Navigatie overslaan

Tagarchief: Duitsland

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

Dit is alweer het vierde deel van een verslag over een reis naar Duitsland die plaats vond in 1982. Er volgt nog afsluitend vijfde deel.

DUISTERLAND Deel 4

Om het station van Gladbeck te bereiken moesten we door de binnenstad lopen. Ik bereidde me al voor op eenzelfde helletocht als de dag ervoor met voorbijgangers die ons dood staarden en scheldpartijen, maar er was werkelijk geen kip op straat te bekennen. Ik vroeg Peter of de hele stad misschien in de kerk zat en hij antwoordde “in der Kirche oder im Fußball.” Ik was even vergeten dat we de matjes ook heel de dag niet hadden gezien omdat ze naar Schalke 04 gegaan waren. Beter, want de straat was nu van ons en voordat we er erg in hadden waren Scherf en ik gebroederlijk omarmt Anarchy in the UK aan het zingen met nadruk op “I wanna destroy passersby”. Ik geef toe dat het een beetje flauw was omdat er geen voorbijganger te bekennen was, maar we waren nog altijd knetterstoned van die Israëlische bong en in een goed humeur door het vooruitzicht van het concert in Dortmund.

Peter en de anderen bleven echter opvallend stil. Groepjes punks en skins op weg naar een concert zijn normaal gesproken tamelijk luidruchtig maar deze groep was een uitzondering. Het viel me op dat een van de skins vooruit liep en bij elke straathoek voorzichtig om de hoek keek en bijna ongemerkt en knik naar de rest van de groep gaf voordat we de hoek omtrokken. Ik was dat paranoïde gezeik opeens spuugzat en trok Scherf mee naar voren zodat we de kop van de groep vormden. Vanaf nu gingen we elke hoek gewoon normaal voorbij. Onze hasj was bij Peter thuis achter gebleven dus de bullen konden ons niks maken en alle ouwe nazi’s konden wat ons betreft ter plekke dood vallen; schluss damit! En we dronken al een tijdje onze stonedheid weg met halve liters bier die nu toch wel steeds lekkerder begonnen te smaken. Er komt een moment dat je schijt krijgt aan alle opgelegde angst. Maar helaas gebeurt dat vaak op een totaal verkeerd moment.

Het station kwam in zicht, het was nog ongeveer 500 meter lopen over de brede boulevard die uitmondde in de parkeerplaats voor het station. Er was nog steeds niemand te bekennen. Normaal gesproken is een treinstation een plek in de stad waar altijd mensen te vinden zijn. Hier was het, net als bij onze aankomst, doodstil. Scherf en ik waren nog steeds aan het zingen en waren beland bij een nummer van Tenpole Tudor genaamd ‘Wunderbar’. Dat nummer had in ons land nog de top tien bereikt en ik wilde onze Duitse vrienden net vragen of dat nummer hier ook in de hitlijsten had gestaan toen Peter en de andere punks en skins ons plotseling als gekken voorbij stoven richting het station. Verbaasd stopten we met zingen waardoor we door kregen dat er nogal wat rumoer achter ons klonk. Ik keek om en zag een enorme groep gasten op ons af rennen. Die hadden duidelijk geen goede bedoelingen. Ze droegen de knuppels en gooiden stenen naar ons. Het was een groep voetbalsupporters; aan de Schalke 04 shirtjes en shawls die ze droegen te zien. We waren nog maar net buiten het bereik van dat bombardement van stenen. Ik zocht oogcontact met Scherf maar die was al weg en ik zette het dus ook op een rennen. Ik rende veel sneller dan Scherf en ik haalde hem binnen vijf seconden in. What de fuck was dit nou weer?

We bereikten de stationshal met nog geen 30 meter voorsprong maar vlak voordat ik de deur van de stationhal bereikte voelde ik een stuk steen vlak onder mijn nek mijn jas raken. Gelukkig had ik zoals altijd een dikke leren jas vol studs aan dus het leer zorgde samen met het ijzerbeslag dat het bij schrikken bleef. In de hal waren de punks en skins wanhopig op zoek naar materiaal om zich mee te verdedigen, maar er lag niet veel waarmee je een aanval met knuppels en stenen kon afweren. De ruiten van het station waren bestand tegen de stenenregen maar alleen al het geluid dat deze hagel maakte was genoeg om te beseffen dat we van geluk mochten gaan spreken als we dit gingen overleven.

Ik snapte niet waarom we de gang naar de perrons niet opzochten maar in de hal bleven. Ik herinnerde me wel dat het station geen achteruitgang had maar het leek me toch verstandiger om niet in de hal te blijven. Maar de reden dat we in de hal bleven werd snel duidelijk toen de hooligans op ruime afstand van het station bleven staan. Ik vroeg me af hoe Peter en de andere Duitsers wisten dat die supporters de hal niet in zouden komen. Ik vond een steen die door de deur van het station naar binnen was geworpen; beter iets dan niets.

Zo stonden we een tijdje naar onze tegenstanders te kijken totdat een kleine afvaardiging van een man of tien de hal in liep. Onze Duitse vrienden trokken zich tot vlakbij de gang naar de perrons terug maar Scherf, die door deze openlijke bedreiging blijkbaar bevangen werd door een vreemd soort doodsverachting, liep op het groepje af en begon in het Nederlands tegen ze uit te varen. Wat houden wij nou gedaan dat we een dergelijke behandeling verdienden? Ik was even bang dat hij die gasten aan zou vliegen en hield hem vast bij zijn broekriem. Scherf was van Scooby Doo in Scrappy Doo veranderd, en leek daar een wel erg ongelukkig moment voor uitgekozen te hebben. Maar een klein wonder geschiedde want een van de Schalke 04 supporters maakte zich los van zijn groepje en antwoordde ons in zuiver Nederlands. Die gozer was een kop kleiner dan Scherf en niet echt breed maar hij had de houding van een vechtersbaas en had een air van natuurlijke autoriteit over zich. Hij maande Scherf eerst tot kalmte door zijn rechterhand op zijn borst en linkerhand op zijn mond te leggen. Hij deed dat heel gecontroleerd. ‘Jullie zijn Hollanders?’ vroeg hij. “We beaamden dat en hij ze dat we in dat geval hier niets mee te maken hadden en dat ze ons zouden laten gaan. Ik keek naar de menigte buiten; ten eerste ging ik daar echt niet doorheen lopen alleen omdat deze jongen zei dat ze ons ongedeerd door zouden laten, en ten tweede zag ik het ook niet zitten om onze Duitse vrienden te verraden door me op een laffe manier aan alles te onttrekken.

Er viel wat spanning bij me weg nu er in ieder geval een poging tot praten op gang kwam, dus probeerde ik meer te weten te komen over eventuele redenen voor deze aanval. Waren ze gewoon op punkersjacht of zat er meer achter? De Hooligan begon uit te leggen waarom ze ons moesten hebben; gisteren had een groepje van vier Schalke fans ruzie gekregen met een punker maar ondanks de numerieke meerderheid had deze punk ze alle vier het ziekenhuis in geslagen. De tamtam had zijn werk gedaan onder de supporters en nu werd er in het hele gebied dat door Schalke hooligans werd gedomineerd jacht op punks gemaakt. Wij moesten allemaal boeten, niet alleen omdat er gewonden gevallen waren maar vooral omdat de schande dat vier hooligans door één punk tot moes geslagen waren beantwoord moest worden. Het kon niet zo zijn dat andere supportersgroepen hoorden dat Schalke fans zich op die manier door een punk lieten behandelen. Maar omdat wij Hollanders waren stond hij in voor onze veiligheid en herhaalde hij dat wij naar buiten mochten en hij ons door de groep supporters heen zou loodsen. Scherf maakte al aanstalten om naar buiten te lopen maar ik hield hem tegen en vertelde de Hooligan dat we hoe dan ook eerst met onze Duitse vrienden wilden overleggen.

Ik sleepte Scherf met me mee naar achteren en begon onderweg naar onze vrienden die op een kluitje achter in de hal stonden te bibberen eerst tegen Scherf aan te praten. Of hij die gozer werkelijk geloofde met zijn praatjes dat we onbeschadigd langs die Hooligans gingen komen? Scherf vond dat we het risico moesten nemen maar ik vertrouwde het zaakje voor geen cent. Voor hetzelfde geld was het een val. Die gast zou er best eens op uit kunnen zijn om zijn mede hooligans te laten zien dat punkers elkaar niet onvoorwaardelijk steunen als ze bedreigd worden. En wilde Scherf ook nog het risico lopen dat niet iedereen in de menigte de autoriteit van deze ene Hooligan accepteerde? Deze woorden veranderden Scherf zijn inzicht op de situatie in ieder geval. Het nadeel was wel dat hij weer in zijn Scooby rol schoot en begon te jammeren dat hij genoeg had van dit kutland en al het gezeik hier. Ik gaf hem een por in zijn ribben en beet hem toe dat hij zijn muil moest houden omdat ouwe wijven praat nu niet zou helpen. Scherf trilde over zijn hele lijf en zijn angst begon me aan te steken dus liep ik maar vooruit naar onze vrienden en legde ze de situatie uit.

De hippie punk had over het voorval met die vechtpartij van gisteren gehoord en vertelde mij dat de punker die ze hadden proberen te pakken een bokskampioen was. Geen wonder dat hij alle vier die Hooligans zo te grazen had genomen. De punker in kwestie heette Wulf. Hij was onmiddellijk na de vechtpartij gearresteerd en zat vast op het politiebureau in Gelsenkirchen.

De gedachte dat een punker vier van die klootzakken het ziekenhuis in had geslagen deed me trouwens echt goed. Voorlopig stond het mooi nog 4-0 voor ons.

Ik informeerde naar de reden waarom die supporters de stationshal niet gewoon bestormden en Peter wees naar een politiebusje dat op de parkeerplaats achter de hooligans gepositioneerd was. Hij mompelde vlug iets over een gebiedsverbod dat voetbalsupporters hier hadden en liet het daarbij. Dieter had intussen de aankomsttijden van de treinen gecheckt en vertelde dat er over tien minuten een trein vanaf spoor 2 vertrok. Met een beetje geluk zouden de Hooligans zich nog tot die tijd inhouden en het gebiedsverbod respecteren. We renden allemaal richting het perron. Ik bedacht me dat het eigenlijk slimmer was om te zorgen dat een paar van ons vanuit de hal zichtbaar zouden blijven voor het groepje, dat was komen onderhandelen, maar toen ik de hal in keek waren die gasten al naar buiten verdwenen. De grote groep stond echter nog steeds op het plein en zo te zien zouden die ook echt niet zomaar weg gaan. De trein nemen was dus de enige optie die nog open lag.

Ik kwam als laatste het perron op en daar begon de langste tien minuten die ik met mijn 18 jaar had meegemaakt. Daar stonden we op hetzelfde perron als waar Scherf en ik twee dagen eerder in Gladbeck aangekomen waren. De trein die we gingen nemen ging dieper Duitsland in en ik bedacht me dat als hij richting Nederlandse grens was gegaan ik de verleiding om met achterlating van wat spulletjes en hasj meteen terug naar Rotterdam te rijden niet zou hebben weerstaan. Ik bestudeerde het aankomstbord van de treinen en zag dat er na de trein richting Dortmund pas een uur later vanaf perron 1 een trein richting Nederland vertrok. Leve de dienstregeling op zondag. Daar konden we dus niet op wachten en de tunnel weer inlopen in de richting van de wachtende Hooligans kwam trouwens sowieso ook nicht im frage.

Heel even dachten we dat we het wel zouden redden maar alle hoop daarop vervloog toen ik het hoofd van de Nederlandse hooligan uit het trapgat omhoog zag komen. Hij werd door maar zes van zijn makkers gevolgd. Als ze om te knokken kwamen gingen ze wel een eerlijk gevecht aan; één tegen één. Maar deze lui waren getrainde vechthonden en ik gaf geen cent voor onze kansen, en zelfs als we deze zeven te grazen hadden kunnen nemen stonden er buiten op het plein nog meer dan voldoende versterkingen. Dit zouden we gaan verliezen.

Maar voorlopig deden ze eerst nog een poging om te praten. De Hooligan sprak deze keer met Peter. Hij maakte duidelijk dat hij wilde weten wie de punker van de vechtpartij van gisteren was. Blijkbaar waren de Hooligans daar nog niet van op de hoogte. De hippie punk bemoeide zich ermee en zei tot mijn verbazing dat hij de vechtpartij had gezien. Dat was ongeveer het domste wat hij kon doen. De Nederlander schopte hem meteen met een krachtige zwaai van zijn been onderuit en begon op hem in te trappen, al gauw gevolgd door twee andere hooligans. Hij schreeuwde dat de hippie in had moeten grijpen en de hooligans uit de klauwen van die punk had moeten redden. Een tamelijk onredelijke veronderstelling. De rest van de Hooligans vormden een cordon om de punks op afstand te houden. Ik hoorde Scherf achter me kreunen van machteloze woede. Vanuit mijn ooghoek zag ik één van de skinheads over de rails naar het volgende perron rennen. Zoals zo vaak was de grootste het stel het eerste weg.

De hippiepunk bleef na alle trappen bewusteloos liggen en nu de bloeddorst bij de Hooligans los gekomen was wierpen ze zich op Peter maar die liet zich niet zomaar in elkaar trappen. Hij weerde de eerste vuistslag af en beukte op zijn aanvaller in met een welgemikte elleboogstoot naar het gezicht. Bloed spatte vanuit de neus van deze Hooligan op het perron en hij stortte jankend neer. Dat was het teken voor alle zes overige Hooligans om zich gezamenlijk op Peter te werpen. Scherf en ik stonden er als verlamd naar te kijken. De rest van de punks en skins waren opeens verdwenen; ze waren verder het perron op gerend. Er stond ons niets anders te doen dan Peter te ontzetten of ook te vluchten. Scherf rende al weg maar die actie werd mij gelukkig bespaard. Een donderende stem maakte op slag een eind aan het gevecht. Een enorme agent van de spoorweg politie stond opeens met getrokken pistool achter de Hooligans en bulderde: ‘Haut Ab!’ De Hooligans trokken zich onmiddellijk terug. De Nederlandse Hooligan wilde nog wat zeggen maar toen het pistool resoluut tegen zijn voorhoofd werd gezet maakte hij ook dat hij weg kwam. Peter en ik stonden verstomd naar de agent, die onze huid had gered, te staren en op dat moment liep de trein naar Dortmund het station binnen. Ik zag de spoorweg agent twijfelde even of hij ons zou ondervragen maar besloot dat het beter was om ons te laten gaan en zo alsnog een mogelijk bloedbad op zijn station te voorkomen. Met een knik van zijn hoofd maakte hij duidelijk dat we in moesten stappen. We zagen dat de anderen achterin de trein aan boord klommen. Zelfs de grote skin was er weer bij. Later vertelde hij dat de spoorweg politie hem het eerste had gepakt omdat hij illegaal het spoor overstak maar hij ze had weten te overtuigen dat hij met de dood bedreigd werd waarop de politie ons te gaan helpen. Peter en ik raapten de hippie punk die nog altijd bewusteloos op het perron lag op en sleepten hem de trein in.

Gered door een politieagent. Wat een afgang, wat een kutland.

Klik hier voor deel 5 (slot) van Duisterland

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

DUISTERLAND deel 2

Der Peter stond ons buiten het station op te wachten. Hij zei dat hij zonder treinkaartje het station niet binnen mocht. Ik zag niemand die hem op zijn kaartje zou controleren; alles was leeg, er was niet eens een loket open om treinkaartjes te kopen. Vreemde boel want het was nog geen drie uur ‘s middags. Maar toen we in de richting van zijn huis begonnen te lopen ontdekte ik dat er in een auto aan het eind van de parkeerplaats twee Bullen zaten die ons met een verrekijker bekeken. Ik bedacht me dat het misschien toch beter was die hash snel kwijt te raken. We konden op ieder willekeurig moment door de overijverige Gestapo gefouilleerd worden. Ik zei maar niets tegen Scherf die niet opgevallen was dat we bespied werden. Die jongen was al paranoïde genoeg. Scherf was blij om Peter te zien, hij voelde zich veilig met Peter in de buurt. Dat had ik ook wel. Peter straalde een vreemde soort serene rust uit. Alsof hij het allemaal al eens meegemaakt en overleefd had.

Het huis waar Peter woonde was eigenlijk een soort opvang voor straatjongeren. Hij had er zijn vervangende dienstplicht uitgevoerd als jeugdwerker. Daarom genoot hij het respect van zijn medebewoners die allemaal van dat typische straattuig waren; van die gasten met matjes die de hele dag alleen bier dronken en over Schalke 04 ouwehoerden. Peter mocht er blijven omdat er nog geen vervangende jeugdwerker was aangesteld. Blijkbaar waren er te weinig geïnteresseerden voor deze baan onder dienstweigeraars. Peter had, vooral omdat hij niet meer betaald werd voor zijn diensten, de discipline in het huis wat losser gemaakt. De keuken lag dan ook vol met lege bierblikken en dronken matjes. Scherf en ik werden in bijna onbegrijpelijk Duits dialect te kennen gegeven dat we mietjes waren en in het kamp hoorden. Ik dacht in ieder geval zoiets te horen. Peter diende ze van repliek en gaf aan dat wij zijn gasten waren en daarna lieten ze ons met rust. Ze gunden ons geen blik meer waardig en dat vonden we ook wel best zo.

We gingen naar Peter zijn kamer met een flinke lading ijskoud bier dat hij uit de koelkast in de keuken had verzameld. Scherf en ik hadden hem na twee halve liters al flink om. We waren meer blowers dan drinkers. Peter was zoals vaak nogal zwijgzaam en Scherf kreeg juist altijd zin om te babbelen als hij dronken was. Dus ouwehoerden we lekker in het Nederlands over wat een kutland dat Duitsland wel niet was. Op een onbewaakt moment, met een tong die wat los geworden was door de alcohol, vertelde ik hem over die politieauto bij het station; daarna werd Scherf ook stil. Ik vertelde Peter dat we die hash hadden en of ik een blowtje kon bouwen maar dat kon volgens hem hier echt niet. Als we gesnapt zouden worden door een medebewoner zou die het ongetwijfeld aan de directie doorgeven. Peter was de enige overgebleven leidinggevende en de matjes zouden er alles aan doen om hem te lozen zodat ze hier in vrolijke Anarchie konden verblijven zolang er nog geen nieuwe jeugdleider aangesteld was. Duitsers; ze hielden elkaar nog altijd in de gaten. ‘Wat een kutnazi’s hier’ brabbelde Scherf met een dikke tong. Hij was al met zijn 5e halve liter bezig en hij ging out voordat die op was.

Ik begon me nu opeens stierlijk te vervelen. Peter dronk in stilte en Scherf lag out. Ik had geen trek meer in bier; ik wilde stoned worden. Net toen ik eraan begon te denken dan maar een stuk hash op te eten ging de deur van Peter’s kamer open en kwamen er 4 punks binnen. De Gladbeck fractie was in zijn geheel gearriveerd. Het waren twee jongens en twee meiden. Dieter was een dikke Bursche met spikes en de standaard punkoutfit. Vice Squad stond op de rug van zijn jas; geen smaak om over naar huis te schrijven dus. De naam van de andere gozer ontging me want hij was te dronken om hem normaal uit te spreken. Het klonk als Sigmund maar ik noemde hem Billy omdat hij een beetje op Billy Idol leek. Hij had alleen die typische scheve bek er niet bijgekregen. Knappe gast maar zo wasted als maar kon. Hij hing half op een van de meiden; een groot en duidelijk heel sterk wijf dat Katja heette. Ze was langer en breder dan hij. Mollig maar niet dik. Ze had een beetje een grof gezicht, maar dat was al met al best mooi. Echt zo’n Walkure uit de ring der Nibelungen dacht ik. Ze had een soort dikke vlecht in haar blonde haar dat verder niet geverfd was. Ze had wel een leren jas met studs, maar zonder bandnamen, en kisten onder een legerbroek aan. ‘Die woont nog thuis’, dacht ik. Waarschijnlijk kleedt ze zich straks bij haar vriendin thuis om in haar normale kleding, voordat ze weer naar huis gaat. Ze zou wel een klootzak van een vader en/of een kuttekop van een moeder hebben en ze had ook al een loser als vriendje. Wat een sukkel was die gast. Ik vermoedde dat hij onder de smack of onder de pillen zat maar hij was in ieder geval volledig van de wereld. Ik had altijd al een hekel aan junkies in de scene. Je wilde het liefst iedereen om je heen kunnen vertrouwen, maar junks stalen je shit als je even niet oplette, sloegen het eerst op de vlucht bij schermutselingen en sloegen het eerst door bij politieverhoor. Weg met die lui.

Maar dat meisje was leuk en erg aantrekkelijk. Misschien zou ik nog wel een kans krijgen want die sukkel kon elk moment out gaan en dan was ze vrij. Als ze een beetje slim was zou ze de kans meteen grijpen en hem laten liggen.

Het andere meisje heette Trudie en ze was een klein dik propje met platinablonde spikes en een enorme grote mond waar te pas en te onpas een keiharde en klaterende lach uit voort kwam. Ze was zo dronken als een Maleier. Ze had wel een groot Black Flag logo op haar jas. Goede smaak dus, maar die lach was me iets te hard en er klonk geen echte vrolijkheid in door. Ik had veel meer interesse in de atletisch gebouwde Katja en was blij toen ze naast me kwam zitten al hing Billy met zijn bovenlichaam op haar schoot. Helaas bleek ze geen Engels te praten, dus moest ik vreselijk veel moeite doen om mezelf in het Duits verstaanbaar te maken. Ik was nog geen jaar van school, en was nu al bijna alles wat ik daar geleerd had vergeten. Ik had ook veel te veel gedronken om uberhaupt genoeg Duitse woorden te herinneren. Op uberhaupt na dus, maar dat is een nogal waardeloos woord in een conversatie. Verder kwam ik alleen op woorden die ik nu in ieder geval nog niet moest gebruiken, zoals ficken en frotchen. Wat is bier toch een kutspul. Ik kreeg nog meer trek in een joint.

Intussen was het al ver na zessen en voelde ik een vreselijke honger opkomen. Scherf was wakker geworden en het leek erop dat al dat bier hem geen goed gedaan had. ‘Ik heb honger, jij ook?’vroeg ik hem. Scherf stond wankelend op en strompelde naar de toiletten op de gang, om met veel misbaar het bier uit zijn maag te spoelen. Zo te horen kotste hij zijn darmen ook bijna uit. Scherf en twee en een halve liter bier. Wat een mietje was die jongen toch al moet ik toegeven dat ik ook schele hoofdpijn had van die twee halve liters die ik op had. Ik krijg jammer genoeg al katers terwijl ik nog aan het drinken ben. Ik vroeg Peter of er wat te eten was. Hij nam me mee naar de keuken waar de matjes nog altijd aan het drinken waren en vroeg of ik trek in spaghetti had. Dat leek me een goede maaltijd na dat bier. Maar toen in zag wat Peter in de saus ging stoppen verdween mijn honger als sneeuw voor de zon. Hij maakte een blik met ham open. Van die spam. Zelfs kattenvoer ziet er aantrekkelijker uit en dat ruikt ook beter. Hij wierp de blokjes ham met wat sojaolie in een pan en wierp er een halve fles Ketchup achteraan. Dat was het dan. Ik baalde ervan dat Peter, die bij ons zich helemaal ongans had gegeten aan de nasi en saté, bereid met verse groenten uit de tuin van de Braadworst, me nu afscheepte met een derdewereldmaaltijd. Gelukkig was er wel Parmezaanse kaas die ervoor zorgde dat ik in ieder geval een hoop spaghetti zonder saus maar met veel kaas binnen kreeg. Dit dieet ging ik geen week volhouden bedacht ik me. Hopelijk hadden ze hier in de stad ergens een goede wurstkraam of een snackbar.

Toen ik na de maaltijd Peter zijn kamer weer binnen kwam was Scherf in een geanimeerd gesprek met Trudie, Dieter en Katja verwikkeld. Billy lag nog altijd op Katja’s schoot te slapen. Peter vroeg of Scherf ook wat wilde eten, en ondanks dat ik vanachter Peter zijn rug hard nee schudde als teken dat Scherf deze maaltijd beter aan zich voorbij kon laten gaan, stond hij op en volgde Peter naar de keuken. Ik ging op Scherf zijn plaats zitten en begon Trudie een beetje uit te horen over Gladbeck. Het bleek dat deze vijf punks de complete punkscene van de stad moest voorstellen. Ik vroeg haar wat ze hier nog deden en waarom ze niet naar een betere stad verhuisden. Ze bleven daar allemaal vaag over. Dieter was nog te jong en zat nog op de middelbare school maar de meiden en Billy hadden allang weg kunnen zijn. Nadat de hele meute rond 1 uur ’s nachts naar huis verdwenen was vroeg ik Peter dezelfde vraag. Ik wist van zijn situatie, maar hij was in ieder geval bezig weg te gaan. Het bleek dat Trudie voor haar vader moest zorgen die een zware alcoholist was. Haar moeder was een jaar geleden met een andere man vertrokken en ze had haar nooit meer gezien. Zonder haar zou haar vader het waarschijnlijk nog geen week overleven. Katja zat in bijna dezelfde situatie, alleen had die een moeder die aan zowel pillen als alcohol verslaafd was. Ze had, zoals ik al vermoedde, ook nog een klootzak van een vader die haar dwong voor haar moeder te zorgen zodat hij meer tijd in de kroeg kon doorbrengen. Billy was een junk die ook punk was geworden omdat Katja dat werd. Hij had verder niks met punkrock, hij hield alleen van drugs, al beweerde hij dat hij ook van Katja hield. Ik kreeg intens medelijden met dat meisje. Peter vertelde dat Katja een zwemster was geweest; daarom was ze zo atletisch. Maar ze zwom nu al een jaar niet meer en daarom was ze mollig aan het worden. Stoppen met sporten en bier drinken is een slechte combinatie voor afgetrainde lijven. Ik had haar graag op het hoogtepunt van haar sportcarrière gezien. Volgens Peter stond ze ooit op de nominatie om in het Duits Olympisch team opgenomen te worden. Zo goed was ze geweest. Dat deed me aan dat Leidse meisje denken dat ik bij dat Bad Brains concert had ontmoet, en waar ik toen een nacht bij was blijven slapen. Die deed aan waterpolo en zat in de nationale ploeg. Die meid was zo sterk; die won met gemak van me met handje drukken en dat terwijl ik aan krachttraining en Kempo deed. Ik wilde Katja. Die Billy moest opzouten.

Alle punks zouden morgen weer hier komen om ons de stad te gaan laten zien. Scherf en ik hadden bij Peter aangedrongen dat we de stad eens wilden bekijken waarop de hele troep zich bereid verklaarde ons te vergezellen. Dat vonden we aardig van ze, maar het bleek bittere noodzaak te zijn.

We hadden geen hooggespannen verwachtingen van Gladbeck want het zou hooguit een soort Duits equivalent van Bergen op Zoom of om het even welke kuttig provincie stadje zijn, maar we waren toch wel benieuwd hoe erg het zou zijn. Er waren in ieder geval geen interessante plekken als een club of een platenzaak die de moeite waard was. Tot zover waren we al ingelicht. Maar de punks zouden ons in ieder geval de kroeg laten zien waar ze wel eens dronken. En ik had nog altijd mijn hoop op een goede Duitse worst gericht want ook ‘s ochtends was de keuze in huize Peter niet om naar huis te schrijven; oud brood met jam. Eén daarvan was wel genoeg en ik kreeg hem ook nog maar half weg. De koffie was ook vreselijk maar daar had ik er toch vier mokken van op. Als ik niet snel wat substantieels zou eten stond ik op de nominatie voor hevige maag en darm problemen; racekak welteverstaan…

We liepen de stad in die inderdaad precies zo gebouwd was als de ons bekende Nederlandse provincie stadjes. Alleen waren er geen oude gebouwen te bekennen. Bergen op Zoom heeft in ieder geval nog een oude stadswal en poort maar Gladbeck was in de oorlog natuurlijk volledig ausgebombt. Alle gebouwen hadden een jaren vijftig en zestig uitstraling. Het was best druk op straat want het was zaterdag en de winkelstraten liepen vol mensen. We liepen over een wandelboulevard zonder verkeer. Mij viel het eerst niet zo erg op omdat ik teveel omhoog aan het staren was naar de gebouwen in de stad, een raar trekje van me, maar Scherf stootte me op een gegeven moment aan en knikte veelbetekenend naar de randen van de winkelstraat. Aan de kant van de weg stonden mensen stil, lieten ons passeren en terwijl ze ons nakeken. Ze staarden alleen, en niet geamuseerd zoals we in Nederland gewend waren, maar met onverholen afkeer. Dat kwam uitermate griezelig over. Ik was echt wel wat gewend qua reacties, maar een aversie tegen punks die als op afspraak gezamenlijk uitgevoerd werd was nieuw voor me. We waren in een soort timewarp terecht gekomen en ik voelde me alsof er een grote Jodenster op mijn jas geplakt was. Het werd nog erger toen een oude man die zonder twijfel de oorlog had meegemaakt eerst zacht sissend maar steeds luider tegen ons begon uit te varen. Het enige wat ik verstond waren de woorden ‘ins lager’, maar dat was genoeg om de strekking van zijn betoog te begrijpen. Ik was te verbaasd om er boos om te worden; hier stond iemand, misschien zelfs een oud SS’er, openlijk op straat zijn abjecte, walgelijke en in dit land officieel verboden ideologie uit te dragen. En de meeste mensen op straat, ook degenen die te jong waren om de oorlog meegemaakt te hebben, lieten hem begaan. Het was een feit dat bijna alle mensen die ouder dan 50 jaar waren nog altijd zwaar geïndoctrineerd waren door de opvoeding die ze in het derde rijk genoten hadden. De jongeren waren misschien gewend aan dit soort uitingen en lieten de oudjes maar begaan. Te moe van de eeuwige discussie, maar waarschijnlijk was een groot percentage van de jongeren ook beïnvloed door de ideologie van hun vaders, moeders, opa’s en oma’s die hartstochtelijk verlangden naar de oude tijden. Het was ontluisterend om te zien hoe onder de vernislaag van het nieuwe Duitsland het nazisme nog altijd aanwezig was. Deze mensen wachtten op een nieuwe Fuhrer om daarna andermaal te proberen iedereen die niet binnen hun zwaar burgerlijke moraal paste aus zu radieren.

Alle verhalen van onderdrukking en uitroeiing, die ik van mijn vader en oma had gehoord, balden zich in een krachtig beeld voor mijn ogen; de verhalen over de arbeitseinsatz, over de controle door de Grune Polizei die vanwege de achternaam van mijn familie kwam controleren of we misschien Joods waren, tot en met de gruwelijke boekjes die de moeder van een klasgenoot op de lagere school mee naar school had genomen . Die vrouw stormde op een onbewaakt ogenblik onze klas binnen, gek gemaakt door haar oorlogstrauma en vastbesloten ons te doordringen van het in haar doorgedraaide brein permanente gevaar van het nazisme. Onze juf kon niet voorkomen dat er heel even een boekje met foto’s van de stapels uitgemergelde lijken in de kampen aan de tafel rondging, waar ik samen met haar zoon en twee meisjes; Helga en Judith zat . We hadden de foto’s gezien voordat de juf ingreep en met hulp van de conciërge en twee andere haastig opgetrommelde leerkrachten de krijsende vrouw uit de klas verwijderden. Het was een beeld dat mij als 8 jarige wekenlang nachtmerries zou bezorgen. Nadat de juf in de met stomheid geslagen klas terugkeerde probeerde ze ons omslachtig uit te leggen wat er met de arme vrouw aan de hand was zonder onze tere kinderzielen te beschadigen. Ze kwam niet veel verder dan te vertellen dat er in de oorlog vreselijke dingen waren gebeurd, maar dat de goeden uiteindelijk gewonnen hadden. De meeste van ons wisten dat natuurlijk allang, maar waren nog nooit met de details geconfronteerd. Daarna nam ze mij en de twee meisjes die bij mij aan tafel zaten apart en drukte ons op het hart dat wat we gezien hadden niet echt en uit een film afkomstig was. Dat mens was een laf wezen, ik haatte haar omdat ik wist dat ze loog. Ik had al vaker over de kampen gehoord. Helga en Judith hadden de foto’s echter nauwelijks gezien. Ik was de enige bij wie ze op het netvlies gebrand stonden. Natuurlijk probeerde mijn moeder, die door de Juf telefonisch over het incident op de hoogte was gebracht, me ervan te doordringen dat de oorlog lang geleden was en dat die vreselijke dingen nooit meer zouden gebeuren. Dat was iets dat ik heel graag wilde geloven, maar nog geen jaar later vond er in Chili een coupe plaats tegen een socialistische regering, nam het leger het land over en startte een fascistische dictatuur. Mijn vader was via zijn vakbond betrokken bij het verzet dat vanuit Nederland tegen dit regime werd georganiseerd. Er hingen posters in de gang van mijn ouderlijk huis met daarop de Chileense president Allende met een machinegeweer, verscholen achter een gordijn, tijdens zijn ‘last stand’ in het paleis vlak voordat hij door zijn eigen leger vermoord werd. En posters met rijen pasfoto’s van verdwenen Chileense socialisten. Het werd mij pijnlijk duidelijk dat de dingen die in de tweede wereldoorlog gebeurden helemaal niet voor altijd voorbij waren. En ik wist dat toen mijn ouders me vertelden dat dit soort zaken alleen nog in verre landen gebeurden, ze probeerden te verbergen dat het helemaal niet onmogelijk was dat ook hier de nazi’s ooit de macht zouden grijpen.

Intussen scholden de vijf Gladbeck punks de oude SS’er in het voorbijgaan uit voor Nazi Schwein, maar daar hielden ze het bij. Discussiëren met dit soort mensen had geen zin.

Scherf was nog meer aangeslagen door wat er hier op straat gebeurde dan ik; hij zag bleek en zijn ogen spuwden vuur. Scherf was de meest uitgesproken antinazi die ik kende. De eerste keer dat ik hem zag speelde hij met zijn band op een buitenpodium in de stad en toen drie Haagse nazi punks begonnen te sieg heilen, nadat de zanger van zijn band een lied tegen het fascisme aankondigde, trok Scherf demonstratief de plug uit zijn gitaar en verklaarde het optreden voor afgelopen.

Scherf barstte op dit moment bijna van machteloze woede en bij mij kon hij die in ieder geval verbaal uiten. De rest van de tocht zaten we lekker tegen elkaar op te kankeren en kwamen tot de conclusie dat ze deze stad in de oorlog nog wat effectiever hadden moeten bombarderen. Als het virus van het Nazisme eenmaal in de hoofden van mensen wortel heeft geschoten kon je ze maar beter afschrijven en afmaken. Het was zij of wij en er was geen enkele tussenweg. Haat doet haten.

Eindelijk bereikten we ons einddoel van die dag; een typisch Duitse kroeg waar schlagers uit de boxen knalden en de aanwezige bierbuiken strak voor zich uit bleven kijken toen we binnen kwamen en ons geen blik waardig keurden. De kroegbaas kwam vanachter de tap op ons groepje afgelopen en begon een discussie met Peter die ermee eindigde dat hij ons een plaatje in de hoek van de kroeg aanwees en duidelijk maakte dat hij maar één maal een bestelling van ons zou opnemen. Het bier arriveerde en dorst gekregen door alle commotie klokte Scherf en ik ons glas in één teug leeg. De andere punks nipten echter nauwelijks van hun bier en bleven de clientèle van het café provocerend aankijken. Niemand had ons uitgelegd wat we hier in deze burgermanskroeg nou precies te zoeken hadden, maar we waren hier duidelijk niet voor de lol.

Ik vroeg Peter wat de bedoeling was en hij legde me kort uit dat hij een rechtszaak tegen de eigenaar van deze kroeg had gevoerd omdat deze hem en zijn vrienden had geweigerd. Aangezien dat op uiterlijk was gebeurd, en niet bewezen kon worden dat Peter zich hier ooit had misdragen, had hij de zaak gewonnen en nu kwam hij hier wekelijks een biertje drinken op de overwinning. Scherf en ik begrepen niet waarom hij dat nou zo belangrijk vond. Wij zouden niet dood gevonden willen worden in een kroeg met zo’n baas en clientèle. Het ging duidelijk om het principe, maar wij zagen de zin ervan niet echt in. We raakten hierover in gesprek met Dieter en die wilde nog wel wat meer vertellen. Dieter vertelde waarom het voor deze vijf punks zo belangrijk was om hier in de stad gezien te worden en hier te zijn. Ze moesten laten zien dat we stonden en dat we ons niet en nooit weg zouden laten jagen. Dat kwam door vroeger. Toen hij uitverteld was drong het volle gewicht van zijn verhaal tot Scherf en mij door en het was te bizar om te bevatten. Het werd ons opeens duidelijk waar deze vijf jongeren hun motivatie om ondanks alle tegenstand in dit door God verlaten Nazi-achterland punk te worden vandaan haalden. Zij waren allemaal de kinderen van slachtoffers van het derde rijk. De kinderen van democraten, socialisten en communisten; de mensen die door Hitler en zijn trawanten tot volksvijanden waren gebombardeerd en opgeruimd werden, en de kinderen van mensen die gedwongen hun bek hielden in de donkerbruine jaren. Mensen die het andere Duitsland aanhingen; het Duitsland van Goethe en Schiller, Einstein en Brecht.

Ook na de oorlog behielden hun families de in de nazi tijd opgelegde stigma’s. Ze werden getolereerd maar met de nek aangekeken door de meerderheid van de plaatselijke bevolking die stuk voor stuk in de oorlog aan de verkeerde kant hadden gestaan. In de ogen van deze mensen was de enige fout die de Nazi’s gemaakt hadden dat ze de oorlog verloren hadden. En dat lag in hun ogen niet aan een zwakte in hun ideologie maar aan een reeks gemaakte strategische fouten, waarvan de belangrijkste was dat men niet meteen naar het Oosten was opgerukt, maar eerst het westen van Europa had aangevallen waardoor de Amerikanen zich met de strijd waren gaan bemoeien. Deze mensen hadden het erg naar hun zin gehad in het derde rijk; af en toe eens een mars door de straten, wat winkels van Joden belagen, wat socialisten opknopen en de rest van de tijd de dingen doen die Ariërs leuk vinden om te doen; koekoeksklokken repareren, bijvoorbeeld.

klik hier voor Deel 3 van Duisterland

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

Mensch, das ist doch kein Reichsadler; das ist ein Kuckkuck (Heinrich Boll)

Duisterland

Scherf en ik gingen een weekje naar Duitsland om eens te kijken hoe het leven daar was. Peter zou zonder twijfel een goede gastheer voor ons zijn. We waren beiden onder de indruk van Peter die gewoon een gèrse gast was. Peter was lang en breed en niet dik zoals de meeste Duitsers. Hij zag er afgetraind uit en straalde de rust uit van een vergevorderde beoefenaar van karate. Peter had ons voor het eerst de muziek en teksten van M.D.C. laten horen, en dat feit op zichzelf was al genoeg om hem in de hogere regionen van coolness te plaatsen. M.D.C. was de snelste en hardste hardcore band die we tot dan toe hadden leren kennen. De cassette van de LP van M.D.C. genaamd Millions of Dead Cops die Peter uit Duitsland mee had genomen had de hele week dat Peter in de Braadworst verbleef door het pand geschald en was door bewoners van bijna alle kamers gekopieerd. Die titel was op zichzelf al een statement en de muziek dekte de lading. Hier werd een portie woede, angst en vertwijfeling de wereld in geslingerd die zijn weerga niet kende en die het beeld dat punks van deze wereld hadden niet alleen bevestigde maar ook nog vele malen versterkte. Iedereen en alles was tegen ons. Politie, politici en zakenmensen geholpen door het klootjesvolk stonden klaar om ons allemaal naar het kamp te transporteren. Ze hadden alleen nog een excuus nodig.

Peter was anti-nazi op een manier die je bijna alleen bij Duitse jongeren zag. Natuurlijk waren de Nederlandse punkers ook opgegroeid met de verhalen over de bezetting, de arbeitseinsatz en de kampen. En voor ons Rotterdammers kwam daar natuurlijk ook nog het bombardement op onze stad bij. Maar de verhalen die Peter over Nazi’s vertelde gingen dieper dan de brute bezetter die de wereld wilde veroveren. Peter vertelde op welke manier de nazi’s zijn familie in hun greep hadden gekregen, hoe iedereen in Duitsland in feite gedwongen werd mee te doen met het circus Hitler, en erger nog; hoe lekker de meeste mensen dat vonden. Fascisme was iets dat altijd zou blijven sluimeren, elk moment kon er een nieuwe sterke man opstaan die de bruine hordes tot leven zou wekken. En als eerste maatregel zou deze nieuwe Hitler de buitenlanders, al het linkse volk en de punks achter prikkeldraad laten verdwijnen. “De gedachte dat jullie samen met die geitenwollensokkenfiguren en stinkturken in een kamp terecht komen is natuurlijk onverdraaglijk”, zei Bunny altijd met haar kenmerkende grijns. Iedereen negeerde haar zoveelste provocatie. De meeste bewoners van het pand konden  moeilijk verbergen dat ze een schijthekel aan Bunny hadden. Ik mocht haar ergens wel omdat ze ondanks dat ze echt een kreng kon zijn wel altijd eerlijk was en alles durfde te zeggen wat er in haar opkwam. Het kwam maar zelden voor dat iemand zowel met de punk als de skinhead-scene contact had. Via haar hadden we een beetje kijk op de skinheads uit de stad en dat was wel nuttig. Door haar verhalen uit die scene was het voor ons heel duidelijk geworden dat al die paranoïde denkbeelden dat skins de voorhoede van het weer oprijzende fascisme waren onzin waren. Die lui hadden er veel lol in om punks te provoceren, maar zelden waren skins echt georganiseerd met neo-nazisme bezig. En we wisten precies wie dat waren. What comes around goes around. Bunny ging alleen een beetje teveel op in haar rol.

Maar Peter had Scherf en mij dus uitgenodigd om naar Gladbeck te komen; gladbek zoals ik het expres bleef noemen, of platbek, naarmate de treinreis vorderde, want het lag in het Ruhrgebied en het stadje was dus ongetwijfeld in de oorlog behoorlijk platgebombardeerd. Het was trouwens nauwelijks op de kaart terug te vinden. De dichtstbijzijnde grote stad was Dortmund; ook geen onder punks echt bekende stad. Peter had ons wel beloofd dat we er een nacht uit zouden gaan, omdat er in Gladbeck natuurlijk absoluut niets te doen was. Peter zat in Gladbeck omdat hij daar zijn vervangende dienstplicht uitgevoerd had. Hij had dienst geweigerd. En de gevolgen daarvan waren, los van de uitvoering van zijn vervangende dienstplicht, dat zijn vader hem niet meer terug in huis wilde nemen. Dat had hij eens tussen neus en lippen verteld. Vandaar dat hij voorlopig in Gladbeck was blijven hangen. Maar hij was al op zoek naar een huis in Berlijn. Berlijn, punkhoofdstad van Europa, daar wilde iedereen wel heen, en men zei dat als je er eenmaal kwam je er wilde blijven. Ommuurt West-Berlijn, eiland in de DDR, waar een hele wijk onder gezag van de krakers stond; mytisch Kreuzberg. Maar daar gingen deze Rotterdammers deze keer dus niet heen, integendeel, Gladbeck zou een ervaring worden gelijk aan de avonturen van boven vijandelijk gebied neergehaalde piloten of aan de arbeitseinsatz ontsnapte dwangarbeiders. Shitville Germany, erger zou het niet worden. Maar dat wisten we toen nog niet.

Ins Deutschland reisen was natuurlijk al een avontuur op zich, want je moest eerst de grens over zien te komen. Peter had ons bezworen normale kleding aan te trekken en het haar plat te kammen, maar dat was voor ons een brug te ver; we gingen niet verkleed de grens over, ze moesten ons maar nemen zoals we waren, en als ze dat niet trokken moesten ze ons maar terug sturen.

Na Venlo passeerden we de grens, en dat viel allemaal nog best mee. Onze paspoorten werden onderzocht en meegenomen, ongetwijfeld naar het douanekantoor om daar te checken of we niet als gezocht op de telex stonden. We werden niet gefouilleerd op drugs want de douane-beambte keek ons aan en was er onmiddellijk van overtuigd dat we geen grammetje bij ons konden hebben omdat we er totaal ontspannen bij zaten. Het valiumpje van Saskia die we een kwartier voor de grens hadden gedeeld deed wonderen want we hadden beiden wel degelijk voor honderd gulden aan hash bij ons, maar we bleven zodanig cool en keken de douane beambte zo onbezorgd en uitdagend aan, onze tassen uitnodigend al half geopend dat hij ervan af zag om ze te inspecteren, dat de beambte in de waan kwam dat hij zijn tijd zou verdoen met ons grondig door te lichten. Power of Suggestion. De hash was door Spijker verpakt dus we waren ook niet bang voor de hashhond. Vijf dagen zonder iets te blowen was voor mij ondenkbaar en in Duitsland zou die shit gemakkelijk het dubbele op moeten brengen mochten er geldproblemen ontstaan.

Een van die Grune Polizisten probeerde ons te ondervragen wat hij al snel opgaf omdat het enige Duits wat we uit onze bek kregen bestond uit “wah, bitte?” Al met al hadden we nog geen 10 minuten oponthoud. “Vroeg die eikel nou of we de RAF leuk vonden?”zei Scherf lacherig toen de trein verder Duitsland in reed. “O was ik maar bij moeder thuis geble-he-ven bulderden we samen door de coupé in de hoop dat de melodie van het Horst Wessel lied onze medereizigers bekend voor zou komen. Niet dat er veel kans was dat men ons hoorde want de trein was lawaaiig en uiteraard was er niemand bij ons in de coupé gaan zitten. Eén van de voordelen van ons uiterlijk was dat je in de trein meestal een coupé voor jezelf had, hoe druk de trein ook was. Alleen domme hippies durfden soms bij je te gaan zitten maar die hielden die het vaak ook niet lang uit. Ik werd altijd erg rechts als hippies met mij over politiek wilden babbelen.

Toen we in Gladbeck aangekomen waren en de trein verlieten zagen we dat alle andere coupés vol zaten, en voelden we ons best lekker genegeerd. Scherf had een heuse koffer bij zich vol kleding. Daar snapte ik nou niks van want we zouden maar een week weg blijven. Ik had alleen wat ondergoed en een reserve T-shirt meegenomen. Dat paste met gemak in een plastic boodschappentas. Scherf was altijd al een beetje raar; hij kon niet verbergen dat hij onder een dun laagje punkvernis toch behoorlijk burgerlijk was. Die gast stofzuigde zijn kamer iedere week! Vermoeiend, maar het was wel handig dat hij mijn afwas er ook vaak bij deed als hij eenmaal bezig was.

Daar stonden we dan op station Gladbeck perron 2. Ik vond het opvallend dat zo’n klein kutstadje maar liefst 6 perrons had. Al dat spoor hebben ze vast in de oorlog gelegd zei ik tegen Scherf. Hij keek me vragend aan. Zodat ze nog sneller joden naar het kamp konden transporteren, legde ik uit. Scherf kon de opmerking blijkbaar niet waarderen, want er kon geen lachje af. Logisch want Scherf had wel wat anders aan zijn hoofd. Er was geen Peter te bekennen, sterker nog we stonden als enigen op het perron en er was helemaal nergens iemand te bekennen. Ook de andere perrons waren leeg. Het deed me op een of andere manier aan een scène uit een oude western denken; het lege station waar niemand durft te komen omdat er twee huurmoordenaars verwacht werden om vlak buiten het station op een regen van kogels getrakteerd te worden.

Ik begon richting de trap die ons van het perron naar de tunnel onder het station moest brengen te lopen wetend dat Scherf me wel zou volgen. Ik hoorde opeens een onverwacht geluid en keerde me verbaasd om. En jawel, daar kwam Scherf. Hij trok zijn koffer voort; hij had een koffer met wieltjes eronder en daar kwam het geluid vandaan. Wat een wanhoop. Een koffer met wieltjes alsof hij een oud wijf was.

Deel 2 van Duisterland klik hier

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 143 other followers

%d bloggers like this: