Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.
Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…
Dit is alweer het vierde deel van een verslag over een reis naar Duitsland die plaats vond in 1982. Er volgt nog afsluitend vijfde deel.
DUISTERLAND Deel 4
Om het station van Gladbeck te bereiken moesten we door de binnenstad lopen. Ik bereidde me al voor op eenzelfde helletocht als de dag ervoor met voorbijgangers die ons dood staarden en scheldpartijen, maar er was werkelijk geen kip op straat te bekennen. Ik vroeg Peter of de hele stad misschien in de kerk zat en hij antwoordde “in der Kirche oder im Fußball.” Ik was even vergeten dat we de matjes ook heel de dag niet hadden gezien omdat ze naar Schalke 04 gegaan waren. Beter, want de straat was nu van ons en voordat we er erg in hadden waren Scherf en ik gebroederlijk omarmt Anarchy in the UK aan het zingen met nadruk op “I wanna destroy passersby”. Ik geef toe dat het een beetje flauw was omdat er geen voorbijganger te bekennen was, maar we waren nog altijd knetterstoned van die Israëlische bong en in een goed humeur door het vooruitzicht van het concert in Dortmund.
Peter en de anderen bleven echter opvallend stil. Groepjes punks en skins op weg naar een concert zijn normaal gesproken tamelijk luidruchtig maar deze groep was een uitzondering. Het viel me op dat een van de skins vooruit liep en bij elke straathoek voorzichtig om de hoek keek en bijna ongemerkt en knik naar de rest van de groep gaf voordat we de hoek omtrokken. Ik was dat paranoïde gezeik opeens spuugzat en trok Scherf mee naar voren zodat we de kop van de groep vormden. Vanaf nu gingen we elke hoek gewoon normaal voorbij. Onze hasj was bij Peter thuis achter gebleven dus de bullen konden ons niks maken en alle ouwe nazi’s konden wat ons betreft ter plekke dood vallen; schluss damit! En we dronken al een tijdje onze stonedheid weg met halve liters bier die nu toch wel steeds lekkerder begonnen te smaken. Er komt een moment dat je schijt krijgt aan alle opgelegde angst. Maar helaas gebeurt dat vaak op een totaal verkeerd moment.
Het station kwam in zicht, het was nog ongeveer 500 meter lopen over de brede boulevard die uitmondde in de parkeerplaats voor het station. Er was nog steeds niemand te bekennen. Normaal gesproken is een treinstation een plek in de stad waar altijd mensen te vinden zijn. Hier was het, net als bij onze aankomst, doodstil. Scherf en ik waren nog steeds aan het zingen en waren beland bij een nummer van Tenpole Tudor genaamd ‘Wunderbar’. Dat nummer had in ons land nog de top tien bereikt en ik wilde onze Duitse vrienden net vragen of dat nummer hier ook in de hitlijsten had gestaan toen Peter en de andere punks en skins ons plotseling als gekken voorbij stoven richting het station. Verbaasd stopten we met zingen waardoor we door kregen dat er nogal wat rumoer achter ons klonk. Ik keek om en zag een enorme groep gasten op ons af rennen. Die hadden duidelijk geen goede bedoelingen. Ze droegen de knuppels en gooiden stenen naar ons. Het was een groep voetbalsupporters; aan de Schalke 04 shirtjes en shawls die ze droegen te zien. We waren nog maar net buiten het bereik van dat bombardement van stenen. Ik zocht oogcontact met Scherf maar die was al weg en ik zette het dus ook op een rennen. Ik rende veel sneller dan Scherf en ik haalde hem binnen vijf seconden in. What de fuck was dit nou weer?
We bereikten de stationshal met nog geen 30 meter voorsprong maar vlak voordat ik de deur van de stationhal bereikte voelde ik een stuk steen vlak onder mijn nek mijn jas raken. Gelukkig had ik zoals altijd een dikke leren jas vol studs aan dus het leer zorgde samen met het ijzerbeslag dat het bij schrikken bleef. In de hal waren de punks en skins wanhopig op zoek naar materiaal om zich mee te verdedigen, maar er lag niet veel waarmee je een aanval met knuppels en stenen kon afweren. De ruiten van het station waren bestand tegen de stenenregen maar alleen al het geluid dat deze hagel maakte was genoeg om te beseffen dat we van geluk mochten gaan spreken als we dit gingen overleven.
Ik snapte niet waarom we de gang naar de perrons niet opzochten maar in de hal bleven. Ik herinnerde me wel dat het station geen achteruitgang had maar het leek me toch verstandiger om niet in de hal te blijven. Maar de reden dat we in de hal bleven werd snel duidelijk toen de hooligans op ruime afstand van het station bleven staan. Ik vroeg me af hoe Peter en de andere Duitsers wisten dat die supporters de hal niet in zouden komen. Ik vond een steen die door de deur van het station naar binnen was geworpen; beter iets dan niets.
Zo stonden we een tijdje naar onze tegenstanders te kijken totdat een kleine afvaardiging van een man of tien de hal in liep. Onze Duitse vrienden trokken zich tot vlakbij de gang naar de perrons terug maar Scherf, die door deze openlijke bedreiging blijkbaar bevangen werd door een vreemd soort doodsverachting, liep op het groepje af en begon in het Nederlands tegen ze uit te varen. Wat houden wij nou gedaan dat we een dergelijke behandeling verdienden? Ik was even bang dat hij die gasten aan zou vliegen en hield hem vast bij zijn broekriem. Scherf was van Scooby Doo in Scrappy Doo veranderd, en leek daar een wel erg ongelukkig moment voor uitgekozen te hebben. Maar een klein wonder geschiedde want een van de Schalke 04 supporters maakte zich los van zijn groepje en antwoordde ons in zuiver Nederlands. Die gozer was een kop kleiner dan Scherf en niet echt breed maar hij had de houding van een vechtersbaas en had een air van natuurlijke autoriteit over zich. Hij maande Scherf eerst tot kalmte door zijn rechterhand op zijn borst en linkerhand op zijn mond te leggen. Hij deed dat heel gecontroleerd. ‘Jullie zijn Hollanders?’ vroeg hij. “We beaamden dat en hij ze dat we in dat geval hier niets mee te maken hadden en dat ze ons zouden laten gaan. Ik keek naar de menigte buiten; ten eerste ging ik daar echt niet doorheen lopen alleen omdat deze jongen zei dat ze ons ongedeerd door zouden laten, en ten tweede zag ik het ook niet zitten om onze Duitse vrienden te verraden door me op een laffe manier aan alles te onttrekken.
Er viel wat spanning bij me weg nu er in ieder geval een poging tot praten op gang kwam, dus probeerde ik meer te weten te komen over eventuele redenen voor deze aanval. Waren ze gewoon op punkersjacht of zat er meer achter? De Hooligan begon uit te leggen waarom ze ons moesten hebben; gisteren had een groepje van vier Schalke fans ruzie gekregen met een punker maar ondanks de numerieke meerderheid had deze punk ze alle vier het ziekenhuis in geslagen. De tamtam had zijn werk gedaan onder de supporters en nu werd er in het hele gebied dat door Schalke hooligans werd gedomineerd jacht op punks gemaakt. Wij moesten allemaal boeten, niet alleen omdat er gewonden gevallen waren maar vooral omdat de schande dat vier hooligans door één punk tot moes geslagen waren beantwoord moest worden. Het kon niet zo zijn dat andere supportersgroepen hoorden dat Schalke fans zich op die manier door een punk lieten behandelen. Maar omdat wij Hollanders waren stond hij in voor onze veiligheid en herhaalde hij dat wij naar buiten mochten en hij ons door de groep supporters heen zou loodsen. Scherf maakte al aanstalten om naar buiten te lopen maar ik hield hem tegen en vertelde de Hooligan dat we hoe dan ook eerst met onze Duitse vrienden wilden overleggen.
Ik sleepte Scherf met me mee naar achteren en begon onderweg naar onze vrienden die op een kluitje achter in de hal stonden te bibberen eerst tegen Scherf aan te praten. Of hij die gozer werkelijk geloofde met zijn praatjes dat we onbeschadigd langs die Hooligans gingen komen? Scherf vond dat we het risico moesten nemen maar ik vertrouwde het zaakje voor geen cent. Voor hetzelfde geld was het een val. Die gast zou er best eens op uit kunnen zijn om zijn mede hooligans te laten zien dat punkers elkaar niet onvoorwaardelijk steunen als ze bedreigd worden. En wilde Scherf ook nog het risico lopen dat niet iedereen in de menigte de autoriteit van deze ene Hooligan accepteerde? Deze woorden veranderden Scherf zijn inzicht op de situatie in ieder geval. Het nadeel was wel dat hij weer in zijn Scooby rol schoot en begon te jammeren dat hij genoeg had van dit kutland en al het gezeik hier. Ik gaf hem een por in zijn ribben en beet hem toe dat hij zijn muil moest houden omdat ouwe wijven praat nu niet zou helpen. Scherf trilde over zijn hele lijf en zijn angst begon me aan te steken dus liep ik maar vooruit naar onze vrienden en legde ze de situatie uit.
De hippie punk had over het voorval met die vechtpartij van gisteren gehoord en vertelde mij dat de punker die ze hadden proberen te pakken een bokskampioen was. Geen wonder dat hij alle vier die Hooligans zo te grazen had genomen. De punker in kwestie heette Wulf. Hij was onmiddellijk na de vechtpartij gearresteerd en zat vast op het politiebureau in Gelsenkirchen.
De gedachte dat een punker vier van die klootzakken het ziekenhuis in had geslagen deed me trouwens echt goed. Voorlopig stond het mooi nog 4-0 voor ons.
Ik informeerde naar de reden waarom die supporters de stationshal niet gewoon bestormden en Peter wees naar een politiebusje dat op de parkeerplaats achter de hooligans gepositioneerd was. Hij mompelde vlug iets over een gebiedsverbod dat voetbalsupporters hier hadden en liet het daarbij. Dieter had intussen de aankomsttijden van de treinen gecheckt en vertelde dat er over tien minuten een trein vanaf spoor 2 vertrok. Met een beetje geluk zouden de Hooligans zich nog tot die tijd inhouden en het gebiedsverbod respecteren. We renden allemaal richting het perron. Ik bedacht me dat het eigenlijk slimmer was om te zorgen dat een paar van ons vanuit de hal zichtbaar zouden blijven voor het groepje, dat was komen onderhandelen, maar toen ik de hal in keek waren die gasten al naar buiten verdwenen. De grote groep stond echter nog steeds op het plein en zo te zien zouden die ook echt niet zomaar weg gaan. De trein nemen was dus de enige optie die nog open lag.
Ik kwam als laatste het perron op en daar begon de langste tien minuten die ik met mijn 18 jaar had meegemaakt. Daar stonden we op hetzelfde perron als waar Scherf en ik twee dagen eerder in Gladbeck aangekomen waren. De trein die we gingen nemen ging dieper Duitsland in en ik bedacht me dat als hij richting Nederlandse grens was gegaan ik de verleiding om met achterlating van wat spulletjes en hasj meteen terug naar Rotterdam te rijden niet zou hebben weerstaan. Ik bestudeerde het aankomstbord van de treinen en zag dat er na de trein richting Dortmund pas een uur later vanaf perron 1 een trein richting Nederland vertrok. Leve de dienstregeling op zondag. Daar konden we dus niet op wachten en de tunnel weer inlopen in de richting van de wachtende Hooligans kwam trouwens sowieso ook nicht im frage.
Heel even dachten we dat we het wel zouden redden maar alle hoop daarop vervloog toen ik het hoofd van de Nederlandse hooligan uit het trapgat omhoog zag komen. Hij werd door maar zes van zijn makkers gevolgd. Als ze om te knokken kwamen gingen ze wel een eerlijk gevecht aan; één tegen één. Maar deze lui waren getrainde vechthonden en ik gaf geen cent voor onze kansen, en zelfs als we deze zeven te grazen hadden kunnen nemen stonden er buiten op het plein nog meer dan voldoende versterkingen. Dit zouden we gaan verliezen.
Maar voorlopig deden ze eerst nog een poging om te praten. De Hooligan sprak deze keer met Peter. Hij maakte duidelijk dat hij wilde weten wie de punker van de vechtpartij van gisteren was. Blijkbaar waren de Hooligans daar nog niet van op de hoogte. De hippie punk bemoeide zich ermee en zei tot mijn verbazing dat hij de vechtpartij had gezien. Dat was ongeveer het domste wat hij kon doen. De Nederlander schopte hem meteen met een krachtige zwaai van zijn been onderuit en begon op hem in te trappen, al gauw gevolgd door twee andere hooligans. Hij schreeuwde dat de hippie in had moeten grijpen en de hooligans uit de klauwen van die punk had moeten redden. Een tamelijk onredelijke veronderstelling. De rest van de Hooligans vormden een cordon om de punks op afstand te houden. Ik hoorde Scherf achter me kreunen van machteloze woede. Vanuit mijn ooghoek zag ik één van de skinheads over de rails naar het volgende perron rennen. Zoals zo vaak was de grootste het stel het eerste weg.
De hippiepunk bleef na alle trappen bewusteloos liggen en nu de bloeddorst bij de Hooligans los gekomen was wierpen ze zich op Peter maar die liet zich niet zomaar in elkaar trappen. Hij weerde de eerste vuistslag af en beukte op zijn aanvaller in met een welgemikte elleboogstoot naar het gezicht. Bloed spatte vanuit de neus van deze Hooligan op het perron en hij stortte jankend neer. Dat was het teken voor alle zes overige Hooligans om zich gezamenlijk op Peter te werpen. Scherf en ik stonden er als verlamd naar te kijken. De rest van de punks en skins waren opeens verdwenen; ze waren verder het perron op gerend. Er stond ons niets anders te doen dan Peter te ontzetten of ook te vluchten. Scherf rende al weg maar die actie werd mij gelukkig bespaard. Een donderende stem maakte op slag een eind aan het gevecht. Een enorme agent van de spoorweg politie stond opeens met getrokken pistool achter de Hooligans en bulderde: ‘Haut Ab!’ De Hooligans trokken zich onmiddellijk terug. De Nederlandse Hooligan wilde nog wat zeggen maar toen het pistool resoluut tegen zijn voorhoofd werd gezet maakte hij ook dat hij weg kwam. Peter en ik stonden verstomd naar de agent, die onze huid had gered, te staren en op dat moment liep de trein naar Dortmund het station binnen. Ik zag de spoorweg agent twijfelde even of hij ons zou ondervragen maar besloot dat het beter was om ons te laten gaan en zo alsnog een mogelijk bloedbad op zijn station te voorkomen. Met een knik van zijn hoofd maakte hij duidelijk dat we in moesten stappen. We zagen dat de anderen achterin de trein aan boord klommen. Zelfs de grote skin was er weer bij. Later vertelde hij dat de spoorweg politie hem het eerste had gepakt omdat hij illegaal het spoor overstak maar hij ze had weten te overtuigen dat hij met de dood bedreigd werd waarop de politie ons te gaan helpen. Peter en ik raapten de hippie punk die nog altijd bewusteloos op het perron lag op en sleepten hem de trein in.
Gered door een politieagent. Wat een afgang, wat een kutland.

