Navigatie overslaan

Tagarchief: B.G.K.

In 1983 heb ik optredens gezien van drie van de meest legendarische punk/hardcore bands aller tijden: Black Flag, Bad Brains en M.D.C. Deze drie concerten waren zonder enige twijfel de hoogtepunten in mijn leven als bezoeker van optredens. Nu kom je gemakkelijker onder de indruk van een uitvoering als je nog jong bent, maar bij deze optredens gebeurde er meer dan een band die een goede, gepassioneerde set speelde. Er was een onmiskenbaar een soort magie aanwezig.  Een magie die de bezoekers van deze optredens verleidde tot gedrag dat verder ging dan bewondering voor rocksterren, verder dan vooraan bij het podium los gaan in de pit. Bij deze optredens heb ik mensen gezien die terug keerden naar een soort oerdrift. Mensen in al hun glorie en tegelijk in al hun lelijkheid. Mensen die al hun demonen op de andere aanwezigen, maar ook op zichzelf, los lieten. En ik voelde die drift zelf ook; een bijna onbeschrijfelijke opwinding die een kracht opriep die maakte dat je het een uur of langer in de slampit volhield om op andere lichamen in te beuken, die je aanzette op speakertorens te klimmen en je met doodsverachting in de massa te storten. Die je mee deed brullen en als je de tekst van bepaalde nummers niet kende oerkreten deed slaken totdat je stem kapot was. Een kracht die zorgde dat alle lichamelijke en geestelijke pijn tijdelijk vergeten werd. Tot de volgende morgen natuurlijk, want dan voelde je de blauwe plekken, kneuzingen, missende tanden en gebroken botten wel degelijk. Maar ook op zo’n moment kon je niet anders dan je levend voelen. Levend op een manier waar al die miljarden, voorzichtig door het leven manoeuvrerende, squares  niet eens aan durfden denken.

M.D.C.  Shiva – Uithoorn vrijdag 23 december 1983 (deel 2)

Vlak voordat MDC begon en terwijl bijna al het publiek nog in de barruimte van Shiva rondhing stond ik in de zaal. Ik had even genoeg van de drukte om me heen en probeerde een beetje nuchter te worden. Dronken slamdancen was een stuk minder lekker dan nuchter. Ik kon wat dat betreft zelfs beter stoned de pit in. Ik braak nogal makkelijk als ik teveel drink en in de pit over je nek gaan is geen pretje, geloof me.

Slamdancing, wat vroeger de pogo genoemd werd, was een vechtdans die weinig meer te maken had met op de plaats op en neer springen en af en toe schouder tegen schouder  iemand een zetje geven. Er was in die tijd bijna altijd sprake van een circle pit. Dat hield in dat er aan het begin van elk optreden een soortement halve cirkel voor het podium vrij werd gehouden voor de mensen die zich geroepen voelden om als een stel dolle stieren op elkaar in te beuken. Je zag aan de rand van die cirkel altijd jongens, nooit meisjes, klaar staan om, zodra iemand het voortouw nam om de cirkel te betreden dat initiatief te belonen door ook de cirkel te betreden waarop er een mêlee losbarstte. Als er een schaap over de dam was vloeide de cirkel meestal meteen vol. Hoe enthousiast men was hing van de kwaliteit en bekendheid van de band af. Bij M.D.C. zou de pit ongetwijfeld vanaf de eerste akkoorden van een van de nummers van de Millions of Dead Cops LP een plek worden die nog het meest doet denken aan een aquarium met uitgehongerde piranha’s waar een konijntje of iets anders wolligs in geworpen wordt.

Er kwam een roadie van M.D.C. de zaal in met een witte pot in zijn hand. Hij liep naar een plek voor het podium dat ongeveer het middelpunt van de circlepit zou gaan vormen, keek even om zich heen en zag dat ik als enige getuige was. Hij hield zijn vinger voor zijn lippen als teken dat ik niet door moest vertellen wat ik hier te zien ging krijgen en draaide de pot om. Een dikke kwak geelgroene smurrie belandde op de dansvloer. Driehoek groene zeep zag ik op de zijkant van de pot staan. Dat zou lachen worden als de band zo meteen ging spelen. Een beetje voorkennis kon geen kwaad; ik wist nu in welke richting ik mijn mede –slamdancers ging duwen.

Een paar minuten later kwam de band het podium op en bij het geluid van de eerste aanslag van de gitaar stroomde de zaal vol. Niemand keek naar de plek op de vloer, alle ogen waren gefixeerd op de band die origineel uit Austin, Texas afkomstig was maar nu in San Francisco resideerde. Texas leek me geen plaats waar je het als punker naar je zin kon hebben, maar Austin bleek helemaal niet zo slecht te zijn als je de Maximum Rock ’n Roll wilde geloven. Austin was een universiteitsstad met heel veel alternatief volk omringd door een prairie vol met  knauwende hillbillies.

Business on parade was het eerste nummer uit de set en de pit stroomde meteen vol.  De zeep voor het podium zorgde ervoor dat er in de eerste minuut al een pile-on ontstond want iedereen die met de groene smurrie in aanraking kwam ging natuurlijk meteen op zijn bek. Bij rugby val je nog op een zachte ondergrond van gras en aarde terwijl de mannen zich bovenop je stapelen maar hier was de ondergrond van beton. Je zag dan ook al gauw mensen besmeurd met zeep en bloed henzelf uit de pit worstelen. Ik zorgde dat ik uit de buurt van de zeep bleef wat niet makkelijk was omdat een pit zowel een middelpuntvliedende als een middelpuntzoekende kracht heeft en je als je eenmaal door de stroom meegesleurd wordt weinig meer bij kan sturen. Ik hield het voor gezien nadat mijn benen onder me uit werden geveegd door iemand die midden in de groene smurrie wanhopig overeind probeerde te komen en dacht dat het wel zou lukken als hij hevig met zijn poten ging trappelen. Ik kwam op mijn knieën terecht waarop iemand anders over mijn onderbenen struikelde en op mijn hielen landde. Ik voelde mijn knieën kraken en een paar spieren in mijn kuit maximaal oprekken en strompelde de pit uit. Gelukkig was iedereen alert op mensen die in de pit vielen en werd je, tenzij je heel veel pech had, altijd door anderen op de been geholpen. De slamdance was voor mij al na drie nummers voorbij. Ik ging op veilige afstand mijn wonden likken en zag de rest van het optreden vanaf de zijkant van het podium. De schuldige roadie had me het podium op getrokken en ik kon achter hem staan terwijl hij iedereen die na mij het podium beklom tot een snelle stagedive aanzette. Een karweitje dat ik jaren later zelf ook nog veelvuldig uit zou voeren. Deze pit was heftig, al leek het van een afstand altijd veel heftiger dan het middenin de pit echt was. Natuurlijk kreeg je de nodige schouderduwen, schoppen en klappen te verduren maar niemand probeerde je gericht te raken. Ledematen werden gewoon heftig bewogen als je in hun baan terecht kwam ving je de klap op. Maar als je viel werd je opgeraapt en richting de rand geduwd. Het was een krankzinnig hard maar toch, zij het op een perverse manier, een sportief spektakel.

Nu ik zo dicht bij de zanger stond merkte hij dat ik alle nummers aan het meebrullen was en nam hij af en toe, als hij buiten adem dreigde te raken, gebruik van de gelegenheid en duwde de microfoon tegen mijn mond. Daar schrok ik de eerste keer dat hij dat deed zo van dat ik prompt de tekst vergat en alleen een rauwe en totaal niet bij het nummer passende kreet uitte. Maar later in de show revancheerde ik me door een compleet couplet van ‘I hate work ‘ foutloos de zaal in te slingeren. High five van zanger Dave en schouderklopje van Franco. Mijn pijnlijke enkels weerhielden me van een stagedive maar mijn avond was weer goed.

Na het optreden zaten we in onze bus te drinken terwijl we aan het wachten waren als op de terugkomst van de meisjes.  Ik had die dag nauwelijks gegeten en natuurlijk veel te veel gezopen. Bij Shiva kon je niet meer dan kleine zakjes paprikachips te eten krijgen. Zelfs backstage was er niets meer te vinden omdat het eten daar door vrijwilligers was gemaakt en de resten die de bands hadden overgelaten meteen afgevoerd waren naar het huis van de vrijwilligers waar de maaltijden werden gemaakt.  We vloekten wat af op die domme trutten zonder richtingsgevoel en baalden op dat moment meer van de honger dan dat we hun aanwezigheid misten. Omdat het wachten ze de keel uit begon te hangen sprongen Mick en March opeens op om de meiden te gaan zoeken. Voor we het wisten waren ze weg en Speedy rende ze vlak voordat ze de hoek om gingen ook achterna. Hij was de grootste van het stel en had de meeste honger. Hij hoopte dat ze behalve de dames ook de snackbar zouden vinden. Ik kon nauwelijks lopen dus had echt geen zin om me te bewegen dus bleef ik lekker in de bus hangen. De drank zorgde ervoor dat ik de in de pit opgelopen wonden niet echt voelde maar kikker wees me erop dat ik behalve die pijnlijke enkels ook een flinke schram op mijn slaap had die behoorlijk bloedde door de hoeveelheid alcohol die ik in mijn bloed had. Ik depte de wond maar dat hielp niet echt. Kikker hield  een plastic beker bij de wond en ving er en paar druppels mee op die hij vermengde met het laatste restje jenever dat nog in de fles zat. “Een bloody mary” toaste hij en klokte het mengsel weg. “Bloedkikker”, snauwde ik naar hem…

Op een gegeven moment liep er een grote groep punks voorbij de bus. Ik dacht eerst dat die op zoek gingen naar een trein of busstation om Uithoorn te kunnen verlaten. Terwijl ze ons passeerden wees een van die gasten naar de kerk die aan de andere kant van de weg langs Shiva stond en zei er iets bij dat echt onverstaanbaar was. Nu had ik een behoorlijke piep in mijn oren zoals altijd na een concert maar deze gast met zijn grote hanenkam kreeg echt geen woord meer verstaanbaar over zijn lippen. Ik had dezelfde gozer tijdens ‘chicken squawk’ nog helemaal los zien gaan in de pit zijn hanenkam accentuerend door zijn hand ernaast te houden. Tja, dat nummer gaat over kippen en legbatterijen dus voelde hij zich waarschijnlijk aangesproken. Maar de bedoeling werd al snel duidelijk;  de kerk moest eraan gaan geloven.  ‘Dat moet ik zien’, zei Kikker en hij liep met die hanenkam mee. Aso had geen zin in gezeur en liet merken dat hij liever in de bus het laatste restje bier op bleef drinken. De kerk lag op steenworp afstand dus besloot ik ondanks de pijn mijn enkels toch met Kikker mee te gaan. Ik verwachtte niets van deze actie; het zou waarschijnlijk bij een futiele poging om de kerk binnen te komen blijven maar alles is beter dan wachten dus what the hell. Toen ik bij de kerk aankwam had het grootste deel van het groepje dat uit een man of twintig bestond al een rondje om de kerk gelopen. De deuren waren natuurlijk te stevig, daar kwam je van je levensdagen niet doorheen, maar er waren een paar kelderramen van glas in lood en een van die gasten trapte het raam eruit met zijn kisten met maat 45. Zonder er verder bij na te denken klommen we allemaal door het raam en belanden in de kelderruimte van de kerk. De weg naar de kerkzaal was snel gevonden. Daar aangekomen begonnen een paar van de punks met wat kerkbanken om te gooien maar al gauw ontaarde dit festijn zich in een moderne beeldenstorm.  Er waren alleen weinig beelden te vinden in deze protestantse kerk. Iemand had een spuitbus bij zich dus stond het obligate ’Jesus died for his own sins, not mine’ al snel op de muur onder het schip van de kerk. Alle kerkbanken lagen al snel op een grote hoop en een van de punks deed verwoede pogingen om die houten banken in de fik te steken. Zonder benzine of een andere brandbare vloeistof zou dat niet gaan lukken. Maar er hingen olielampen bij de kansel en al gauw klom iemand de houders van een van de lampen in. Hij hoopte door zijn gewicht de lamp af te breken zodat de olie voor het vuur gebruikt kon worden. Ik klom de kansel op en zag daar een grote, ongetwijfeld antieke bijbel opengeslagen liggen. Ik werd opzij geduwd door een Amsterdamse punk; hij had Mokum punx achterop, zijn jas staan. De Mokummer ritste zijn broek open en leegde zijn blaas over de bijbel. Tegelijkertijd stortte de gozer, die aan de olielamp hing, met lamp en al naar beneden om vervolgens juichend de olie over de kerkbanken te gooien. Ik had genoeg gezien en liet Kikker weten dat het tijd werd om afstand van deze orgie van geweld te nemen. Door Kikker ondersteund strompelde ik zo snel mogelijk terug naar het raam en waren net op tijd terug bij de bus. De brand in de kerk sloeg al snel om zich heen. Alle punks verlieten als een haas de kerk en het terrein. Wij hadden echter een probleem met die bus. Kikker kon wel rijden maar Mick had de sleutel meegenomen. Toen we de politie en brandweer hoorden aankomen besloten er  we maar het beste van te maken en te doen alsof onze neuzen bloeden en we niets gehoord of gezien hadden van het hele gebeuren.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 143 other followers

%d bloggers like this: