnstalleerd kunnen worden; het was nu nog griezelig leeg. Uiteindelijk ging ik maar met mijn rug tegen het podium staan omdat het ingespannen turen naar die backstage deur me stierlijk begon te vervelen. De aanblik van de snel vol lopende zaal was een stuk prettiger dan die van de dichte deur, al was het tegelijk ook wel verontrustend. Op deze avond was de mix van bezoekers een  potentieel explosief mengsel. Er woonden veel skinheads in Leiden en er waren ook kaalkoppen uit Amsterdam. Dat kon je zien aan de emblemen met de drie kruisjes die sommigen op hun spijkerjacks genaaid hadden. Alle Leidse punks waren natuurlijk aanwezig, de leden van de Rotterdamse vriendenkring waren ook allemaal aangekomen en ik zag onder de Rotterdammers ook een behoorlijke afvaardiging van Punks uit zuid. Dat was bijzonder was want die hielden over het algemeen alleen van 77’ punk en absoluut niet van hardcore. Verder waren er punks vanuit bijna heel het land gekomen; er waren zelfs een paar Duitsers bij. In die tijd was het niet ongewoon dat  fans alle optredens van een tournee van een Amerikaanse band probeerden mee te maken. Zodoende werd een band door heel Europa door een vaste groep fans gevolgd. Waar dat soort lui het geld vandaan haalden om dat reizen te bekostigen was me een raadsel. Ik bedacht me ook dat ik het niet zou overleven om Bad Brains een paar weken achter elkaar elke dag te zien spelen. Ik zou waarschijnlijk dood gaan van opwinding, en in de pit leegbloeden of iets dergelijks.

Tot mijn verrassing stond er ook een behoorlijke afvaardiging van reggaefans in de zaal; Surinaamse en Antilliaanse jongens die je normaal nooit bij punkoptredens zag. Bad Brains waren Rasta’s en ik vroeg me af hoeveel van die reggaefans wisten dat Bad Brains vooral snoeiharde hardcore met maar af en toe een reggae nummer ertussendoor speelden. De mengeling van bezoekers, gecombineerd met een band die nog niet aanwezig was, zorgde al snel voor een verhitte sfeer. Punks, Skins en Rasta’s stonden in een eigen zone verdeeld over de zaal. Zoals altijd leken de skinheads het best georganiseerd. Die hadden een kring van grote gasten om de vrouwen uit hun eigen groep gevormd. Daarvoor stonden de kleine skins. De ukkies die wat te bewijzen hadden. Ze stonden zoals altijd alle leden van de andere stammen provocerend op te nemen. De Rasta’s waren net zo provocerend naar de skins, soms liep er een in de richting van de kalen, stopte op een paar meter afstand en liet zijn spieren rollen. Tegelijk keken de Rasta’s hun ogen uit richting de punkers. Ze snapten ons niet, konden ons niet plaatsen en de pogingen die sommige punks maakten om contact met de Rasta’s te maken werden stelselmatig afgewezen. Ze hadden geen trek in solidariteit met een stelletje gekken. De Leidse punks en skins konden redelijk goed met elkaar omgaan en lieten de sfeer onderling niet snel verpesten door politieke meningsverschillen. Je zag ze dan ook constant met elkaar onderhandelen. De Leidse afvaardiging van de Skins probeerde de kalen uit andere steden in toom te houden en Leidse punks bezochten ons groepje ook regelmatig om te proberen de vrede te bewaren. Nu  waren wij hier voor Bad Brains gekomen, en niet om te knokken. Maar het kon nooit meer lang duren voordat ergens in de zaal de pleuris uit zou breken. Het zou het ongetwijfeld een veldslag worden als de band alsnog niet op kwam dagen. Het werd nu echt laat. Het was al half elf geweest, dus de band was nu al een uur later dan ze die middag beloofd hadden aan te komen.  Ik zag de crew van LVC steeds zenuwachtiger rondlopen. Ik voelde met ze mee, want was in deze situatie nu wijsheid? Er kwam een punt waarop er besloten moest worden dat het optreden niet doorging. Normaal gesproken werd een optreden al afgelast als de band niet voor openingstijd van de zaal aanwezig was. Dat gouden moment hadden ze laten schieten al was het met een goede reden, want het was niet denkbeeldig dat de uit heel het land aangetrokken groepen punks, skins en Rasta’s ofwel op de stoep van LVC met elkaar op de vuist waren gegaan of rellen schoppend de binnenstad ingetrokken zouden zijn. Maar nu zaten ze klem. Aflasting zou een knokpartij opleveren die zijn weerga niet kende en die zou het voortbestaan van de zaal zelfs kunnen bedreigen. “Herinner je dat optreden  van Bad Brains nog? Nou die kwamen niet, en nu bestaat lVC niet meer.”

Ik stond op een plaats vlakbij het podium en ik kon niet verder van de uitgang verwijderd zijn. Geen goed uitgangspunt als de vlam in de pan zou slaan. Iedereen om me heen keek gespannen voor zich uit. Gelukkig waren Petra en de andere meiden niet in de zaal te bekennen. De skin die verliefd op haar was zag ik wel en dat deed me ook goed. Hij was een van de gasten die nog altijd druk bezig waren vrede te stichten tussen de skins en punks. Als het knokken werd was hij dus geen doelwit. En eigenlijk was dat ook wel jammer. De hele situatie was zo fucked up. Niet voor de eerste keer haatte ik al dat gezeik over ideologie. Ik was mordicus tegen fascisten en nazi’s maar teveel een individualist om alle skins op één hoop te gooien. Ik kende teveel skins die best OK waren en het alleen leuk vonden om mensen met te vast geroeste opvattingen te provoceren. Dat deden punks traditioneel ook altijd. Ik vond dat je wat dat betreft wel wat moest kunnen slikken. Provoceren en tegelijk niet zelf geprovoceerd willen worden vond ik nogal zwak. Al vond ik wel dat echte boneheads op hun lazer moesten krijgen want ik haatte de haters.

De deur van de backstage ging uiteindelijk toch open en ik juichte toen ik zag dat er een drumstel in de deuropening verscheen. Er ging een zucht van opluchting door de zaal gevolgd door een opgewonden gejoel. De stagemanager wenkte een paar vrijwilligers die in de zaal rondliepen het podium op en in sneltreinvaart werd de backline van Bad Brains opgesteld. Een werd een linecheck uitgevoerd op elke microfoon  terwijl de versterkers nog werden aangevoerd. Roadies plugden de gitaar en bas in en sloegen een paar akkoorden aan. Een ander sloeg op alle onderdelen van de drums. Het was de kortste soundcheck die ik ooit heb gezien. De zaal was al in beweging; de zee begon te klotsen. Ik moest mijn best doen om in de branding mijn plaats bij het podium te behouden. De muziek vanuit de D.J. pit werd uitgedraaid en het zaallicht doofde.

Vier silhouetten betraden het podium en werden begroet door een massaal door de zaal uitgebraakte oerkreet. Wat volgde was magie. Vijf aanslagen op de gitaar; de openingsriff van ‘Coptic Times’. “These are coptic times GO!” De band viel in, alle controle viel uit. De zaal werd overspoeld door een energie die orkanen teweeg kan brengen. En dat deed het dan ook. Ik werd door de kolkende massa meegevoerd. Mijn voeten raakte de vloer niet meer. Het was letterlijk alsof ik gegrepen werd door een golf. Een golf van de soort waar elke surfer zijn hele leven naar uitkijkt.  De uitbarsting in het openingsnummer was maar kort en word al snel door een jazzy intermezzo op alleen de bas gevolgd. In dat intermezzo kwam de zaal een paar seconden tot bedaren maar je voelde de spanning omhoog schieten. De band viel weer in en ik werd andermaal meegesleurd. Dit keer was ik er wel beter op voorbereid en wist ik contact met de vloer de behouden. Coptic Times duurt op de plaat nog geen anderhalve minuut, maar de hoop dat ik tussen nummers door de rand van het podium weer zou bereiken was een ijdele, want de pauzes tussen nummers duurde nog geen milliseconde. Ik heb nooit een band die strakker speelde gezien dan Bad Brains. De band leverde daarnaast het bewijs van een feit dat ik later, toen ik zelf stagemanager was geworden, keer op keer bevestigd zag; een echt goede band heeft geen soundcheck nodig. Een band waarvan de leden echt goed op elkaar ingespeeld zijn hoeft geen perfecte monitormix te hebben om te horen op welke tel de drummer zit. Een dergelijke band is een monster, een organisme met één lijf en vier hoofden. Die hoeven niet meer te tellen, dat punt hebben ze allang achter zich gelaten. Bad Brains nummers worden altijd in hetzelfde tempo gespeeld, ze zijn nooit langzamer of sneller dan op de plaat. Het kan maar in één tempo; het juiste tempo. De band vuurde een stuk of 5 songs op het publiek af en wisselde toen af met een reggae nummer. Ook dat was een gouden greep; het zorgde ervoor dat de totale uitputting bij de slamdancers voorkomen werd, en dat we ons een beetje konden hergroeperen. De Rasta’s kwamen wat meer naar voren tijdens reggae nummers die ongeveer om het kwartier voorbij kwamen. Maar ik zag ook skinheads meedeinen op de reggae klanken. Alle onenigheid was als bij toverslag verdwenen. Iedereen ging volledig op in de muziek. Achterin de zaal stond nog wel een groepje boneheads een beetje te mokken maar ook zij voelden dat er geen kruid gewassen was tegen dit soort magie. Ondanks dat Bad Brains keihard, snel en woedend klonk was er op een wonderlijke manier geen plaats voor onderlinge agressie. Agressie die bijvoorbeeld tijdens het optreden van Black Flag wel door iedereen heen stroomde. Het klinkt als een zielig cliché maar Bad Brains bewees dat muziek mensen bij elkaar kon brengen. Al was het alleen maar voor de duur van een optreden. Nu was na deze show  fysiek ook niet mogelijk geweest nog de energie te vinden om met  elkaar op de vuist te gaan. We hadden niet eens genoeg energie over om ook maar lelijk naar elkaar te kijken. Er kwam een gevoel van liefde voor iedereen over me heen dat sterker was dan het effect dat,  veel later, opgewekt door XTC door mijn donder zou lopen. Het hele optreden duurde nog geen uur, maar dat was genoeg.  Ik verkeerde in een roes die nog beter was dan na goede seks, om nog maar eens een clicheetje te gebruiken, en kon alleen nog maar schaapachtig glimlachen.

Klik hier voor deel 3 van dit verhaal

In 1983 heb ik optredens gezien van drie van de meest legendarische punk/hardcore bands aller tijden: Black Flag, Bad Brains en M.D.C. Deze drie concerten waren zonder enige twijfel de hoogtepunten in mijn leven als bezoeker van optredens. Nu kom je gemakkelijker onder de indruk van een uitvoering als je nog jong bent, maar bij deze optredens gebeurde er meer dan een band die een goede, gepassioneerde set speelde. Er was een onmiskenbaar een soort magie aanwezig.  Een magie die de bezoekers van deze optredens verleidde tot gedrag dat verder ging dan bewondering voor rocksterren, verder dan vooraan bij het podium los gaan in de pit. Bij deze optredens heb ik mensen gezien die terug keerden naar een soort oerdrift. Mensen in al hun glorie en tegelijk in al hun lelijkheid. Mensen die al hun demonen op de andere aanwezigen, maar ook op zichzelf, los lieten. En ik voelde die drift zelf ook; een bijna onbeschrijfelijke opwinding die een kracht opriep die maakte dat je het een uur of langer in de slampit volhield om op andere lichamen in te beuken, die je aanzette op speakertorens te klimmen en je met doodsverachting in de massa te storten. Die je mee deed brullen en als je de tekst van bepaalde nummers niet kende oerkreten deed slaken totdat je stem kapot was. Een kracht die zorgde dat alle lichamelijke en geestelijke pijn tijdelijk vergeten werd. Tot de volgende morgen natuurlijk, want dan voelde je de blauwe plekken, kneuzingen, missende tanden en gebroken botten wel degelijk. Maar ook op zo’n moment kon je niet anders dan je levend voelen. Levend op een manier waar al die miljarden, voorzichtig door het leven manoeuvrerende, squares  niet eens aan durfden denken.

Hieronder een verslag van het optreden van Bad Brains op donderdag 12 Mei 1983.

Dit is een ruwe versie van een hoofdstuk dat in mijn boek opgenomen zal worden.

Ik hoorde de Roir tape van Bad Brains de eerste keer dat ik bij Aso op bezoek kwam. Op die avond maakte ik ook kennis met onder andere  The Misfits, Minor Threat en Violent Apathy. Vooral the Misfits maakten diepe indruk op me. Ik hoorde Skulls en dacht dat Danzig “I want your soul” zong in plaats van “I want your skull.” Dat nummer deed me rillen van genoegen en zoog zich meteen aan mijn hersenschors vast. Aso was een verzamelaar en is nog altijd de grootste autoriteit die ik ken wat hardcore betreft. Die jongen heeft werkelijk bijna alle goede platen die ooit in het genre zijn uitgebracht. Toen ik hem net leerde kennen was hardcore nog niet, of nauwelijks, te krijgen en peperduur. Het kwam niet vaak voor dat iemand een plaat als Damaged van Black Flag, die ik zelf voor 35 gulden had gekocht, zo graag wilde hebben dat de desbetreffende persoon er de prijs van een week blowen voor over had. Maar Aso besteedde al zijn geld aan platen. Hij kreeg een weekuitkering en in die tijd kon je dat bedrag nog contant bij de Soos afhalen; Fl.187,50. En zodra hij dat geld ontvangen had ging hij naar Haddock op de Van Oldenbarneveldtstraat, en gaf het daar uit aan import platen. Op twee tientjes na; daar kocht hij shag en chips van. Het uitzoeken van LP’s kostte hem een hele dag. Elke vrijdag kon je hem vanaf 12 uur ‘s middags en zowat tot sluitingstijd in Haddock vinden. Daarna sloot hij zich het hele weekend op om zijn nieuwe aanwinsten te beluisteren.  Als je bij hem langs kwam stond je buiten op de stoep en belde je op strategische momenten aan;  in de pauze tussen twee nummers. Maar meestal moest je wachten totdat hij een nieuwe plaat op ging zetten en de pauze lang genoeg duurde. En dan negeerde hij de bel nog vaak, maar de aanhouder wint. Aso kreeg onvermijdelijk honger. Iedereen in de vriendenkring, die net zo verslaafd aan muziek waren als ik, wist dat hij in ruil voor een bord eten, ook koud eten, alles wat hij die avond draaide voor je op een cassette opnam. Je moest natuurlijk wel zelf lege bandjes meenemen. Hij schreef dan ook nog alle titels en bandnamen in een bijna griezelig goed leesbaar handschrift voor je op de omslag van de tape. Dat was een goede deal. Aso zijn huis zat dan ook elke vrijdagavond vol met drie tot 6 gasten. Meiden waren er bijna nooit, want die hielden meer van praten en konden het niet opbrengen om uren ingespannen te luisteren. Wij hielden zolang de muziek speelde in een bijna geweide stilte onze bek, op een paar losse opmerkingen na en meestal alleen als Aso platen verwisselde. Kletskousen zag je na één zo’n sessie nooit meer terug, omdat die weggekeken werden. Aso gaf de hoes van de LP’s die hij draaide bijna automatisch aan mij door. Ik was een liefhebber van artwork en songteksten en citeerde in de stilte tussen de platen af en toe opvallend mooie zinnen. Ongeveer een jaar nadat deze sessies begonnen opende de eerste winkel waar je op A3 formaat fotokopieën kon maken en al gauw hing Aso zijn woning vol met zwart wit kopieën van platen hoezen en bandfoto’s. Destijds waren die kopieën nog spuuglelijk met teveel contrast en weinig grijswaarden maar toch zagen de wanden van zijn huis, helemaal volgeplakt met artwork er fantastisch uit. Als je een mooi hoesontwerp zag was Aso vaak wel geneigd om de LP waar het artwork vandaan kwam voor je te draaien en op te nemen. Meestal was de muziek die bij de beste teksten hoorde ook goed. Een goede tekst komt voort uit goede muziek en vice versa.

De Roir tape die ik op die eerste luistersessie hoorde was één grote bak ruis omdat de cassette al tientallen keren doorgekopieerd was. Hij ging van hand tot hand en het was een kopie van een kopie van een kopie en dat tot misschien wel de 100e macht. Maar dat mocht de pret niet drukken want de energie spatte er ondanks de slechte kwaliteit van het geluid nog altijd van af. Bad Brains was de snelste en strakste band die ik ooit gehoord had. Het kon nooit lang duren voordat zo’n goede band een echte LP ging uitbrengen. Ik zei Aso dat ik waarschijnlijk tegen het plafond zou springen op het moment dat ik een goede productie van Bad Brains zou horen. Een week later gaf hij me een cassette waar ‘Let them eat Jellybeans’ op stond. Jelly beans was één van de eerste hardcore verzamel LP’s die Europa bereikte en een van de eerste releases op het Alternative Tentacles label van Jello Biafra, zanger van de Dead Kennedys. Pay to cum van Bad Brains stond erop en de productie was weergaloos. Ik hoorde dat nummer en draaide het tientallen keren achter elkaar terwijl ik door mijn huis sprong. Het glazen bijzettafeltje, dat ik die week bij de vuilnis had gevonden, overleefde het niet. Nog weken later trapte ik, zodra ik mijn kisten thuis uitdeed, in de glassplinters. Ik had geen stofzuiger en het was te donker op mijn zolderkamer om de kleinere splinters te zien liggen, laat staan ze op te ruimen op de zeldzame momenten dat ik puf had om te vegen.

Twee jaar later, begin 1983 kwam eindelijk Rock For Light, de eerste LP van Bad Brains uit. Ik moest even wennen aan de productie die nogal iel was. Ik snapte ook echt niet waarom Ric Ocasek van The Cars was uitgekozen om die plaat produceren. Dacht de band of het label nou echt dat de interesse van het mainstream publiek daardoor opgewekt zou worden? Desondanks draaide ik weken niets anders dan deze LP. En zelfs als ik hem nu, 28 jaar later, op zet word ik nog altijd bijna tegen de muur geblazen door de energie van die plaat. Ik moet hem nu wel in de digitale versie draaien want je kunt intussen bijna letterlijk door de originele LP heen kijken. Grijsgedraaid is gewoon niet meer het goede woord; de groeven zijn er zowat uit verdwenen.

Op een ochtend ontving Scherf muziekkrant Oor en kwam joelend mijn kamer binnenstormen. Het was tien uur ‘s ochtends en ik had bijna een zwaar boek naar zijn kop gesmeten, maar voor dit nieuws mocht hij me wel wakker maken: Bad Brains kwam naar Nederland en speelde hun eerste optreden in LVC!

Wij waren kind in huis bij LVC. Scherf kende de bandleden van The Prime Ministers persoonlijk en de zanger van die band werkte als D.J. bij LVC tijdens punkconcerten. Scherf belde hem meteen. Wij waren zo gelukkig de enige telefoonaansluiting van de hele rij van 6 huizen, die samen de Braadworst vormden, in huis te hebben . Iedereen lapte vijf gulden per maand om gebruik van de telefoon te kunnen maken en in ruil voor de luxe een telefoon binnen handbereik te hebben nam Scherf voor iedereen de telefoon aan en haalde wie die gebeld werd erbij. ‘S zomers was dat gemakkelijk; hij hoefde dan alleen de naam van degene waarvoor gebeld werd de tuin in te schreeuwen en dan werd het vanzelf doorgegeven. In de winter was dat moeilijker want dan moest hij buitenom lopen om aan te gaan bellen. In de winter werden er dan ook een stuk minder telefoontjes aangenomen.

Zoals verwacht en gehoopt moest de zanger van the Prime Ministers bij Bad Brains draaien. Hij zou al om 7 uur in de zaal aanwezig zijn en wij konden rond die tijd ook komen. Hij zou zorgen dat we erin kwamen. We moesten nog bijna 4 weken wachten en we gebruikten die tijd om iedereen in de scene op te trommelen. De Rotterdamse afvaardiging telde uiteindelijk meer dan 25 man. Dat was een fijn idee. ‘s Middags zouden Scherf en ik vooruit reizen want we konden natuurlijk niet met 25 man al zo vroeg naar binnen. Maar op de terugweg zouden we met genoeg mensen zijn om veilig door de binnenstad van Leiden te kunnen trekken. Leiden had een supertoffe punkscene maar helaas liep de weg naar LVC langs een paar straten die vol discotheken zaten. Als je daar in het weekend na 1 uur langs moest was de kans dat je door tientallen dronken disco’s lastig gevallen werd, of in elkaar geslagen, wel erg groot.

Ik heb in heel mijn leven nog nooit zo naar een optreden uitgekeken als dat van Bad Brains. En Scherf en ik zouden al in de zaal aanwezig zijn als de band aankwam. Ik heb soundchecks altijd strontvervelend gevonden, maar de check van Bad Brains was wel iets om naar uit te kijken. Scherf en ik stonden al om 4 uur voor de deur van LVC; we konden het thuis niet meer uithouden en hadden drie uur eerder een trein genomen dan de bedoeling was. Met wat geluk zou er al iemand in LVC aanwezig zijn die ons binnen kon laten en dat was ook zo. Er waren drie vrijwilligsters bezig met de schoonmaak en zij lieten ons binnen. Het werd nog heel erg gezellig ook. Scherf en ik hielpen een handje mee. Scherf was erg goed in schoonmaken. Zijn kamer was het best onderhouden kamer in ons pand. Die jongen stofzuigde echt twee maal per week, en deed na het eten altijd meteen de afwas. Scherf zijn kamer was nog schoner dan de kamers waarin stellen woonden. Een scherper contrast met de vuilste kamer van ons pand was trouwens ook niet voorstelbaar. Die was niet van mij, al was het bij mij ook echt een zooitje, maar van Skoeter. Die had één deur verder gewoond en was min of meer door de andere bewoners gedwongen te vertrekken omdat zijn huis ratten aantrok. Hij was vlak voordat ik in het pand kwam wonen verhuisd, maar ik was bij het uitmesten van zijn kamer aanwezig geweest. Toen ik die kamer binnenstapte leek er weinig aan de hand. De meeste spullen waren weggehaald. Niet door de ex-bewoner, want die nam nooit de moeite om spullen mee te nemen, op zijn platen en installatie na. Elke keer als hij verhuisde ritselde Skoeter nieuwe spullen bij elkaar. Dat was makkelijker dan die zooi twee trappen afdragen en het daarna weer drie trappen omhoog te sjouwen. Het scheelde die eerste twee trappen en dat was winst. Hij had verder eigenlijk ook niks nodig, behalve muziek en een bed om op te slapen en te neuken. Er hing een vreselijke lucht in het huis en die bleef hangen. Ook nadat alle smerige spullen via het dakraam de tuin in waren gegooid om daaruit naar de straatkant gesleept te worden, bleef de kamer ruiken alsof er ergens een lijk lag te rotten. Scherf was degene die ontdekte dat Skoeter, het hele jaar dat hij in de kamer had gewoond, planken uit de vloer had getrokken en zijn vuilnis in de loze ruimte tussen de vloer en het plafond van een verdieping lager had gedumpt. En het gat vervolgens weer had gedicht om een paar meter verder een nieuw te openen. Onder de vloer lag het vol rottende etensresten en de enige manier om dat zonder erbij te moeten kotsen eruit te halen, was door gaten in het plafond van de verdieping onder de kamer te maken en het afval naar beneden te laten vallen, alvorens het via het raam uit de woning te verwijderen. Daardoor waren er niet 1 maar twee kamers zo goed als onbewoonbaar geworden.

Nadat de zaal en de bar van LVC schoon waren werd het nog gezelliger met de meiden. Ze waren alle drie punk en ik viel als een blok voor Petra. Ze was de grootste en knapste van het stel met haar roze haar dat ze tijdens de schoonmaak opgebonden had. Ze verdween nadat het karwei was gedaan in het toilet en kwam er tien minuten later volledig geplamuurd en met getoupeerde haren weer uit. Ze was prachtig en ik probeerde de rest van de middag haar te versieren.

Om zeven uur zaten we nog altijd aan de bar gratis bier weg te werken en te blowen. De zanger van Prime Ministers kwam aan. Daarna was het wachten op de band die zo rond deze tijd verwacht werd. Nu komen bands nooit precies op tijd, maar Bad Brains bleef wel erg lang weg. Uiteindelijk gingen Petra en ik naar de keuken van LVC om alvast wat te eten te maken want we vielen van de graat, en konden niet meer wachten totdat er voor de band geserveerd werd. We aten met de vrijwilligsters en de rest van het personeel van LVC; de geluidsmensen, lichtman en stagemanager. Petra verzorgde altijd het eten bij LVC en de twee andere meiden gingen zodra de deur van de zaal opende de kassa bemannen. Ik hielp Petra met de afwas. Wat je allemaal niet over hebt voor een leuk meisje! Ik waste thuis maximaal 1 maal per week, en met enorm veel tegenzin, af. Maar hier was het een leuk karwei omdat ik het samen met haar deed. Wat ook mee hielp, was dat Petra mijn gedachte een beetje van de Bad Brains af hield, omdat die nu wel erg laat waren. Ik maakte me zorgen dat het concert alsnog afgelast zou worden. Maar toen ik na de afwas mijn warme, door zeepsop zacht gemaakte handen, om de borsten van Petra had geslagen vergat ik de band een tijdje. We waren innig aan het zoenen. Ik had haar met de nodige moeite op het aanrecht gezet, want ze was niet de lichtste. Ze was net zo lang als ik en stevig gebouwd. Met mijn handen onder haar T-shirt voelde ik dat ze niet alleen mooie dikke tieten had, maar ook het strakste en best afgetrainde vrouwenlichaam dat ik ooit gevoeld had. Alle spieren in haar schouders, borst, buik en rug stonden strak. Ik vroeg haar wat voor sport ze deed. Ik hoopte dat ze karate zou antwoorden, dan konden we sparren. Maar tussen twee lange tongzoenen door vertelde ze dat ze een zwemster was. Ze had zelfs met de selectie voor het Olympisch team meegedaan. Dat eindigde toen ze punk werd. Ze was door haar coach geschorst nadat er een stroom rood gekleurd water als bloed vanonder haar badmuts  liep  omdat haar rood geverfd was. De roze lokken die ze nu nog had waren daar nog een overblijfsel van. Ze vertelde ze me dat er nog een andere reden was om met sporten te stoppen; haar tieten waren te groot geworden en vertraagden haar niet alleen in het water, maar veroorzaakten ook ongewenste aandacht van haar coach die moeite had om van haar af te blijven.

We werden in ons onderonsje gestoord door de stagemanager die ons vertelde dat hij de band aan de telefoon had gehad. Ze hadden de boot van Dover naar Nederland gemist, maar stonden nu alsnog in Vlissingen. Ze zouden met 100 kilometer per uur naar Leiden gaan rijden en rond half tien aan moeten komen. Dat was net op tijd voor de show. De soundcheck werd afgelast maar het publiek kon om negen uur naar binnen. Ik keek uit het raam van de keuken en zag dat er een uur voordat de zaal zou openen al tientallen punks op de stoep stonden.

klik hier voor deel 2

In 1983 heb ik optredens gezien van drie van de meest legendarische punk/hardcore bands aller tijden: Black Flag, Bad Brains en M.D.C. Deze drie concerten waren zonder enige twijfel de hoogtepunten in mijn leven als bezoeker van optredens. Nu kom je gemakkelijker onder de indruk van een uitvoering als je nog jong bent, maar bij deze optredens gebeurde er meer dan een band die een goede, gepassioneerde set speelde. Er was een onmiskenbaar een soort magie aanwezig.  Een magie die de bezoekers van deze optredens verleidde tot gedrag dat verder ging dan bewondering voor rocksterren, verder dan vooraan bij het podium los gaan in de pit. Bij deze optredens heb ik mensen gezien die terug keerden naar een soort oerdrift. Mensen in al hun glorie en tegelijk in al hun lelijkheid. Mensen die al hun demonen op de andere aanwezigen, maar ook op zichzelf, los lieten. En ik voelde die drift zelf ook; een bijna onbeschrijfelijke opwinding die een kracht opriep die maakte dat je het een uur of langer in de slampit volhield om op andere lichamen in te beuken, die je aanzette op speakertorens te klimmen en je met doodsverachting in de massa te storten. Die je mee deed brullen en als je de tekst van bepaalde nummers niet kende oerkreten deed slaken totdat je stem kapot was. Een kracht die zorgde dat alle lichamelijke en geestelijke pijn tijdelijk vergeten werd. Tot de volgende morgen natuurlijk, want dan voelde je de blauwe plekken, kneuzingen, missende tanden en gebroken botten wel degelijk. Maar ook op zo’n moment kon je niet anders dan je levend voelen. Levend op een manier waar al die miljarden, voorzichtig door het leven manoeuvrerende squares  niet eens aan durfden denken.

Black Flag in Paradiso Deel 2

We waren wat verder het balkon van Paradiso opgelopen om een beter uitzicht op het podium te krijgen. Dichterbij het podium betekende verder van de bar, dus niet iedereen van ons groepje ging met ons mee. Bier kon me die avond echter geen moer schelen. Ik wilde deze avond blijven herinneren en ik had sowieso geen geld genoeg bij me om het op een zuipen te zetten, dus dat hielp me bij mijn voornemen te blijven. Al mijn zintuigen stonden op scherp en dat veroorzaakte een natuurlijke high. Ik had genoeg aan de informatie die mijn ogen en oren op mijn brein afvuurden; een eindeloze stroom indrukken.  Je voelde de opwinding  uit elke porie van de bezoekers stromen. Normaal zag je bij optredens altijd mensen die out in een hoekje lagen; stomdronken of te stoned van de  hasj of heroïne. Deze avond was daarop een uitzondering; niemand in de zaal zag er onbewogen uit of speelde de rol van de coole punk die alles al gezien en meegemaakt had. Iedereen was alert en liep met ogen als schoteltjes rond. Natuurlijk stonden veel bezoekers stijf van de speed, maar daar kon het niet alleen aan liggen. Er hing iets in de lucht, iets dat op het punt stond te ontploffen. En de avond was nog niet eens echt begonnen. Dit was zo’n moment waarop je de sterke illusie kreeg dat als de kracht van deze groep mensen in een bepaalde richting geduwd zou worden er morgen een revolutie plaats kon vinden. Een illusie die nooit langer duurde dan het concert, maar toch…

Eindelijk was er beweging op het podium te zien. Een paar roadies checkten de installatie voor de laatste keer en er kwamen vijf man het podium op lopen. Allemaal langharigen. Als op commando verstomde het geroezemoes. Er heerste een paar seconde absolute stilte. De zanger van de band had lange blonde krullen onder een witte baseball cap. Hij liep naar de microfoon en brulde: Amsterdam, are you ready to rock? En dan met zo’n typische hoge metalstem. Het publiek bevroor. Een typische rock riff werd de zaal in geslingerd gevolgd door nog zo’n hoge krijs.

Hoe kwamen die yanks er in godsnaam bij dat we hier bijeen waren om van die kutrock te horen? Voordat het publiek zich wist te herpakken, zag ik dezelfde groep skinheads die die Duitse hippies de zaal uit hadden gezet, richting het podium stormen. Het eerste nummer van de band was net afgelopen toen de skins het podium bereikten en erop klommen. De zanger had zich net naar zijn band omgedraaid, wachtend op de inzet van het tweede nummer, toen er  een skinhead achter hem stond die de microfoonstandaard pakte en het in de richting van zijn hoofd mepte. Ik kon niet zien of hij echt geraakt werd, maar de band begreep de boodschap en ze waren in één tel verdwenen. De skinhead stond triomfantelijk met de standaard in zijn hand en met een microfoon tot zijn beschikking. Hij begon Fuck the USA te scanderen totdat de geluidsman de mic uitschakelde. Het zag er even naar uit dat die skins het podium de rest van de avond zouden blijven bezetten en ik vreesde dat dit zou betekenen dat de rest van de avond afgelast zou worden. Uiteindelijk werden ze met veel praten door de crew van Black Flag, en onder dreiging van de grote meerderheid van het publiek, dat hier toch echt voor Black Flag was gekomen, en niet om een stel kale kankerlijers voor de zoveelste keer het plezier te laten vergallen, met zachte hand van het podium verwijderd. Daarna duurde het nog bijna een half uur voordat The Minutemen opkwamen. Die moesten waarschijnlijk even moed verzamelen.

Ik ging even naar de plee en onderweg kwam ik Kikker tegen. Hij vertelde dat hij backstage was geweest en vertelde me een onwijs verhaal. Die eerste band bestond uit Roadies van Black Flag en ze hadden voordat ze het podium opkwamen allemaal een pruik op gedaan. Het optreden was bedoeld geweest als één grote grap, en dat eerste nummer had expres zo metal geklonken. Je kon het natuurlijk aan de aanwezige skinheads overlaten om de humor ervan niet in te zien, maar deze band liet zien dat ze schijt aan de vooroordelen over de USA hadden. Vooroordelen die destijds nog welig tierden, want op The Dead Kennedys na was hardcore nog totaal onbekend en we moesten het destijds vooral met die tweederangs Oi rommel uit Engeland doen. Dat de eerste punkgolf uit de UK fantastisch was geweest stond buiten kijf. We waren allemaal punk geworden omdat we naar The Sex Pistols, The Clash, 999 en Stiff Litte Fingers luisterden, maar er waren maar weinig van dat soort bands over. The Pistols bestonden niet meer en The Clash waren wel erg commercieel geworden. Hun plaats was ingenomen door bands die het in vergelijking muzikaal en tekstueel meestal niet haalden. Van die afgerukte drie akkoorden punk met semi stoere skinhead geouwehoer als teksten. Allemaal over working class dit en working class dat. Niemand van ons werkte in die tijd, dus dat soort teksten sloegen als een tang op een varken. Er waren natuurlijk wel goede bands die uit Engeland kwamen, maar een band als Crass was zijn momentum kwijt geraakt. Die waren, net als de Rondo’s in Rotterdam, een beetje te ver afgedwaald in politieke statements. Eigenlijk waren het in Engeland alleen Discharge, G.B.H en The Exploited die het vaandel nog hoog hielden. (OKÉ je had ook nog  The Subhumans, The Damned, The Partisans, Vice Squad, Blitz, Zoundz, Conflict, UK Subs, The Addicts, Anti Nowhere League, Cockney Rejects, Rubella Ballet, Toy Dolls etc, maar je snapt wat ik bedoel). Het was verfrissend en dapper dat die rare Amerikanen de vinger op de zere plek durfden te leggen. Het zou nog meer dan 5 jaar duren voordat punkbands invloeden van metal bands als Black Sabbath als invloed zouden gaan gebruiken en daarmee de scene zouden revitaliseren. Deze gasten liepen daar ver op vooruit; misschien een beetje té ver, maar alla…

Ik liep het toilet in en werd verrast door een flitslicht van een camera. Een punker, die net als ik een hanenkam had, stond er te poseren voor een fotograaf. Ik schonk er weinig aandacht aan. Maar toen ik stond te pissen bedacht ik me wel dat als ik zelf fotograaf was geweest, ik de wilde dieren liever in hun natuurlijke omgeving zou fotograferen, in plaats van ze op een toilet te laten poseren. Wat een flauwe kul was dit. Je hoefde in de zaal eigenlijk alleen je camera in de aanslag te houden en dan kon je elke minuut hele rollen vol schieten met de meest bizarre taferelen. Er liepen prachtige meiden rond, maar die gast stond op het herentoilet, dus die die miste hij alvast. In elke hoek van Paradiso werden situaties uitgespeeld waar je mini documentaires over zou kunnen draaien. Je kon vanaf het balkon overzicht foto’s van de slampit maken die iedereen die nog nooit eerder een punkoptreden had gezien zou verbazen. Die fotograaf was misschien bang dat hij gemolesteerd zou worden als hij in de zaal zonder toestemming punkers zou fotograferen. Maar als je bang bent voor leeuwen moet je de bush bush niet in gaan. Natuurlijk lukte het niet om de plee uit te sneaken zonder dat de fotograaf me aansprak en vroeg of ik ook voor hem wilde poseren. Ik vroeg hem waarom dat zo nodig moest, en hij legde uit dat hij met een boek met portretten van bezoekers van Paradiso bezig was. Ik wenste hem veel succes maar bedankte voor de eer, al moet ik toegeven dat ik later spijt kreeg toen ik het boek genaamd Paradiso stills te zien kreeg en bleek dat bijna al mijn vrienden wél geposeerd hadden.

Ik bekeek het optreden van The Minutemen met gemengde gevoelens. Ik was het met Kikker eens dat het een fantastische band was. Een voorbeeld van een band die een eigen stijl had waar geen spoor van traditionele rock ‘n roll in te herkennen was. Soms klonken ze zelfs gewoonweg funky. De nummers van The Minutemen waren ook echt niet langer dan een minuut dus ze deden hun naam eer aan. Ze speelden alleen op de verkeerde tijd en de verkeerde plaats. De spanning  in de zaal liep snel op en niemand had geduld genoeg om The Minutemen de aandacht te geven die ze verdienden. Ik beloofde mezelf op zoek te gaan naar platen van deze band maar verder wilde ik op dat moment alleen dat Black Flag zou beginnen, want er moest snel iets gebeuren voordat de boel voortijdig uit elkaar zou knallen. De zanger zette een nummer in dat me meteen bijbleef: paranoid chant. Dit nummer zei het allemaal, ondanks de verkeerde plaats en tijd; Paranoid, scared shitless. De zanger kon niet anders dan deze tekst uit de grond van zijn hart te menen. The Minutemen speelde hun hele set en lieten zich verder niet van de wijs brengen al braken er hier en daar vechtpartijen uit in het publiek.

Black Flag zag gelukkig in dat het zaak was om de show zo snel mogelijk na The Minutemen te laten beginnen. De kans was groot dat er een enorme vechtpartij zou ontstaan als de show nog lang op zich zou laten wachten.  Je wilt als band niet dat zalen weigeren je uit te betalen, omdat je band niet heeft kunnen optreden door ongeregeldheden in de zaal. Bands als Black Flag hadden waarschijnlijk maanden moeten sparen om deze tour te laten doorgaan. Ze kregen geen toursupport van hun label, want hun label dat waren ze zelf. Misschien dat Roadrunner als distributeur wat bij had gelegd, al stonden distributeurs daar ook niet om bekend. Nee, de show moest koste wat kost doorgaan, zelfs nu de kans groot was dat de bandleden zelf er ook niet ongeschonden vanaf zou komen. Ik twijfelde even of ik alsnog naar beneden zou gaan om het optreden vanuit de pit te beleven, maar uiteindelijk besloot ik toch maar boven op het balkon te blijven. Vanuit de pit zou het erg moeilijk worden om de band in actie te zien en ik wilde geen seconde missen. 5 bandleden tegen achthonderd man publiek waarvan een groot gedeelte vooral was gekomen om deze yanks op hun bek te zien gaan.

Het zaallicht ging uit en het publiek brulde als een getergde meute stieren. Eindelijk! Een hevige feedback van een gitaar scheurde door de zaal gevolgd door de beginakkoorden van Damaged 2. Meteen had ik spijt dat ik niet beneden stond, want een golf van intense opwinding trok door mijn lijf die ik, als ik beneden had gestaan, in beweging om had kunnen zetten. Nu stond ik tegen de balustrade tussen mijn vrienden waaronder een boel meisjes en moest ik me inhouden. Whraaaah!!! Het licht ging weer aan vlak voor het moment dat de rest van de band in moest vallen. Ik had nog nooit een band op deze manier zien klaar staan. Ze stonden allemaal stokstijf in een verkrampte houding waaraan je kon zien dat ze de spanning in hun lijf tot een maximum aan het opvoeren waren voordat ze volledig los zouden gaan. Goddamn, die pose alleen al was het waard geweest om naar Amsterdam af te reizen. Niet alleen het nummer brak los; de hele zaal explodeerde. Damaged by you, Damaged by me, I’m confused, confused, don’t wanna be confused. Ik had niet eens door dat ik mee aan het brullen was. De manier waarop deze band bewoog was fenomenaal, nog nooit had ik een punkband gezien die de kracht van hun muziek extra aan wist te zetten door bijna simultaan met elkaar te bewegen. Als zeewier dat door een krachtige branding heen en weer beweegt. Dit was California; dit waren surfers!

Het eerste dat me aan Henry Rollins opviel was dat hij zijn haar had laten groeien. Hij was skinhead af. Dat zouden de kaalkoppen in het publiek hem niet in dank afnemen. Dat deze band uit de USA kwam was voor hen een gotspe, maar het feit dat Rollins ook een skinhead was gaf de band nog het voordeel van de twijfel. Het laatste restje goodwill bij de aanwezige skinheads werd vernietigd doordat Dez Cadena, de tweede gitarist echt lang haar had en Chuck Dukowski, de bassist en Greg Ginn, de lead gitarist haar hadden dat al richting Ramones lengte aan het groeien was. Zelfs de drummer was niet meer kaal en toen ik later goed keek zag ik dat het Robo ook niet kon zijn. Achteraf was het Bill Stevenson van the Descendents die Robo al een tijdje verving. Ik kwam er pas jaren later achter dat Robo, al tijdens de eerste Black Flag tour door de UK in 1981, op de terugweg een illegaal in de USA verblijvende Colombiaan bleek te zijn en de USA niet meer binnen was gekomen.  Het kostte Robo een jaar om zijn weg naar de USA weer terug te vinden. Later drumde hij bij The Misfits op hun beste plaat: Earth A.D. Dat alles wist ik pas nadat ik ‘Get in the Van’ van Henry Rollins had gelezen (een verslag van Henry’s tijd bij Black Flag en een van de beste boeken over punk ooit geschreven). Destijds bereikte dat soort informatie je gewoon niet, of heel langzaam en via een miljoen omwegen.

Ik keek vanaf het balkon van Paradiso naar de pit en was tegelijk teleurgesteld en blij dat ik niet tussen de voorste rijen stond. No way dat ik de band vanaf die plek zo goed had kunnen bestuderen, maar tegelijk mistte ik de actie. De sport was om te proberen op het podium te komen en daar zo lang mogelijk te blijven springen. Je kon ook proberen een microfoon te pakken te krijgen en met de band meebrullen, maar er was maar één mic op het podium aanwezig en die had het beest van een Rollins in zijn hand.  Ik zag Rotterdams meisje die ik kende, een echte stoere, het podium door een stel gasten het podium op geduwd worden. Ze stond nog maar net weer op haar benen toen ze door Rollins in een heupzwaai werd genomen en met een ruime boog weer terug in het publiek werd gesmeten. De boodschap was duidelijk; don’t fuck with Henry, don’t invade his space. Iedereen die daarna het podium beklom deed dat alleen om zo snel mogelijk weer in de pit te springen. Het frustreerde me enorm dat ik die enorme energie, die door de band werd afgevuurd, en die ik nu door mijn donder gejaagd kreeg niet in de pit kwijt kon. Ik voelde de noodzaak om zo hard mogelijk tegen de lijven van andere punks te springen, tegelijk voor mijn eigen lijfsbehoud vechtend en met alle macht op mijn benen proberen te blijven staan. Bij een val was de kans niet bepaald denkbeeldig dat  je,  tenzij je snel door een medeslammer op de been werd geholpen, bedolven werd  door tien lagen lichamen en volledig gemangeld werd. Vergeleken met slamdancin’ is Rugby een sport voor mietjes. Ik wist dat ik doordat ik nu niet meedeed minstens een week zwaar opgefokt zou blijven. Dat betekende waarschijnlijk talloze ruzies op straat, omdat ik geen enkele opmerking van welke voorbijganger dan ook zou pikken, een vriendinnetje die mijn aanwezigheid niet meer zou trekken en dat veel van mijn huisraad deze week niet zou overleven.

In 1983 heb ik optredens gezien van drie van de meest legendarische punk/hardcore bands aller tijden: Black Flag, Bad Brains en M.D.C. Deze drie concerten waren zonder enige twijfel de hoogtepunten in mijn leven als bezoeker van optredens. Nu kom je gemakkelijker onder de indruk van een uitvoering als je nog jong bent, maar bij deze optredens gebeurde er meer dan een band die een goede, gepassioneerde set speelde. Er was een onmiskenbaar een soort magie aanwezig.  Een magie die de bezoekers van deze optredens verleidde tot gedrag dat verder ging dan bewondering voor rocksterren, verder dan vooraan bij het podium los gaan in de pit. Bij deze optredens heb ik mensen gezien die terug keerden naar een soort oerdrift. Mensen in al hun glorie en tegelijk in al hun lelijkheid. Mensen die al hun demonen op de andere aanwezigen, maar ook op zichzelf, los lieten. En ik voelde die drift zelf ook; een bijna onbeschrijfelijke opwinding die een kracht opriep die maakte dat je het een uur of langer in de slampit volhield om op andere lichamen in te beuken, die je aanzette op speakertorens te klimmen en je met doodsverachting in de massa te storten. Die je mee deed brullen en als je de tekst van bepaalde nummers niet kende oerkreten deed slaken totdat je stem kapot was. Een kracht die zorgde dat alle lichamelijke en geestelijke pijn tijdelijk vergeten werd. Tot de volgende morgen natuurlijk, want dan voelde je de blauwe plekken, kneuzingen, missende tanden en gebroken botten wel degelijk. Maar ook op zo’n moment kon je niet anders dan je levend voelen. Levend op een manier waar al die miljarden, voorzichtig door het leven manoeuvrerende, squares  niet eens aan durfden denken.

Black Flag in Paradiso

Ik kocht ‘damaged’; de eerste LP van Black Flag voor de meer dan schandalige prijs van 35 gulden bij Boudisque in Amsterdam nadat ik de recensie van Swie Tio in Muziekrant Oor had gelezen. De LP was alleen als import te koop, vandaar de hoge prijs.  Tegenwoordig staat deze LP voor meer dan 600 dolllar te koop op E-bay want het was een exemplaar uit de eerste persing. (Een LP extra vierge… ) De sticker die het Unicorn logo bedekte met de woorden “as a parent, I found it an Anti Parent record” zat erop. Black Flag had bij Unicorn getekend omdat ze daardoor een wereldwijde distributiedeal konden krijgen, maar Unicorn trok zich terug nadat de plaat al geperst was. Je kan daarover op de Wiki van Black Flag lezen. De sticker was het bewijs dat je een exemplaar uit de eerste persing te pakken had.

Damaged was geen gemakkelijke plaat. De productie was gruizig en het kostte me een behoorlijk aantal luisterbeurten voordat ik deze LP op waarde begon te schatten. Maar toen de muziek eenmaal binnen kwam was er geen houden meer aan en draaide ik wekenlang bijna niets anders.

Tegen de tijd dat  Black Flag voor het eerst door Europa tourde was Damaged ook door het Nederlandse Roadrunner-records uitgebracht en had bijna iedereen de LP of een kopie ervan op cassette in huis. De Roadrunner versie was anders gemastered en klonk wat helderder, maar elke keer dat ik de LP bij anderen hoorde mistte ik de originele, veel heftigere, productie en lachte in mijn vuistje. De versie van Roadrunner bevatte een extra nummer: een cover van Louie Louie, origineel van the Pharao’s, al  kwam ik daar pas jaren later achter. Ik had Louie Louie dus niet, maar ondanks dat sommige vrienden het grappig vonden om me daarmee te plagen was ik nog altijd blij met mijn versie van Damaged.  Henry Rollins had de tekst van Louie Louie aangepast met de geniale zinnen: Who needs love when you got a gun. Who needs love to have any fun. Zinnen die je helpen over hartepijn heen te komen. Rollins zou er zo nog honderden schrijven en uiteindelijk met zijn eigen Rollins band het beste nummer over afwijzing door geliefden uitbrengen: You didn’t need to do that to me.

Op het centraal station in Rotterdam kwam ik een boel bekenden tegen die ook naar Black Flag gingen.  De reis verliep rustig. Wij punkers hadden een heel treinstel voor onszelf. Alle andere passagiers meden ons en als ze dat niet uit zichzelf deden werden ze binnen een paar minuten weggekeken. De gevallen die de boodschap niet snel genoeg begrepen werden met wat licht verbaal geweld duidelijk gemaakt dat het vandaag beter was om in een ander compartiment te gaan zitten en niet in onze afdeling aapjes te blijven kijken. Er gingen wat flessen sterke drank en joints rond en sommigen legden een lijntje speed op een sleutel. De conducteur sloeg ons wijselijk over. De helft van de punkers had niet de moeite genomen een kaartje te kopen, wetende dat conducteurs de confrontatie met een grote groep punks liever uit de weg gingen. Er waren af en toe wel van die dienstkloppers die de spoorwegpolitie erbij gingen halen, maar dat veroorzaakte enorme opstoppingen op het spoor en dat woog niet op tegen een paar boetes.

In die tijd waren de mogelijkheden om voor dit soort optredens kaarten in de voorverkoop te krijgen beperkt dus was het zaak ruimschoots voor de opening van kassa van Paradiso aanwezig te zijn. De zaal ging om 9 uur open en het eerste voorprogramma zou rond 10 uur beginnen.  We hadden nog nooit van die eerste band gehoord, maar het tweede voorprogramma was the Minutemen en die band zouden we nooit meer vergeten. Waarom niet? Omdat ze achteraf fucking béter waren dan Black Flag. En daar doe ik Black Flag niet eens te kort mee want een band die willens en wetens een betere band als voorprogramma mee op tour neemt heeft echt respect, én ballen.

We stonden anderhalf uur later in de rij voor Paradiso. Het was druk genoeg maar het zag ernaar uit dat de zaal nog niet uitverkocht zou zijn voordat we de kassa zouden bereiken. Dat was een zorg minder want niets is lulliger dan een uur in de trein en een half uur door dat kut-Amsterdam te moeten lopen om te ontdekken dat je de deur van de zaal niet gaat halen.  Ik had het optreden van The Dead Kennedys in Paradiso gemist omdat de zaal uitverkocht was voordat ik aan de beurt kwam om een kaartje te kopen. Iets waar ik nu nog steeds van baal.

Zo stonden we voor Paradiso. De sfeer was opgefokt. Niemand had zin om te wachten, want het was februari en koud buiten. Alle aanwezigen probeerden zich zo dicht mogelijk bij de deur op te stellen dus al gauw zaten we klem in het gedrang. Voordeel was dat het wat warmer leek tussen al die lijven maar ik voel me nooit prettig als ik ingesloten sta dus duwde ik net als iedereen tegen de personen die voor stonden aan. Alsof de deuren van Paradiso het vanzelf zouden begeven als we maar hard genoeg bleven duwen. Uiteindelijk drongen er een paar security gasten  via een zijuitgang door de menigte om ons naar achteren te dwingen zodat dat de druk op de deuren minder werd. Het was niet de bedoeling dat zodra de deur zich opende een enorme kluwen punkers de hal in gekatapulteerd zouden worden. Het lukte ze met grof geweld de deur te bereiken en wat ruimte bij de deuren te maken. De menigte zette als op afspraak een paar stappen naar achteren en als reactie begonnen de mensen achteraan natuurlijk juist weer te duwen. Het was als de zee die zich even terugtrekt om een volgende golf te kunnen produceren. Het was niet de eerste  keer dat ik security ongelofelijk domme fouten zag maken. Een massa mensen een onstuitbaar en toen de golf terug kletste pinden ze de kleerkasten tegen de zaaldeuren vast. Die begonnen in paniek op de deur te bonken en in portofoons te schreeuwen. Uiteindelijk ging de deur open en was de eerste ‘pile on’ van deze avond een feit; een kluwen van enige tientallen punkers vloog de hal van Paradiso in. Ergens daaronder lagen de drie uitsmijters. Met moeite werd de orde min of meer hersteld en de massa langs de kassa geleid. Vooraan bij het podium stond het al helemaal vol dus besloten we op het balkon te gaan staan. Dan maar niet de pit in en zo konden we in ieder geval de show goed zien. Het zag er sowieso naar uit dat de pit deze avond niet meest gezonde plek in de zaal zou worden want het was er te druk en de sfeer was veel te agressief. Ik zag op drie verschillende plekken al kleine vechtpartijtjes ontstaan. De rest van de avond was er in de zaal geen security meer te bekennen. Die hadden hun bekomst wel gehad.

Het duurde bijna 20 minuten voordat het eerste rondje bier ons groepje bereikte. Het was te druk bij de bar. Het beloofde een dorstige avond te worden. En ook een warme want de garderobe was dicht. Vol ongeduld stonden we op het begin van de show te wachten terwijl de zaal steeds voller liep. Een van ons wees opeens naar een paar hippies die de zaal binnen kwamen lopen.  Het meisje van het stel zag eruit als een reïncarnatie van Janis Joplin maar dan nog wat dikker. Ze had zo’n typische Janis pet op en was gekleed in jeans die vol bloemetjes geborduurd waren. De mannelijke helft van het stel was precies het tegenovergestelde; lang en griezelig dun, vlassig Zappa baardje en zo’n ronde Lennon zonnebril op zijn haviksneus.  Het waren overduidelijk Duitse hippies; Duitse hippies waren een slag apart. Ik weet niet wat die generatie in dat land precies bezielde, maar blijkbaar was in het Oosten, tien jaar geleden, de tijd stil gezet.

Tegenwoordig mag iemand als Syd Barret dan misschien min of meer gerehabiliteerd zijn door grote groepen alternativo’s; destijds was een hippie een hippie en hoorde hippies bij de vijand. Hippies kenden we allemaal als leraren en sociaal werkers; strontvervelende lui die allemaal op moesten pleuren met hun pies en love. Het hippiedom was mislukt, bejaard en iedereen die dat nu nóg niet door had had een bord voor zijn kop. En deze twee wisten echt van niks. Waarschijnlijk hadden ze een behoorlijke lading rare drugs genomen en ze merkten niet dat de in grote getale aanwezige skinheads hun oog op hen had laten vallen. Een normaal mens voelt bad vibes van de mensen om zich heen, maar deze twee waren volledig de weg kwijt geraakt in hun roze hippie droom. We keken er lachend en vol anticipatie naar, wetend dat het nooit lang kon duren voordat deze droom aan duigen ging. Het werd helemaal hilarisch toen ze beiden in een extatische hippiedans uitbarsten op de reggae die in de zaal werd gedraaid. Op één of andere manier werd er altijd voor en na punkconcerten reggae gedraaid. Men dacht waarschijnlijk dat we daar wat rustiger door zouden worden.

Terwijl die twee zo aan het dansen waren werden ze langzaam omsingeld door een grote groep skinheads. Het verbaasde ons steeds meer dat die domme Duitse walvis en zeeaal niet in de gaten hadden dat ze door een grote groep hongerige haaien werden ingesloten. Ik wilde de drugs van hun keuze wel eens proberen. Waarschijnlijk hadden ze Olifanten-tranquillizers geslikt.

Ik verbaasde me in die tijd regelmatig over de hoge organisatiegraad bij skinheads maar de discipline van deze groep was wel uitzonderlijk hoog. Ze waren met een man of dertig. Gefixeerd op hun prooi bewogen ze langzaam richting de hippies totdat ze op ongeveer 4 meter genaderd waren. Ik zag geen duidelijke leider; niemand die het teken gaf maar als één man doken ze  op het hippie stel dat helemaal in de kluwen skinheads verdween. We rekten ons uit om het schouwspel goed te kunnen volgen maar het was totaal onoverzichtelijk. We zagen de pet van het meisje rondvliegen en daarna nog meer kledingstukken. Later hoorden we dat die skins beide hippies naakt de zaal uitgewerkt hadden.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 142 other followers

%d bloggers like this: