Skip navigation

Tagarchief: crass

WA Ongehoord 2Klik hier om de ANTI  MONARCHIE SPECIAL van ongehoord op Radio President te beluisteren


In Ongehoord laat ik obscure muziek horen van vroeger en nu, vooral van lokale bands, want wat er vlak om de hoek wordt gemaakt is vaak ongehoord goed.

Vandaag een heuse ANTI MONARCHIE special met commentaar en nummers over/tegen het Oranjehuis en de monarchie in het bijzonder. Tja er moet toch iemand zijn die de gesmoorde kreten van protest laat horen?

Ongehoord wordt elke dinsdagavond van 21:00 uur tot 22:00 uur uitgezonden bij Radio president De show wordt voortaan op zaterdag herhaald. Na de uitzending op zaterdag zet ik mijn programma’s op dit blog zodat je ze kan beluisteren wanneer het je uitkomt.

Speel je zelf in een band stuur me mp3’s, cd’s of (liever nog) vinyl van je eigen muziek, als ik ze goed vind draai ik ze in de show.

Radio President t.a.v. Leen Steen
Lavasweg 19

3193GB Hoogvliet

Playlist Ongehoord

30 april 2013

Producer Wilco Verkerk

Presentatie Leen Steen

Sex Pistols – god save the queen

Inner Terrestrials – off with their heads

Crass – demoncrats

Van Vollenhoven & his Royalties – beatricks

Bizonkids – Beatrix

Human Alert – volk en vaderland

The Kids – no monarchy

?? – Oranje boven maar niet heus

The Rosevalley Punkrockers – maximanaal

R. Stevie Moore – the king

The Birthday Party – junkyard

Infectious Grooves – I’m gonna be my king

Jay Reatard – greed, money useless children

The Restarts – parasite monarchy

De Straks – koningin

Discharge – you take part in creating this system

Frodus – king kab

Eater – queen bitch

Johnny Moped – little queenie

WA Ongehoord 3

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek. Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

Het ruwe materiaal van mijn boek beslaat nu ruim 100.000 woorden waarvan bijna de helft geschrapt moet worden. Schrappen is echter moeilijker dan schrijven….

Onderstaand verhaal komt in drie delen op mijn blog….

Oud en nieuw 1982

Ik had vanaf begin december het rijk alleen gekregen op de zolder. Scherf was dan eindelijk naar de een etage beneden verhuisd waar Peter en Marijke hadden gewoond. Die waren naar Delfshaven vertrokken, waar ze een zeefdrukkerij over hadden genomen. Het was best leuk geweest om de zolder te delen, maar na twee maanden op elkaars lip te hebben gezeten waren we allebei blij dat we wat meer ruimte voor onszelf hadden. Ik vond het vooral fijn dat ik de zolder nu naar eigen believen in kon gaan richten. Er was op de zolder geen plaats geweest voor mijn eigen spullen die voor het grootste gedeelte nog bij mijn ouders stonden, verspreid over twee adressen aangezien mijn ouders gescheiden waren. Bij mijn moeder stond mijn platencollectie, mijn pick-up en een geluidsinstallatie. In de kamer die ik in mijn moeders huis bewoonde lagen een soort rubberen noppentegels op de vloer. Die waren heel fijn omdat spuitbus verf er niet aan hechtte, maar  ze waren te zwaar om in de Braadworst twee trappen op te sjouwen. Ik zag mezelf op die kleine zolder, onder die schuine daken die het vloeroppervlak van de kamer nog kleiner maakte dan hij al was, ook niet vrolijk jassen en T-shirts staan spuiten. Daarbij lag er op mijn zolder al tapijt op de vloer, en dat was maar goed ook, want het was er al koud genoeg. In overleg met mijn moeder besloot ik de tegels bij haar te laten liggen totdat ik een grotere kamer in het pand kon krijgen of ergens anders ging wonen. En ik wilde me ook op andere technieken dan spuitmallen gaan richten.  Ik was erg onder de indruk van het vakmanschap van Peter geweest wat betreft zeefdrukken en ik had me ingeschreven voor een cursus zeefdrukken bij de SKVR. Met zeefdrukken kon je betere resultaten bereiken dan met spuiten. En bijkomend voordeel was dat je geen letters hoefde uit te snijden; daar was ik gewoon niet goed in. Secure werkjes zijn niks voor mij. Ik kan niet tegen priegelen.

De rest van mijn spullen stonden bij mijn vader. Het belangrijkste was mijn bandrecorder, een enorme Grundig waar je aparte sporen mee op kon nemen. Twee sporen slechts maar die kon je met behulp van een andere recorder weer samen voegen en zo kon je in principe eindeloos sporen toevoegen.  Ik had  helaas geen tweede recorder, maar ik kon wel opnames met stereobeeld maken. Op de zolder van het aangrenzende pand, waar Skoeter ooit gewoond had, zouden Scherf en ik een oefenruimte gaan bouwen. We zaten allebei in een band, overigens niet dezelfde, want ik speelde met Kikker, Gino en twee andere maten van school in een band die we Persona Non Grata hadden gedoopt. Persona Non Grata leek in het begin veel op de Rondos en Crass. Scherf was gitarist van Formaline K. Formaline K leek qua sound sterk op Discharge. Discharge was onze favoriete band. Waar Crass teksten van honderden regels voor nodig had kon Discharge het in 5 woorden: ‘free speech for the dumb’. Toen ik die Discharge LP grijs draaide op de kamer bij mijn moeder vroeg Paul, haar toenmalige vriend, eens naar die teringherrie die ik elke dag na thuiskomst van school zo loeihard draaide. Niet dat hij daar last van had, want ik draaide bij gebrek aan speakers met een koptelefoon op. Mijn speakers stonden bij mijn vader, want daar kon ik zo hard draaien als ik wilde. Maar ik had nogal de neiging om met de muziek mee te zingen. Vandaar dat hij vroeg wat ik nou zo staccato de hele dag aan het zingen was. Wel; free speech for the dumb dus. Hij lachte schamper en zei dat als punkers het vrije woord als iets voor de dommen beschouwden het een nog stommere beweging was dan hij al dacht. Ik liet hem maar in zijn waan. Die kut PvdA’er wist niet eens dat dumb stom betekent en niet dom. Het vrije woord voor de stommen.

Mijn moeder reed op een zaterdagmorgen door de besneeuwde stad, met mijn installatie in de achterbak van haar huis naar dat van mijn vader waar ik mijn bandrecorder en boxen ophaalde om daarna door te rijden naar de Braadworst. Ik werd bij mijn oude kamer bij mijn vader aangekomen even bedolven door droefenis. Dit was bijna 15 jaar mijn heiligdom geweest. De laatste drie jaar had de kamer een metamorfose ondergaan. Op mijn 12e werd ik gegrepen door het bouwmodellen virus. Mijn kamer werd een klein museum geweid aan de tweede wereldoorlog, met in alle hoeken diorama’s met bouwmodellen van tanks en soldaten die zo realistisch mogelijk geverfd en in een omgeving vol uitgebrande huizen en andere vernietiging neergezet waren. En  vliegtuigen in verschillende schalen, die aan het plafond aan touwtjes hingen. Op mijn 15e was dat alles plotsklaps voorbij want toen nam een nog sterker virus bezit van mijn hersenpan. Mijn kamer veranderde daarop in een museum voor het pamflettisme. De bouwmodellen maakten plaats voor  posters tegen oorlog en fascisme. Die posters waren nu allemaal netjes door mijn vader van de muur verwijderd en stonden op de gang in een grote tekenmap; klaar om verhuisd te worden. Mijn bandrecorder en  boxen stonden erbij en drie dozen vol kleding. De kamer was een paar weken eerder door de dochter van mijn vaders nieuwe vrouw ingepikt. Verder dan een blik om de deur kwam ik niet. Een golf van gal spoelde door mijn mond door de aanblik van wat eens mijn kamer was geweest. Mijn kamer; de plaats die me 15 jaar lang rust en een veilige plek had geboden, waar mijn ouders vanaf mijn 10e geen voet meer binnen hadden mogen zetten, waar ik voodoo rituelen uitgevoerd had op poppetjes die leraren en vijandelijk gezinde medeleerlingen moesten voorstellen, waar ik voor het eerst never mind the bollocks en disturbing domestic peace had beluisterd, waar ik voor de eerste keer met een vriendinnetje had gevreeën, waar ik voor het eerst mijn haar en T-shirts had geverfd. Die kamer hing nu vol met posters van Coca Cola. Ik heb nooit een ergere heiligschennis moeten aanschouwen. Het was alsof de muren met me mee moesten huilen.

Op mijn geluidsinstallatie na had ik voor de rest eigenlijk niet veel. Ik nam een matras, een dekbed, een kussen en mijn kleding mee. Scherf had een butagaskachel en een gasstel achtergelaten en mijn moeder gaf me nog wat oude pannen en serviesgoed; belachelijk veel serviesgoed. Alsof ik op mijn zolder dinertjes voor 6 personen zou gaan geven.

Wat ik voor de rest nog nodig had zou ik nog wel op straat vinden. Wanneer je in het voorjaar door de wat chiquere delen van de stad reed kon je op straat in een dag een complete huisraad bij elkaar scharrelen. Dan vond traditioneel de voorjaarschoonmaak plaats en werd alle huisraad die niet meer voldeed aan het heersende modebeeld aan de vuilnisman meegegeven. Het was een kwestie van met een bakfiets door Kralingen en Hillegersberg cruisen en dan kon je alles van je gading inladen.  Destijds werden er vooral van die jaren zeventig meubelen weggegooid; vooral bruine bankstellen, die uit grote kussens bestonden en die je tot een bed uit kon klappen, waren nu niet meer populair. Het was alleen zaak om eerst goed aan ze te ruiken en te checken of ze niet onder de katten of hondenpis zaten. Als ik de kat van een stel kakkers was geweest had ik van weeromstuit ook de hele zooi ondergezeken. De mensen van de absurde overvloed. Je kon ruimschoots van hun restjes leven.

Het half jaar dat ik had moeten wachten voordat mijn uitkering in ging was ook eindelijk voorbij. Ik hoefde nu niet meer te leven van de bijdrage die mijn ouders aan me gaven; ik had sinds begin september, toen ik bij Scherf introk, maar 200 gulden per maand te besteden gehad. Omdat ik samen met Scherf had gewoond en we alle kosten hadden gedeeld was ik daar net mee uitgekomen. En nee; het idee om een baan te gaan zoeken was geen moment bij me opgekomen. Ik was 18 jaar slaaf van het schoolsysteem geweest. No more! Ik had me voorgenomen nooit en te nimmer voor een baas gaan werken. Ik had niet zozeer een probleem met werken, hoor. Maar wel met bazen. Fuck ‘m. Ik vertikte het om ergens vakken te gaan vullen. Er waren miljoenen jongeren op zoek naar een baan; welke baan dan ook. Anderen waren misschien blij met wat voor baan dan ook. Ik niet. Ik wist dat ik zonder kon, overleven was makkelijk als je al die consumptietroep links liet liggen. Wat je nodig had kon je gratis vinden of heel goedkoop aanschaffen. Kleding, huisvesting en meubels kon je met wat improvisatietalent bij elkaar scharrelen.  Het enige twee zaken die je moest kopen was voedsel voor het lijf; dat haalde je bij de supermarkt. En voedsel voor het brein; dat haalde je bij Haddock (legendarische platenzaak op de van Oldenbarneveldstraat) en de dealer om de hoek.

Scherf betaalde, net als iedereen in de vier naast elkaar gelegen kraakpanden, voor de stroom. Dat kostte niet veel; er woonden zoveel mensen in de panden die de rekeningen samen deelden dat we 25 gulden per persoon kwijt waren.  Er zat geen gasaansluiting op de zolder. Dat betekende dat ik butagas moest stoken en om de twee weken naar de Bergweg moest om een nieuwe gasfles te scoren. De lege fles wegbrengen was nog te doen, maar een volle fles was echt loodzwaar. Met die fles in je klauwen kon je hooguit twintig passen maken voordat je bijna door je rug ging en hem neer moest zetten. Het voelde ook net alsof je met een vliegtuigbom van 50 kilo door de straat aan het sjouwen was. Het idee dat de inhoud van de fles ontplofbaar was maakte dat karweitje nog onaangenamer. Maar zonder verwarming was die zolder onleefbaar. Met die butagaskachel was het trouwens ook al nauwelijks te doen. Soms zat ik met een deken om de kachel geslagen warm te worden. Uit bed komen was in de wintermaanden een enorme opgave. Ik kon vanuit mijn bed door een smalle spleet vlak boven de dakgoot naar buiten kijken en zag ijspegels hangen. Het gekke was dat ik dat alles toen gewoon accepteerde. Het huis zou sowieso binnen een jaar of twee afgebroken worden, maar dat had me dat er niet van moeten weerhouden om provisorische verbeteringen aan te brengen. Maar in het begin was alles gewoon spannend en kwam het niet eens in je op om iets tegen de elementen uit te voeren. Het was juist een uitdaging om alle nieuwe ontberingen op je pad het hoofd proberen te bieden. Je had toch geen geld, en wat je had ging op aan belangrijkere zaken.

Het eerste wat ik van mijn eerste uitkering aanschafte was een TV. Ik kreeg vanaf nu 685 gulden per maand van de soos. Ik kocht voor 100 gulden een tweedehands kleurenbak bij Corrupt; die zaak heette eigenlijk Correct, maar niemand noemde het zo. Mijn vader had nooit een kleuren TV gehad, maar die had dan ook meer principes dan ik. De TV was bijna even zwaar als een gasfles en had geen handvatten. Ik was rechtstreeks vanaf de sociale dienst waar ik een voorschot van 250 gulden had gekregen naar Corrupt gelopen en had er niet bij stilgestaan dat die driehonderd meter die ik met die TV in mijn klauwen naar huis moest lopen zo’n opgave zou zijn. Dat ding was dan ook enorm. Hij was bijna een meter in het vierkant en gleed na ongeveer vijf passen al bijna uit mijn handen. Ik kreeg opeens spijt dat ik niet op het aanbod de TV thuis te laten bezorgen was ingegaan. Vijfentwintig gulden bezorgkosten vond ik wat overdreven voor die driehonderd meter, maar als die TV uit mijn handen zou pleuren zou ik voor niks 100 gulden hebben uitgegeven. Er zat geen garantie op die tweedehands spullen bij Corrupt. Gelukkig kwamen er een paar punks uit het pand op het Pijnackerplein aanlopen die de TV van me overnamen en hem tot in mijn kamer sjouwden. Ik voelde me een beetje opgelaten omdat ik zelf niet meer hoefde te tillen. Maar ze waren met zijn vieren en namen twee aan twee beurtelings de TV over. Ze sloegen zelfs mijn aanbod af om wat bier te gaan kopen en vertrokken meteen. Vriendelijke lui. Typische jonge punks die, net als ik, net bij hun ouders weg waren. The new breed. Ik nam me voor ze snel eens in hun pand op te gaan zoeken.

Lees deel 2 hier

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

Naar Groningen is een beschrijving van een reis naar die stad in 1982.

Poison Girls State Control   Rubella Ballet – Money Talks    Pigbag – Papa’s Got A Brand New Pig Bag  Crass – Shaved Women

Naar Groningen

In 1982 was muziekkrant Oor nog relevant. Er stonden af en toe mooie artikelen in over punkbands. Swie Tio schreef destijds de artikelen en recensies over punkbands en platen. Eén stuk dat me altijd is bijgebleven was een lang artikel over Crass. Al was het maar voor de prachtige opmaak van de pagina met het weergaloze artwork van De Baucher. Ik had alleen de Reality Asylum/Shaved Women single in mijn bezit toen dat artikel destijds verscheen. Maar nadat het bewuste artikel in Oor gelezen had ging ik op zoek naar meer en kocht The Feeding Of the Five Thousand; nog altijd een van de beste punkplaten ooit gemaakt. Hard, compromisloos, geen spoor van Rock ’n Roll op te bekennen en teksten die je gewoonweg ging oefenen totdat je ze net zo snel als Steve Ignorant uit je bek kon krijgen. Steve was een rapper avant la lettre…

Gino zat eind mei 1982 buiten op de trap van het Lyceum in de Oor te bladeren terwijl de rest van ons groepje deden wat we altijd tijdens tussenuren deden; een beetje loos kletsen en nieuwe punkmode accessoires bekijken, die altijd wel iemand voor het eerst aangetrokken had.

De eindexamens waren zo goed als voorbij. Alleen het schriftelijk geschiedenis moest nog afgenomen worden. Een eitje; ik keek ernaar uit. Gino maakte zich nooit ergens druk over en Dirk, Guido en Arthur hadden ook weinig problemen met de examens. We stonden er zo goed voor dat het bijna zeker was dat we allemaal zouden slagen en schepten er groot genoegen in naar de blokkende kakkers te kijken die wanhopig aan het stampen waren. Alsof dat nu nog uitmaakte.

De meeste meisjes in ons groepje waren een jaar of twee jonger dan wij en hadden nog geen eindexamens dus waren lekker ontspannen met de zomervakantie voor de boeg. Anouk, Marieke, Masha en Stien bliezen alle vier met regelmatige tussenpozen lange rookwolken uit, wetend dat onze aandacht nooit echt ver van hun persoontjes afdwaalden. Arthur had Stien als vast vriendinnetje, en ik had iets met Anouk, al was dat blijkbaar alleen op momenten dat zij daar behoefte aan had. Maar voor de rest hadden we geen relaties met elkaar. Maar er was natuurlijk wel volop wederzijdse interesse.

“Pigbag op zondag 20 juni in Groningen, zei Gino. Daar ga ik heen”. Ik keek over zijn rug mee naar de concertagenda in de Oor en mijn oog viel op een ander aangekondigd optreden; donderdag 24 juni Poison Girls en Rubella Ballet in Vera Groningen. Daar ga ík heen zei ik terwijl ik het optreden aanwees. We besloten dat we er een weekje van gingen maken. De eindexamens waren in juni al achter de rug. Onze diploma-uitreiking en het eindexamenfeest zou in de week voor het optreden van Pigbag plaatsvinden. De timing kon niet beter. We hadden al veel over Groningen gehoord. De scene daar was hartstikke tof; veel gave bands en veel kraakpanden waarin we vast wel een slaapplek zouden vinden. En naar Groningen liften moest te doen zijn. De reis zou in elk avontuurlijk worden. Het leukste aspect van de voorpret, wat betreft de reis naar Groningen, was dat ik plannen maakte om met een vriend een week ertussenuit te gaan en dat ik zogenaamd geen moment erover dacht dat ik ook samen met Anouk iets voor die periode had kunnen plannen. Een streek terug, trut. Maar natuurlijk deed ze net alsof haar neus bloedde.

Gino en ik besloten op de vrijdag voor het optreden van Pigbag naar Groningen te liften. We waren er van overtuigd dat we als we ‘s ochtends vroeg vertrokken Groningen diezelfde avond wel zouden bereiken. Maar dat viel mooi tegen. Uiteraard begon de dag een stuk later dan gepland omdat Gino zich, zoals altijd, versliep. Ik stond om 8 uur bijna tien minuten te bellen voordat die lul open deed. Voordat meneer klaar was met zijn ochtendritueel dat bestond uit espresso maken en aankleden, wat ik zelf in tien minuten doe, waren we een uur verder. Hij ging steeds even erbij zitten en kwam dan vervolgens tot volledige stilstand. Die jongen kon echt zittend in een soort slaapwandelaar veranderen als hij niet minimaal tien uur lang op zijn nest had gelegen. Hij zat zo dus een uur te keutelen totdat ik in zijn oor begon te gillen dat hij op moest schieten en hem richting de buitendeur begon te duwen. We zouden anders de ochtendspits missen.

Maar het was al ruim over tienen, en dus te laat voor de spits, toen we eindelijk bij de ringweg stonden. Natuurlijk waren we ook nog eens vergeten liftbordjes te maken. Ik zocht daarom bijna een half uur naar een goed stuk karton om onze bestemming op te kalken met de viltstift, die ik wél altijd bij me had. Ik had ook een spuitbus met blauwe autolak bij me. Die had ik van Vincent gekregen. Blauw was niet mijn favoriete kleur maar een gegeven paard kijk je niet in de mond. Ik had ook een spuitmal waarin ‘Holland is a mess’ uitgestanst was; mijn slogan van de maand.

Terwijl ik aan het zoeken was ging Gino alvast aan de kant van de weg staan en hield zijn duim omhoog. Net toen ik een stuk wit karton zag liggen hoorde ik Gino schreeuwen. Toen ik opkeek zag ik hem van me vandaan rennen. Er stond iets verderop een auto in de berm. Onze eerste rit! Ik rende achter hem aan en toen ik halverwege was wenkte Gino me om me tot spoed aan te zetten; de bestuurder was duidelijk van goede wil om ons mee te nemen. Ik trok een sprintje maar was nog niet halverwege toen de auto opeens optrok en met grote snelheid verdween, Gino en mij achterlatend. Vloekend stond Gino de auto na te kijken. “Volgens mij schrok die eikel van jou” zei hij. Het was waar dat ik er wat heftiger uitzag dan Gino met mijn hanenkam en en colbert waarover zeven kleuren verf uitgegoten waren. Gino zag er wat dat betreft aangepast alternatief uit, met zijn leren jas en korte zwarte haar. Om discussies te voorkomen ging ik alsnog het stuk karton pakken om een goed liftbordje te maken. Maar nadat ik terug kwam moesten we eerst bekvechten of er nu Groningen op het bord moest staan, of dat het beter was om eerst Utrecht te proberen te bereiken. Gino vond dat het Groningen moest zijn omdat auto’s die naar Utrecht gingen ons dan ook wel op zouden pikken. Ik was daar niet zo zeker van. Uiteindelijk zocht hij ook een stuk karton en stond hij  met een bordje Groningen en ik met Utrecht langs de kant van de weg. Er stopten geen auto’s.

Na een uur bedacht Gino dat we meer kans zou hebben als hij alleen ging staan, en ik me verscholen zou houden. Er stopten daarna inderdaad binnen een half uur drie auto’s maar geen van allen wilden ons beiden meenemen. Toen was Gino het zat. ‘Doe die jas uit en die kam plat’ beval hij. Anders komen we hier nooit meer weg. Ik begon net tegen te sputteren toen er een auto stopte en naar ons toeterde. Gino rende erop af en nadat hij nog geen drie woorden met de bestuurder had gewisseld begon hij verwoed naar me te wenken. Ik kwam op mijn gemak aangelopen, want ik was het geloof in deze onderneming intussen helemaal kwijt geraakt. Maar Gino wenkte nog een keer dringend, dus zette ik het met tegenzin op een sukkeldrafje. Het was een auto met een Duits kenteken en de onvermijdelijke Duitse hippie zat achter het stuur. Ik klom snel achterin voordat hij de kans kreeg me goed te bekijken. Dat bleek onnodig want zodra we weg reden vertelde deze hippie dat hij “Panks gern magte”. Het was misschien aardiger geweest als ik zelf voorin was gaan zitten want Gino sprak geen woord Duits. Die taal zat niet in zijn schoolpakket. Maar ik had geen zin om te praten. Mijn humeur was ver beneden vriespunt geraakt door het verloop van deze dag.

De hippie was op weg terug naar Duitsland dus zou hij ons in Zwolle eruit gooien. Dat schoot zowaar op. De hippie raakte al gauw in een lange monoloog verdwaald. Gino zei in de zeldzame stiltes die onze langharige vriend liet vallen, de drie Duitse woorden die hij kende: nah, zowar en klar. En niet altijd op de meest correcte plaats maar de spraakwaterval van de hippie werd er alleen maar heftiger door. Ik kon nog net,  boven het geluid van de motor van de kever, opvangen dat de hippie het vooral over de RAF en de repressie in Duitsland had. Ik neuriede een nummer van Doormekaar: Duitsland, Duitsland daar is het beter, nog meer zwijnen dan in Den Haag. En wat wij hier morgen vreten, vreten ze in Bonn vandaag.De hippie zweeg opeens, draaide zijn hoofd om naar mij en terwijl de auto gevaarlijk over de weg zwierde vroeg hij wat ik zong. Dus zong ik uit volle borst de hele tekst voor hem want die kende ik uit mijn hoofd: “Gudrun en Andreas, ze noemen het zellefmoord.

- maar iedereen moet weten; de staat heeft hen vermoord.

- Holger is verhongerd, Siegfried wat te lang verhoord.

- Ulrieke is gehangen, ze zijn allemaal vermoord”.

Zelfs een Duitse hippie die nauwelijks Nederlands sprak, kon hieruit opmaken dat ik wist waar ik het over had. Maar dat wist ik helemaal niet. Ik kende alleen die tekst omdat ik dat nummer tof vond. Ik vond de RAF verder niet zo bijster interessant. Het was leuk om leraren te laten flippen door buttons of T-shirts met het logo van de RAF te dragen; onze generatie zou in staat kunnen zijn grof geweld te gaan gebruiken. De nauwelijks verholen angst ook maar zijdelings te maken te hebben gehad met de opvoeding van een nieuwe generatie terroristen, moest een nachtmerrie voor elke leraar zijn. Mijn ouders deden er altijd een pijnlijk zwijgen toe als de RAF ter sprake kwam. Het viel niet uit te leggen, laat staan goed te praten wat die lui hadden gedaan. Niet dat ik principieel moeite had met terrorisme als middel om een staat omver te werpen, maar wat er in Duitsland gebeurde leidde alleen maar tot een politiestaat. Geen slimme actie dus. Terreur om fascistische staten als Zuid Afrika, Argentinië en Chili omver te werpen vond ik wel OK, maar hier in Europa moest je wat slimmer zijn met de geboden alternatieven. Maar ja, wat verwacht je van Maoïsten? In grote roergangers geloven die miljoenen mensen hun graf in helpen is pathetisch. Maar in deze auto de aandacht op mezelf vestigen was dus ook geen slimme actie, want die hippie richtte zich nu op mij, en dat maakte het rijden erg gevaarlijk. Hij sprak in van die lange volzinnen en terwijl hij praatte keek hij niet naar de weg. Gino en ik hielden de weg wél in de gaten en waarschuwden elke keer als de auto uit de bocht dreigde te vliegen of op de verkeerde weghelft terecht kwam. Mijn kennis van de Duitse taal was ook lang niet voldoende om de door de opwinding steeds sneller pratende RAF sympathisant te kunnen volgen. Hij had namelijk ook nog eens een zwaar accent. Gino en ik stonden opeens doodsangsten uit en ik kreeg visioenen van het onvermijdelijke zware ongeval dat een einde aan ons, veel te korte, leven ging maken.

De redding kwam uit een onverwachte hoek. We hoorden een sirene achter ons en zagen we het blauwe schijnsel van een zwaailicht door de cabine van de auto flitsen. De politie komt normaal nooit als je ze nodig hebt. En jammer dat ze dan meteen te lang blijven hangen en domme vragen gaan stellen. En het wordt pas echt leuk als er iemand paniekerig gaat doen. Dat was precies wat onze hippievriend deed. Zijn eerste impuls was een dot gas te geven om te proberen te ontsnappen. Gelukkig zag hij op tijd in dan hij nooit van zijn leven de Porsche van de politie voor kon blijven. Hij liet het gas los en stuurde de auto het terrein van een pompstation op, dat toevalligerwijs net om de volgende bocht opdoemde. De witte Porsche stopte achter ons en we zagen het prototype oude rot van de rijkspolitie uitstappen en naar de bestuurderskant van onze auto lopen. De agent klopte zonder zich te bukken op het zijraampje. De hippie verkeerde in een soort lethargie en keek strak de andere kant uit alsof de agent vanzelf in rook zou opgaan als hij hem maar lang genoeg wist te negeren. Gino besloot dat nu het perfecte moment aangebroken was om uit te stappen. Ik besloot zijn voorbeeld te volgen. Toen de agent hoorde dat we lifters waren aarzelde hij even, waarschijnlijk omdat hij de kans groot achtte dat we, ons uiterlijk op de keper genomen, drugs bij ons hadden. Maar hij wuifde ons weg. De kans dat onze Duitse hippie in Amsterdam flink gescoord had was natuurlijk 100 maal hoger. Op een afstandje bekeken we het tafereel dat daarop volgde. De agent klopte nog een keer op het raam en opende daarna het portier dat blijkbaar niet op slot zat. Raus zei hij kort en de hippie gehoorzaamde. Hij draaide zich meteen om nadat hij de auto verlaten had, leunde over de kever en hield zijn handen op zijn rug. De agent sloeg hem in de boeien en leidde hem naar de Porsche. Met open mond keken we de politieauto na toen die met de hippie en agent aan boord verdween. Het leek ons sterk dat onze hippie deze behandeling alleen vanwege roekeloos rijden kreeg. Daar moest meer achter zitten. “Misschien had hij echt wat met de RAF te maken, zei Gino en stond hij op de telex.” “Gelul zei ik, als die gast verdacht zou zijn bij de RAF te horen waren ze met een zwaar bewapend arrestatieteam van honderd man gekomen en zouden er nu twee helikopters boven ons hangen.” Leer mij de politie kennen, als ze niet zwaarbewapend en met een overmacht zijn, durven ze niks.

Het geval met die hippie was intrigerend maar uiteindelijk was ik blij dat we die dollemansrit hadden overleefd en dat we lastige vragen en een fouillering bespaard gebleven waren. Jammer dat we allebei geen auto konden rijden want de Kever van die hippie was niet op slot. Een auto zonder sleutels aan de praat krijgen konden we toch ook niet dus een joyride zat er sowieso niet in. Er zat niets anders op dan een nieuwe lift te pakken zien te krijgen die ons alsnog naar Zwolle, of liever nog verder naar het Noorden, moest brengen. Volgens de verkeersborden waren we nog geen kilometer van Zwolle verwijderd. Maar die stad leek me ook geen geschikte plaats om te stranden. Het was al drie uur en we waren nog maar net iets meer dan halverwege Groningen gekomen.

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

T-shirts maak je gewoon zelf

Spuiten

Vincent was twee jaar jonger dan ik en zat bij mijn zus op school. Hij zat op de IVO; een Montessori Mavo. Vincent werd net iets eerder punk en op een of andere manier zag hij er ook altijd wat cooler uit dan ik. Ik deed zo mijn best om er heftig uit te zien. Met spikes, leer, een half stuk zeep in mijn haar om de haarpieken mooi omhoog te houden en slogans en bandnamen op mijn jas getekend. Maar Vincent deed niets van dat alles en zag er toch altijd raarder, uit dan ik. Hij was geen stereotype punk. Hij straalde in alles originaliteit uit.

Vincent had half lang haar; daar zag je bijna nooit andere punks mee lopen. Als hij zich zo in Eksit zou laten zien zouden ze hem een hippie noemen en hem ofwel negeren of voor zijn bek slaan, dacht ik. Hij had zijn haar wel geblondeerd en daarna groen geverfd. Maar die kleur hield hij niet goed bij want na een paar weken begon het eruit te zien als een groot schimmelnest. Hij had ook altijd dezelfde broek aan; een gifgroene broek die hij ooit van zijn moeder had gekregen. Waarschijnlijk gekocht bij ‘the Swindle’, op de Gaffelstraat (later verhuisd naar de Nieuwe Binnenweg en nog altijd bekend als The Black Widow.) Nadat hij die broek van zijn moeder gekregen had heeft hij hem aangetrokken en nooit meer uitgedaan. Het resultaat was een broek die op een bizarre, heel natuurlijke manier ging desintegreren. Ik maakte vaak zelf gaten in mijn kleren, maar Vincent had zo zijn eigen manier. De broek werd na verloop van tijd ook keihard van al het opgeslagen vuil en ging niet scheuren, maar breken. Vooral de bilpartij had daar last van en het duurde dan ook niet echt lang voordat Vincent ’s onderbroek te zien was. Het kon hem werkelijk geen reet schelen wat mensen daarover zeiden of dachten.

Uiteraard kwam ook hij al gauw in aanraking met de autoriteiten. De directeur van zijn school belde Vincents moeder met de mededeling dat Vincent niet meer in zijn beroemde broek op school mocht komen, maar voortaan alleen ‘fatsoenlijk’ gekleed naar binnen mocht, waarop Vincent het vertikte om nog op school te verschijnen. Dat ging een paar maanden goed, totdat de onderwijsinspectie door de IVO op de hoogte werd gesteld en er opeens leerplichtambtenaren bij Vincents moeder op de stoep stonden. Nu was zijn moeder een doorgewinterde activiste die in het vrouwenhuis werkte. Daarom kwamen die ambtenaren ook nooit verder dan de stoep. Omdat ik vier huizen verder woonde en mijn kamer zich op de bovenste verdieping bevond kwam Vincent op dat soort momenten vaak even over het dak aanwaaien voor het geval er een huiszoekingsbevel tevoorschijn kwam en zijn moeder onder dreiging van politiegeweld gedwongen zou worden die lui binnen te laten. Een bevel alleen, zonder hardhandig ingrijpen van de kit zou waarschijnlijk alsnog niet genoeg zijn geweest om voorbij Vincents moeder te komen. Die vrouw was een keiharde en ik vond haar ronduit onaardig. Mannen keek ze nooit in de ogen. Een paar jaar voordat Vincent punk werd had ze van de ene dag op de andere Vincents vader het huis uit gezet en was ze met een vriendin samen gaan wonen. Die man is er volgens mij helemaal aan onderdoor gegaan want ik zag hem daarna nog vaak voor de deur van het huis staan om te proberen zijn kinderen te zien te krijgen. Maar ook Vincent zijn vader kwam niet verder dan de stoep.

Als Vincent, tijdens een bezoek van de onderwijs inspectie, via het dak bij mij wilde schuilen, stampte hij op het dak boven mijn kamer om te laten horen dat hij naar binnen wilde. Het kwam wel eens voor dat ik op zo’n moment niet op mijn kamer was. Dan zat ik beneden tv te kijken of zat ik bij Dirk of andere vrienden. Dan stampte hij heel hard en lang voordat hij het opgaf. Dat heeft ons nog eens een heftige lekkage opgeleverd, want het was een plat dak met van dat teerpapier en kiezels erop en het was eigenlijk niet de bedoeling erop te lopen, laat staan erop te gaan staan stampen. Mijn vader heeft dat dak toen zelf gerepareerd endaarna drie weken aan mijn kop lopen zeiken over hoe die lekkage ontstaan zou kunnen zijn. Natuurlijk wist hij best dat Vincent over het dak naar binnen kwam, maar hij wilde dat ik alles altijd eerlijk  aan hem vertelde, hoe pijnlijk de situatie ook was. Maar geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om hem wat dat betreft zijn zin te geven. Eerlijk zijn was iets voor hippies!

Sinds zijn weigering nog langer naar school te gaan besteedde Vincent zijn dagen met het maken van kleding; vooral T-shirts, en het snijden van spuitmallen. Daarmee verspreidde hij overal door de buurt graffiti. Dat hij daar nooit voor gepakt is een wonder, want hoe dichter bij zijn huisdeur hoe meer van zijn spuitsels er te zien waren. Ze stonden echt overal, die rare mallen van hem. Hij sneed meestal foto’s van het koningshuis of politici tot stencils. Verder zaten er nooit echte statements bij. Hij gebruikte nooit letters. Misschien is hij daarom ook nooit gepakt, want zijn graffiti had in theorie ook van een grote fan van het koningshuis of Hans Wiegel en Van Agt kunnen zijn.

Ik maakte zelf ook mallen en gebruikte juist bijna uitsluitend letters. Mijn vader had een heleboel soorten kistletters op zijn atelier. Hij had zelfs die met dat Belgische lettertype die Crass voor al hun artwork op LP’s en singles gebruikte. Toen ik die ontdekte had ik ze natuurlijk meteen in beslag genomen. Voor mijn vader waren het een soort hebbedingetjes en hij gebruikte die kistletters nooit, dus mistte hij ze ook niet toen ze uit zijn atelier verdwenen. Zoals zoveel andere spullen. Ik wist wat hij zou missen en wat niet, want ik wist precies wat hij voor zijn werk nodig had. Hij vond het ook wel best dat hij mijn creativiteit op deze manier stimuleerde. Ik had zijn tekentalent absoluut niet van hem geërfd, maar ik had wel talent voor het maken van slogans en collages.

Het liefste zaaide ik verwarring en de slogan dat ik het meest gebruikte was ‘I Hate Everything’. Daarmee spoot ik vooral mijn eigen kleding en jassen vol en soms die van vrienden. Ik vond het zonde om dure spuitbussen te verspillen aan muren of stoeptegels. Vincent had dat probleem niet; die jatte zijn spuitbussen.

Ik heb een paar keer geprobeerd om spuitbussen te gappen. Maar zodra ik een willekeurige winkel binnenkwam hijgde er altijd meteen een winkelbediende in mijn nek. Dat deed me afvragen hoe Vincent dit soort dingen voor elkaar kreeg, want hij zag er minstens zo opvallend uit als ik. Als punker werd je overal hinderlijk in de gaten gehouden. Op straat door de kit en in winkels door overijverig personeel.

Toen ik hem vroeg hoe hij dat nou steeds flikte, nam hij me mee naar de winkel en liet het me zien. Vincent nam een vuilniszak vol lege spuitbussen mee. Hij had die bussen allemaal goed schoon gemaakt zodat er geen verfresten op de etiketten zaten. Het eerste wat hij deed toen hij de winkel binnenkwam was naar de toonbank lopen om de baas van de zaak luidkeels te begroeten: “hey ouwe lijmsnuiver!” riep hij en de baas keek naar hem alsof er een goede vriend binnenkwam en begroette Vincent vrolijk met “het groene gevaar is er weer!”. Vincent praatte een tijdje over ditjes en datjes met de baas van de winkel terwijl ik op enige afstand bleef wachten en toekeek. Ik vond die man van de verfwinkel niet aardig en ik was ook niet van plan om te gaan slijmen. Vincent wist door zijn charme, zelfs met mensen bij wie je een soort natuurlijke aversie tegen freaks zoals wij bespeurde, contact te leggen en hen voor zich te winnen. Om ze vervolgens, wanneer dat zo uitkwam, verschrikkelijk te naaien.

Na een tijdje met hem geouwehoerd te hebben vroeg Vincent de baas van de verfwinkel of er nog spuitbussen met nieuwe kleuren  binnen waren gekomen. Dat wist de baas niet uit zijn hoofd en Vincent zei hem dat hij wel even ging kijken wat er aan nieuws in de winkel stond. “Ik heb vandaag al heel wat speciale kleuren op de kop getikt”, zei Vincent, wijzend op zijn vuilniszak en hij liep naar de kast waar de spuitbussen opgesteld stonden. De telefoon van de zaak ging op dat moment en de baas was al snel verwikkeld in wat duidelijk een ingewikkeld gesprek was, want hij nam er allerlei catalogussen bij waar hij lang in moest bladeren. Intussen zag ik Vincent kalmpjes spuitbussen in zijn vuilniszak laden die hij vervolgens verving door lege exemplaren. Zo verving hij alle oude bussen door nieuwe om daarna langs de toonbank te lopen, de mazzel te schreeuwen naar de, door hem even van zijn telefoontje afgeleide, baas. Om vervolgens dood gemoederd de zaak te verlaten.

“Je maakt mij niet wijs dat je dat elke keer op deze manier flikt, man”, beet ik hem toe

“Doe ik ook niet; ik verzin steeds een nieuwe”, zei hij.

“Je had wel enorm veel mazzel dat die vent dat telefoontje net op het goede moment kreeg”.

“Hoezo, mazzel? Dat was mijn moeder aan de andere kant van de lijn” zei Vincent.

“Pleur op! Hoe krijg jij in Jezus’ naam je moeder zover dat ze je helpt om die spuitbussen te jatten?” vroeg ik.

“Makkelijk zat, zei Vincent; ze helpt mee om ze te jatten of ze moet ze betalen. Ik kan niet zonder die spuitbussen werken dus ze heeft weinig keus”.

“Wat doe je dan als je geen spuitbussen krijgt vroeg ik”.

“Dan word ik heel vervelend zei Vincent ernstig”

Ik geloofde hem.

Passie, elan en engagement. Dat is wat ik mis in de muziek die op het moment gemaakt wordt, in de muziek die de laatste tien, vijftien jaar gemaakt wordt. De laatste band die zich geloofwaardig pissig maakte en toch tot de mainstream doordrong is Rage Against The Machine. Dat is goddomme al bijna 20 jaar geleden!

Maar ook vanuit de underground bereiken mij weinig kritische geluiden. Ik hoop echt dat ik in de verkeerde hoek kijk. Vanuit de punkscene hoef je het nieuwe engagement blijkbaar niet echt meer te verwachten op de oude iconen zoals Jello Biafra na dan.

Ik hoor geen kritische geluiden in de muziek. Waar ligt dat aan? Zijn jongeren tegenwoordig allemaal helemaal tevreden met hun leventje? Hebben ze het al druk genoeg met hun smart-phones en de eeuwig durende chit-chat die ze daarmee verspreiden? Zijn ze zo afgeleid door de constante informatiestroom dat ze de belangrijke dingen niet meer oppikken? Zien ze zelf echt niet dat alle rechten, waar de generaties die hun voorgingen keihard voor geknokt hebben, één voor één afgenomen worden? Hebben ze echt niet door dat het bijna onmogelijk is geworden om een baan te vinden waar je een contract voor onbepaalde tijd voor krijgt? Hebben ze niet door dat de kans dat pensioenvoorzieningen wellicht helemaal niet meer zullen bestaan tegen de tijd dat mensen die nu in de twintig zijn zelf een leeftijd ergens achter in de zestig bereiken?

Oproep: Proof me wrong!! Geef de bandnamen aan me door van muziek met maatschappij kritische teksten! Ik zal ze waarschijnlijk draaien totdat ik een ons weeg. (mits de muziek ook nog een beetje te pruimen is natuurlijk) Ik zal promoten via mijn radioshow en als ik de kans krijg zal ik optredens voor ze organiseren.

Hoe komt het dat de rocksterren van nu zo introvert zijn? Ik hoor alleen zielig gemompel over ‘persoonlijke’ beslommeringen in de teksten die tegenwoordig uitkomen. Ik hoor niets dat mij verleid richting de barricades op te trekken. Ik hoor het niet in Arcade Fire, niet in Radiohead, niet in Lady Gaga, niet in The Arctic Monkeys. Ik hoor het in geen enkele van die  Neo-hipp(i)e bandjes als Destroyer, Kurt Vile & the Violators of Warpaint. Het enige wat deze bands doen is navelstaren. Het lijkt er sterk op dat alle hedendaagse rockers hun best doen om Ian Curtis van Joy Division te evenaren, maar ze vergeten daarbij dat de emoties en gedachten van Curtis echt waren en een spiegel vormden van het grauwe Noord Engeland van eind jaren zeventig. Ik hoor geen enkele band die de grauwe vinex wijken van Nederland, de UK of de USA bezingt. Zelfs de hedendaagse hiphoppers uiten alleen stoere gangstertaal waar alleen het verlangen om rijk te worden uit naar voren komt. Boeiend? Not!

Iemand vertelde me dat tegenwoordig alleen kids uit de upper-middle-class nog muziek maken. Muziek biedt namelijk geen ontsnapping meer uit een grauw bestaan. Alleen sport doet dat nog. Het is intussen goed tot jongeren doorgedrongen dat de kans het als Rockster te maken in deze tijd wel erg klein is geworden.

Wie heeft er tegenwoordig nu nog een grauw bestaan? We worden allemaal tot op een krankzinnig makend niveau bezig gehouden door de (sociale) media. Niemand verveeld zich meer en verveling was blijkbaar een belangrijke voedingsbodem voor sociaal verzet. Als je erachter komt dat jouw taak in deze maatschappij er alleen uit bestaat om ergens achter een lopende band te staan, terwijl je tegelijk een brein hebt dat redelijk tot goed functioneert, dan is de kans dat je jezelf tegen je situatie gaat verzetten tamelijk groot. Maar wie komt er nu nog in een hersenloze baan terecht? Alleen (illegale) buitenlanders, en die doen dat werk graag omdat ze er hier genoeg mee verdienen om hun families in hun eigen land te onderhouden.

Of ligt het aan de muziek business die een sterke filter op kritische geluiden heeft gezet? Ik las een artikel op de Quietus waarin o.a. stond dat  de muziekindustrie op het moment geheel beheerst wordt door de marketing en dat bands daarom worden ontmoedigd kritische teksten te schrijven. De reden die marketeers daarvoor geven is dat artiesten met al te kritische songteksten hun “potentiële doelgroep” kleiner zouden maken. Maar wat een achterlijke redenering is dat? Maakten bands als  The Sex Pistols muziek met een boodschap die bij jan en alleman aansloeg? Ik dacht het toch niet. Die muziek werd gemaakt voor wat eigenlijk een kleine minderheid was, maar bereikte uiteindelijk ook massa’s mensen die niets met de punkscene te maken hadden. Gewoon omdat men over die band hoorde en nieuwsgierig werd naar wat ze dan wel te zeggen hadden. En verbazingwekkend veel van die mensen die niet bij de ‘potentiële doelgroep’ van The Sex Pistols behoorden konden zich in de teksten of, de muziek, of beiden vinden.

Maar intussen ontgaat het de jeugd blijkbaar dat de rijken steeds minder geneigd zijn met de rest van de bevolking te delen. Dat solidariteit steeds meer plaats maakt voor xenofobie en vreemdelingenhaat. Dat hun privacy steeds verder ingeperkt wordt. Dat conflicten in deze wereld steeds verder op de spits gedreven worden. Dat de lucht steeds smeriger wordt. Dat er door de aanwas van de wereldbevolking steeds meer honger dreigt. Etc.

Ik kan me niet voorstellen dat er ook maar iemand in de USA woont die geen mensen kent die hun huis hebben verloren door de kredietcrisis, die niet een soldaat kent die niet of zonder benen uit Irak of Afghanistan terug kwam, of iemand kent die door een hate-crime is getroffen. Maar je hoort er geen songs over.

Ik hoor eigenlijk geen enkele passie meer in muziek. Blijkbaar heeft niemand meer een brandend verlangen om zichzelf te uiten. Een tekst hoeft echt niet politiek te zijn om te fikken. Say something, express yourself!

In de moderne kunst barst het echter van het engagement. En op het internet struikel je over de actiegroepen en andere initiatieven om de wereld te verbeteren. Maar blijkbaar heeft muziek de rol van spreekbuis van generaties verloren.

Programma: Ongehoord

Centrum radio

Playlist 13 24-7-2011

Presentatie: Leen Steen

Producer: Frans de Groot

Foul Taste Of Freedom – Pro-Pain

Money Talks  -  Rubella Ballet

Punk Is Dead -  Crass

Just Look Around  -   Sick Of It All

Police State   -   Agnostic Front

Barbarism Begins At Home   -   The Smiths

Third World America     -   Toxic Reasons

No ball games -  Basement 5

It Dread Inna Inglan -  Linton Kwesi Johnson

Destroy 2000 Years Of Culture – Atari Teenage Riot

America’s So Straight   -  MDC

Reaganomics  -   D.R.I.

Who Makes The Nazis?  -  The Fall

European Super State    -   Killing Joke

If You Tolerate This Your Children  Will Be Next -  Manic Street Preachers

Colour TV & Kontrast – Rondos

Fifty Caliber Christ -  Fish Karma

ongehoord 13 – vip lounge

Klik hierboven voor aflevering 13 van Ongehoord met aansluitend de VIP lounge

 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 199 andere volgers

%d bloggers like this: