Nederland weideland, waar bijna zeventien miljoen schapen gnoeglijk (geen taalfout!) aan hun graspolletje knabbelen. De schaapjes staan op het droge in uitgestrekte velden en vertellen elkaar trots over hoe ze die ooit op de zee hebben veroverd.
Er zijn natuurlijk ook wolven. De wolven hebben zich goed aangepast aan de nukken van de witte massa. Ze doen niet meer aan ‘met huid en haar verslinden’ want daar raakt de kudde erg van in de war. Dan ontstaat het gevaar van een stampede en kunnen de wolven verpletterd raken onder het gewicht van massa’s schapen. Wolven draaien schapen daarom tegenwoordig hooguit een poot uit. En excuseren zichzelf daarna omstandig met de woorden: ‘eigen verantwoordelijkheid, dit schaap was wel heel onvoorzichtig.’De kudde graast daarop door, maar niet zonder eerst te kijken of er nog wel genoeg soortgenoten tussen hen en de wolven staan. Een voorzichtig schaap dekt zich goed in.
En er zijn allerlei manieren om van een schaap in een wolf te veranderen verteld de leider van de regerende roedel enthousiast. Er zijn een heleboel slimme schapen die andere schapen aanleren hoe ze meer wol kunnen produceren, hun wol kwalitatief beter te maken en daarvan garen spinnen. Dat zijn de mèèhnagers.
Hij wijst ook naar de schapen die het dichtst bij de wolven durven staan. Ze zien er nogal potsierlijk uit met hun donker geverfde wol, hun door middel van plastische chirurgie bijgesneden punt oren en hun door de orthodontist scherp geveilde tanden. Dit zijn de schapen die de wolven helpen andere schapen in het gareel te houden. De meeste van hen hebben hun wol blauw geverfd en je ziet ze steeds meer in de wei. Ze loeren vooral op halalschapen, want de wolven vinden die niet zo lekker.
De leider van de roedel is altijd vrolijk, grijnst heel wat af maar huilt ook met de andere wolven mee als dat zo uitkomt. Dit Alfa mannetje spreekt heel veel over ‘hervorming’ en de schapen hebben geleerd dat hervormingen goed zijn. Door hervormingen worden nieuwe graslanden geschikt gemaakt voor begrazing. De weide moet namelijk blijven groeien, net zoals de kudde. Dat klinkt allemaal heel logisch. En verhip: de weide lijkt de laatste jaren inderdaad veel groter. Dat komt doordat de wolven overal om de weide spiegels hebben neergezet waardoor het lijkt of het gras de hemel in groeit.
Maar er zijn ook een paar kleine dingetjes veranderd. Zo mag je als schaap nog maar in een van de hoeken van het grasland eten. Je moet als schaap ook eigenlijk je een eigen stal kopen, en verder beslissen van welke wolf je water wilt drinken en welke wolf jou warm mag houden. Om dat te betalen hebben wolven het recht elk schaap jaarlijks kaal te scheren. En als je als schaap niet genoeg wol geeft mogen ze zich van een rib uit jouw lijf bedienen of je zoals al eerder gezegd een poot uitdraaien.
Alle schapen lopen tegenwoordig met een bel om hun nek. Met die bel kunnen ze met elkaar communiceren en alle informatie opvragen waar ze maar behoefte aan hebben. De weg naar nog groener gras is daarmee snel gevonden. Die bel houdt ze echter de hele dag bezig en ze kijken niet meer om zich heen. Zo kunnen wolven makkelijk volhouden dat alles goed gaat, dat de weide nog steeds groeit en groener wordt gemakkelijk in stand houden. Want de schapen zien en horen niets meer behalve die oplichtende, rinkelende bel onder hun neus. 
De wolven hebben beloofd dat ze zich zullen inspannen voor de gunst van de kudde en dat de wolf die het beste, lekkerste en vooral goedkoopste stukje gras, water of stal beheerd daardoor automatisch het meest populair zal worden. En dat de andere wolven daarop hun prijzen zullen moeten aanpassen omdat ze anders domweg niet genoeg schapen meer onder hun hoede kunnen houden om zich van voldoende wol en vlees te kunnen voorzien.
De wolven beloven voorts dat ze zich niet in al te grote roedels zullen verenigen en er niet uit zijn om al het grasland door één roedel te laten beheren. Ze hebben er alleen niet bij verteld dat ze onderling hebben afgesproken hoe wat de minimumprijzen van gras water en stallen moeten zijn. Dat is niet zo afgesproken maar een wolf blijft een wolf en laat zich niet koeioneren door een paar schapen.
Eerst leek het nieuwe grasland zoveel groter maar nu schieten er overal nieuwe hekken uit de grond. En er ontstaan meer en meer gele plekken in het gras. De stallen die de schapen kochten blijken ook nog opeens veel minder waard te zijn en het enige wat een schaap naast zijn stal bezit is zijn wol en zijn vlees. Steeds meer schapen daarom lopen kaalgeplukt en op krukken rond bij het gemis van een of meer van hun vier poten.
Als je niet als slachtvee wilt eindigen moet je jezelf omdraaien en tegen de richting die de kudde opgaat in durven lopen. Maar er zijn maar weinig schapen die dat nog doen. Overal in de wei staan camera’s op de hekken die observeren of iedereen wel de juiste kant op loopt. En het beste is om niet al te veel te mekkeren.
Maak het verhaaltje zelf af en kleur de plaatjes…

