Skip navigation

Maandelijks archief: maart 2012

Werklozen die verplicht in kassen moeten gaan werken. Ik vind het een moeilijk discussie. Werken voor je geld is beter dan niets doen en een uitkering trekken. Beter voor jou persoonlijk, voor je sociale contacten, voor je voeling met de samenleving, misschien zelfs voor je eergevoel en uiteindelijk toch vooral voor de maatschappij als geheel. Maar toch wringt er iets aan de redenering dat als je geen werk kan vinden, je uiteindelijk verplicht te werk gesteld moet kunnen worden.

Er is niets mis met lager opgeleid werk. Ik heb zelf ook in fabrieken gestaan, op de bloemenveiling gewerkt etc. Ik kan iedereen aanraden eens een tijdje dit soort werk te doen; het laat je inzien wat er allemaal bij komt kijken om de samenleving draaiende te houden. En ik kreeg er een sterk lijf door, en dat is ook geen straf.

De meeste werklozen willen zo snel mogelijk aan de slag. Maar, als ze ergens voor geleerd hebben, willen ze het liefst een baan in hun eigen vakgebied verwerven. Ze hebben niet voor niets veel tijd en (geleend)  geld in hun opleiding gestoken. Moet het nu zo zijn dat als je niet binnen een x aantal jaren/maanden/weken aan de slag komt je dan maar de kassen in moet?

Waarom worden er überhaupt meer mensen in bepaalde vakken opgeleid dan er behoefte aan is? Laat ik dicht bij huis blijven: neem bijvoorbeeld de opleidingen op muziekgebied. Er zijn tegenwoordig niet alleen conservatoria waar mensen op hoog niveau worden opgeleid, je hebt deze opleidingen ook op MBO niveau. Je kan terecht opmerken dat een heleboel  van deze jongelui voor de werkloosheid opgeleid worden. Maar aan de andere kant heeft elk mens ook recht op een verregaande vorm van zelfbeschikking. Niemand wil een maatschappij waar van hogerhand wordt beslist wat jij met je leven moet gaan doen.  Maar geldt dat dan ook niet voor tewerkstelling?

Laten we er eerlijk voor uitkomen, er zijn heel veel mensen die, na een x aantal jaren werkloosheid, zich zodanig aan hun situatie aan hebben weten te passen dat werken niet meer voor ze hoeft.  Mensen die wel werken ontploffen meestal als ze deze redenering horen, denkend aan de torenhoge premies die ze betalen, en roepen dan massaal dat het sociale vangnet niet op deze manier misbruikt mag worden. Maar dat is nu eenmaal wat mensen doen; ze passen zich aan alle omstandigheden aan.

Maar het vangnet is niet alleen ingesteld om mensen voor  armoede te behoeden. Het is ook bedoeld om de onofficiële economie de nek om te draaien. Ik heb het hier over de hun kostje bij elkaar scharrelende armen, die vroeger sloppenwijken bewoonden. Men krijgt tegenwoordig een uitkering omdat je dan niet meer de straat op moet om je levensonderhoud bij elkaar te schrapen. Het zag er namelijk zo slordig uit; zwervende gezinnen die langs de kant van de weg rotzooi aan moesten bieden, kleine klusjes opknapten of anders moesten bedelen en soms ook  stelen om te overleven. Socialisten, maar niet te vergeten ook de Liberalen, hebben daar destijds iets op verzonnen. Ze vonden elkaar in een oplossing die tegelijk armoede moest tegengaan en bedrijven behoedde voor concurrentie van beunhazen.

Waarom doen Polen het werk in de kassen zoveel beter en waarom zijn ze zo gemotiveerd om dat werk te doen? Dat is eenvoudig te verklaren; ze verdienen hier een stuk meer dan ze in hun eigen land kunnen verdienen. Als ik 5000 euro per maand betaald zou krijgen om in de kassen te werken zou ik dat ook fluitend doen. Polen, Hongaren etc. komen hier, net als de eerdere generaties gastarbeiders, om zo veel en hard mogelijk te werken zodat ze geld kunnen sparen en uiteindelijk voor zichzelf kunnen beginnen. Liefst in hun eigen land, want wie wil er nou tussen die sacherijnige ka(a)skoppen leven?

Ik verbaas me er altijd over de manier waarop er ingegrepen wordt wanneer het systeem niet op de manier werkt zoals onze neoliberale broeders het graag zouden zien. Ze vinden het prachtig dat verschillen in de hoogte van lonen door grote bedrijven gebruikt kunnen worden om hun producten in een ander land goedkoop te laten produceren. Maar als dat tegelijk betekent dat ons land mensen van buiten aantrekt die hier meer kunnen verdienen dan thuis, omdat de lonen hier relatief hoger zijn, dan moet dat niet mogen. Stel je voor zeg; dat iedereen een beetje hierheen kwam om geld te sparen om uiteindelijk voor zichzelf beginnen? Dan zijn er straks helemaal geen robots meer die eenvoudig werk voor bijna niets willen doen.

Waarom wordt er niet op een andere manier gezorgd dat werkelozen hun steentje bij kunnen dragen aan de maatschappij? Waarom hebben we er geen geld voor over om mensen een redelijk loon te betalen om bijvoorbeeld sneeuw te ruimen? Het is klotewerk, maar het is tegelijk belangrijk dat het gedaan wordt. Ergo; je moet mensen er zoveel voor betalen dat ze het toch willen gaan doen, ondanks dat het klotewerk is. Ook dat is marktwerking.

Maar zo zit de ideale wereld van de liberaal niet in elkaar. Topmanagers, die niets anders doen dan de hele dag leuke ideetjes te verzinnen om bedrijven met nog minder werknemers te laten draaien, verdienen meer dan ze ooit uit kunnen geven. Als die gasten werkloos raken hoeven ze hun hand niet op te houden. Hun hand is al meer dan gevuld. Dacht je dat iemand als die Erik Staal van Vestia ooit nog een poot gaat uitsteken? Die is op Bonaire lekker aan het rentenieren, terwijl Vestia gedwongen is de huren te verhogen.

Uitvreters zal je altijd houden. Die zitten niet alleen aan de onderkant van de samenleving maar overal. Je moet het die lui niet makkelijk maken, maar dat betekent nog niet dat je hele bevolkingsgroepen maar als werkschuw moet stigmatiseren.

Het is heel makkelijk om vanuit het pluche te redeneren dat mensen moeten werken voor hun geld. Dat klopt namelijk, maar het klopt tegelijk ook niet, want je kan niet zonder meer al het beschikbare werk bij werklozen door de strot duwen. Er zijn werklozen die blij zijn met de kans om in de kassen te werken. Fijn voor ze, geef ze die kans. Maar mensen dwingen tot werken slaat nergens op. Slavernij is geen oplossing, maar een probleem.

Vandaag is de jaarlijkse dag weer aangebroken waarop je het gevoel hebt dat ‘ze’ een uur van je leven hebben gestolen. Gisterenavond niet naar het journaal gekeken, en ik lees ook de zaterdageditie van de krant zelden. Dus wordt je wakker, kijkt op de wekker, en stelt tevreden vast dat het pas half tien is, en dat je nog alle tijd van de wereld hebt voordat je eruit moet. Het is dan wel zondag, maar dat betekent voor mij niet dat er niet gewerkt moet worden, en ook niet dat er geen afspraken wachten.

Pas nadat je de computer aan het gezet, merk ik dat de zomertijd is ingegaan. De tijd dat je langzaam de lente naderbij ziet komen en de dagen steeds een paar minuten lager worden (3 minuten per dag!) wordt plotsklaps ruw verbroken, doordat de tijd een uur vooruit geforceerd wordt. Voor mij betekent dat minimaal een week het gevoel dat ik een jetlag heb; een echte jetlag is daarbij nog minder ingrijpend en duurt bepaald korter.

Ik heb er niet alleen echt een pesthekel aan dat het zo plotseling een uur later donker wordt, maar ook  dat het ’s ochtends een uur later licht is. En dan ben ik nog een van de extreem gelukkige mensen die zich niet elke ochtend op een vaste tijd bij de baas moeten melden.  Maar ook bij mij gaat de telefoon een uur eerder rinkelen, en staan er, nadat de computer is ingelogd, een hoop extra e-mails ter beantwoording klaar. Net doen alsof je neus bloedt helpt dus geen zier.

‘Je had het kunnen weten dat de zomertijd vandaag inging’, zeggen ze dan. Alsof dat er ook maar iets aan de hierboven genoemde feiten af doet.

Ik ken niemand die blij is met die zomertijd. De lente is net begonnen maar opeens zie je in plaats van vrolijkheid een week lang sacherijnige, te vroeg wakker geworden gezichten in de trein en tram. Het aantal echtelijke ruzies stijgt extreem, er vallen honderden extra ontslagen en er is een piek in de statistiek van de kindermishandeling.

We ondergaan het allemaal maar gelaten omdat het wel ergens goed voor zal zijn. Toen de zomertijd in dit land in 1977 ingesteld werd was dat omdat het een stroombesparende maatregel was.  In de tijd van de oliecrisis waren steeds meer landen overgegaan op de zomertijd. Tegenwoordig is het Europees geregeld.

Helaas blijkt deze, toch wel rigoureus op het levensgeluk inhakkende, maatregel geen enkel effect op de stroombesparing te hebben. Er werd gesteld dat de zon in de zomer zo vroeg op is dat de meeste mensen een behoorlijk stuk, door de zon verlichte,  dag missen terwijl mensen in de zomer ook later gaan slapen. Maar intussen is de economie overgegaan van een 9 tot 5 werkdag naar de 24 uurs economie. Miljoenen mensen werken ook nog eens als ZZP’er. En de stroombesparing bij bedrijven is daarom bijna volledig verloren gegaan. En daar komt nog bij dat de stroombesparing in woonhuizen sinds de introductie van de airconditioner juist gebaat zou zijn bij iets meer donker in het leven. Dat er überhaupt airco’s gebruikt worden in dit land, waar je al blij mag zijn als het kwik langer dan een week per jaar boven de 25 graden uit komt,  is natuurlijk sowieso al een gotspe, maar daar hebben we het nog wel eens een andere keer over.

Feit is dat we met een onnodige maatregel in de maag zitten die allang teruggedraaid had moeten zijn. Ik kan me zelfs niet voorstellen dat er ergens een bedrijf winst maakt doordat de klok elk jaar in de lente een uur terug en in de herfst een uur voorruit wordt gedraaid. En daarmee zijn alle mogelijke argumenten voor de zomertijd, verleden tijd. Afschaffen die hap!

Onderweg naar huis moest ik vreselijk mijn best doen om Kikker bij te houden. Dat wist hij ook wel, en om te plagen zette hij er flink de pas in. Twee straten verder voelde ik al een enorme spierpijn in mijn kuiten trekken, maar ik hield er dapper de pas in. Kikker grapte dat ik voortaan op moest passen met over de kade van de maas te lopen. Als ik met deze schoenen aan in de plomp zou pleuren, dan zou ik zinken als een baksteen.

Mijn benen werden in ieder geval een stuk sterker door het gewicht van mijn schoenen. Hardlopen zat er natuurlijk niet in, maar ik oefende wel veel met schoppen. Eén goed geplaatste trap met deze boots was voldoende om een scheenbeen te versplinteren, maar ik mikte liever op het kruis. Als ik iemand daar met deze kisten raakte zou hij gegarandeerd kinderloos blijven.

Ik heb die brandweerlaarzen uiteindelijk een half jaar gedragen. Toen ik ze kocht waren ze al in een erbarmelijke staat; beschimmeld en met scheurtjes in het leer. Omdat ze wit waren was het niet mogelijk ze te smeren. Ik had achteraf bekeken natuurlijk witte schoensmeer kunnen kopen, maar ik wist destijds niet eens dat het spul in een andere kleur dan zwart of bruin bestond. Het had toch ook niet tegen die scheurtjes in het leer geholpen. Ik heb ze wel nog geverfd met witte menie, maar dat zal de levensduur ook niet verlengd hebben. De kappen met de gespen waren ideaal om logo’s op te schilderen. Ik kladde op de linker de drie anti nazi pijlen van het ‘Destroy Fascism logo en op de rechter een Dead Kennedys logo. Later heb ik die kappen eraf gehaald en nog een tijd als armband gedragen. Aan de bovenarm wel te verstaan.

Toen kwam de dag dat ik afscheid moest nemen van mijn brandweerlaarzen. Ik zat in de klas te blokken op een onverwachte schriftelijke overhoring toe het onvermijdelijke gebeurde. Ik had de veters van de schoenen die morgen extra hard aangetrokken in de hoop dat de schoenen dan wat comfortabeler zouden zitten. Het was zomer en het was eigenlijk te warm om twee paar sokken te dragen. Twee paar sokken zorgden er echter voor dat de schoenen nog een beetje aan mijn voeten pasten. Mijn voeten waren lang en smal en de laarzen waren veel te breed. Maar nu ik de veters strak aan had getrokken werd mijn bloedsomloop gestremd. Ik moest mijn voeten blijven bewegen omdat ze anders gingen tintelen en in slaap vielen. Op een gegeven moment kromde ik mijn tenen in mijn rechterschoen met enige kracht en schoot de zool van de schoen los waardoor de stalen neus omhoog wipte. De rest van de dag moest ik enigszins met mijn rechtervoet slepen om te voorkomen dan mijn klasgenoten op zouden merken dat mijn laars kapot was. Knieblessure mompelde ik als iemand vroeg waarom ik zo moeilijk liep.  Tot overmaat van ramp had een of andere kankerjunk mijn fiets gejat. Ik had geen geld voor een tramkaart dus liep ik na schooltijd naar huis via de ’s Gravendijkwal. Zonder aan de kapotte schoen te denken trok ik, zo goed en kwaad als dat met die zware stappers ging, een sprintje om het stoplicht over de Middelandsstraat te halen. Ik voelde toen dat de zool nog verder los scheurde. Ik bukte om de schade te bekijken, nadat ik de overkant van het zebrapad gehaald had, en zag de stalen neus me vanuit de scheur toe glimmen. Vloekend bedacht ik me dat ik thuis geen ander paar schoenen meer had. Ik had twee weken eerder toegestaan dat mijn moeder mijn oude kisten had weggegooid, omdat die te erg naar schimmel stonken. Nu moest straks nog mijn moeder erop uit gaan sturen om nieuwe schoenen voor me te kopen. Met een beetje pech zou die bij Mc Gregor of een andere kakwinkel gaan shoppen, en moest ik weer smoezen gaan bedenken waarom ik die nieuwe schoenen niet wilde dragen. Alleen al de gedachte ‘normale’ kutschoenen één keer aan te moeten, op weg naar de dump voor een paar nieuwe kisten, was al onverdraaglijk. Met een humeur ver beneden het vriespunt liep ik verder. Er lag een leeg blikje fris op straat en uit pure nijd gaf ik het een harde trap. De stalen neus schoot uit mijn rechterschoen en maakte een prachtige curve naar rechts: een curve die de best getrainde voetballers jaloers zou hebben gemaakt. Daarop knalde hij, luid rinkelend, dwars door een kelderraam. Ik was een ogenblik volledig van mijn à propos. Een paar seconden later keek ik voorzichtig om me heen. Het was onnatuurlijk stil op straat voor deze tijd van de dag. Vanuit een voorbijrijdende auto zag ik verbaasde gezichten, maar de auto stopte niet. Uiteindelijk liep ik zachtjes fluitend, alsof er niks aan de hand was, naar huis. Mijn rechtervoet klapperde met elke stap. Iedereen die merkte dat de neus mijn schoen, als een soort pac-man, happende bewegingen maakte kreeg een blik van me alsof de happende schoen zo bedoeld was. “Kijk voor je schele; nog nooit de nieuwste punklook gezien ofzo?”

Lees deel 1 hier

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven.

Het is alweer een tijdje gekleden dat ik materiaal uit mijn boek online heb gezet, maar ik ben weer aan het redigeren en er valt weer veel materiaal af.

Brandweerkisten

Geverfde haren, jacks met bandnamen en slogans, T-shirts en broeken, waar meestal ook bandnamen op geklad waren en die natuurlijk gescheurd en met veiligheidsspelden weer een aan elkaar gezet waren bepaalden de punklook. Maar er was nóg een belangrijke accessoire; de schoenen. Alle punks droegen soldatenschoeisel; kisten noemden we die: dat was ook de gangbare legerterm voor deze hoge schoenen. Maar ook in je keus van kisten wilde je de individuele smaak benadrukken. Begin jaren tachtig waren er nog overal in het land legerdumps te vinden, waar spullen verkocht werden die echt uit de tweede wereldoorlog afkomstig waren. De Amerikanen, Engelsen en Canadezen hadden enorme voorraden legermateriaal achtergelaten, zoveel dat het tot ongeveer halverwege de jaren tachtig heeft geduurd voordat alles ofwel doorverkocht was, of intussen zo verschimmeld raakte dat het weggegooid werd. De dumps die je tegenwoordig ziet zijn de naam eigenlijk niet waard. Defensie verkoopt geen oud materiaal meer aan tussenhandelaren; zelfs geen uniformen. Wat er met tweedehands uniformen gebeurd weet ik niet. Waarschijnlijk worden die, net als afgedankte wapens, aan derdewereldlanden verkocht. Tegenwoordig kopen dumps de uniformen gewoon nieuw in; de fabrieken die ze maken hebben daarmee waarschijnlijk een nieuw afzetgebied ontdekt. Zoals alle fabrieken die in wapens of andere leger accessoires handelen; die industrie groeit nog steeds al is de koude oorlog allang voorbij. Na het einde van de koude oorlog kwamen er geen enorme partijen afgedankt materiaal op de markt. Dat geeft te denken; waarschijnlijk betekent het dat legers sinds die tijd niet zijn afgeslankt. We zijn hier alleen op een beroepsleger overgestapt. Dat is wel een goede zaak, want de dienstplicht zoog enorm. Al ben ik wel voor de invoering van sociale dienstplicht voor jongens én meisjes. Maar ik hoef dan ook zelf geen bejaarden meer te gaan wassen…

Ik ging destijds regelmatig bij legerdumps spullen kopen. Dat deed ik trouwens ook al voordat ik punk werd, want ik was gek op legerspullen. Ik had een Engelse helm thuis en munitiegordels en was driftig op zoek naar een echte patroonband, maar die kon ik helaas nergens vinden. Later bleek dat die dingen verboden waren, want zelfs van afgeschoten hulzen zou je weer scherpe munitie kunnen maken. Weliswaar met veel meer moeite dan het kost om echte kogels te scoren.

Maar op een mooie herfstdag aan het begin van mijn laatste schooljaar, in 1982, werd het tijd om een nieuw paar kisten te gaan kopen. Kisten uit de tweede wereldoorlog gingen over het algemeen niet lang mee. Vooral niet als je ze niet poetste of anderszins verzorgde, en dat deden we meestal niet. We dachten toen niet eens aan de voordelen van schoensmeer. Dat kwam later pas, toen veel punks in navolging van skinheads op Dr. Martens overstapten. Die schoenen vroegen en kregen de verzorging die ze nodig hadden, maar je deed geen moeite voor die half beschimmelde kisten, die je bijna druipend van het vet dat ze moest conserveren, bij de dump kreeg.

Ik ging die dag samen met Kikker naar de dump. We waren allebei op zoek naar iets speciaal en dat vonden we. Kikker wist eigenlijk al wat hij wilde; geen kisten maar laarzen. Voor hem geen gedoe met veters strikken. De gedachte dat je, bij onheil, ook midden in de nacht, binnen een paar seconden een paar laarzen aan kon trekken stond hem aan. Ik kon daar wel in mee gaan. We woonden toen nog bij onze ouders, maar we hadden al vaker in kraakpanden overnacht, en daar loerde het gevaar van knokploegen, Centrum Partij’ers en ander, vaak denkbeeldig, tuig. Maar dat hij een paar moffenlaarzen uit zou kiezen was wel een beetje een verrassing voor me. Achteraf waren de Duitsers en de Russen eigenlijk de enigen die laarzen gebruikten in de oorlog. De Russen waren niet tot hier gekomen en hadden dus ook geen materiaal achtergelaten. Dat was achteraf wel jammer want alleen de gedachte al aan Russische emblemen met hamer en sikkel was geil. Daar kreeg je mensen makkelijker mee op de kast dan Anarchisten A’s op je jas. Geen hond wist wat die betekenden.

Moffenlaarzen waren niets voor mij. Ik vond Kikkers keuze cool, maar ik zou nooit en te nimmer iets dragen dat aan Nazi’s refereerde. Ik had een schijthekel aan Nazi’s, altijd al gehad. Ik denk dat mijn vader ook half dood zou gaan als ik met moffenlaarzen thuis zou komen. Alleen al het geluid van de houten zolen onder die dingen zou een vloed ongewenste herinneringen bij hem naar boven kunnen brengen. En ik dacht niet alleen aan de tweede wereldoorlog als het om Nazi’s gaat. Bij mij kwamen ook referenties met Zuid Amerika naar boven; naar de dictaturen in Chili en Argentinië. Ik was opgegroeid met de actieposters over dat soort gruwelijkheden en de paranoia van mijn vader over dictaturen zit er ook bij mij diep ingebakken.

Dus ik zocht verder en opeens zag ik ze staan; een paar enorme witte kisten. Ik tilde ze op en ze waren verschrikkelijk zwaar. Later die dag heb ik ze op de weegschaal gezet en bleken ze tweeënhalve kilo per stuk te wegen. Vijf kilo schoenen aan je voeten! Ik woog in die tijd nog geen zeventig kilo met mijn 1.82 meter, dus vijf kilo extra gewicht was heftig. Deze kisten bestonden eigenlijk uit een lage schoen met daarboven een leren kap die je met twee gespen om je onderbenen moest vastmaken. Ze waren dus niet helemaal tot bovenaan geveterd, dat was een voordeel want dat betekende dat je ze in theorie met een goede ruk de veters in één keer aan kon halen, en dat scheelde enorm in de tijd die je nodig had om ze aan te trekken. Daarbij waren ze nog eens afgezet met dikke leren kussens, die de enkelgewrichten moesten beschermen. Al met al waren ze enorm. Werkelijk alles aan deze kisten was groot. Van het profiel onder de laarzen, die ruim drie centimeter dik waren, tot de enorme neuzen van twee centimeter dik plaatstaal. Ik vroeg aan de uitbater van de dump wat het voor kisten waren en hij vertelde me dat ze van de brandweer afkomstig waren. Dat was logisch; de dikke zolen waren vuurvast en moesten ervoor zorgen dat je ook stevig op natte oppervlakken stond, de stalen neuzen waren extra zwaar uitgevoerd als bescherming tegen vallende balken uit brandende plafonds. Daarom zaten die leren kussens ook op de buitenkant van de enkels. De lip van de schoenen was extra breed en zat over de hele lengte aan de binnenkant van de schoen vastgenaaid zodat de schoen volledig waterdicht was. En toen ik me realiseerde hoe goed deze kisten zich in de pit bij het pogoën zouden houden was ik overtuigd; dit moesten ze worden. Ik koos mijn maat en trok de schoenen aan. De tien passen die ik naar de kassa van de dump moesten maken deden me echter al meteen twijfelen. Deze kisten waren wel héél erg zwaar. Ik liep bijna zoals Frankenstein. Elke pas voorwaarts moest ik met een ruk aan mijn benen inzetten. Ik zag Kikker al meteen in een deuk liggen, maar ik liet me niet kennen. Ik zou best wennen aan de zwaarte van deze schoenen. De voordelen wogen op tegen een klein nadeel als tweeënhalve kilo per stuk.

Lees Deel 2 hier

Nederland gaat er prat op een bijna egalitair land te zijn. Een land zonder klassenverschillen. Maar mensen die zich de hogere regionen van deze maatschappij ophouden kunnen zich op juridisch gebied een stuk meer permitteren dan de plebs aan de onderkant.

Als  je een vermogende schurk  bent huur je een dure advocaat in die zoveel twijfel over je schuld kan, en zal zaaien, dat een eventuele rechtszaak tegen je mislukt. Of afgedaan wordt met een boete. Een boete die je als bedrijfsrisico kan incalculeren.

Er wordt goed gezorgd voor ‘ons soort mensen’. Spreek uit als “ons seurt mansen.”

Een mooi voorbeeld van hoe dit mechanisme werkt is de manier waarop er door het parlement, de overheid en ook in de publieke opinie aangekeken wordt tegen corruptie:

Corruptie in de lagere regionen van de maatschappij, oftewel bijstandsfraude en zwart werken, wordt afgedaan als onacceptabel en verwerpelijk. Er is daarom een enorm controle apparaat ontstaan om dit soort fraude tegen te gaan. Ik ken een aantal mensen die in de bijstand zitten; die krijgen huisbezoek van ambtenaren, moeten kilometers formulieren invullen en bij de geringste verdenking van fraude wordt de uitkering gestopt. Nu zijn mijn kennissen toevallig allemaal mensen die zich, zover ik weet,  netjes aan de regels houden. Maar omdat er nu eenmaal een (klein)percentage bijstandontvangers een scheve schaats rijdt, moeten zij zich voor elke scheet die ze laten verantwoorden.

Tegelijk wordt corruptie in de hogere regionen (belasting ontduiking, omkoping en bonusgraaien) op een bijna belachelijke manier mogelijk gemaakt en soms zelfs gelegaliseerd. Er zijn enorme gaten in het belastingsysteem waar grote bedrijven gretig gebruik van maken. Rechtse politici kreunen allemaal hard dat de belastingdruk in dit land zo hoog is, maar ik las pas geleden nog artikelen waaruit bleek dat Nederland tegelijk ook een belastingparadijs voor multinationals is.

De overheid trekt zich terug, privatiseert staatsbedrijven, en laat de controle op de top vervolgens over aan raden van commissarissen. Deze raden blijken echter niet genoeg macht te bezitten om directeuren en andere bestuurders van grote geprivatiseerde ( Nuts)bedrijven in toom te houden. Kijk  bijvoorbeeld naar woningcorporatie Vestia.

Sterker nog; de belangen van dit soort raden en de bestuurders die ze horen te controleren zijn op zo’n manier met elkaar verweven dat graaiers als Erik Staal zich op een volledig legale manier miljoenen aan gemeenschapsgeld toe kunnen eigenen. ”Dat was nu eenmaal de afspraak…”, zeggen ze dan.

De schade die de maatschappij door bijstandsfraude oploopt werd onlangs berekent op de voorpagina van de Volkskrant . Op het eerste gezicht leek het best ernstig:  er werd in 2010 4,3 miljard aan bijstand uitgegeven en in dat zelfde jaar werd er voor 53 miljoen aan fraude met bijstandsuitkeringen aangetoond. Maar een miljard is duizend miljoen. Het bedrag dat aan uitkeringen uitgegeven was is dus:  4300.000.000. en het fraude bedrag 53.000.000. Al met al was het bedrag dat met fraude gemoeid was  dus iets meer dan 1,25%.

Ik ben, na deze rekensom, erg benieuwd geworden naar de  resultaten van een eventueel onderzoek naar de maatschappelijke schade die witteboordencriminaliteit veroorzaakt. Het zou mij niet verbazen als het bedrag dat de gemeenschap hiermee verliest het schadebedrag van bijstandsfraude vele malen ontstijgt. Zeker als je onterecht uitgekeerde bonussen mee gaat tellen.

Een bestuurder krijgt hoe dan ook een bonus; het maakt tegenwoordig niet eens uit of hij goede of slechte resultaten heeft geboekt. Werk  je echter in loondienst dan moet je tegenwoordig al blij zijn als je aan het eind van het jaar nog een kerstpakket krijgt. Want zelfs als het bedrijf waarin je werkt prachtige resultaten heeft geboekt, zijn er altijd manieren te vinden om het rendement voor de aandeelhouders nog wat op te krikken…

Als je als simpele werknemer met geld van het bedrijf gaat gokken wordt je ontslagen en wacht de bijstand. Als je datzelfde doet als directeur van een corporatie krijg je een gouden handdruk plus 3,5 miljoen om je pensioengat te dichten.

Maar ‘ons seurt mansen’ zijn dit soort bedragen natuurlijk  dubbel en dwars waard, nietwaar meneer Staal?

Gisterenavond zapte ik langs Pow News. Ik zag een item waarin voorbijgangers in een winkelstraat werd gevraagd twee portretfoto’s te bekijken en te bepalen wie van de figuren op de getoonde portretten een crimineel was. Een van de mannen op de portretten was blank en de ander had een kleurtje. Dit natuurlijk naar aanleiding van een onderzoek waaruit bleek dat Nederlandse rechters (donkere) allochtonen zwaardere straffen opleggen dan (blanke) autochtonen.

Dat de ondervraagde voorbijgangers zonder uitzondering de donkere jongen aanwezen als de crimineel verbaasde me minder dan het feit dat rechters donker gekleurde mensen zwaarder straffen. En dat men Tofik Dibi niet herkent als zijnde parlementslid voor Groen Links kan ik me nog voorstellen. Ik moest zijn naam eerlijk gezegd ook even googelen.

Maar wat ik verontrustend vond was dat de twee blanke mannen op de portretten niet herkend werden. Dat waren namelijk niet de eerste de besten want het ging hier om Volkert van der Graaf en Anders Breivik. Nu pleegde Van der Graaf de moord op Fortuyn al bijna 10 jaar geleden en al staat zijn gezicht bij mij persoonlijk nog altijd in mijn geheugen gegrift, kan ik me voorstellen dat veel mensen hem al niet meer herkennen. Je krijgt tegenwoordig zo’n enorme beelden-diarree van gezichten over je heen: dat is allemaal moeilijk bij te houden. Ik ga er trouwens wel min of meer vanuit dat zijn naam nog wel een belletje doet rinkelen.

Maar de slachtpartij die Breivik aanrichtte is maar iets meer dan een half jaar oud. Toch zijn veel mensen hem blijkbaar  alweer vergeten. En het zou zelfs kunnen zijn dat de ondervraagde personen het gezicht van Breivik destijds niet eens gezien hebben.  Dat die hele slachtpartij volledig aan ze voorbij is gegaan omdat ze simpelweg het nieuws niet volgen.

Persoonlijk kan ik me dat nauwelijks voorstellen, want ik vreet het nieuws nog altijd. Ik word er wel moe van dat bepaalde onderwerpen volledig uitgekauwd worden en andere, die ik zelf vaak veel belangrijker vind, nauwelijks worden aangestipt, maar that’s life.

Maar de meeste mensen volgen de politieke en sociale ontwikkelingen niet (meer). Die zijn afgehaakt of hebben zelfs nooit enige interesse in het onderwerp gehad. Dat heeft overigens minder met het opleidingsniveau van de gemiddelde mens te maken dan je zou denken. Ik hoor ook hoger opgeleiden regelmatig stupide opmerkingen maken zoals : “de crisis is juist goed voor de economie, want die wordt daardoor alleen maar meer autonoom.” Ik hoop dan maar dat degene die deze onzin uitkraamt een politicus of een collega op het werk napraat, zonder er verder al te veel over na te hebben gedacht.

Politiek is nauwelijks prikkelend meer omdat mensen het gevoel hebben, of beter gezegd gewoon wéten, dat ze geen enkele invloed erop uitoefenen. Het maakt wat dat betreft ook niet zoveel uit of ze wel of niet goed geïnformeerd zijn. Eens in de vier jaar brengt iets meer dan de helft van de stemgerechtigden een stem uit op een politicus die allerlei dingen beloofd die hij/zij uiteindelijk niet waar kan maken. En of we nou slim of dom zijn maakt geen reet uit. Je kan ook op een heel slimme manier er een vreselijke puinhoop van maken.

Het probleem is dat dit mechanisme, al sinds mensen zich in grotere verbanden dan kleine stammen zijn gaan verenigen, ervoor zorgt dat de werkelijke macht bij een kleine elite blijft liggen. En deze elite is sinds mensenheugenis verbonden met geld en macht.

Een goed geïnformeerd en geïnteresseerd volk is moeilijk onder de duim te houden. Maar je kan het gepeupel vreselijk makkelijk afleiden. Houdt wat glimmende  objecten voor hun neus et voila….

True freedom requires sacrifice and pain

Most human beings only think they want freedom

In truth they yearn for  the bondage of social order, rigid laws and materialism

The only freedom man really wants is the freedom to be comfortable

(John Teller in Sons Of Anarchy – deze quote is waarschijnlijk van, of in ieder geval geïnspireerd op, Emma Goldman)

Ik heb de afgelopen tijd weer wat, onvrijwillige, bemoeienissen met de gezondheidszorg in dit land gehad.

Een paar dingen vielen me op in het onvermijdelijk contact tussen mij als patiënt en de dienstdoende receptionistes, verpleegkundig personeel en artsen.

Allereerst viel me op dat receptionistes moeite blijken te hebben om slecht nieuws aan jou als patiënt over te brengen. Onvermijdelijk slecht nieuws waar ze zelf helemaal geen vat op hebben en alleen als informatie door moeten geven zoals “ik kan pas over 3 weken een afspraak voor u inplannen, weet u dat de verzekering deze behandeling niet vergoed?””  En zelfs “sorry maar u zit hier op verkeerde afdeling”. Al dit soort nieuws wordt in ellenlange, bijna wanhopige excuses, verpakt. Receptionistes nemen vaak een bijna defensieve houding aan. Je hoort wel eens dat patiënten niet gewoon mondig zijn maar ook graag een grote mond opzetten en dat er bij tijd en wijle zelfs ziekenhuispersoneel gemolesteerd wordt, maar het lijkt wel of de angst regeert. Misschien helpt mijn nog altijd tamelijk ruige uiterlijk niet mee, maar het valt toch op als dit soort nieuws bijna bedremmeld verteld wordt en de receptioniste in kwestie bijna onder haar bureau wil kruipen terwijl ze dit soort nieuws aan je moet doorgeven. Ik ben toch altijd uiterst vriendelijk tegen deze mensen. Mensen die meestal ook  nog vrouwen zijn, waardoor ik nog meer geneigd ben om begrip te tonen.

Je moet me niet kennis laten maken met de manager die al die bureaucratische ongein verzonnen heeft, de overhead voor het ziekenhuis lager maakt door minder artsen aan te stellen, de verzekeraar meer winst laat maken of de indeling van het ziekenhuis bepaald, maar die laat zich natuurlijk nooit zien. Maar voor mij en ongetwijfeld de overgrote meerderheid van dit volk geldt toch nog steeds: “don’t shoot the messenger”. Dat hoop ik in ieder geval dan toch…

Maar dat management volkje maakt het je ook niet gemakkelijk om je galant en begripvol te blijven opstellen. Door de intrede van goede computersystemen werd het mogelijk om door je naam en geboortedatum in te vullen je hele dossier tevoorschijn te toveren.  Daardoor hoefde je aan balies bijna niets meer uit te leggen. Maar blijkbaar zijn er managers die daar de voordelen niet van inzien. Het werd voor patiënten misschien wel veel te leuk om door de medische mallemolen gehaald te worden.?

Nu loop je in het ziekenhuis weer op ouderwetse manier tegen een muur van bureaucratie aan:

-”Heeft u een patiëntenkaart bij u waar de afspraak op staat?”

-”Nee, deze afspraak heb ik telefonisch gemaakt dus heb ik niet aan die kaart gedacht”

-”Oh ik zie dat u hier in november voor het laatst was. Heeft u dan al een patiëntenkaart voor 2012?”

Ik kijk haar doordringend aan totdat ze begrijpt dat als ik de oude kaart niet heb, de kans dat ik wel een nieuwe bij me heb astronomisch klein is.

-”Oh dan moet u bij de balie beneden eerst een nieuwe patiëntenkaart laten maken. Sorry, nieuwe regels.”

Ik ben al weg.

En beneden aangekomen krijg ik natuurlijk geen nieuwe kaart omdat ik eerst de oude in moet leveren en me moet legitimeren. “Sorry dat zijn nu eenmaal de regels. Ons opgelegd door de verzekeraar.”

Logisch; er zijn natuurlijk heel veel lui die zich in het ziekenhuis voor iemand anders uitgeven, voor de sport operaties ondergaan en de gekste medicijnen slikken.

Een paar weken geleden ging mijn stofzuiger kapot.  Ik had dat ding in 1999 van mijn Oma geërfd. Mijn Oma had hem  al ruim 20 jaar in bezit toen ze overleed. 33 jaar trouwe dienst is een hele mooie score voor een stofzuiger. En als ik niet zo dom was geweest de verkeerde stofzuigerzakken te gebruiken, omdat de supermarkt de passende stofzakken uit het assortiment had gehaald en ik geen zin had om dagenlang speciaalzaken af te gaan struinen om de goede te vinden, had mijn lieve zuigmachine waarschijnlijk nog steeds gewerkt. Schuurstof is a bitch voor motoren, en schuurstof in combinatie met niet goed passende stofzuigerzakken, die in de machine loslaten, is funest. De rook kwam eruit; motor verziekt.

Moest ik dus alsnog de elektronicawarenhuizen  met een bezoek gaan vereren. Een stofzuiger koop je vandaag de dag al voor rond de 60 euro.  Maar dan heb je een apparaat waarvan je, hoogstwaarschijnlijk niet onterecht,  betwijfelt of het langer dan drie jaar mee zal gaan. Een (veel) duurdere zat er echter niet in met een jaar werkloosheid achter de rug. De werkloosheid was natuurlijk ook de reden dat ik zo onredelijk veel in mijn huis aan het klussen was, dus er moest wel snel een nieuwe komen, anders lag ook die activiteit opeens stil en dat konden we niet gebruiken.  De hele dag thuis zitten is al geen pretje, maar de hele dag tegen onafgemaakt kluswerk aan moeten kijken is te veel van het goede. Maar ik verdomde het dus echt om zo’n goedkoop Koreaantje mee naar huis te nemen. Ik wilde een Duits kwaliteitsproduct dat ‘herz wie Kruppstahl ist und anders gar nichts!’

In zo’n geval rest je niets anders dan via Google andere opties te gaan bekijken om een half uur later duizelig door het overweldigende aanbod af te haken. Maar als Google het niet weet kan je gelukkig nog terugvallen op de kennis van de oudere generatie. Moeders dus gebeld en die kwam met een voor de hand liggende oplossing waar ik desondanks, als verwend lid van generatie nix, nog niet eens aan gedacht had: laat hem repareren. En ze wist er ook nog een adresje bij te geven. Dus ik naar de reparateur, doneer 10 euro onderzoekskosten en wacht een weekend vol spanning op de professionele mening. Uitslag: motor is onherstelbaar kapot. Dat vermoedde ik al na het aanzien van die rookpluim.  Kosten nieuwe motor: 100 euro. Kosten nieuwe stofzuiger van gelijkwaardige kwaliteit: 200 euro. “Repareer hem maar” zei ik, tot verrassing van de reparateur; de meeste mensen kiezen op zo’n moment blijkbaar toch maar voor de Koreaan.

Een dag later mijn gouwe ouwe wonder apparaat  opgehaald en hij werkte weer als een zonnetje. Totdat ik hem uitschakelde. Ik was gewend om met mijn voet de schakelaar een hengst te geven en dan te horen dat de overdruk zich langzaam ophief. Alsof het apparaat een lange zucht slaakte; blij dat de klus er weer op zat. Dat karakteristieke geluid zat er echter niet meer in.  Toch maar effe de reparateur gebeld om te vragen hoe dat zat. De goede man wist me te vertellen dat de originele motoren voor deze stofzuigers niet meer gemaakt werden.  De reden daarvoor: ze gingen gewoon te lang mee.

De samenleving heeft op het moment zijn bek vol over duurzaamheid, maar producten die bewezen hebben een leven lang mee te gaan worden domweg van de markt gehaald.

Deze column is op 9 maart 2012 ook op De Jaap gepubliceerd

U.S. Republican presidential candidates published some outrageous assumptions about Europe these past weeks. Newt Gingrich claimed Europe is a ‘fundamentally wrong socialist state’, Mitt Romney said he can’t even find Europe on the map and last week Rick Santorum claimed in Holland we force elderly people to undergo euthanasia.

Respect is a two-way street my dear Americans, so here it goes: ten lovely European prejudices about the USA…

Americans like big things: big cars, big fridges, big TV’s, big guns. Needless to say most Americans are pretty big themselves.

Americans don’t like reading books. For them it’s enough to read advertising slogans. Americans don’t like listening either; a sound bite will suffice.

Americans love their religion and they hate Darwin’s evolution theory. They believe in a book that says the earth is only about 6000 years old and that Dinosaur fossils were left by God to test our faith.

Americans don’t like taxes so they work hard to get rich fast. As soon as they are (rich) they don’t have to pay taxes anymore.

Americans love democracy. Unless a country elects leaders the US doesn’t like. When  that happens the elections must have been a fraud, the country is automatically turned  into a dictatorship and is rife for an invasion.

Americans hate their government. They choose a new president and as soon as he’s installed they start obstructing him. They make sure none of his policies get ratified by congress and the senate and boo him for not keeping his promises afterwards.

Americans hate socialism. It’s remarkable how liberal means left wing in the US and right-wing in Europe. But there’s no left-wing at all in your nation. America has no left leg to stand on. No wonder your society is so unstable.

Americans love drugs. Regretfully it’s the wrong kind of drugs they love ; Americans like Ritalin, sleeping pills and Prozac and not the stuff that is actually fun to swallow or inhale.

Americans hate abortions but they love guns. Guns are the cause of countless retroactive abortions.

When American students fail at school they kill their classmates. Makes sense; failed students might have succeeded if their classmates wouldn’t have picked on them so much.

And to end this column I must add that Europeans at least recognize prejudices for what they are. Prejudices are half-truths. It’s a shame People like Rick Santorum can only get away with their outrageous claims only because the people who vote for him aren’t checking any facts.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 190 andere volgers

%d bloggers like this: