Navigatie overslaan

Tagarchief: Eksit

In 1983 heb ik optredens gezien van drie van de meest legendarische punk/hardcore bands aller tijden: Black Flag, Bad Brains en M.D.C. Deze drie concerten waren zonder enige twijfel de hoogtepunten in mijn leven als bezoeker van optredens. Nu kom je gemakkelijker onder de indruk van een uitvoering als je nog jong bent, maar bij deze optredens gebeurde er meer dan een band die een goede, gepassioneerde set speelde. Er was een onmiskenbaar een soort magie aanwezig.  Een magie die de bezoekers van deze optredens verleidde tot gedrag dat verder ging dan bewondering voor rocksterren, verder dan vooraan bij het podium los gaan in de pit. Bij deze optredens heb ik mensen gezien die terug keerden naar een soort oerdrift. Mensen in al hun glorie en tegelijk in al hun lelijkheid. Mensen die al hun demonen op de andere aanwezigen, maar ook op zichzelf, los lieten. En ik voelde die drift zelf ook; een bijna onbeschrijfelijke opwinding die een kracht opriep die maakte dat je het een uur of langer in de slampit volhield om op andere lichamen in te beuken, die je aanzette op speakertorens te klimmen en je met doodsverachting in de massa te storten. Die je mee deed brullen en als je de tekst van bepaalde nummers niet kende oerkreten deed slaken totdat je stem kapot was. Een kracht die zorgde dat alle lichamelijke en geestelijke pijn tijdelijk vergeten werd. Tot de volgende morgen natuurlijk, want dan voelde je de blauwe plekken, kneuzingen, missende tanden en gebroken botten wel degelijk. Maar ook op zo’n moment kon je niet anders dan je levend voelen. Levend op een manier waar al die miljarden, voorzichtig door het leven manoeuvrerende, squares  niet eens aan durfden denken.

M.D.C.  Shiva – Uithoorn vrijdag 23 december 1983

Mick kwam bij ons langs om te zeggen dat hij van plan was om een busje te huren en met een grote groep naar het optreden van M.D.C. in Uithoorn te gaan. Natuurlijk had ik nog nooit van dat gat gehoord. Uithoorn is een dorp ergens onder Amsterdam en ik kwam niet graag in dorpen. Ok, officieel was Uithoorn een aparte gemeente dus een stadje. Maar wat doet dat ertoe? Een gat blijft een gat. De naam van het Jongerencentrum deed me wel vaag wat: Shiva. De naam rook naar hippies. Ik was niet enthousiast over de plaats van het optreden en vroeg me af waarom M.D.C. niet ergens in een stad als Den Haag, Amsterdam, Leiden of Utrecht speelde. Het was destijds een stuk moeilijker om uit te zoeken waar de optredens van een tour plaats ging vinden. Als data niet in de Oor stonden hield het eigenlijk al op, want dat was destijds het enige blad met een landelijke concertagenda. Rotterdam was op dat moment zo dood als een pier dus dichtbij huis hoefde je het verder ook niet te zoeken. Kaasee was al afgefikt voordat ik er ooit geweest was, Eksit was ook gesloten,  de Arena was net open, maar programmeerde zelden punk en alleen in het Poortgebouw was er af en toe een feest.

Het was het een verontrustend teken dat steeds meer punkconcerten alleen buiten de grote steden georganiseerd werden. Punk volgde hetzelfde patroon als hardrock; het begint in de stad en zakt af naar het platteland. Zodra dat gebeurd worden er regels opgesteld waar iedere liefhebber van het genre zich via peer pressure aan diende houden en werd er een uniform uitgegeven waar iedereen zich in moest hullen. Daarna was de lol er dan definitief vanaf. De creatieve geesten gaan op zoek naar iets nieuws en de sukkels die niet zonder een vast stramien kunnen blijven over. Vanaf dat punt wordt alles een eindeloze herhalingsoefening. Achteraf bleek gelukkig dat die tijd wat punk betreft nog niet aangebroken te zijn. Dat kwam omdat het genre zich met hardcore opnieuw uit wist te vinden. Hardcore op zijn beurt was zo dynamisch en zo diep in de underground genesteld dat vaste regels er geen grip op leken te krijgen. In het begin was hardcore rigoureus anti-metal , maar nog geen vijf jaar later mengde bijna alle bands metalinvloeden door hun sound en nog drie jaar later antwoordde de metalscene door hun eigen versie van metal met hardcore invloeden; trashmetal. Er ontstonden wel een aantal subgenres die zich aan regels bonden maar die waren vaak zo extreem dat die nooit de hele scene kon overnemen. Een goed voorbeeld daarvan is straight-edge; er zijn maar weinig jongeren die drank en drugs opgeven omdat ze bij een bepaalde groep willen horen. Hetzelfde gold voor extreme veganisten, dierenactivisten, krakers etc. Maar ook voor Nazi’s, bikers en hooligans.   Al dat soort groepen bleven in de hardcorescene door elkaar lopen. En dat zorgde ervoor dat men hoe dan ook met elkaar in contact bleef. En al haatte je de denkbeelden sommige groepen nog zo erg; zolang je gedwongen wordt met ze om te gaan kan je meestal niet anders dan ze als menselijke wezens te blijven zien. Al waren er natuurlijk  uitzonderingen.

Ik vond groepsreizen nooit zo leuk, behalve als ik met mijn eigen band op weg ging. Ik trek graag mijn eigen plan en als een optreden tegen valt ga ik het liefst er met de stille trom vandoor. Dat wordt moeilijker als je met een groep gaat die verwacht dat je de terugreis ook mee gaat maken. Beetje lullig om die mensen uren naar je te laten zoeken als je weggesneakt bent. Het wordt nog een factor moeilijker als je  vriendinnetje die tijdelijk bij je ingetrokken is ook mee gaat. Want die blijft zoeken tot ze een ons weegt en houdt de hele groep vast.

Maar M.D.C. was een band die ik absoluut niet wilde missen. Sinds ik via Peter uit Duitsland die band leerde kennen was ik fan. De Millions Of Dead Cops LP had ik grijs gedraaid. Dat was en is de meest agressieve punk LP aller tijden. Het subgenre waar M.D.C. zich in bewoog werd al snel hatecore genoemd. Later zijn ultra rechtse elementen er met die genrenaam vandoor gegaan en werd Hatecore de vlag waaronder een Amerikaanse racistische Oi beweging opereerde. Maar M.D.C. was niet bezig met  rassenhaat. Hun haat richtte zich tegen het systeem en dan inderdaad vooral tegen de politie.  In het nummer ‘Dead cops/America’s so straight’ kwam de zinsnede “macho fucking slaves, we’ll piss on your graves” voor.  Er was ooit een recensie van die LP in de Oor verschenen; geschreven door Swie Tio. Die jongen was best in voor heftige muziek en dito statements maar M.D.C. ging wat hem betreft echt te ver. Volgens hem waren het haatzaaiers. Ik las die recensie met een grote glimlach. In die periode was alles dat in andermans ogen te ver ging pas echt interessant. Maar ik was het ook volledig eens met M.D.C. wat hun haat tegen de politie betreft. Ik had nog nooit iets goeds met de politie meegemaakt. Dat ik in Duitsland door een agent was gered van een groep hooligans telde niet mee. Dat was trouwens spoorwegpolitie. En die man had ons alleen geholpen omdat hij geen zin had om zichzelf voor dodelijke incident op zijn station te moeten verantwoorden. De politie was er nooit als je bedreigd of  in elkaar geslagen werd. Maar als je een pandje kraakte, graffiti spoot of op straat een joint rookte waren ze er als de kippen bij. Ze waren op hun ergst bij demonstraties en rellen. Punkers werden in die situaties als loslopend wild gezien waar politieagenten straffeloos hun frustraties op konden botvieren. Haat wordt altijd met haat beantwoord. Natuurlijk provoceerden punkers de politie regelmatig, maar dat doen dronken studenten ook. En ik heb nog nooit gehoord dat agenten speciaal de pik op studenten hadden. Nu had ik behalve de hierboven beschreven afwezigheid van de Hermandad en de kleine ongemakken op straat nog niet veel last van de politie gehad. De echt heftige incidenten moesten nog komen. De avond met M.D.C. zou wat dat betreft een voorbeeld worden van het gezeik dat je met de lange arm der wet krijgt als je zelf je regels wil bepalen en je eigen akkevietjes rechtstreeks met de ‘schuldigen’ wil afrekenen.

Maar we zeiden dus ja op het aanbod van Mick.  De bus zou ons op de dag van het optreden rond 7 uur ophalen. Uithoorn was nog geen uur rijden al zou het waarschijnlijk wel even zoeken worden voordat we Shiva zouden vinden want niemand van onze groep was daar ooit geweest en dorpen zijn meestal nogal onlogisch ingedeeld. Later die nacht zouden we daar nog de wrange vruchten van plukken.

We zaten met  tien man in de bus. 6 jongens en 4 meiden; geen slechte verhouding. Aso en Essie hadden de etage boven Eviline en mij gekraakt. March en Kikker woonden nog in de Raephorststraat waar mijn eerste huis ook gestaan had. Dat was alleen al afgebroken terwijl hun huis voorlopig nog gespaard bleef, Speedy woonde een paar  deuren verder en Mick zat in de Bloklandstraat. We hadden Anar in Gouda opgepikt en zij had twee onbekenden bij zich;  Raggel en Died. Mick kwam ook uit Gouda en was pas recent naar Rotterdam verhuisd. Gouda lag op de route dus een extra stop was geen probleem.

Het was een personenbusje met een aparte cabine en een laadruimte waar maar liefst drie banken stonden. We konden breeduit zitten, er was plenty bier, sterke drank en hasj aan boord dus de sfeer zat er al gauw lekker in. Normaal drink ik niet graag en houd ik het bij blowen, maar het is vervelend om als enige stoned te zijn tussen een groep dronken idioten, dus dronk ik deze keer mee. Kopstootjes werd het drankje van de avond. Een slok jenever weggespoeld met bier. Dat ging hard. Iedereen was compleet laveloos tegen de tijd dat we in Shiva aankwamen.

Het was nog vroeg en de zaal ging eigenlijk pas om negen uur open. Maar het was bitter koud buiten en de crew van de zaal had medelijden dus lieten ze ons alvast naar binnen. Niemand heeft ons later die avond nog om entreegeld gevraagd, en wij dachten daar ook niet aan. Pas toen ik de volgende dag thuis kwam ontdekte ik dat de 20 gulden die ik voor kaartjes voor mij en Eviline had bewaard nog in mijn zak zaten.

M.D.C. kwam vlak na ons aan en we hielpen, zo goed als we met onze dronken koppen nog konden, de band hun backline naar binnen te brengen.  Ik raakte in gesprek met Franco; de bassist van M.D.C. die nog openlijker een hippie was dan Dez Cadena van Black Flag. Hij was een kleine versie van Thomas Chong en een uiterst vriendelijk persoon met een ontwapenende glimlach. Echt de laatste die je in een hatecore band verwacht. Franco vroeg me naar een tekening op de mouw van mijn jas. Ik had daar een gebroken heroïnespuit geplaatst met de woorden “ slam yer fix’ eronder.  Ik was er heilig van overtuigd dat die spreuk iets als ‘ sla je spuit kapot’ betekende. Maar Franco maakte een veelbetekenend gebaar van een spuit in je arm plaatsen en vroeg knipogend of ik zin in een shot had. Ik was totaal verbijsterd. Niet alleen omdat Franco aan de smack zat maar vooral omdat ik, overigens niet voor de eerste keer,  slachtoffer was van een Babylonische spraakverwarring.  ‘ Slam yer fix’  betekende ‘ ram die spuit in je arm’. Ik snapte nu waarom ik de laatste tijd werd weggekeken bij straight- edge feestjes, haha.

De deur van Shiva moest een half uur later al open voordat we klaar waren met het installeren van de backline. Als wij ons er niet mee hadden bemoeit was dat waarschijnlijk veel sneller gegaan. Maar we waren erg gezellig door al die drank. M.D.C. deed een snelle soundcheck. Weer een bewijs dat lange soundchecks alleen voor pretentieuze sukkels bedoeld zijn. We kregen twee nummers als voorproefje van het optreden en daarna duurde het wachten lang. B.G.K. speelde in het voorprogramma en speelde over dezelfde backline. Later bleek dat BGK alle apparatuur voor deze tour aan MDC uitleende. Bands hielpen elkaar nog in die tijd. Evilline was fan van BGK maar ik liep er niet echt warm voor. Ik vond the Nitwitz; de band waaruit BGK was ontstaan honderd keer beter en vooral een meer originele sound hebben. BGK was de eerste Nederlandse band die hardcore volgens de regels speelde. Regels, bah!

De meiden hadden honger gekregen en besloten voordat de optredens begonnen het dorp in te gaan en een snackbar te zoeken. We gaven ze onze bestelling mee al was ik bang dat ik een vette hap niet lang binnen zou houden. Terwijl de zaal vol liep pendelden wij tussen onze bus en Shiva. Free beer; the only beer that matters…. Al beloofde ik mezelf dat ik Mick wat geld zou geven voor het bier, de huur van de bus en de benzine. Hij zou daar nooit zelf om gevraagd hebben; die jongen was veel te goeiig.

We kwamen er eigenlijk pas nadat BGK al lang en breed gespeeld had achter dat de meiden nog altijd niet terug waren gekomen. Aso en ik waren te dronken om ons echt zorgen te maken om Essie en Eviline. We gingen er vanuit dat de dames in het dorp verdwaald waren geraakt en we konden ze nu niet gaan zoeken omdat MDC op het punt stond te beginnen.

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Dit is het tweede stukje dat ik online zet. Enjoy…

In de tussentijd was iedereen op school alweer gewend geraakt aan mijn nieuwe uiterlijk.

Leren jassen met slogans en bandnamen waren nog steeds leuk, maar het korte geblondeerde kapsel begon me al gauw de keel uit te hangen. Dat was veel te gewoontjes. Daarbij was de helft van de school helemaal dol op The Police en die droegen dat kapsel ook.

Drie maanden later was mijn haar weer wat langer, met de geblondeerde lokken flink uitgegroeid. Ik zat op een avond bij Vincent om mijn haar zwart te laten verven en ondertussen, tijdens de inwerktijd van de verf, plaatjes op cassettes op te nemen. Vincent struinde elke week diverse platenzaken af op zoek naar nieuwe singles en lp’s dus had ik altijd genoeg keuze om een cassette van 90 minuten aan nieuwe muziek op te nemen.

Nu had ik al een tijdje een plannetje, maar ik moest nog even de consequenties van die actie overdenken. Wat ik wilde zou niet alleen alle leraren, de directie en de leerlingen op school in de gordijnen jagen, maar ook mijn ouders. Ik wilde een hanenkam! Ik zou de allereerste gast in Rotterdam met een hanenkam worden. Ik kende wel een meisje die een kam had gehad, maar die was al een tijdje niet meer in Rotterdam gesignaleerd. Waarschijnlijk was ze, zoals zo velen, vertrokken naar de kraakscene in Amsterdam. Verder had ik in Eksit een meisje gezien die een soort paarse pauwenkam had; dus overdwars over haar hoofd. Een prachtig gezicht was dat by the way… Maar de jongens droegen allemaal kort stekelhaar en de favoriete kleur was zwart. Een zwarte kam was dus wel zo origineel.

Voordat ik het wist flapte ik mijn voornemen eruit. Vincent keek me met glanzende ogen aan. “Ik heb wat voor jouwwwww”zei hij op zijn karakteristieke manier. Vincent had de neiging woorden heel lang uit te rekken als iets hem opwond.

Vincent liep de kamer uit en kwam terug met een doosje in zijn hand. “Taddaaaaaa”zei hij en liet een tondeuse zien. Die was natuurlijk van zijn moeder want die schoor haar hoofd ook altijd bijna kaal. “Kom hier met die kop; hiermee is het zo gepiept” zei Vincent. Ik aarzelde echter ineens bij het idee dat ik morgen weer een week bij mijn moeder en haar nieuwe vriend moest intrekken. “Verf het nou eerst maar gewoon, die kam komt nog wel zei ik”. “Schijtert” riep Vincent, je gaat nu die kam nemen anders ben je… Hij bleef even steken. “Chicken”? Probeerde ik met een grapje het ijs te breken. “Wat bedoel je?” vroeg Vincent. Ik was even vergeten dat Vincent weigerde om niet Nederlandse woorden in zijn vocabulaire op te nemen. ( het woord vocabulaire zou hij dus ook nooit en te nimmer gebruikt hebben.) “Laat maar” zei ik dus. Ik ging met mijn rug naar Vincent zitten en deed de handdoek die ik al voor het verven klaar had gelegd om mijn schouders. Vincent stopte de stekker in het stopcontact en klikte de tondeuse aan. Een niet onplezierige trilling zoemde achter mijn oor en de tondeuse raakte mijn nek. Vincent bewoog het apparaat omhoog, maar voorbij mijn nekhaar waar de echte inplant begon was mijn haar volledig dicht gesmeerd met zeep om het omhoog te houden. De tondeuse beet zich erin vast en ik kreeg een gevoel alsof Vincent mijn scalp eraf probeerde te rukken. “Stop” schreeuwde ik, maar de tondeuse kwam niet zo gemakkelijk los. Talloze haren werden op een wel erg kordate manier uit mijn hoofd gerukt voordat de tondeuse weer los kwam.

Ik spoelde mijn haar eerst uit, daarna moesten we wachten totdat het droog genoeg was om de tondeuse weer veilig te kunnen gebruiken. Dat gaf me nog wat extra bedenktijd. Ik wist dat het morgen een moeilijke dag zou worden want dit kapsel zou me de hele dag op de meest uiteenlopende afkeurende reacties gaan opleveren. Maar terwijl mijn haar droogde sloeg mijn vrees om in anticipatie. Ik wist ook van mezelf dat als ik die kam niet vandaag zou laten scheren ik er aan zou blijven denken totdat ik me een mietje zou voelen. Mijn haar was alleen nog niet lang genoeg om een echt mooie dunne kam neer te zetten dus het zou een soort Taxidriver kam moeten worden. “Are you talking to me?” was natuurlijk een prachtige slagzin om morgen op school te gebruiken tegen de eerste de beste sukkel die iets over mijn nieuwe kapsel zou durven zeggen. Ik zat zo nog door te mijmeren toen Vincent plotseling de tondeuse weer op mijn hoofd zette en in een beweging een grote baan haar wegschoor. “Kijk je een beetje uit dat je het midden laat zitten, zei ik verschrikt. Ik heb geen zin om morgen erbij te lopen als een skinhead, OK?”. “Skinhead! Leuk idee” zei Vincent. Het was dat ik op tijd mijn hoofd weg trok anders had hij expres een baan midden over mijn hoofd weggeschoren. “Hé kappen” schreeuwde ik naar Vincent. Nu vertrouw ik je niet meer, ik scheer de rest zelf wel.” “Ik dacht het niet, zei Vincent. Mijn tondeuse en mijn kunstwerk…”

-“Wat bedoel je nou met kunstwerk? Een kam kan iedereen maken”.

- “Ik was anders iets heel speciaals van plan” zei Vincent.

- “Een kale kop is nog makkelijker” beet ik hem toe.

- “Dat bedoelde ik niet” zei Vincent. Ik ga er echt iets moois van maken.”

- “Ik wil een hanenkam en verder niks”, zei ik.

-“Die krijg je van me” zei Vincent, maar ik wilde er nog iets extra’s doen”. Hij pakte twee mallen en een stift erbij. De mallen waren een krakersteken (een cirkel met en bliksem straal erdoorheen) en een radio-actief teken. Hij wuifde de spullen voor mijn gezicht en zei dat hij met de stift de mallen zou aftekenen nadat hij met de tondeuse mijn haar naast de kam zo kort mogelijk had gemaakt en hij ze dan met een mesje uit zou scheren. Ik wist dat het toch geen zin had om hem van dat idee af te brengen en dat, mocht het mislukken, we alles gemakkelijk alsnog weg konden scheren. Dus met een korte handbeweging liet ik mijn instemming blijken en Vincent ging aan de slag.

De vibraties van de tondeuse deden mijn zenuwen op een prettige manier tintelen. De lokken half geblondeerd haar vielen op mijn schouders en ik kon het niet laten om elke verse gekortwiekte baan op mijn hoofd te betasten.

Nadat de twee zijkanten van mijn hoofd gedaan waren pakte Vincent de mallen en tekende met een rode stift de stukken haar af die bij het scheren gespaard moesten blijven. Daarna smeerde haar mijn hoofd in met scheerschuim uit zo’n ‘old spice’ potje daarbij zorgend dat de afgetekende plekken zo weinig mogelijk schuim ingezeept werden.

“Daar gaat ie” jubelde Vincent toen hij uiteindelijk het mes op mijn hoofdhuid kon zetten. Centimeter bij centimeter werd mijn schedel van haar ontdaan. Ik heb echt dik haar dus Vincent moest elk plekje drie of vier keer behandelen voordat al het haar echt verdwenen was. ER zat helaas een ontsmettingsmiddel in het schuim wat we gebruikten en dat prikte als de hel op mijn geteisterde kop. Na een kwartier begon ik echt genoeg te krijgen van het stilzitten en de voortdurende pijn, maar we waren niet eens klaar met de linkerkant van mijn hoofd. Ik had het gevoel dat mijn kop onder de diepe krassen van het mes zat. Vooral de tekens die uitgespaard moesten worden waren lastig. Het leek wel of Vincent de haartjes daar één voor één aan het wegscheren was. En hoe vaker hij hetzelfde stuk huid met het mes behandelde hoe meer het schuim ging prikken. Ik begon steeds meer met mijn kont te draaien op de stoel tot ongenoegen van Vincent die af en toe een pets op de al kale gedeeltes van mijn hoofd gaf om me tot kalmte te manen. Ik besloot dat als ik die kale kop zou houden ik voortaan een elektrisch scheerapparaat zou gaan gebruiken; dat leek me makkelijker en die behandeling kon ik ten minste bij mezelf doen. Maar of ik überhaupt lang met die kam zou gaan lopen was nog te bezien. Het moest allemaal niet te bewerkelijk worden en ik zat mezelf natuurlijk ook nog steeds af te vragen of ik de reacties op dit kapsel wel zou trekken.

Na ruim twee uur op de stoel was Vincent eindelijk tevreden en opgelucht stak ik mijn hoofd onder de kraan om de resten scheerschuim en haar weg te spoelen. Het resultaat zag er opmerkelijk goed uit; er was geen spoortje van enige verwondingen te zien. Mijn hoofdhuid was wel een beetje rood aangelopen; waarschijnlijk door dat stomme ouwe lullen scheerschuim dat we gebruikt hadden. Het radioactief teken en de krakersbliksem zagen er ook mooi scherp afgetekend uit; zoiets kon je wel aan Vincent overlaten. Ik kon niet van de kale hoofdhuid afblijven. Het voelde zo vreemd en zo lekker om op plaatsen waar je, zo lang je het kon heugen, haar hebt gevoeld opeens kaal te zijn.

Het was intussen al na twaalven en omdat ik de volgende dag naar school moest sloop ik over het dak terug naar huis en ging ik naar bed. Ik heb die nacht niet veel geslapen. Morgen zou een moeilijke dag worden. De eerste, maar zeker niet de ergste hindernis was mijn vader. Dan de straat. School zou leuk worden vergeleken met de straat. Die avond zou mijn moeder me met de auto komen halen omdat ik die week bij haar en haar vriend zou wonen en ik zo gemakkelijk al mijn schoolboeken in één keer mee kon nemen. Dat zou de moeilijkste worden.

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

T-shirts maak je gewoon zelf

Spuiten

Vincent was twee jaar jonger dan ik en zat bij mijn zus op school. Hij zat op de IVO; een Montessori Mavo. Vincent werd net iets eerder punk en op een of andere manier zag hij er ook altijd wat cooler uit dan ik. Ik deed zo mijn best om er heftig uit te zien. Met spikes, leer, een half stuk zeep in mijn haar om de haarpieken mooi omhoog te houden en slogans en bandnamen op mijn jas getekend. Maar Vincent deed niets van dat alles en zag er toch altijd raarder, uit dan ik. Hij was geen stereotype punk. Hij straalde in alles originaliteit uit.

Vincent had half lang haar; daar zag je bijna nooit andere punks mee lopen. Als hij zich zo in Eksit zou laten zien zouden ze hem een hippie noemen en hem ofwel negeren of voor zijn bek slaan, dacht ik. Hij had zijn haar wel geblondeerd en daarna groen geverfd. Maar die kleur hield hij niet goed bij want na een paar weken begon het eruit te zien als een groot schimmelnest. Hij had ook altijd dezelfde broek aan; een gifgroene broek die hij ooit van zijn moeder had gekregen. Waarschijnlijk gekocht bij ‘the Swindle’, op de Gaffelstraat (later verhuisd naar de Nieuwe Binnenweg en nog altijd bekend als The Black Widow.) Nadat hij die broek van zijn moeder gekregen had heeft hij hem aangetrokken en nooit meer uitgedaan. Het resultaat was een broek die op een bizarre, heel natuurlijke manier ging desintegreren. Ik maakte vaak zelf gaten in mijn kleren, maar Vincent had zo zijn eigen manier. De broek werd na verloop van tijd ook keihard van al het opgeslagen vuil en ging niet scheuren, maar breken. Vooral de bilpartij had daar last van en het duurde dan ook niet echt lang voordat Vincent ’s onderbroek te zien was. Het kon hem werkelijk geen reet schelen wat mensen daarover zeiden of dachten.

Uiteraard kwam ook hij al gauw in aanraking met de autoriteiten. De directeur van zijn school belde Vincents moeder met de mededeling dat Vincent niet meer in zijn beroemde broek op school mocht komen, maar voortaan alleen ‘fatsoenlijk’ gekleed naar binnen mocht, waarop Vincent het vertikte om nog op school te verschijnen. Dat ging een paar maanden goed, totdat de onderwijsinspectie door de IVO op de hoogte werd gesteld en er opeens leerplichtambtenaren bij Vincents moeder op de stoep stonden. Nu was zijn moeder een doorgewinterde activiste die in het vrouwenhuis werkte. Daarom kwamen die ambtenaren ook nooit verder dan de stoep. Omdat ik vier huizen verder woonde en mijn kamer zich op de bovenste verdieping bevond kwam Vincent op dat soort momenten vaak even over het dak aanwaaien voor het geval er een huiszoekingsbevel tevoorschijn kwam en zijn moeder onder dreiging van politiegeweld gedwongen zou worden die lui binnen te laten. Een bevel alleen, zonder hardhandig ingrijpen van de kit zou waarschijnlijk alsnog niet genoeg zijn geweest om voorbij Vincents moeder te komen. Die vrouw was een keiharde en ik vond haar ronduit onaardig. Mannen keek ze nooit in de ogen. Een paar jaar voordat Vincent punk werd had ze van de ene dag op de andere Vincents vader het huis uit gezet en was ze met een vriendin samen gaan wonen. Die man is er volgens mij helemaal aan onderdoor gegaan want ik zag hem daarna nog vaak voor de deur van het huis staan om te proberen zijn kinderen te zien te krijgen. Maar ook Vincent zijn vader kwam niet verder dan de stoep.

Als Vincent, tijdens een bezoek van de onderwijs inspectie, via het dak bij mij wilde schuilen, stampte hij op het dak boven mijn kamer om te laten horen dat hij naar binnen wilde. Het kwam wel eens voor dat ik op zo’n moment niet op mijn kamer was. Dan zat ik beneden tv te kijken of zat ik bij Dirk of andere vrienden. Dan stampte hij heel hard en lang voordat hij het opgaf. Dat heeft ons nog eens een heftige lekkage opgeleverd, want het was een plat dak met van dat teerpapier en kiezels erop en het was eigenlijk niet de bedoeling erop te lopen, laat staan erop te gaan staan stampen. Mijn vader heeft dat dak toen zelf gerepareerd endaarna drie weken aan mijn kop lopen zeiken over hoe die lekkage ontstaan zou kunnen zijn. Natuurlijk wist hij best dat Vincent over het dak naar binnen kwam, maar hij wilde dat ik alles altijd eerlijk  aan hem vertelde, hoe pijnlijk de situatie ook was. Maar geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om hem wat dat betreft zijn zin te geven. Eerlijk zijn was iets voor hippies!

Sinds zijn weigering nog langer naar school te gaan besteedde Vincent zijn dagen met het maken van kleding; vooral T-shirts, en het snijden van spuitmallen. Daarmee verspreidde hij overal door de buurt graffiti. Dat hij daar nooit voor gepakt is een wonder, want hoe dichter bij zijn huisdeur hoe meer van zijn spuitsels er te zien waren. Ze stonden echt overal, die rare mallen van hem. Hij sneed meestal foto’s van het koningshuis of politici tot stencils. Verder zaten er nooit echte statements bij. Hij gebruikte nooit letters. Misschien is hij daarom ook nooit gepakt, want zijn graffiti had in theorie ook van een grote fan van het koningshuis of Hans Wiegel en Van Agt kunnen zijn.

Ik maakte zelf ook mallen en gebruikte juist bijna uitsluitend letters. Mijn vader had een heleboel soorten kistletters op zijn atelier. Hij had zelfs die met dat Belgische lettertype die Crass voor al hun artwork op LP’s en singles gebruikte. Toen ik die ontdekte had ik ze natuurlijk meteen in beslag genomen. Voor mijn vader waren het een soort hebbedingetjes en hij gebruikte die kistletters nooit, dus mistte hij ze ook niet toen ze uit zijn atelier verdwenen. Zoals zoveel andere spullen. Ik wist wat hij zou missen en wat niet, want ik wist precies wat hij voor zijn werk nodig had. Hij vond het ook wel best dat hij mijn creativiteit op deze manier stimuleerde. Ik had zijn tekentalent absoluut niet van hem geërfd, maar ik had wel talent voor het maken van slogans en collages.

Het liefste zaaide ik verwarring en de slogan dat ik het meest gebruikte was ‘I Hate Everything’. Daarmee spoot ik vooral mijn eigen kleding en jassen vol en soms die van vrienden. Ik vond het zonde om dure spuitbussen te verspillen aan muren of stoeptegels. Vincent had dat probleem niet; die jatte zijn spuitbussen.

Ik heb een paar keer geprobeerd om spuitbussen te gappen. Maar zodra ik een willekeurige winkel binnenkwam hijgde er altijd meteen een winkelbediende in mijn nek. Dat deed me afvragen hoe Vincent dit soort dingen voor elkaar kreeg, want hij zag er minstens zo opvallend uit als ik. Als punker werd je overal hinderlijk in de gaten gehouden. Op straat door de kit en in winkels door overijverig personeel.

Toen ik hem vroeg hoe hij dat nou steeds flikte, nam hij me mee naar de winkel en liet het me zien. Vincent nam een vuilniszak vol lege spuitbussen mee. Hij had die bussen allemaal goed schoon gemaakt zodat er geen verfresten op de etiketten zaten. Het eerste wat hij deed toen hij de winkel binnenkwam was naar de toonbank lopen om de baas van de zaak luidkeels te begroeten: “hey ouwe lijmsnuiver!” riep hij en de baas keek naar hem alsof er een goede vriend binnenkwam en begroette Vincent vrolijk met “het groene gevaar is er weer!”. Vincent praatte een tijdje over ditjes en datjes met de baas van de winkel terwijl ik op enige afstand bleef wachten en toekeek. Ik vond die man van de verfwinkel niet aardig en ik was ook niet van plan om te gaan slijmen. Vincent wist door zijn charme, zelfs met mensen bij wie je een soort natuurlijke aversie tegen freaks zoals wij bespeurde, contact te leggen en hen voor zich te winnen. Om ze vervolgens, wanneer dat zo uitkwam, verschrikkelijk te naaien.

Na een tijdje met hem geouwehoerd te hebben vroeg Vincent de baas van de verfwinkel of er nog spuitbussen met nieuwe kleuren  binnen waren gekomen. Dat wist de baas niet uit zijn hoofd en Vincent zei hem dat hij wel even ging kijken wat er aan nieuws in de winkel stond. “Ik heb vandaag al heel wat speciale kleuren op de kop getikt”, zei Vincent, wijzend op zijn vuilniszak en hij liep naar de kast waar de spuitbussen opgesteld stonden. De telefoon van de zaak ging op dat moment en de baas was al snel verwikkeld in wat duidelijk een ingewikkeld gesprek was, want hij nam er allerlei catalogussen bij waar hij lang in moest bladeren. Intussen zag ik Vincent kalmpjes spuitbussen in zijn vuilniszak laden die hij vervolgens verving door lege exemplaren. Zo verving hij alle oude bussen door nieuwe om daarna langs de toonbank te lopen, de mazzel te schreeuwen naar de, door hem even van zijn telefoontje afgeleide, baas. Om vervolgens dood gemoederd de zaak te verlaten.

“Je maakt mij niet wijs dat je dat elke keer op deze manier flikt, man”, beet ik hem toe

“Doe ik ook niet; ik verzin steeds een nieuwe”, zei hij.

“Je had wel enorm veel mazzel dat die vent dat telefoontje net op het goede moment kreeg”.

“Hoezo, mazzel? Dat was mijn moeder aan de andere kant van de lijn” zei Vincent.

“Pleur op! Hoe krijg jij in Jezus’ naam je moeder zover dat ze je helpt om die spuitbussen te jatten?” vroeg ik.

“Makkelijk zat, zei Vincent; ze helpt mee om ze te jatten of ze moet ze betalen. Ik kan niet zonder die spuitbussen werken dus ze heeft weinig keus”.

“Wat doe je dan als je geen spuitbussen krijgt vroeg ik”.

“Dan word ik heel vervelend zei Vincent ernstig”

Ik geloofde hem.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 149 other followers

%d bloggers like this: