Skip navigation

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Dit is het tweede stukje dat ik online zet. Enjoy…

In de tussentijd was iedereen op school alweer gewend geraakt aan mijn nieuwe uiterlijk.

Leren jassen met slogans en bandnamen waren nog steeds leuk, maar het korte geblondeerde kapsel begon me al gauw de keel uit te hangen. Dat was veel te gewoontjes. Daarbij was de helft van de school helemaal dol op The Police en die droegen dat kapsel ook.

Drie maanden later was mijn haar weer wat langer, met de geblondeerde lokken flink uitgegroeid. Ik zat op een avond bij Vincent om mijn haar zwart te laten verven en ondertussen, tijdens de inwerktijd van de verf, plaatjes op cassettes op te nemen. Vincent struinde elke week diverse platenzaken af op zoek naar nieuwe singles en lp’s dus had ik altijd genoeg keuze om een cassette van 90 minuten aan nieuwe muziek op te nemen.

Nu had ik al een tijdje een plannetje, maar ik moest nog even de consequenties van die actie overdenken. Wat ik wilde zou niet alleen alle leraren, de directie en de leerlingen op school in de gordijnen jagen, maar ook mijn ouders. Ik wilde een hanenkam! Ik zou de allereerste gast in Rotterdam met een hanenkam worden. Ik kende wel een meisje die een kam had gehad, maar die was al een tijdje niet meer in Rotterdam gesignaleerd. Waarschijnlijk was ze, zoals zo velen, vertrokken naar de kraakscene in Amsterdam. Verder had ik in Eksit een meisje gezien die een soort paarse pauwenkam had; dus overdwars over haar hoofd. Een prachtig gezicht was dat by the way… Maar de jongens droegen allemaal kort stekelhaar en de favoriete kleur was zwart. Een zwarte kam was dus wel zo origineel.

Voordat ik het wist flapte ik mijn voornemen eruit. Vincent keek me met glanzende ogen aan. “Ik heb wat voor jouwwwww”zei hij op zijn karakteristieke manier. Vincent had de neiging woorden heel lang uit te rekken als iets hem opwond.

Vincent liep de kamer uit en kwam terug met een doosje in zijn hand. “Taddaaaaaa”zei hij en liet een tondeuse zien. Die was natuurlijk van zijn moeder want die schoor haar hoofd ook altijd bijna kaal. “Kom hier met die kop; hiermee is het zo gepiept” zei Vincent. Ik aarzelde echter ineens bij het idee dat ik morgen weer een week bij mijn moeder en haar nieuwe vriend moest intrekken. “Verf het nou eerst maar gewoon, die kam komt nog wel zei ik”. “Schijtert” riep Vincent, je gaat nu die kam nemen anders ben je… Hij bleef even steken. “Chicken”? Probeerde ik met een grapje het ijs te breken. “Wat bedoel je?” vroeg Vincent. Ik was even vergeten dat Vincent weigerde om niet Nederlandse woorden in zijn vocabulaire op te nemen. ( het woord vocabulaire zou hij dus ook nooit en te nimmer gebruikt hebben.) “Laat maar” zei ik dus. Ik ging met mijn rug naar Vincent zitten en deed de handdoek die ik al voor het verven klaar had gelegd om mijn schouders. Vincent stopte de stekker in het stopcontact en klikte de tondeuse aan. Een niet onplezierige trilling zoemde achter mijn oor en de tondeuse raakte mijn nek. Vincent bewoog het apparaat omhoog, maar voorbij mijn nekhaar waar de echte inplant begon was mijn haar volledig dicht gesmeerd met zeep om het omhoog te houden. De tondeuse beet zich erin vast en ik kreeg een gevoel alsof Vincent mijn scalp eraf probeerde te rukken. “Stop” schreeuwde ik, maar de tondeuse kwam niet zo gemakkelijk los. Talloze haren werden op een wel erg kordate manier uit mijn hoofd gerukt voordat de tondeuse weer los kwam.

Ik spoelde mijn haar eerst uit, daarna moesten we wachten totdat het droog genoeg was om de tondeuse weer veilig te kunnen gebruiken. Dat gaf me nog wat extra bedenktijd. Ik wist dat het morgen een moeilijke dag zou worden want dit kapsel zou me de hele dag op de meest uiteenlopende afkeurende reacties gaan opleveren. Maar terwijl mijn haar droogde sloeg mijn vrees om in anticipatie. Ik wist ook van mezelf dat als ik die kam niet vandaag zou laten scheren ik er aan zou blijven denken totdat ik me een mietje zou voelen. Mijn haar was alleen nog niet lang genoeg om een echt mooie dunne kam neer te zetten dus het zou een soort Taxidriver kam moeten worden. “Are you talking to me?” was natuurlijk een prachtige slagzin om morgen op school te gebruiken tegen de eerste de beste sukkel die iets over mijn nieuwe kapsel zou durven zeggen. Ik zat zo nog door te mijmeren toen Vincent plotseling de tondeuse weer op mijn hoofd zette en in een beweging een grote baan haar wegschoor. “Kijk je een beetje uit dat je het midden laat zitten, zei ik verschrikt. Ik heb geen zin om morgen erbij te lopen als een skinhead, OK?”. “Skinhead! Leuk idee” zei Vincent. Het was dat ik op tijd mijn hoofd weg trok anders had hij expres een baan midden over mijn hoofd weggeschoren. “Hé kappen” schreeuwde ik naar Vincent. Nu vertrouw ik je niet meer, ik scheer de rest zelf wel.” “Ik dacht het niet, zei Vincent. Mijn tondeuse en mijn kunstwerk…”

-“Wat bedoel je nou met kunstwerk? Een kam kan iedereen maken”.

– “Ik was anders iets heel speciaals van plan” zei Vincent.

– “Een kale kop is nog makkelijker” beet ik hem toe.

– “Dat bedoelde ik niet” zei Vincent. Ik ga er echt iets moois van maken.”

– “Ik wil een hanenkam en verder niks”, zei ik.

-“Die krijg je van me” zei Vincent, maar ik wilde er nog iets extra’s doen”. Hij pakte twee mallen en een stift erbij. De mallen waren een krakersteken (een cirkel met en bliksem straal erdoorheen) en een radio-actief teken. Hij wuifde de spullen voor mijn gezicht en zei dat hij met de stift de mallen zou aftekenen nadat hij met de tondeuse mijn haar naast de kam zo kort mogelijk had gemaakt en hij ze dan met een mesje uit zou scheren. Ik wist dat het toch geen zin had om hem van dat idee af te brengen en dat, mocht het mislukken, we alles gemakkelijk alsnog weg konden scheren. Dus met een korte handbeweging liet ik mijn instemming blijken en Vincent ging aan de slag.

De vibraties van de tondeuse deden mijn zenuwen op een prettige manier tintelen. De lokken half geblondeerd haar vielen op mijn schouders en ik kon het niet laten om elke verse gekortwiekte baan op mijn hoofd te betasten.

Nadat de twee zijkanten van mijn hoofd gedaan waren pakte Vincent de mallen en tekende met een rode stift de stukken haar af die bij het scheren gespaard moesten blijven. Daarna smeerde haar mijn hoofd in met scheerschuim uit zo’n ‘old spice’ potje daarbij zorgend dat de afgetekende plekken zo weinig mogelijk schuim ingezeept werden.

“Daar gaat ie” jubelde Vincent toen hij uiteindelijk het mes op mijn hoofdhuid kon zetten. Centimeter bij centimeter werd mijn schedel van haar ontdaan. Ik heb echt dik haar dus Vincent moest elk plekje drie of vier keer behandelen voordat al het haar echt verdwenen was. ER zat helaas een ontsmettingsmiddel in het schuim wat we gebruikten en dat prikte als de hel op mijn geteisterde kop. Na een kwartier begon ik echt genoeg te krijgen van het stilzitten en de voortdurende pijn, maar we waren niet eens klaar met de linkerkant van mijn hoofd. Ik had het gevoel dat mijn kop onder de diepe krassen van het mes zat. Vooral de tekens die uitgespaard moesten worden waren lastig. Het leek wel of Vincent de haartjes daar één voor één aan het wegscheren was. En hoe vaker hij hetzelfde stuk huid met het mes behandelde hoe meer het schuim ging prikken. Ik begon steeds meer met mijn kont te draaien op de stoel tot ongenoegen van Vincent die af en toe een pets op de al kale gedeeltes van mijn hoofd gaf om me tot kalmte te manen. Ik besloot dat als ik die kale kop zou houden ik voortaan een elektrisch scheerapparaat zou gaan gebruiken; dat leek me makkelijker en die behandeling kon ik ten minste bij mezelf doen. Maar of ik überhaupt lang met die kam zou gaan lopen was nog te bezien. Het moest allemaal niet te bewerkelijk worden en ik zat mezelf natuurlijk ook nog steeds af te vragen of ik de reacties op dit kapsel wel zou trekken.

Na ruim twee uur op de stoel was Vincent eindelijk tevreden en opgelucht stak ik mijn hoofd onder de kraan om de resten scheerschuim en haar weg te spoelen. Het resultaat zag er opmerkelijk goed uit; er was geen spoortje van enige verwondingen te zien. Mijn hoofdhuid was wel een beetje rood aangelopen; waarschijnlijk door dat stomme ouwe lullen scheerschuim dat we gebruikt hadden. Het radioactief teken en de krakersbliksem zagen er ook mooi scherp afgetekend uit; zoiets kon je wel aan Vincent overlaten. Ik kon niet van de kale hoofdhuid afblijven. Het voelde zo vreemd en zo lekker om op plaatsen waar je, zo lang je het kon heugen, haar hebt gevoeld opeens kaal te zijn.

Het was intussen al na twaalven en omdat ik de volgende dag naar school moest sloop ik over het dak terug naar huis en ging ik naar bed. Ik heb die nacht niet veel geslapen. Morgen zou een moeilijke dag worden. De eerste, maar zeker niet de ergste hindernis was mijn vader. Dan de straat. School zou leuk worden vergeleken met de straat. Die avond zou mijn moeder me met de auto komen halen omdat ik die week bij haar en haar vriend zou wonen en ik zo gemakkelijk al mijn schoolboeken in één keer mee kon nemen. Dat zou de moeilijkste worden.

Advertenties

One Comment

  1. Leuk geschreven leen! Word volgens mij een leuk boek over de punk in rotterdam ben benieuwd naar het geheel! Is wel iets wat nog miste. Veel succes en blijf posten grt iwan


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: