Skip navigation

Tag Archives: black widow

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

T-shirts maak je gewoon zelf

Spuiten

Vincent was twee jaar jonger dan ik en zat bij mijn zus op school. Hij zat op de IVO; een Montessori Mavo. Vincent werd net iets eerder punk en op een of andere manier zag hij er ook altijd wat cooler uit dan ik. Ik deed zo mijn best om er heftig uit te zien. Met spikes, leer, een half stuk zeep in mijn haar om de haarpieken mooi omhoog te houden en slogans en bandnamen op mijn jas getekend. Maar Vincent deed niets van dat alles en zag er toch altijd raarder, uit dan ik. Hij was geen stereotype punk. Hij straalde in alles originaliteit uit.

Vincent had half lang haar; daar zag je bijna nooit andere punks mee lopen. Als hij zich zo in Eksit zou laten zien zouden ze hem een hippie noemen en hem ofwel negeren of voor zijn bek slaan, dacht ik. Hij had zijn haar wel geblondeerd en daarna groen geverfd. Maar die kleur hield hij niet goed bij want na een paar weken begon het eruit te zien als een groot schimmelnest. Hij had ook altijd dezelfde broek aan; een gifgroene broek die hij ooit van zijn moeder had gekregen. Waarschijnlijk gekocht bij ‘the Swindle’, op de Gaffelstraat (later verhuisd naar de Nieuwe Binnenweg en nog altijd bekend als The Black Widow.) Nadat hij die broek van zijn moeder gekregen had heeft hij hem aangetrokken en nooit meer uitgedaan. Het resultaat was een broek die op een bizarre, heel natuurlijke manier ging desintegreren. Ik maakte vaak zelf gaten in mijn kleren, maar Vincent had zo zijn eigen manier. De broek werd na verloop van tijd ook keihard van al het opgeslagen vuil en ging niet scheuren, maar breken. Vooral de bilpartij had daar last van en het duurde dan ook niet echt lang voordat Vincent ’s onderbroek te zien was. Het kon hem werkelijk geen reet schelen wat mensen daarover zeiden of dachten.

Uiteraard kwam ook hij al gauw in aanraking met de autoriteiten. De directeur van zijn school belde Vincents moeder met de mededeling dat Vincent niet meer in zijn beroemde broek op school mocht komen, maar voortaan alleen ‘fatsoenlijk’ gekleed naar binnen mocht, waarop Vincent het vertikte om nog op school te verschijnen. Dat ging een paar maanden goed, totdat de onderwijsinspectie door de IVO op de hoogte werd gesteld en er opeens leerplichtambtenaren bij Vincents moeder op de stoep stonden. Nu was zijn moeder een doorgewinterde activiste die in het vrouwenhuis werkte. Daarom kwamen die ambtenaren ook nooit verder dan de stoep. Omdat ik vier huizen verder woonde en mijn kamer zich op de bovenste verdieping bevond kwam Vincent op dat soort momenten vaak even over het dak aanwaaien voor het geval er een huiszoekingsbevel tevoorschijn kwam en zijn moeder onder dreiging van politiegeweld gedwongen zou worden die lui binnen te laten. Een bevel alleen, zonder hardhandig ingrijpen van de kit zou waarschijnlijk alsnog niet genoeg zijn geweest om voorbij Vincents moeder te komen. Die vrouw was een keiharde en ik vond haar ronduit onaardig. Mannen keek ze nooit in de ogen. Een paar jaar voordat Vincent punk werd had ze van de ene dag op de andere Vincents vader het huis uit gezet en was ze met een vriendin samen gaan wonen. Die man is er volgens mij helemaal aan onderdoor gegaan want ik zag hem daarna nog vaak voor de deur van het huis staan om te proberen zijn kinderen te zien te krijgen. Maar ook Vincent zijn vader kwam niet verder dan de stoep.

Als Vincent, tijdens een bezoek van de onderwijs inspectie, via het dak bij mij wilde schuilen, stampte hij op het dak boven mijn kamer om te laten horen dat hij naar binnen wilde. Het kwam wel eens voor dat ik op zo’n moment niet op mijn kamer was. Dan zat ik beneden tv te kijken of zat ik bij Dirk of andere vrienden. Dan stampte hij heel hard en lang voordat hij het opgaf. Dat heeft ons nog eens een heftige lekkage opgeleverd, want het was een plat dak met van dat teerpapier en kiezels erop en het was eigenlijk niet de bedoeling erop te lopen, laat staan erop te gaan staan stampen. Mijn vader heeft dat dak toen zelf gerepareerd endaarna drie weken aan mijn kop lopen zeiken over hoe die lekkage ontstaan zou kunnen zijn. Natuurlijk wist hij best dat Vincent over het dak naar binnen kwam, maar hij wilde dat ik alles altijd eerlijk  aan hem vertelde, hoe pijnlijk de situatie ook was. Maar geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om hem wat dat betreft zijn zin te geven. Eerlijk zijn was iets voor hippies!

Sinds zijn weigering nog langer naar school te gaan besteedde Vincent zijn dagen met het maken van kleding; vooral T-shirts, en het snijden van spuitmallen. Daarmee verspreidde hij overal door de buurt graffiti. Dat hij daar nooit voor gepakt is een wonder, want hoe dichter bij zijn huisdeur hoe meer van zijn spuitsels er te zien waren. Ze stonden echt overal, die rare mallen van hem. Hij sneed meestal foto’s van het koningshuis of politici tot stencils. Verder zaten er nooit echte statements bij. Hij gebruikte nooit letters. Misschien is hij daarom ook nooit gepakt, want zijn graffiti had in theorie ook van een grote fan van het koningshuis of Hans Wiegel en Van Agt kunnen zijn.

Ik maakte zelf ook mallen en gebruikte juist bijna uitsluitend letters. Mijn vader had een heleboel soorten kistletters op zijn atelier. Hij had zelfs die met dat Belgische lettertype die Crass voor al hun artwork op LP’s en singles gebruikte. Toen ik die ontdekte had ik ze natuurlijk meteen in beslag genomen. Voor mijn vader waren het een soort hebbedingetjes en hij gebruikte die kistletters nooit, dus mistte hij ze ook niet toen ze uit zijn atelier verdwenen. Zoals zoveel andere spullen. Ik wist wat hij zou missen en wat niet, want ik wist precies wat hij voor zijn werk nodig had. Hij vond het ook wel best dat hij mijn creativiteit op deze manier stimuleerde. Ik had zijn tekentalent absoluut niet van hem geërfd, maar ik had wel talent voor het maken van slogans en collages.

Het liefste zaaide ik verwarring en de slogan dat ik het meest gebruikte was ‘I Hate Everything’. Daarmee spoot ik vooral mijn eigen kleding en jassen vol en soms die van vrienden. Ik vond het zonde om dure spuitbussen te verspillen aan muren of stoeptegels. Vincent had dat probleem niet; die jatte zijn spuitbussen.

Ik heb een paar keer geprobeerd om spuitbussen te gappen. Maar zodra ik een willekeurige winkel binnenkwam hijgde er altijd meteen een winkelbediende in mijn nek. Dat deed me afvragen hoe Vincent dit soort dingen voor elkaar kreeg, want hij zag er minstens zo opvallend uit als ik. Als punker werd je overal hinderlijk in de gaten gehouden. Op straat door de kit en in winkels door overijverig personeel.

Toen ik hem vroeg hoe hij dat nou steeds flikte, nam hij me mee naar de winkel en liet het me zien. Vincent nam een vuilniszak vol lege spuitbussen mee. Hij had die bussen allemaal goed schoon gemaakt zodat er geen verfresten op de etiketten zaten. Het eerste wat hij deed toen hij de winkel binnenkwam was naar de toonbank lopen om de baas van de zaak luidkeels te begroeten: “hey ouwe lijmsnuiver!” riep hij en de baas keek naar hem alsof er een goede vriend binnenkwam en begroette Vincent vrolijk met “het groene gevaar is er weer!”. Vincent praatte een tijdje over ditjes en datjes met de baas van de winkel terwijl ik op enige afstand bleef wachten en toekeek. Ik vond die man van de verfwinkel niet aardig en ik was ook niet van plan om te gaan slijmen. Vincent wist door zijn charme, zelfs met mensen bij wie je een soort natuurlijke aversie tegen freaks zoals wij bespeurde, contact te leggen en hen voor zich te winnen. Om ze vervolgens, wanneer dat zo uitkwam, verschrikkelijk te naaien.

Na een tijdje met hem geouwehoerd te hebben vroeg Vincent de baas van de verfwinkel of er nog spuitbussen met nieuwe kleuren  binnen waren gekomen. Dat wist de baas niet uit zijn hoofd en Vincent zei hem dat hij wel even ging kijken wat er aan nieuws in de winkel stond. “Ik heb vandaag al heel wat speciale kleuren op de kop getikt”, zei Vincent, wijzend op zijn vuilniszak en hij liep naar de kast waar de spuitbussen opgesteld stonden. De telefoon van de zaak ging op dat moment en de baas was al snel verwikkeld in wat duidelijk een ingewikkeld gesprek was, want hij nam er allerlei catalogussen bij waar hij lang in moest bladeren. Intussen zag ik Vincent kalmpjes spuitbussen in zijn vuilniszak laden die hij vervolgens verving door lege exemplaren. Zo verving hij alle oude bussen door nieuwe om daarna langs de toonbank te lopen, de mazzel te schreeuwen naar de, door hem even van zijn telefoontje afgeleide, baas. Om vervolgens dood gemoederd de zaak te verlaten.

“Je maakt mij niet wijs dat je dat elke keer op deze manier flikt, man”, beet ik hem toe

“Doe ik ook niet; ik verzin steeds een nieuwe”, zei hij.

“Je had wel enorm veel mazzel dat die vent dat telefoontje net op het goede moment kreeg”.

“Hoezo, mazzel? Dat was mijn moeder aan de andere kant van de lijn” zei Vincent.

“Pleur op! Hoe krijg jij in Jezus’ naam je moeder zover dat ze je helpt om die spuitbussen te jatten?” vroeg ik.

“Makkelijk zat, zei Vincent; ze helpt mee om ze te jatten of ze moet ze betalen. Ik kan niet zonder die spuitbussen werken dus ze heeft weinig keus”.

“Wat doe je dan als je geen spuitbussen krijgt vroeg ik”.

“Dan word ik heel vervelend zei Vincent ernstig”

Ik geloofde hem.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 234 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: