Skip navigation

Toen ik de volgende ochtend door de wekker gewekt werd en ik automatisch door mijn haar wilde woelen voelde ik mijn kale huid en drong het pas goed tot me door dat dit een spannende dag ging worden. Heel even had ik spijt dat ik die kop had laten scheren, maar het enige wat ik er nog aan kon doen was de kam eraf halen en de komende weken als skinhead rond gaan lopen, en dat ging dus absoluut niet gebeuren. Het had weinig zin om nu nog spijt te hebben, dus ik besloot er het beste van te maken, mijn rug recht te houden en mijn tanden te scherpen. Ik besloot zelfs maar naar school te gaan lopen en zou het lot nog extra tarten door de tram te nemen als die op mijn route mocht passeren. Ik hield niet van wachten bij een halte en dat deed ik dan ook nooit. Maar lijn negen reed wel tot vlakbij het Lyceum. Ik had er daarom een gewoonte van gemaakt om, als ik langs de halte op de hoek van mijn straat liep, op het bordje waarop de aankomsttijden stonden te kijken. Als de tram binnen 2 minuten geacht was te komen bleef ik wachten. Was hij er niet stipt op tijd dan liep ik alsnog door.

Na een douche smeerde ik een grote hoeveelheid zeep door mijn kam en zette hem zo mooi mogelijk omhoog. Wee de sukkels die me vandaag op de huid zouden gaan zitten. Ik was klaar voor ze.

Vlak voordat ik de voordeur opende voelde ik me alsof ik in de coulisse van een theater stond vlak voordat ik op moest komen en mezelf, gekleed in een volslagen belachelijk kostuum, aan het publiek moest gaan vertonen. Het was alsof er vlak achter de voordeur van het huis van mijn vader zich een menigte kritische buurtbewoners, kinderen en politie kon hebben verzameld. Maar natuurlijk was er in de straat geen hond te bekennen. Dat zou wel anders worden zodra ik linksaf de Claes de Vrieselaan op zou lopen. Toen ik vlakbij de hoek van de straat was, kwam er een man de hoek om lopen; type zakenman. Hij werd volledig in beslag genomen door een pak paperassen, dat hij in zijn hand had en al lopend probeerde te lezen. Hij merkte me helemaal niet op en liep me strak voorbij. Dat is een behoorlijke anti climax bedacht ik me nog, totdat ik de man opeens achter me in indianen gehuil hoorde uitbarsten; wowowowoh. Daarna moest hij hard lachen. Heel even lachte ik met hem mee, bijna blij dat ik tenminste niet iemand was die je zomaar voorbij liep. Totdat het besef tot me doordrong dat hij me op een veilige afstand uit, en niet toelachte. Mijn stemming sloeg meteen om en ik zette het op een schelden. “Rot op ouwe tyfus lul” en ik deed een beweging alsof ik hem aan wilde vliegen waarop hij hinnikend doorliep. Damn, nog geen minuut op straat en ik werd door de eerste de beste pissig gemaakt. Ik boomde de Claes de Vrieselaan in en het onweer stond blijkbaar zo zwaar  op mijn gezicht afgetekend dat alle voorbijgangers tot aan de Mathenesserlaan het op blikken uit de ooghoeken hielden. Dat deed ik zelf trouwens ook. Ik keek echter niet naar de mensen die me passeerden maar probeerde mijn eigen reflectie in elke winkelruit waar ik langs liep op te vangen. Stond ie nog rechtop? Stond ie goed? Ja, hij stond fantastisch… De tram reed voorbij en ik bedacht me te laat dat ik mezelf beloofd had hem te pakken.

Onderweg naar school moest ik nog langs een steiger met bouwvakkers; indianen gehuil, een groep schoolmeisjes; dom gegiechel en een flauwe “je hebt een scheur in je broek” en een groepje disco’s die ook op weg naar school waren maar gelukkig naar een andere. Maar dat waren jochies en een vuile blik van mij was genoeg om te zorgen dat niemand wat zei voordat ik de hoek omliep. Daarna hoorde ik ze onder elkaar gillen van ”zag je dat? Die gozer is helemaal gestoord!!” Maar dat was niets bijzonders; aan dat soort opmerkingen was ik allang gewend.

Het effect dat de kam op school had was precies wat ik ervan had verwacht. De conciërge wenste me sterkte toe. Die man had wel humor en dat zei ik hem dan ook…

Het eerste uur van de dag had ik Frans. Dat betekende dat ik les kreeg van de conrector. Die man was meestal stoïcijns over uiterlijkheden, maar misschien dat hij zich nu toch gedwongen zou voelen iets over mijn, nu toch wel erg radicale, uiterlijk te gaan zeggen. Maar tot mijn ergernis besloot hij me te negeren. Hij dacht waarschijnlijk dat de aandacht  op mijn uiterlijk vestigen precies was waar ik op uit was, en het negeren ervan de beste tactiek om te zorgen dat ik niet op een dag, door zijn reactie aangemoedigd, poedelnaakt de klas binnen zou komen. Dat alle leerlingen uit mijn Franse klas me warm onthaalden met een mengeling van kreten van verbazing en afkeer hielp gelukkig. Ta gueule !

Het eerste uur van mijn rooster viel vlak voor de korte pauze van 11 uur. Ik had niet alleen een pretpakket wat schoolvakken betreft, ook mijn rooster was erg prettig. Ik hoefde maar één dag per week om negen uur te beginnen en dat was op dinsdag. De rest van de dagen hoefde ik pas om 10 en op vrijdag zelfs pas om 12 uur te beginnen. Vandaag was het maandag en had ik sowieso maar drie uur les. Ik had echt het ideale rooster om vaak uit te kunnen gaan. Jammer dat er zo weinig te doen was in die kutstad.

Ik liep de rookruimte in op zoek naar mijn vrienden en wat te paffen. Ik had zo’n trek in een sigaret dat ik bijna vergat dat ik voor het eerst met die kam door de school liep. Starende blikken was ik al gewend. Brugsmurfen die geschrokken opzij sprongen ook.

Voor de in de rookruimte altijd aanwezige groepje alternatievelingen, pauze of geen pauze, was ik natuurlijk de held van de dag, al waren er ook een paar mensen uit ons groepje die een beetje zenuwachtig werden van deze nieuwe radicale stap naar de totale anarchie op school. Een tegenreactie van het schoolbestuur kon nooit meer lang uitblijven. Er was al eens een afvaardiging van alternativo’s bij de rector ontboden en daar was te kennen gegeven dat er klachten over ons uiterlijk binnen waren gekomen van ouders die de school jaarlijks met substantiële bedragen sponsorden. Maar fuck; ik zat in mijn eindexamenjaar en de examens waren al over drie maanden. Het leek me sterk dat ze een leerling die verder goed presteerde zo vlak voor de examens van school zouden kunnen trappen.

Later die dag liep ik, op weg naar huis, helemaal in mezelf opgaand en mijmerend over toch wel een geslaagde dag over de Claes de Vriesselaan. Een straat die jammer genoeg geen echte winkelstraat was. Te weinig etalages om je reflectie in te bekijken. Een paar minuten later kruiste ik de Mathernesserlaan. Vlak om de hoek van die straat was een nachtclub genaamd ‘ The Lido’ gevestigd. Voor de deur van die club stond een enorme cabriolet met een bekleding van het soort dat waar maar één soort mens mee gezien wil worden; tijgerprint. Als dat geen pooiermobiel is ben ik Bobby Farrel dacht ik nog. De eigenaar van de wagen zat breeduit achter het stuur. Een man van rond de 40 met een vetkuif, veter om zijn nek en drapes. Een meer stereotype pooier kon je bijna niet voorstellen. Onze blikken kruisten elkaar en ik zag hem zijn ogen open sperren van verbazing. Ik moest ervan grijnzen en liet hem mijn blinkende tanden zien. Op dat moment kwam er een dame vanuit de club naar de pooiermobiel lopen. Ik denk achteraf dat het bij de verbaasde blik van pimpdaddy was gebleven als zij niet op dat moment naar buiten was gelopen. Maar blijkbaar moest het hier en nu gebeuren dat ik de eerste echt onvriendelijke reactie op mijn nieuwe uiterlijk moest ontvangen. Pimpdaddy vond het blijkbaar nodig om de stoere kerel uit te hangen in het bijzijn van dat meisje dat waarschijnlijk een van de hoertjes was die voor hem werkte.

“Kukeleku!!” riep hij. “Kijk nou; wat een lekker kippetje. Dat kippie is nog lekkerderder dan jij Moon”, schreeuwde hij naar het hoertje, die me aankeek en me niet eens onvriendelijk toelachte. Pimpdaddy ging echter door met beledigingen schreeuwen en dat deed hij net iets te lang. Ik was al halverwege het zebrapad over de Mathenesserlaan toen hij een opmerking over mijn moeder en opvoeding maakte. De bekende rode waas verscheen voor mijn ogen, angst werd vervangen door woede en ik draaide me om en liep terug richting de pooierbak. “Jij moet nodig wat zeggen over opvoeding, kankerpatser, Fuck you” en ik hield mijn middelvinger voor zijn smoel. Stom genoeg stond ik al iets te dicht bij de wagen van die lul dus toen hij met een zwaai het portier opengooide knalde het tegen mijn rechterknie. De pijn schoot door mijn been en even afgeleid boog ik naar voren om uit een reflex mijn knie vast te pakken. Daarop kreeg ik een keiharde trap in mijn ribbenkast en stortte snakkend naar adem op de grond. Het was dat het hoertje pimpdaddy tegenhield anders had hij me waarschijnlijk helemaal lens geschopt. Zij hield hem tegen totdat ik mijn adem terug vond en met gekwetste trots de straat over wist te steken en om de hoek te verdwijnen.

Vlak om de hoek bleef ik staan totdat de pijn draaglijk werd. Ik bloedde uit een schram op mijn pols die ik aan mijn val over had gehouden. Ik zwoer wraak op die hufter. Vechtend tegen de tranen, trillend van machteloze woede en vloekend liep ik naar huis en toen het ook nog begon te regenen en het regenwater zich met de zeep van mijn kam vermengde en in mijn ogen begon te brandden voelde ik me behoorlijk zielig en in de zeik gezet. Ook bedacht ik me dat ik een verdedigingswapen aan moest schaffen tegen lui als die pooier, want ik had er geen trek in om vaker in elkaar geslagen te worden. En ik moest een alternatief voor zeep vinden om de kam omhoog te houden want rooie oogjes door de sop was natuurlijk geen porum.

klik hier voor deel 3

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: