-
« Start
Pagina
-
Categorieën
-
Archief
Tagarchief: dead kennedys
De platen die ik vroeger kocht, en waar ik nu nog steeds met plezier naar luister, werden zonder enige vorm van compromis naar producers toe gemaakt. De enige factor dat het eindresultaat beïnvloedde was of de band in een echte studio kon opnemen of alles houtje touwtje in een zelf in elkaar geflanste home studio moest maken. Ik heb platen in mijn kast staan waarvan de geluidskwaliteit objectief gezien echt bagger is, maar als je de tijd neemt om er aandachtig naar te luisteren zal je na een paar luisterbeurten opvallen hoe ongelofelijk goed de band in kwestie speelde, en hoe ongegeneerd echt de emoties aanvoelen die hun muziek opriep; zowel bij de band als bij mij als luisteraar. Platen die letterlijk in iemand zijn keuken opgenomen waren.
En ik geef je op een briefje dat heel wat fantastische bands, die live onverslaanbaar waren, in de studio alsnog een klote plaat maakten. Meestal omdat een ongeïnteresseerde engineer zijn best weigerde te doen om de muziek op een goede en respectvolle manier op tape te krijgen. Vooroordelen tegen harde (punk)muziek hebben heel wat slechte platen opgeleverd. De ‘Wij zijn zwijn’ LP van de Boegies is daar ongeveer het beste voorbeeld van. Live was die band onvergetelijk, maar op die studio LP waren alle nummers die je live uit volle borst meezong volledig doodgeproduceerd. De rillingen jagen nog over mijn rug als ik aan die plaat denk.
Daarom wordt ik zo giftig als ik broekies op bezoek heb die, als ik een LP voor ze draai zoals bijvoorbeeld ‘Trails of Slime’ van The Sluglords, opmerken dat de kwaliteit van de opnames niet meer van deze tijd is. En vervolgens afhaken. Om Bill Hicks even aan te halen: listen to them PLAY!! Doe een beetje moeite om een plaat, die ik niet voor niks aan je wil laten horen, naar je hersenschors te navigeren! Dat afgefikte kuttige poppunkbandje van je krijgt nog geen halve zool de dansvloer op, en aan een plaat als deze hoor je af wat je ervoor over moet hebben om echt goed te worden!
Alles moet tegenwoordig maar snel. (behalve de muziek dan, want die is een derde langzamer dan de hardcore die ze in mijn tijd maakten) Bandjes flansen 10 nummertjes in elkaar, doen een optredentje voor vrienden en familie (een optreden waarbij niemand tegen ze zal durven/willen zeggen dat ze nog helemaal niks voorstellen) en daarna willen ze onmiddellijk een CD opnemen. En daarna maar huilen dat ze nergens op kunnen treden en er 500 CD’s op zolder liggen te verstoffen.
Een band als Black Flag deed er 5(!) jaar over om hun eerste LP op de markt te krijgen. Vijf jaar waarin de band elke dag (!) 4 tot 6 uur oefende. Natuurlijk traden ze na een jaar al op en brachten ze een paar singles en EP’s uit. Maar optreden is ook oefenen en het opnemen van singles eigenlijk ook. Het was begin jaren tachtig ook nog eens honderd keer moeilijker om optredens voor een punkband te vinden; nog geen 1% van alle zalen wilden/durfden punkbands laten spelen. Dus organiseerde de band zijn eigen optredens in onofficieele zalen en namen alle extra organisatie die daarvoor nodig was op de koop toe. Want ze moesten en zouden optreden!! Nadat hun eerste LP eindelijk was opgenomen was Black Flag nog niet tevreden en zochten ze een betere zanger. Daarna duurde het nog een jaar voordat ze met Henry Rollins als zanger een wereldplaat uitbrachten. (Damaged!)
En inderdaad was punk, op het moment dat die plaat uitkwam, al lang niet meer hip en luisterden de trendy luitjes intussen alleen nog naar bloedeloze synthwave. Jammer dan, een goede plaat maken kost tijd. En reken maar dat de band alsnog beloond werd voor hun inzet, want samen met nog een heleboel andere supergoede bands, die ook de tijd hadden genomen om echt goed te worden, kwam er een second wave of punk (hardcore!) op gang. En die was niet trendy, heeft de makers en hun labels geen miljoenen opgeleverd, maar heeft nu nog steeds impact en invloed op alle alternatieve muziek en leverde bands op als Dead Kennedys, The Germs, Husker Du, The Freeze, Bad Brains, Minor Threat,The Misfits en nog veel meer. De platen van de wat meer obscure bands zie je nu voor honderden dollars op E-bay staan, de meer bekende (waarvan de mastertapes van hun platen het overleefd hebben) zijn met groot succes heruitgebracht.
Maar ook nu steken veel op zolder in homestudio’s gemaakte werkjes met kop en schouders uit boven de door de mainstream vervaardigde prefab pop. De geluidskwaliteit van DIY muziek is er alleen maar beter op geworden, en zolang je als muzikant maar koppig en eigengereid genoeg bent om te blijven streven naar een eigen sound en een uitvoering daarvan die staat als een huis komt het uiteindelijk wel goed met je.
Muziek is bovenal een middel voor zelfexpressie. En of je nou een universeel gevoel als verliefdheid kwijt wilt, of een politiek statement dat totaal onhip is, doet er niet toe. Je moet een onbedwingbare neiging hebben om jezelf te uiten. Stop er gewoon mee als je dat niet in je hebt en alleen muziek wilt maken om rijk en/of beroemd te worden. Wordt bankier als je rijk wilt worden en blaas wat op als je beroemd wilt worden. (een ambassade of je eigen ego, maakt niet uit.)
Of je rijk en beroemd gaat worden kan je nooit voorspellen, maar wel of je goed wordt. Daar is naast wat talent bovenal inzet en durf voor nodig. Als je zoekt naar manieren om de lange weg naar bekendheid af te snijden, en probeert eerder op je bestemming aan te komen, zal je ontdekken dat je altijd in de valkuilen van het snelle succes zal blijven vallen.
Niets geen fokking compromis dus..
Ooit werden reclameboodschappen ondersteund door speciaal daarvoor geschreven hoempapa-liedjes die opgetuigd waren met een tekst die helemaal over het desbetreffende product gingen.
Ik ken er nog wel een paar: “Liever Kips Leverworst dan gewone Leverworst Hoempa pa pa pa pa paaaa pa pa” en “Ajax is een afwasmiddel, hi-ha-ho” Kijk: dat bleef tenminste hangen. Wat mij betreft gaan we terug naar die tijden en moet het gewoon verboden worden dat originele muziek onder reclames wordt gezet.
Dat geldt ook voor coverversies van oude punknummers. Ik moet echt kotsen van die autoreclame met Ever Fallen in love van the Buzzcocks eronder. De uitvoering die eronder mag dan zo zwaar verwaterd zijn dat even duurde voordat het bij me doordrong dat een van mijn all-time favoriete nummers werd verkracht, maar dat maakt de heiligschennis niet minder erg. (Het is een versie die verdacht veel op de uitvoering van Nouvelle Vague lijkt, met als groot verschil dat die nog leuk was. Deze klinkt alsof hij uitgevoerd wordt door een paar winnaars van Idols met een arrangement van de vaste componist van Joop van den Ende.)
De vraag is: wat de fok heeft ‘Ever fallen in love with someone (you shouldn’t have fallen in love with)’ nu met auto’s te maken? Kijk; als dat reclamefilmpje een tegen een boom geklapte KIA met een paar verse lijken erin had laten zien, dan was er nog een beetje verband tussen de tekst van het nummer en de boodschap. (Killed In Action is sowieso een bezopen naam voor een automerk , nietwaar?)
Hoe komt zo’n reclame klootzak erbij om uitgerekend dit nummer uit te kiezen om onder die reclame te zetten? Of is het een synch agent die daarvoor verantwoordelijk was? Willen dit soort lui ons nu echt proberen te overtuigen dat ze toch best wel een goede smaak hebben? Dat ze vroeger toch nog best wel punk of new-wave zijn geweest? Dat alles in weerwil van het feit dat hun carrière bestaat uit ons op proberen te schepen met flutproducten als zo’n koekblik van een kutautootje dat niet eens geschikt is om een bejaarde om een boodschap te sturen?
Elke keer als ik reclames voorbij hoor komen waarin liedjes zijn verwerkt waar persoonlijke herinneringen aan plakken, krijg ik een rood waas voor mijn ogen. Hoe komt zo’n reclamehufter erbij dat hij straffeloos mijn herinneringen mag besmetten met beelden van kutauto’s, klote jeans, smakeloze chips of whatever? Blijf met je gore poten van muziek af waar mensen hun eigen beelden bij hebben gecreëerd! Als ik ever fallen in love hoorde kreeg ik het beeld van een paar van mijn exen voor ogen. Such sweet sorrow! Is het nou de bedoeling dat ik die meiden van toen in mijn verbeelding in een fokking KIA voorbij moet zien scheuren?
Ik hoorde ‘Search and Destroy’ een tijdje geleden onder een reclame voor de mariniers. Maar het schijnt dat Iggy, toen hij daarvan hoorde, daar mooi een stokje voor heeft gestoken. Er is ooit zelfs een reclamemaker geweest die notabene Holiday in Cambodia van de Dead Kennedys in een jeans commercial wilde verwerken. Hoe hersendood ben je dan? Maar Jello Biafra liet dat niet gebeuren. (Al was de rest van zijn band het daar niet mee eens en leidde dat uiteindelijk tot die afgrijselijke rechtzaak waarin Jello de rechten van de Dead Kennedys catalogus aan die sukkels verloor. Die eikels hadden natuurlijk Bad Religion in een limo voorbij zien rijden en dat wilden ze ook wel. Maar ik koop geen Dead Kennedys materiaal als Alternative Tentacles er niet als label opstaat. Al heb ik makkelijk praten want ik had alles van DK’s al in huis voordat Decay music de rechten overnam).
Helaas zijn de oude platen van The Buzzcocks door Universal uitgebracht en staan de titels van die band dus ook geregistreerd in de uitgeverij van die major. Dat betekent dat synch agents die nummers naar hartenlust bij reclamemakers aan kunnen bieden om ze te misbruiken om nog meer waardeloze producten aan te prijzen. Denk goed na voordat je jouw muziek bij een uitgever onderbrengt, kids. Het zou je, op je oude dag, zware nachtmerries kunnen opleveren en met terugwerkende kracht je streetcredibility kunnen kosten.
Geniet hier van de originele uitvoering van Ever Fallen in Love…
Onderweg naar huis moest ik vreselijk mijn best doen om Kikker bij te houden. Dat wist hij ook wel, en om te plagen zette hij er flink de pas in. Twee straten verder voelde ik al een enorme spierpijn in mijn kuiten trekken, maar ik hield er dapper de pas in. Kikker grapte dat ik voortaan op moest passen met over de kade van de maas te lopen. Als ik met deze schoenen aan in de plomp zou pleuren, dan zou ik zinken als een baksteen.
Mijn benen werden in ieder geval een stuk sterker door het gewicht van mijn schoenen. Hardlopen zat er natuurlijk niet in, maar ik oefende wel veel met schoppen. Eén goed geplaatste trap met deze boots was voldoende om een scheenbeen te versplinteren, maar ik mikte liever op het kruis. Als ik iemand daar met deze kisten raakte zou hij gegarandeerd kinderloos blijven.
Ik heb die brandweerlaarzen uiteindelijk een half jaar gedragen. Toen ik ze kocht waren ze al in een erbarmelijke staat; beschimmeld en met scheurtjes in het leer. Omdat ze wit waren was het niet mogelijk ze te smeren. Ik had achteraf bekeken natuurlijk witte schoensmeer kunnen kopen, maar ik wist destijds niet eens dat het spul in een andere kleur dan zwart of bruin bestond. Het had toch ook niet tegen die scheurtjes in het leer geholpen. Ik heb ze wel nog geverfd met witte menie, maar dat zal de levensduur ook niet verlengd hebben. De kappen met de gespen waren ideaal om logo’s op te schilderen. Ik kladde op de linker de drie anti nazi pijlen van het ‘Destroy Fascism logo en op de rechter een Dead Kennedys logo. Later heb ik die kappen eraf gehaald en nog een tijd als armband gedragen. Aan de bovenarm wel te verstaan.
Toen kwam de dag dat ik afscheid moest nemen van mijn brandweerlaarzen. Ik zat in de klas te blokken op een onverwachte schriftelijke overhoring toe het onvermijdelijke gebeurde. Ik had de veters van de schoenen die morgen extra hard aangetrokken in de hoop dat de schoenen dan wat comfortabeler zouden zitten. Het was zomer en het was eigenlijk te warm om twee paar sokken te dragen. Twee paar sokken zorgden er echter voor dat de schoenen nog een beetje aan mijn voeten pasten. Mijn voeten waren lang en smal en de laarzen waren veel te breed. Maar nu ik de veters strak aan had getrokken werd mijn bloedsomloop gestremd. Ik moest mijn voeten blijven bewegen omdat ze anders gingen tintelen en in slaap vielen. Op een gegeven moment kromde ik mijn tenen in mijn rechterschoen met enige kracht en schoot de zool van de schoen los waardoor de stalen neus omhoog wipte. De rest van de dag moest ik enigszins met mijn rechtervoet slepen om te voorkomen dan mijn klasgenoten op zouden merken dat mijn laars kapot was. Knieblessure mompelde ik als iemand vroeg waarom ik zo moeilijk liep. Tot overmaat van ramp had een of andere kankerjunk mijn fiets gejat. Ik had geen geld voor een tramkaart dus liep ik na schooltijd naar huis via de ’s Gravendijkwal. Zonder aan de kapotte schoen te denken trok ik, zo goed en kwaad als dat met die zware stappers ging, een sprintje om het stoplicht over de Middelandsstraat te halen. Ik voelde toen dat de zool nog verder los scheurde. Ik bukte om de schade te bekijken, nadat ik de overkant van het zebrapad gehaald had, en zag de stalen neus me vanuit de scheur toe glimmen. Vloekend bedacht ik me dat ik thuis geen ander paar schoenen meer had. Ik had twee weken eerder toegestaan dat mijn moeder mijn oude kisten had weggegooid, omdat die te erg naar schimmel stonken. Nu moest straks nog mijn moeder erop uit gaan sturen om nieuwe schoenen voor me te kopen. Met een beetje pech zou die bij Mc Gregor of een andere kakwinkel gaan shoppen, en moest ik weer smoezen gaan bedenken waarom ik die nieuwe schoenen niet wilde dragen. Alleen al de gedachte ‘normale’ kutschoenen één keer aan te moeten, op weg naar de dump voor een paar nieuwe kisten, was al onverdraaglijk. Met een humeur ver beneden het vriespunt liep ik verder. Er lag een leeg blikje fris op straat en uit pure nijd gaf ik het een harde trap. De stalen neus schoot uit mijn rechterschoen en maakte een prachtige curve naar rechts: een curve die de best getrainde voetballers jaloers zou hebben gemaakt. Daarop knalde hij, luid rinkelend, dwars door een kelderraam. Ik was een ogenblik volledig van mijn à propos. Een paar seconden later keek ik voorzichtig om me heen. Het was onnatuurlijk stil op straat voor deze tijd van de dag. Vanuit een voorbijrijdende auto zag ik verbaasde gezichten, maar de auto stopte niet. Uiteindelijk liep ik zachtjes fluitend, alsof er niks aan de hand was, naar huis. Mijn rechtervoet klapperde met elke stap. Iedereen die merkte dat de neus mijn schoen, als een soort pac-man, happende bewegingen maakte kreeg een blik van me alsof de happende schoen zo bedoeld was. “Kijk voor je schele; nog nooit de nieuwste punklook gezien ofzo?”
In 1983 heb ik optredens gezien van drie van de meest legendarische punk/hardcore bands aller tijden: Black Flag, Bad Brains en M.D.C. Deze drie concerten waren zonder enige twijfel de hoogtepunten in mijn leven als bezoeker van optredens. Nu kom je gemakkelijker onder de indruk van een uitvoering als je nog jong bent, maar bij deze optredens gebeurde er meer dan een band die een goede, gepassioneerde set speelde. Er was een onmiskenbaar een soort magie aanwezig. Een magie die de bezoekers van deze optredens verleidde tot gedrag dat verder ging dan bewondering voor rocksterren, verder dan vooraan bij het podium los gaan in de pit. Bij deze optredens heb ik mensen gezien die terug keerden naar een soort oerdrift. Mensen in al hun glorie en tegelijk in al hun lelijkheid. Mensen die al hun demonen op de andere aanwezigen, maar ook op zichzelf, los lieten. En ik voelde die drift zelf ook; een bijna onbeschrijfelijke opwinding die een kracht opriep die maakte dat je het een uur of langer in de slampit volhield om op andere lichamen in te beuken, die je aanzette op speakertorens te klimmen en je met doodsverachting in de massa te storten. Die je mee deed brullen en als je de tekst van bepaalde nummers niet kende oerkreten deed slaken totdat je stem kapot was. Een kracht die zorgde dat alle lichamelijke en geestelijke pijn tijdelijk vergeten werd. Tot de volgende morgen natuurlijk, want dan voelde je de blauwe plekken, kneuzingen, missende tanden en gebroken botten wel degelijk. Maar ook op zo’n moment kon je niet anders dan je levend voelen. Levend op een manier waar al die miljarden, voorzichtig door het leven manoeuvrerende, squares niet eens aan durfden denken.
Hieronder een verslag van het optreden van Bad Brains op donderdag 12 Mei 1983.
Dit is een ruwe versie van een hoofdstuk dat in mijn boek opgenomen zal worden.
Ik hoorde de Roir tape van Bad Brains de eerste keer dat ik bij Aso op bezoek kwam. Op die avond maakte ik ook kennis met onder andere The Misfits, Minor Threat en Violent Apathy. Vooral the Misfits maakten diepe indruk op me. Ik hoorde Skulls en dacht dat Danzig “I want your soul” zong in plaats van “I want your skull.” Dat nummer deed me rillen van genoegen en zoog zich meteen aan mijn hersenschors vast. Aso was een verzamelaar en is nog altijd de grootste autoriteit die ik ken wat hardcore betreft. Die jongen heeft werkelijk bijna alle goede platen die ooit in het genre zijn uitgebracht. Toen ik hem net leerde kennen was hardcore nog niet, of nauwelijks, te krijgen en peperduur. Het kwam niet vaak voor dat iemand een plaat als Damaged van Black Flag, die ik zelf voor 35 gulden had gekocht, zo graag wilde hebben dat de desbetreffende persoon er de prijs van een week blowen voor over had. Maar Aso besteedde al zijn geld aan platen. Hij kreeg een weekuitkering en in die tijd kon je dat bedrag nog contant bij de Soos afhalen; Fl.187,50. En zodra hij dat geld ontvangen had ging hij naar Haddock op de Van Oldenbarneveldtstraat, en gaf het daar uit aan import platen. Op twee tientjes na; daar kocht hij shag en chips van. Het uitzoeken van LP’s kostte hem een hele dag. Elke vrijdag kon je hem vanaf 12 uur ‘s middags en zowat tot sluitingstijd in Haddock vinden. Daarna sloot hij zich het hele weekend op om zijn nieuwe aanwinsten te beluisteren. Als je bij hem langs kwam stond je buiten op de stoep en belde je op strategische momenten aan; in de pauze tussen twee nummers. Maar meestal moest je wachten totdat hij een nieuwe plaat op ging zetten en de pauze lang genoeg duurde. En dan negeerde hij de bel nog vaak, maar de aanhouder wint. Aso kreeg onvermijdelijk honger. Iedereen in de vriendenkring, die net zo verslaafd aan muziek waren als ik, wist dat hij in ruil voor een bord eten, ook koud eten, alles wat hij die avond draaide voor je op een cassette opnam. Je moest natuurlijk wel zelf lege bandjes meenemen. Hij schreef dan ook nog alle titels en bandnamen in een bijna griezelig goed leesbaar handschrift voor je op de omslag van de tape. Dat was een goede deal. Aso zijn huis zat dan ook elke vrijdagavond vol met drie tot 6 gasten. Meiden waren er bijna nooit, want die hielden meer van praten en konden het niet opbrengen om uren ingespannen te luisteren. Wij hielden zolang de muziek speelde in een bijna geweide stilte onze bek, op een paar losse opmerkingen na en meestal alleen als Aso platen verwisselde. Kletskousen zag je na één zo’n sessie nooit meer terug, omdat die weggekeken werden. Aso gaf de hoes van de LP’s die hij draaide bijna automatisch aan mij door. Ik was een liefhebber van artwork en songteksten en citeerde in de stilte tussen de platen af en toe opvallend mooie zinnen. Ongeveer een jaar nadat deze sessies begonnen opende de eerste winkel waar je op A3 formaat fotokopieën kon maken en al gauw hing Aso zijn woning vol met zwart wit kopieën van platen hoezen en bandfoto’s. Destijds waren die kopieën nog spuuglelijk met teveel contrast en weinig grijswaarden maar toch zagen de wanden van zijn huis, helemaal volgeplakt met artwork er fantastisch uit. Als je een mooi hoesontwerp zag was Aso vaak wel geneigd om de LP waar het artwork vandaan kwam voor je te draaien en op te nemen. Meestal was de muziek die bij de beste teksten hoorde ook goed. Een goede tekst komt voort uit goede muziek en vice versa.
De Roir tape die ik op die eerste luistersessie hoorde was één grote bak ruis omdat de cassette al tientallen keren doorgekopieerd was. Hij ging van hand tot hand en het was een kopie van een kopie van een kopie en dat tot misschien wel de 100e macht. Maar dat mocht de pret niet drukken want de energie spatte er ondanks de slechte kwaliteit van het geluid nog altijd van af. Bad Brains was de snelste en strakste band die ik ooit gehoord had. Het kon nooit lang duren voordat zo’n goede band een echte LP ging uitbrengen. Ik zei Aso dat ik waarschijnlijk tegen het plafond zou springen op het moment dat ik een goede productie van Bad Brains zou horen. Een week later gaf hij me een cassette waar ‘Let them eat Jellybeans’ op stond. Jelly beans was één van de eerste hardcore verzamel LP’s die Europa bereikte en een van de eerste releases op het Alternative Tentacles label van Jello Biafra, zanger van de Dead Kennedys. Pay to cum van Bad Brains stond erop en de productie was weergaloos. Ik hoorde dat nummer en draaide het tientallen keren achter elkaar terwijl ik door mijn huis sprong. Het glazen bijzettafeltje, dat ik die week bij de vuilnis had gevonden, overleefde het niet. Nog weken later trapte ik, zodra ik mijn kisten thuis uitdeed, in de glassplinters. Ik had geen stofzuiger en het was te donker op mijn zolderkamer om de kleinere splinters te zien liggen, laat staan ze op te ruimen op de zeldzame momenten dat ik puf had om te vegen.
Twee jaar later, begin 1983 kwam eindelijk Rock For Light, de eerste LP van Bad Brains uit. Ik moest even wennen aan de productie die nogal iel was. Ik snapte ook echt niet waarom Ric Ocasek van The Cars was uitgekozen om die plaat produceren. Dacht de band of het label nou echt dat de interesse van het mainstream publiek daardoor opgewekt zou worden? Desondanks draaide ik weken niets anders dan deze LP. En zelfs als ik hem nu, 28 jaar later, op zet word ik nog altijd bijna tegen de muur geblazen door de energie van die plaat. Ik moet hem nu wel in de digitale versie draaien want je kunt intussen bijna letterlijk door de originele LP heen kijken. Grijsgedraaid is gewoon niet meer het goede woord; de groeven zijn er zowat uit verdwenen.
Op een ochtend ontving Scherf muziekkrant Oor en kwam joelend mijn kamer binnenstormen. Het was tien uur ‘s ochtends en ik had bijna een zwaar boek naar zijn kop gesmeten, maar voor dit nieuws mocht hij me wel wakker maken: Bad Brains kwam naar Nederland en speelde hun eerste optreden in LVC!
Wij waren kind in huis bij LVC. Scherf kende de bandleden van The Prime Ministers persoonlijk en de zanger van die band werkte als D.J. bij LVC tijdens punkconcerten. Scherf belde hem meteen. Wij waren zo gelukkig de enige telefoonaansluiting van de hele rij van 6 huizen, die samen de Braadworst vormden, in huis te hebben . Iedereen lapte vijf gulden per maand om gebruik van de telefoon te kunnen maken en in ruil voor de luxe een telefoon binnen handbereik te hebben nam Scherf voor iedereen de telefoon aan en haalde wie die gebeld werd erbij. ‘S zomers was dat gemakkelijk; hij hoefde dan alleen de naam van degene waarvoor gebeld werd de tuin in te schreeuwen en dan werd het vanzelf doorgegeven. In de winter was dat moeilijker want dan moest hij buitenom lopen om aan te gaan bellen. In de winter werden er dan ook een stuk minder telefoontjes aangenomen.
Zoals verwacht en gehoopt moest de zanger van the Prime Ministers bij Bad Brains draaien. Hij zou al om 7 uur in de zaal aanwezig zijn en wij konden rond die tijd ook komen. Hij zou zorgen dat we erin kwamen. We moesten nog bijna 4 weken wachten en we gebruikten die tijd om iedereen in de scene op te trommelen. De Rotterdamse afvaardiging telde uiteindelijk meer dan 25 man. Dat was een fijn idee. ‘s Middags zouden Scherf en ik vooruit reizen want we konden natuurlijk niet met 25 man al zo vroeg naar binnen. Maar op de terugweg zouden we met genoeg mensen zijn om veilig door de binnenstad van Leiden te kunnen trekken. Leiden had een supertoffe punkscene maar helaas liep de weg naar LVC langs een paar straten die vol discotheken zaten. Als je daar in het weekend na 1 uur langs moest was de kans dat je door tientallen dronken disco’s lastig gevallen werd, of in elkaar geslagen, wel erg groot.
Ik heb in heel mijn leven nog nooit zo naar een optreden uitgekeken als dat van Bad Brains. En Scherf en ik zouden al in de zaal aanwezig zijn als de band aankwam. Ik heb soundchecks altijd strontvervelend gevonden, maar de check van Bad Brains was wel iets om naar uit te kijken. Scherf en ik stonden al om 4 uur voor de deur van LVC; we konden het thuis niet meer uithouden en hadden drie uur eerder een trein genomen dan de bedoeling was. Met wat geluk zou er al iemand in LVC aanwezig zijn die ons binnen kon laten en dat was ook zo. Er waren drie vrijwilligsters bezig met de schoonmaak en zij lieten ons binnen. Het werd nog heel erg gezellig ook. Scherf en ik hielpen een handje mee. Scherf was erg goed in schoonmaken. Zijn kamer was het best onderhouden kamer in ons pand. Die jongen stofzuigde echt twee maal per week, en deed na het eten altijd meteen de afwas. Scherf zijn kamer was nog schoner dan de kamers waarin stellen woonden. Een scherper contrast met de vuilste kamer van ons pand was trouwens ook niet voorstelbaar. Die was niet van mij, al was het bij mij ook echt een zooitje, maar van Skoeter. Die had één deur verder gewoond en was min of meer door de andere bewoners gedwongen te vertrekken omdat zijn huis ratten aantrok. Hij was vlak voordat ik in het pand kwam wonen verhuisd, maar ik was bij het uitmesten van zijn kamer aanwezig geweest. Toen ik die kamer binnenstapte leek er weinig aan de hand. De meeste spullen waren weggehaald. Niet door de ex-bewoner, want die nam nooit de moeite om spullen mee te nemen, op zijn platen en installatie na. Elke keer als hij verhuisde ritselde Skoeter nieuwe spullen bij elkaar. Dat was makkelijker dan die zooi twee trappen afdragen en het daarna weer drie trappen omhoog te sjouwen. Het scheelde die eerste twee trappen en dat was winst. Hij had verder eigenlijk ook niks nodig, behalve muziek en een bed om op te slapen en te neuken. Er hing een vreselijke lucht in het huis en die bleef hangen. Ook nadat alle smerige spullen via het dakraam de tuin in waren gegooid om daaruit naar de straatkant gesleept te worden, bleef de kamer ruiken alsof er ergens een lijk lag te rotten. Scherf was degene die ontdekte dat Skoeter, het hele jaar dat hij in de kamer had gewoond, planken uit de vloer had getrokken en zijn vuilnis in de loze ruimte tussen de vloer en het plafond van een verdieping lager had gedumpt. En het gat vervolgens weer had gedicht om een paar meter verder een nieuw te openen. Onder de vloer lag het vol rottende etensresten en de enige manier om dat zonder erbij te moeten kotsen eruit te halen, was door gaten in het plafond van de verdieping onder de kamer te maken en het afval naar beneden te laten vallen, alvorens het via het raam uit de woning te verwijderen. Daardoor waren er niet 1 maar twee kamers zo goed als onbewoonbaar geworden.
Nadat de zaal en de bar van LVC schoon waren werd het nog gezelliger met de meiden. Ze waren alle drie punk en ik viel als een blok voor Petra. Ze was de grootste en knapste van het stel met haar roze haar dat ze tijdens de schoonmaak opgebonden had. Ze verdween nadat het karwei was gedaan in het toilet en kwam er tien minuten later volledig geplamuurd en met getoupeerde haren weer uit. Ze was prachtig en ik probeerde de rest van de middag haar te versieren.
Om zeven uur zaten we nog altijd aan de bar gratis bier weg te werken en te blowen. De zanger van Prime Ministers kwam aan. Daarna was het wachten op de band die zo rond deze tijd verwacht werd. Nu komen bands nooit precies op tijd, maar Bad Brains bleef wel erg lang weg. Uiteindelijk gingen Petra en ik naar de keuken van LVC om alvast wat te eten te maken want we vielen van de graat, en konden niet meer wachten totdat er voor de band geserveerd werd. We aten met de vrijwilligsters en de rest van het personeel van LVC; de geluidsmensen, lichtman en stagemanager. Petra verzorgde altijd het eten bij LVC en de twee andere meiden gingen zodra de deur van de zaal opende de kassa bemannen. Ik hielp Petra met de afwas. Wat je allemaal niet over hebt voor een leuk meisje! Ik waste thuis maximaal 1 maal per week, en met enorm veel tegenzin, af. Maar hier was het een leuk karwei omdat ik het samen met haar deed. Wat ook mee hielp, was dat Petra mijn gedachte een beetje van de Bad Brains af hield, omdat die nu wel erg laat waren. Ik maakte me zorgen dat het concert alsnog afgelast zou worden. Maar toen ik na de afwas mijn warme, door zeepsop zacht gemaakte handen, om de borsten van Petra had geslagen vergat ik de band een tijdje. We waren innig aan het zoenen. Ik had haar met de nodige moeite op het aanrecht gezet, want ze was niet de lichtste. Ze was net zo lang als ik en stevig gebouwd. Met mijn handen onder haar T-shirt voelde ik dat ze niet alleen mooie dikke tieten had, maar ook het strakste en best afgetrainde vrouwenlichaam dat ik ooit gevoeld had. Alle spieren in haar schouders, borst, buik en rug stonden strak. Ik vroeg haar wat voor sport ze deed. Ik hoopte dat ze karate zou antwoorden, dan konden we sparren. Maar tussen twee lange tongzoenen door vertelde ze dat ze een zwemster was. Ze had zelfs met de selectie voor het Olympisch team meegedaan. Dat eindigde toen ze punk werd. Ze was door haar coach geschorst nadat er een stroom rood gekleurd water als bloed vanonder haar badmuts liep omdat haar rood geverfd was. De roze lokken die ze nu nog had waren daar nog een overblijfsel van. Ze vertelde ze me dat er nog een andere reden was om met sporten te stoppen; haar tieten waren te groot geworden en vertraagden haar niet alleen in het water, maar veroorzaakten ook ongewenste aandacht van haar coach die moeite had om van haar af te blijven.
We werden in ons onderonsje gestoord door de stagemanager die ons vertelde dat hij de band aan de telefoon had gehad. Ze hadden de boot van Dover naar Nederland gemist, maar stonden nu alsnog in Vlissingen. Ze zouden met 100 kilometer per uur naar Leiden gaan rijden en rond half tien aan moeten komen. Dat was net op tijd voor de show. De soundcheck werd afgelast maar het publiek kon om negen uur naar binnen. Ik keek uit het raam van de keuken en zag dat er een uur voordat de zaal zou openen al tientallen punks op de stoep stonden.
Zoals veel van mijn vrienden en kennissen draai ik mijn muziek al een paar jaar bijna alleen muziek via de computer. Ik heb nooit warme gevoelens over CD’s gehad. Cd’s zijn allereerst standaard té lang. Ik heb zelden het geduld om een uur of meer naar een en dezelfde groep of artiest te luisteren. Misschien omdat ik ben opgegroeid met plaatkanten die niet langer dan ongeveer 20 minuten duurden. Ik vraag me nog steeds af of muzikanten blij moeten zijn met de twee maal zo lange ruimte die een CD ten opzichtte van een LP biedt. CD’s worden veel te vaak vol gepleurd met overbodige versies van nummers die al eerder op dezelfde cd voorbij kwamen. Nóg erger is als een artiest ook songs die duidelijk een stuk minder goed zijn dan de rest van het album toch op een CD plaatsen. Hier hebben de marketing jongens waarschijnlijk een veel grote vinger in de pap; hoe meer muziek hoe meer de CD waard is denken die. Dat kwaliteit bij de meeste muziekliefhebbers ver voor kwantiteit komt is niet aan deze mensen besteed. CD’s zijn kortom eigenlijk alleen goed voor verzameld werk en best off albums; die kunnen niet lang genoeg zijn.
Ook mis ik het dat je een CD niet zoals een plaat moet omdraaien om de tweede helft te horen. Ik draaide vroeger vaak een hele tijd maar één kant van een plaat. Meestal bleef er na de eerste luisterbeurt een liedje op een van beide zijden van de LP in mijn hoofd hangen en draaide ik de bewuste kant eerst bijna grijs voordat ik de andere kant min of meer herontdekte. Het genoegen om op drie tot zes bijna nooit geluisterde tracks van een favoriete LP te kunnen gaan kauwen was altijd groot. Ik deed in die periode ook altijd lang met LP’s. Soms draaide ik een paar weken lang één LP bijna dagelijks al was het nooit exclusief die ene LP. Ik moest wel wat afwisseling krijgen. Dat heb ik met CD’s maar zelden gedaan.
Ook typisch was dat het meestal juist de LP’s waren waar je niet meteen bij de eerste luisterbeurt iets in hoorde waar je wat mee kon; waar een nummer op stond dat je meteen vaker wilde horen. Dat soort platen waren ook het eerst uitgewerkt. Het waren juist de platen waar je goed op moest kauwen voor je ze kon slikken en verteren die het langst meegingen. Dat zijn niet geheel toevallig ook de platen die ik nu nog steeds draai: De eerste drie LP’s van Butthole Surfers, (met een lichte voorkeur voor psychic, powerless; another man’s sack) , de eerste twee van The Birthdayparty, ‘in the flat fields’ van Bauhaus, Damaged van Black Flag, de eerste drie Dead Kennedys albums, ( ik tel ‘In God We Trust’, wat een EP was, gewoon mee), Rock for light van Bad Brains (ondanks de flutproductie van Ric Occasek) en Base Culture van Linton Kwesi Johnson, om er een paar te noemen.
Maar toen nam de CD het als nieuw muziekformaat over.
De eerste eigenschap waar ik echt van baalde was de afmetingen van de CD en zijn verpakking. Weg waren de prachtige LP hoezen. Het artwork van een LP staat in vergelijking met dat van een CD in verhouding van een schilderij tot een polaroid. Weg waren ook de grote mooie tekstvellen. Ik haat CD boekjes echt hartgrondig; domweg omdat er teveel informatie op een te klein formaat op staat. Wanneer een artiest al zijn teksten en nog wat extra foto’s en/of info erin kwijt wil wordt het boekje zo dik dat je het niet zonder het te beschadigen terug in de jewelcase kan stoppen. Priegelletters lezen is daarbij geen sinecure en uitermate vervelend. Jewelcases zijn ook nog te breekbaar, liggen niet lekker in de hand, en na drie maanden hebben ze zoveel stof aangetrokken dat ze domweg te vies worden om vast te pakken. Digipacks zijn iets beter maar ook die hebben de vervelende neiging om tandjes uit de houder te verliezen waardoor de CD te pas en te onpas uit de verpakking valt.
Ook de mythe dat een CD bijna niet te beschadigen was werd al snel doorgeprikt. Een kras op een LP is vervelend, maar er is meestal nog wel wat aan te doen. Een tik hier en daar heeft zelfs soms wel zijn charme. Maar een beschadigde CD blijft gewoon altijd hangen en je kan de laser niet zoals een naald even wat verder zetten.
Het was dikke droefenis totdat de computer met I-tunes werd uitgerust en op de installatie werd aangesloten. Computer speakers gaan er niet mee door maar mijn goede ouwe JBL speakers zorgen dat zelfs het MP3 formaat best te pruimen is.
Nu maakt het me niet meer uit of een CD mindere nummers bevat want ik draai muziek tegenwoordig bijna altijd in de random-mode en krijg zodoende nieuwe muziek in kleine porties toegediend. Slechte nummers verwijder ik gewoon; vaak al na één luisterbeurt.
Als ik zin heb om alleen nieuwe muziek te horen klik ik op de ‘onlangs toegevoegd’sectie en hoor ik alleen CD’s die ik de afgelopen weken aan mijn bibliotheek heb toegevoegd. Nummers die me opvallen tag ik met één ster zodat ik ze later gemakkelijk terug kan vinden om ze nogmaals te kunnen beluisteren. Mijn favoriete nummers tag ik met meer dan één ster. En ik kan tot vijf sterren gaan!
Maar nu komt het; het valt me de laatste tijd steeds vaker op dat I-tunes de vreemde neiging heeft om in de random-mode precies die muziek te kiezen waar ik voor in de stemming ben. Eerst dacht ik dat het iets te maken had met het nummer dat ik uit moet kiezen om de luistersessie mee te starten. Maar dat klopt toch niet want de computer kiest óók muziek die ik persé niet op dat moment uit zou kiezen. Ik ken van die momenten dat ik me té verliefd, bedroefd, of anderszins week voel en geen behoefte heb aan muziek dat die stemming verergert. I tunes denkt daar echter anders over en kiest op die momenten juist voor de zoetsappige liefdesliedjes, de gebroken harten ballades en de diepzinnige songs die de donkere kant van het bestaan belichten. Het maakt niet uit hoe vaak ik tussentijds een keihard punknummer uitkies; op dat soort momenten verkiest de computer steevast het muziekje dat bij mijn stemming hoort en niet iets dat een stemming moet verjagen. Soms is het gewoon bijna griezelig hoe accuraat de computer kiest. Gisteren nog; ik begin met I fought the law and I won van Dead Kennedys, maar de computer kiest daarna voor ‘Je taime moi non plus’ van Gainsbourg. Dat ging echt te ver. Ik zette hem dus op Dayglo Abortions met ‘Aargh fuck kill’. De volgende keuze van de computer was Einsturzende Neubauten met Jet’m; een nummer met een melodielijn die erg veel op dat Gainsbourg nummer lijkt. En ook nog een nummer waarin me nooit eerder opgevallen was dat de keyboard lijn precies dezelfde is als die van Je Tá ime moi non plus… aaarggh.
Natuurlijk weet ik wel dat het allemaal een illusie is en het toeval gewoon toeslaat, maar toch…




