Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.
Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…
Dit is het vijfde en laatste deel van Duisterland; een verslag van en reis naar Duitsland die plaats vond in 1982.
DUISTERLAND Deel 5 (slot)
Zwijgend zaten we in de trein die ons naar Dortmund zou brengen. De hippie punk kwam na een paar minuten weer bij en kotste meteen een hele coupé onder waardoor we door de geur gedwongen werden om een paar coupés verder te verhuizen. Niemand had zin om me te vertellen hoe lang de reis zou gaan duren en ik liet het er maar bij. Voorlopig was ik blij dat we even rustig konden bijkomen. Iedereen had moeite elkaar aan te kijken. De meeste van ons hadden zichzelf niet bepaald van hun dapperste en meest loyale kant laten zien. Na een poosje over de hele toestand nagedacht te hebben kwam ik tot de nuchtere conclusie dat we domweg geluk hadden gehad dat we er redelijk ongehavend afgekomen waren. Voor hetzelfde geld hadden we nu allemaal richting ziekenhuis of mortuarium gereden. En wat had iemand van ons nu helemaal aan deze situatie kunnen doen zodat de afloop anders geweest zou zijn? Ik vertelde Scherf mijn conclusie en die rat moest natuurlijk opmerken dat als ik iedereen die middag gewoon lekker had laten doorslapen we hoogstwaarschijnlijk hadden besloten dat hele optreden in Dortmund aan onze neus voorbij te laten gaan en had dit alles niet gebeurd. Dat was het einde gesprek wat mij betreft, maar hij bleef er maar over door zaniken. Een paar minuten later was ik het gezeik spuugzat. Ik ging, nadat ik het restje bier dat ik nog in mijn laatste blik had zitten over hem heen had gegooid, in de volgende coupé van de verder uitgestorven trein zitten.
Ik zat daar een beetje voor me uit te mokken totdat Dieter me gezelschap kwam houden. Hij was altijd al een behoorlijke babbelkous en ook nu begon hij tegen me aan te praten. Zoals zo vaak snapte ik veel van wat hij zei niet door zijn accent. Maar deze keer was hij niet te beroerd om dingen te herhalen als ik niet meteen snapte waar hij precies naartoe wou. Ondanks de enorme ellende die Wulf had veroorzaakt was het duidelijk dat Dieter hem op handen droeg. Hij vertelde dat Wulf deel uitmaakte van een groep punks die de The Black Mohawks genoemd werden. Dat waren 8 gasten die allemaal zoals de naam al deed vermoeden een zwarte hanenkam hadden. Een korte zoals in Taxidriver. Mijn eerste kam had er ook zo uitgezien, maar ik had geen zin om dat nu aan te halen. Dieter zijn verhaal klonk alsof hij het over een stel superhelden had en het klonk me allemaal erg onwaarschijnlijk in de oren. Het zou me niets verbazen als dit een soort wishful thinking was want The Black Mohawks waren volgens Dieter een soort elite eenheid binnen de punkscene. Ze waren alle acht kampioen in een of andere vechtsport. Wulf was een bokser maar andere Black Mohawks deden aan karate of kickboksen. Geen van allen dronken ze of gebruikten ze drugs. Ik had al eens wat vage verhalen over straight-edge gehoord; een Amerikaanse punkbeweging die zich tegen het gebruik van alcohol en drugs gekeerd had. Maar dat waren allemaal heel jonge kids die in hun land van herkomst niet eens mochten drinken bij concerten. The Black Mohawks waren allemaal sportlui en old school punks. Gasten die altijd voor elkaar opkwamen en erom bekend stonden het tegen hele groepen Hooligans, nazi’s en zelfs de politie op te nemen. Het klonk als een mooie mythe; eerst zien dan geloven. Er waren waar wij vandaan kwamen ook punks die van mening waren dat de hele scene een meer besloten club moest worden, georganiseerd zoals bikers dat deden. Met ballotage en proefperiodes om alle softies erbuiten te kunnen houden. Wat een bullshit was dat; punks werden vanzelf harder door al het onvermijdelijke gezeik dat ons uiterlijk en de levensstijl teweeg bracht. Ik kende zoveel gasten die al na een paar maanden afgehaakt waren en nog meer die ondanks dat ze de muziekstijl en de filosofie achter de beweging wel zagen zitten er nooit toe aangezet konden worden om echt geflept over straat te gaan lopen met leer, studs, spikes of kammen. Een elitaire beweging van punk maken zou alleen averechts werken. Ik had ook een schijthekel aan bikers met hun uberstoere gedrag en kutmotoren. Grote gasten die kleine jochies in elkaar sloegen. Fuck ‘m.
Intussen had de trein de buitenwijken van Dortmund bereikt. Pas toen er opeens een conducteur in onze coupé stond besefte ik dat we helemaal geen treinkaartje hadden gekocht. Totaal vergeten in de hectiek op het station van Gladbeck. Dieter probeerde de conducteur de situatie uit te leggen maar we hadden hier met de zoveelste regelneuker te maken, de man was niet onder de indruk van ons verhaal te krijgen. Hij begon een boete uit te schrijven. Ik besefte dat dit allemaal wel even kon gaan duren en we reden Dortmund al bijna binnen.
Ik keek vanuit de deur van de coupé en zag dat een tweede conducteur al bezig was om de rest van onze ploeg in de andere coupé op de bon te slingeren. Natuurlijk had niemand van ons de honderd mark boete die er op zwartrijden stond bij zich, en niemand had een identiteitsbewijs. Regels zijn regels dus begon de conducteur, die bij de andere coupé stond, de spoorwegpolitie op te roepen zodat ze ons op het eerst volgende station konden inrekenen. Ik was benieuwd wat er zou gebeuren als de trein in Dortmund ging stoppen. Ik was er wel voor om die twee sukkels van conducteurs met wat gepast geweld omver te lopen en uit de trein te breken. Maar het liep allemaal iets anders. De trein reed Dortmund binnen en het eerste wat we zagen toen het perron langszij kwam was het hele station zwart zag van de voetbalsupporters. Ik hoopte nog even dat ze daar stonden omdat ze met de trein naar huis wilden gaan. Maar ik onderschatte de graad van de organisatie bij de Schalke 04 fans.
De conducteurs zagen de enorme aantallen supporters natuurlijk ook en maakten snel de inschatting dat gezien de dreiging die er van deze groep uit ging het een beter idee was om voorlopig de deuren van de trein dicht te houden. De supporters verdrongen zich voor de deuren van de trein en bekeken van buiten af elke coupé. Toen ze ons groepje zagen zitten barsten ze in een oorverdovend geschreeuw uit. Ze waren duidelijk gericht naar ons op zoek. De tamtam had snel en efficiënt gewerkt vanuit Gladbeck. Waarschijnlijk waren er wat telefoontjes heen en weer gepleegd en waren deze lui allemaal opgetrommeld. Het waren er goddomme honderden!
De paniek sloeg nu pas echt goed toe bij ons groepje. Ook de conducteurs werden allebei lijkbleek van het machtsvertoon van de Hooligans en overlegden met elkaar wat ze het best konden doen. Ze keken naar ons en ik zag ze denken dat het misschien beter was om ons aan de Hooligans over te dragen. Het was natuurlijk niet hun probleem dat wij door die gasten gezocht werden. Peter zag ook aankomen dat de deuren straks geopend werden. Er werd ook al van buiten verwoede pogingen ondernomen om de deuren open te krijgen. Knuppels kletterden tegen alle ruiten van de trein. Het kon nooit lang meer duren voordat een ruit het zou begeven en er een vloedgolf van Hooligans de trein binnen zou komen. Hij bood de conducteurs schreeuwend een alternatief: wegwezen hier! ‘Laat de machinist de trein in beweging krijgen’.
De conducteurs keken elkaar aan en één van de twee begon in zijn portofoon te schreeuwen. Nog geen drie seconden later, terwijl de ruit van onze coupé het begaf en het veiligheidsglas op Dieter en mij neerhagelde, kwam de trein tergend langzaam in beweging. Ik zag een Hooligan door de kapot geslagen raam van de coupé probeerde omhoog te klimmen. Hij zag een scherp stuk achtergebleven ruit over het hoofd dat dwars door zijn hand stak. Een golf bloed spoot door de coupé en landde vlak naast mijn hoofd op de rugleuning van de treinbank. Nog meer ruiten sneuvelden maar de trein had nu in ieder geval een snelheid bereikt die voorkwam dat er meer Hooligans naar binnen konden proberen te klimmen.
We waren andermaal op het nippertje ontkomen.
Natuurlijk pikte de spoorwegpolitie ons alsnog op het volgende station op. We werden meer voor onze eigen veiligheid dan vanwege de ontbrekende kaartjes de rest van de nacht vastgehouden op een station waarvan ik niet eens wist bij welk kutstadje het hoorde. Scherf en ik zaten bij elkaar in een cel. De hele nacht werden we door een van de agenten op de hoogte gehouden van de enorme vechtpartij die er in de straat woedde waar het concert waar wij naar op weg waren geweest georganiseerd was . Honderden Hooligans waren slaags geraakt met enige tientallen punks. De politie had uiteindelijk alle punks die niet het ziekenhuis in waren geslagen ‘ter bescherming’ in bewaring gezet.
De volgende morgen kregen Scherf en ik, nadat onze identiteit via de telex was vastgesteld, een tijdelijk reisdocument en werden we zonder dat we de anderen nog zagen naar de Nederlandse grens gebracht en daar aan de douane overgedragen. Die lieten ons meteen weer gaan zodat we ons vier uur later eindelijk in ons eigen bed konden storten.
De spullen die Scherf en ik in Duitsland achter hadden gelaten werden een week later door Dieter, Trudie en Katja naar Rotterdam gebracht. We hebben ze een week lang van de onvervalste Nederlandse vrijheid laten genieten.
