Skip navigation

Monthly Archives: oktober 2011

Does anybody on earth still trust his/her Government?

You’ll find that you can trust any government on the planet to do three things: protect corporate power, start wars and finding ever more ways to control you as citizen of your respected state. And that’s about all they do.

Government by the people for the people; those are nice words but they don’t mean shit anymore. As a citizen/voter, I don’t feel we have any control over our government.

We vote them in and as soon as our elected politicians take the stage we again and again find they are nothing but puppets. Puppets on a string; manipulated by big business.

Left or right-wing governments, it doesn’t matter. Do you really think the Left wing Brazilian government depends less on the approval of big business then the right-wing Dutch government does? The economy comes first, period. It’s the same anywhere.

Trust is vital for any democracy but I lost my trust.

Corporate power is bigger then governmental power; well, maybe not in China, but in China the government IS the big corporation.

Politicians learned to say exactly what the people want to hear. They hire spin doctors and marketers to teach them. And although they are fully aware that they “can’t fool all the people all of the time” they get away with it. There’s no alternative so we have no choice but to vote and hope for the best.

Democracy urgently needs to redefine itself. We are on a threshold that might lead to an abandonment of democracy. This same thing happened in the first part of the 20th century when democracy was replaced by either fascism or communism. I sure as hell don’t want to live in a fascist or communist state, but neither would I want to live in an authoritarian capitalist state like China.

But I’m afraid that’s exactly where big business is trying to lead us into; a state where the government solely protects the interests of big business and oppresses their citizens to accommodate the 1% of rich people.

Why? Because it’s much easier to fulfill the needs of the 1% then it is to fulfill the needs of the 99%. Our needs are too divers; they require a lot of thinking and never-ending efforts for we not only need food, water and housing but elusive things like happiness, freedom, justice and respect. These are hard to get and they sometimes go against the wishes of the corporate moguls.

What we need is governments that set its priorities straight. Priority number 1 is the protections of citizens against corporate wrong doings. Government must be aware that corruption and other white-collar crimes come with the territory of a capitalist system. Crimes that include selling useless financial products only devised for quick profit.

Why is street crime being punished harder and harder while perpetrators of white-collar crime are left unpunished or get of easy? Shouldn’t there be mandatory sentences like 10 years in prison for every million stolen from the public? Shouldn’t white collar criminals be banned from doing business just like ordinary criminals suffer the three strikes and you’re out treatment?

I really don’t mind people getting rich by selling good and inventive stuff. I have a high regard for people like that. But I really hate greedy bastards who go to business schools with the sole purpose to get rich as quick as possible. They are the ones that destroy the earth, consume all its resources and trick us into buying useless shit. These people are not so different from your average drug lord. Why shouldn’t they be treated alike?

We need governments to take sides; the side of the people, not of the (multi-national) corporations!

The power of corporate lobbyist must be contained. Political candidates must be able to work without the support of big business. They must able to get by with the support of their voters, period! Obama proved that that’s possible with his campaign to get elected president. Well at least almost…No one is elected president without the approval of big business. And a president should also be able to execute his program without corporate power consent.

Too much power is gained by the wrong people. Marx have been right when he predicted capitalism will destroy itself but let’s not forget it will also destroy democracy and maybe the earth as a whole in the process.

Earlier columns on Occupy and the consumer society:

Your money is no good

No choice but to choose

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

Hier deel 4 van een verslag van een reis naar Groningen in 1982

GRONINGEN DEEL 4

Tot onze verrassing kregen Gino en ik allebei de vijf gulden die we voor onze overnachting in de sleep-in hadden betaald terug van de beheerder. Als dank voor het sussen van de vechtpartij. ‘Hebben we mooi dat tientje dat het varkentje van je had gejat weer terug’ zei ik tegen Gino. Hij ging er niet op in.

Vanavond was het optreden van Pigbag in Vera maar het was nog vroeg en we hadden de hele dag nog voor ons. Het was heerlijk weer en ik was lui en had het liefst de hele dag ergens in de zon doorgebracht. Maar Gino en ik waren het erover eens dat een tweede nacht in de sleep-in geen optie was, al was het alleen maar omdat we uiterlijk om 12 uur in de sleep-in moesten zijn. De sleep-in sloot op zondag al om middernacht en wij hadden ons verheugd op een lange nacht na het optreden van Pigbag. Daarbij zou het best kunnen dat het optreden om 12 uur nog niet eens voorbij zou zijn. (Toentertijd was er nog geen sprake van concerten die al om 11 uur afgelopen waren zoals tegenwoordig.) We moesten dus allereerst slaapplaats voor de komende nacht vinden. Gino stond erop dat we onderweg naar de lockers op het station langs Vera zouden lopen. Ik zag daar het nut niet van in, maar hij hield voet bij stuk dus stonden we een kwartier later weer voor de deur van het bekendste Groningse podium. Er kwam net een vrouw van een jaar of dertig de deur van Vera uit. Ze sprak ons aan en toen ze hoorde dat we uit Rotterdam kwamen bood ze ons meteen een slaapplaats aan in het kraakpand waar ze woonde. Ik keek Gino even vol ongeloof aan, maar hij grijnsde en haalde zijn schouders op alsof hij wilde zeggen dat hij er ook niks aan kon doen dat hij altijd van die goede ingevingen had. Daarna liepen we onze nieuwe beschermvrouwe achterna.

Het kraakpand lag nog geen drie straten verder en we kregen een volledig gemeubileerde kamer met een groot twee persoons-bed ter beschikking. De bewoners van die kamer was een stel dat momenteel op vakantie was. Het pand bestond uit drie huizen waarvan de krakers de tussenmuren hadden doorgebroken. Zo hadden ze genoeg ruimte geschapen om een woongroep van 12 man te huisvesten. Er was een grote gezamenlijke keuken en woonkamer. Daarnaast waren er negen kamers die door drie stellen en zes singles bewoond werden. Het pand was goed onderhouden en schoon. We zagen nergens graffiti of punkposters. Blijkbaar woonden er geen punks in dit pand. De meeste bewoners waren, zoals het stel van onze kamer, op vakantie en behalve onze gastvrouw was er niemand te bekennen.

We waren nogal beduusd door de gastvrijheid van deze kraakster, die Lillian heette. Dat ze twee volslagen onbekende punkers in huis nam en ook nog eens in een kamer, die niet eens van haar was, liet overnachten was wel héél aardig. Het was even wennen. Lillian was de eerste Groningse die ons tof behandelde. Lillian was absoluut geen punk, maar ook geen hippie. Ze leek ook niet het prototype van een actievoerster. Een actievoerster had ons waarschijnlijk eerst aan een verhoor over onze visie op de samenleving onderworpen. Lillian was een goede ziel en blijkbaar zei haar intuïtie dat Gino en ik O.K. waren. Maar helemaal stabiel leek ze me niet, en haar medebewoners dachten daar blijkbaar hetzelfde over. Toen we even later in de keuken aan de thee zaten kwam er een medebewoner thuis die zich voorstelde als Tobias en de vriend van Lillian bleek te zijn. Hij nam Lillian mee naar de woonkamer en we hoorden hem verwijten maken over hoe naïef ze was om zomaar twee punkers van de straat op te pikken en een kamer toe te wijzen waar ze helemaal geen zeggenschap over had. Twee punkers die ook nog uit Rotterdam kwamen. Alweer was onze woonplaats een probleem. Ik nam me voor toch eens door te vragen wat de mensen hier nou allemaal tegen Rotterdam hadden.

Gino en ik beseften dat onze slaapplaats op de tocht stond en dat we Tobias van onze goede bedoelingen moesten overtuigen. Zonder daar verder een woord over vuil te maken nam Gino het initiatief en liep naar de woonkamer. Ik liep hem maar achterna. Nadat we Tobias confronteerden met zijn wantrouwen naar ons toe en ik aanbood om de kascheque van de giro die ik in geval van financiële noodgevallen bij me had bij hem in bewaring te geven, ging hij snel overstag. Al was het duidelijk met tegenzin. De kascheque afgeven was niet nodig. Exit Tobias. Lillian maakte aanstalten om Tobias te volgen naar de kamer van het pand die ze als stel deelden. Maar niet zonder ons de sleutels van de voordeur van het pand te geven. Alweer waren we stomverbaasd over het volledige vertrouwen van deze kraakster. Geen haar op ons hoofd die eraan dacht misbruik van deze gastvrijheid te maken. Dat was iets dat we sowieso nooit zouden doen. Gino en ik waren geen chaospunkers, junkies of anderszins idioot.

Pas toen we weer door de zonovergoten straten van Groningen liepen bedacht ik me dat ik alsnog vergeten was te vragen wat de mensen hier nou zo tegen Rotterdam hadden. Ik liet het er maar bij. Ik was al blij dat we eindelijk een slaapplaats gevonden hadden.

Het optreden van Pigbag die avond was best nog te doen. De hele zaal was aan het hossen op de instrumentale wereldmuziek. Zelfs ik deed even mee. Het viel me wel op dat Gino er niet helemaal met zijn hoofd bij was. Hij was duidelijk op zoek naar Bulldog girl maar die was deze avond in geen velden of wegen te bekennen. Die gast ging dus speciaal naar Groningen om een band te zien waar hij helemaal fan van was, om op het moment suprême de verliefde paljas uit te gaan hangen. Nu moest ik eigenlijk niks zeggen. De belangrijkste reden dat ik mijn best niet wilde doen om hier meiden te gaan versieren was omdat ik de scherven van mijn hart nog bij elkaar aan het zoeken was na Anouk.

Die nacht sliepen we voor het eerst echt goed in het tweepersoonsbed in het kraakpand. En lang ook want het was al over twee uur voordat we eruit kwamen. We zaten daarna een paar uur aan de koffie in de keuken van het verder uitgestorven pand. Lillian werkte als vrijwilligster op het kantoor van Vera en Tobias had misschien ook wel werk. Ik moest Gino ervan weerhouden om door het hele huis te gaan snuffelen want dat was een tic van hem. Hij was altijd erg nieuwsgierig naar wat mensen aan mooie spulletjes hadden. Zoals al gezegd zou hij nooit wat stelen, maar snuffelen was ook niet netjes. De koffievoorraad van het pand was na de zes koppen die wij beiden dronken wel al behoorlijk geslonken. We namen ons voor die middag als compensatie een pak koffie voor Lillian te kopen. De platenverzameling in de woonkamer moest natuurlijk wel even doorgelopen worden. Maar er stond op de ‘geef voor New Wave’ LP, die we allebei allang hadden en eentje van the Stranglers na, geen punk tussen. Dus verloor ik al snel mijn belangstelling.

We liepen de stad in, maar het was maandag. De winkels die dingen verkochten die wij leuk vonden, zoals platen en punkkleding, waren allemaal dicht. Ook in Groningen was maandag een saaie dag al was in de zon zitten met een joint wel een goed idee. Maar we wisten niet waar we wat te blowen konden halen. We hadden die ochtend ook niet de kans gehad om het adres van een hasjdealer aan Lillian te vragen. En ik had geen zin in bier. De rest van de dag gebeurde er helemaal niks. We kwamen in de stad geen punks tegen. En verder liet iedereen ons met rust. Niemand bood ons hasj of andere drugs te koop aan en niemand schold ons uit.

De dag daarop gingen we langs een platenzaak die een ruime bak punk LP’s en singles had staan. Het meeste spul was bekend en konden we in Rotterdam ook bij Backstreet records kopen. Het had geen zin om die platen hier te kopen en mee naar Rotterdam te sjouwen. Ik probeerde mijn tapes met tamelijk obscure punk die ik bij Vincent had opgenomen en daarna zelf had door gekopieerd te ruilen tegen demo’s van lokale Groningse bands. Maar de uitbater van de platenzaak had geen interesse; die wilde cash zien. Dus begon ik de adressen die op de Groningse tapes stonden te noteren zodat ik zelf contact met die bands op kon nemen om alsnog wat te ruilen. Ik had vier adressen opgeschreven toen de uitbater zag wat ik deed en me sommeerde te stoppen met hoesjes uit tapes te halen en te beduimelen. Even later stonden we hem op straat uit te schelden. Wat een pleurishond was die vent; hij was alleen bezig geld te verdienen. Die nacht ging ik gewapend met mijn spuitbus langs de platenzaak en spoot in zo groot mogelijke letters KOOP HIER VERSE KOMKOMMERS op de etalageruit.

Op woensdag was er wat in Simplon te doen. Simplon was naast Vera de tweede plek in Groningen waar regelmatig punkoptredens plaatsvonden. Helaas was dat die dag niet het geval omdat Mathilde Santink zou optreden, (boring!). Maar het was beter dan niets en het leuke was dat Simplon als jongerencentrum al vanaf 3 uur open was. Een uitstekende plek om eindelijk contact met wat Groningse punks te leggen want dat werd na bijna vijf dagen Groningen toch wel hoog tijd.

Simplon bestond uit een grote zaal op de begane grond, en een café met daarnaast een kleine zaal op de eerste verdieping. De grote zaal was die dag gesloten maar het café zag er goed uit.Al was er om 3 uur natuurlijk nog niet veel volk. Gino en ik dronken een biertje aan de bar. Daarna verdween Gino naar het toilet om te schijten. Hem kennende wist ik dat het wel een tijdje zou duren voordat hij daarmee klaar was. Het café was helemaal leeg totdat een grote skinhead samen met een punk, die ook behoorlijk groot was, aan weerszijden van mij aan de bar plaats namen. Het was duidelijk dat ze niet naar gezelligheid op zoek waren. Daarvoor gingen ze net iets te dicht op me zitten. De skinhead bestelde bier. Terwijl ik keek hoe de barman hun twee biertjes tapten voelde ik de punkers met zijn handen over de met studs bezette schouder van mijn leren jas gaan. Als door een wesp gestoken draaide ik me naar hem om. Ik had echt een tyfushekel aan door vreemden aangeraakt te worden. Ik keek hem aan en hij grijnsde provocerend naar me. Die gast was echt te groot om ruzie me te krijgen, en het feit dat zijn maat me aan de andere kant ingesloten had hielp natuurlijk ook niet mee. De skinhead achter me schraapte zijn keel om mijn aandacht op hem te vestigen. Ik draaide me op en hij tikte met twee vingers mijn hanenkam aan. Die had ik die ochtend, met eiwit en een föhn uit het kraakpand, weer eens goed rechtop gezet. ‘Daar houden wij dus niet zo van’ zei hij dreigend. ‘Waarvan bedoel je’, vroeg ik schaapachtig. ‘Hiervan’, zei hij en tikte de kam weer aan. ‘Pech voor je’, zei ik en wilde me van de bar afwenden om tussen de twee bullies uit te komen. Helaas was de grote punker, achter me, me voor. Hij pakte me bij mijn hanenkam, trok mijn hoofd naar achteren terwijl hij mijn rechterarm in een ijzeren greep nam. De skinhead boog zijn gezicht naar me toe en vroeg de obligate eerste vraag: ‘waar kom je vandaan?’ En alweer maakte het antwoord niet het beste in deze Groningers los. De skinhead pakte me met zijn linkerhand bij de revers van mijn leren jas terwijl hij zijn rechterhand naar achteren trok; hij was duidelijk van plan om me een flinke oplawaai te geven. Maar die linkerhand was een fatale vergissing omdat ik op strategische plekken twee scheermesjes achter mijn revers had bevestigd. Als je er niet van houdt om beetgepakt te worden moet je daar iets op verzinnen, nietwaar? Achteraf was deze maatregel wellicht iets té effectief. Verbaasd keek de skinhead naar zijn bloedende vingers. Ik voelde dat de greep van de punker achter me verslapte en maakte daar gebruik van door me los te rukken en het café uit te lopen. Ik hoorde de woedende skinhead roepen dat hij nog niet met me klaar was, maar voorlopig waren die twee nog wel even bezig met bloed stelpen.

Ik vond Gino in de hal in gesprek met twee punkmeisjes en vertelde in het voorbijgaan wat er in het café was gebeurd. De meisjes kenden die skinhead wel. Hij heette ‘Van Gal’ en ze zeiden dat hij best OK was. Zijn bijnaam klonk in ieder geval passend. Het was zaak het pad te verlaten voordat ik die twee beulen op mijn nek kreeg. Een van de meisjes was vrijwilligster in Simplon en dirigeerde ons naar de backstage waar we konden wachten totdat van Van Gal en zijn kompaan vertrokken waren. Ik had niet het idee dat de wond echt ernstig was;  het bloed spoot er er niet uit, dus was er gen ader geraakt. Maar met een beetje geluk zouden die twee Gorilla’s wel even langs de eerste hulp open, zodat ik er veilig vandoor kon. Een paar minuten later gingen Gino en het meisje even poolshoogte nemen en kwamen terug met het bericht dat de mensapen inderdaad beiden uit het pand vertrokken waren.

Het meisje vertelde dat Van Gal een hardcore FC Groningen supporter was. Daardoor ging ik er andermaal vanuit dat de onvriendelijke behandeling met voetbal te maken had. We kwamen die Gorilla’s de rest van onze tijd in Groningen op miraculeuze wijze niet meer tegen.

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

Dit is het derde deel van een verslag van een reis naar Groningen in 1982

Groningen Deel 3

De eerste prioriteit van die dag was het vinden van een slaapplaats want  ik wilde in geen geval nog een nacht in een portiek proberen te pitten. Gino vond het een goed idee om meteen naar Vera te gaan, ondanks dat de club ’s middags natuurlijk  niet open was. We wisten dan in ieder geval hoe we er moesten komen, en met wat geluk vonden bij een dergelijke hotspot iemand die ons van slaapplaatsen kon voorzien. We liepen de stad in en we wisten dat Vera in de buurt van de Martinitoren lag. Dus volgden we de toeristische route door de binnenstad van Groningen. Groningen zag er goed uit, veelal oudbouw, kleine huisjes, smalle straten, pittoresk.

Bij de Martinitoren aangekomen vonden we meteen het filiaal van het Groningse VVV. Daar raadden ze ons een sleep-in aan en liepen we daarheen. Het was ons enige betaalbare alternatief, zolang we nog niemand hadden gevonden die ons een slaapplaats in een kraakpand kon bezorgen. Natuurlijk was de sleep-in nog dicht. Ze gingen pas om negen uur s’ avonds open. We liepen terug naar het treinstation zodat we onze plunjezakken in een bagagekluis konden stoppen, want we waren het intussen spuugzat geworden om met die te sjouwen. Bevrijd van de last liepen we even later de stad weer in. De eerste stop was bij een snackbar waar we ons volpropten met patat speciaal en frikadellen. We aten altijd op het moment dat de honger toesloeg, en dan kom je op een of andere manier altijd uit op fastfood. We zagen nadat we onze honger met vette troep hadden gestild natuurlijk allerlei alternatieve bakkerijtjes en reformhuizen waar we gezond voedsel hadden kunnen halen, maar in die tijd was dat soort voer nog voor hippies en haalden wij onze neus ervoor op. En je hebt maar een korte periode last van jeugdpuistjes en je moet die zolang het kan cultiveren…

Er stond zowaar een groepje punks voor de Vera rond te hangen, dus konden we ons geluk niet op. Een slaapplaats lag alsnog in het verschiet. Zoals altijd was contact maken met medepunkers geen enkel probleem; je hoefde elkaar maar te zien. De eerste vraag was altijd “waar kom je vandaan?” en we waren er nog altijd trots op dat we Rotterdam als antwoord konden geven. Rotterdam was destijds de stad van Raket en de Rondo’s, en stond daardoor overal in het land in hoog aanzien. Nu was alles en iedereen die met de Raketbasis te maken had bij de veel Rotterdamse punks intussen al een beetje verdacht. De Rondo’s hadden hun hand een beetje overspeelt met hun pleidooi voor een drugsvrije en alleen op actievoeren gerichte scene. Maar daar dat was in de rest van het land nog niet doorgedrongen. Bij ons twee zelf trouwens ook niet want in 1982 stonden Gino en ik nog helemaal aan de kant van de activistische scene. We waren net van school, ik woonde nog thuis en Gino had net zijn eerste huisje gekraakt. De echte wereld moest zich nog aan ons openbaren en hier in Groningen kregen we een voorproefje. We hadden verwacht dat de Groningers ons met open armen zouden verwelkomen, maar dat viel vies tegen. Zodra ze hoorden dat we Rotterdammers waren liepen ze bij ons weg en één van Gronings punks spuugde zelfs op onze schoenen en gaf ons een vuile blik voordat hij zich omkeerde. We waren daar zo verbaasd over dat het niet eens in ons op kwam om naar de reden van deze afwijzing te vragen. Die gasten leken niet op Nazi-punks en ik kon op dat moment geen andere reden bedenken waarom we zou koud werden afgewezen. Gino stond het groepje na te kijken en besloot dat het met voetbal te maken moest hebben. Hij had gezien had dat een van de Groningers een FC Groningen patch droeg. Ik vond voetbal strontvervelend, maar ik had nog nooit van grote animositeit tussen Feijenoord en FC Groningen gehoord. Maar misschien had Gino wel gelijk. Had Groningen recent van Feijenoord verloren? Fuck it; ook in deze stad moesten genoeg punks en krakers rondlopen die niks met voetbal hadden.

De rest van de dag hingen we wat in de stad, aten we nog meer patat en moesten we wachten tot negen uur om ons bij de sleep-in te melden. De VVV had ons aangeraden om daar vroeg te zijn vanwege het beperkte aantal slaapplaatsen; het was er altijd druk. Dus nadat we de plunjezakken weer uit de lockers hadden opgehaald stonden we stipt om negen uur in een rij, vol met vooral zwervers en junkies, te wachten. Uiteindelijk ging de deur pas om half tien open en er stonden minstens zestig man in de rij. Een portiek leek me toch opeens een beter alternatief. Ik had geen grote hekel aan zwervers, maar junkies kon ik echt niet uitstaan. Het was de bedoeling ons in te schrijven om vervolgens de rest van de avond in de stad door te brengen met achterlating van onze spullen. Er waren echter geen lockers vrij. Ik had niet veel waardevols bij me, maar ik had wel uren aan die cassettes met punkmuziek gewerkt en dat was precies het soort verkoopwaar dat voor junks aantrekkelijk kon zijn. Verder droeg ik destijds alleen zelfgemaakte T-shirts en het idee dat een van mijn kunstwerkjes door zo’n heroïnespuiter gejat kon worden zat me ook niet lekker. Mijn plunje was misschien in geld uitgedrukt niet veel waard, maar ik was erg aan mijn kleding gehecht. De beheerder bezwoer me dat er goed werd opgelet dat er geen diefstallen werden gepleegd, en de plunjezak door de stad mee blijven slepen was ook geen optie, dus liet ik op hoop van zegen alles op mijn matras achter.

Het duurde nog bijna een half uur voordat we aan de beurt waren en we ons in konden schrijven. Het formulier vroeg waarom we een slaapplaats in de sleep-in nodig hadden. Dat was lachen. Ik vulde in dat mijn ouders me op weg naar een vakantieadres uit de auto hadden gezet. “Ja inderdaad meneer; na drie uur rijden waren ze mijn gezeik dat ik op Schiermonnikoog nog niet dood gevonden wilde worden spuugzat, en hebben ze me aan een boom vastgebonden’ zei ik zo stoïcijns mogelijk. De beheerder van de sleep-in kon er wel om lachen, en ook om Gino’s bijdrage want die had ingevuld dat hij die nacht moest bevallen. Helaas was er alleen nog plaats in de grote slaapzaal. Dat betekende een dun blauw matras in een soort gymzaal die we met dertig anderen moesten delen. Er was wel een douche maar die was bijna permanent bezet. Daarom besloot ik het na terugkomst nog eens te proberen, al had ik echt behoefte aan wat warme waterstralen na die nacht in dat portiek in Assen.

We gingen weer naar Vera waar een New wave dansnacht op het programma stond. Niet echt ons koppie thee want er werd vooral van de commerciële Kim Wilde rotzooi gedraaid. Gelukkig kwam er af en toe wel wat beters tussendoor zoals Bauhaus en The Cure. Nu had The Cure bij mij volledig afgedaan na een totaal ongeïnspireerd en superduur optreden dat ik had gezien in een tent bij het Euromastpark . Dat was een zo ongelofelijk kutoptreden geweest dat ik daarna Seventeen Seconds nooit meer heb gedraaid. Dat ondanks dat die plaat lange tijd toch een van mijn lievelingsplaten was geweest. Ik had na dat optreden zelfs nog een T-shirt ontworpen met het hoofd van Robert Smith erop, bedekt met een laag kots, en de letters “sick of the Cure”eronder.

Ik verveelde me al gauw rot daar in de kelder van Vera en hoopte dat het optreden van Pigbag morgen beter zou bevallen. Al was Pigbag ook niet echt mijn ding. Gino hield van blazers. Maar Pigbag was een soort wereldmuziek en ik hield eigenlijk alleen van keiharde en radicale muziek. En niet van dat Afrodance gedoe. Ska kon ik soms nog wel waarderen, maar daar bleef het bij.

Zo stonden we een beetje aan de rand van de dansvloer te wachten totdat we slaap kregen en naar de sleep-in terug konden. We dronken met mate wat bier omdat we beiden nog vijf dagen voor de boeg hadden met nog geen 50 gulden de man op zak. Bummer, dit was een ambiance waar het alleen leuk was als je stomdronken of knetterstoned was en ik had geen hasj meer bij me.

Gino en ik zagen haar op hetzelfde ogenblik, alleen was onze reactie totaal tegenovergesteld. Er stond een klein mokkel op de dansvloer met een grote SM pet op. Wat mij betreft was dit het lelijkste wijf dat ik in jaren had gezien. Ze bewoog zich zo overdreven heftig op de kutwave dat het meteen duidelijk werd dat ze een iets te lang lijntje moest hebben gesnoven. Ze had duidelijk ooit een gebroken neus opgelopen want ze zag eruit als een Bulldog. Gino was echter al naar haar onderweg. Ik besloot het tafereel maar niet aan te blijven zien. Ik ging maar eens  rondkijken op zoek naar wat leuker vrouwelijk schoon. Er waren wel een paar punkmeisjes maar die waren blijkbaar allemaal op een Girls night out want ze dansten alleen met elkaar. Het was wel opvallend dat er zoveel vrouwen aanwezig waren, maar New Wave werd altijd al meer door meiden gewaardeerd dan door jongens. Jongens gingen over het algemeen voor het hardere werk en lieten dit soort wave-nachten aan zich voorbij lieten gaan. Zaterdag was toen ook niet de dag dat er speciaal uitgegaan moest worden. Punkconcerten vonden op elke willekeurige dag plaats, het lag aan het tourschema van de betreffende bands wanneer ze speelden. De punks kwam toch wel omdat bijna niemand doordeweeks moest werken.

Ik had mijn ronde door de zaal gedaan. Er was geen dame aanwezig waar ik moeite voor wilde doen. Het hielp ook niet dat ik de vorige nacht wakker had gelegen. Ik stond te tollen van de slaap en mijn benen deden pijn van het sjokken door de stad.

Ik zag Gino en Bulldog-girl druk met elkaar in gesprek en ging even peilen hoe het ermee stond. Ze stelde zich voor als Bunny. Dat was geen slechte bijnaam, want ze leek wel een beetje op een mislukt konijntje. Haar tanden waren duidelijk door teveel speed aangetast en haar adem stonk naar drank. Helaas moest ik om haar te verstaan mijn hoofd dichtbij haar mond houden. Ze sprak Engels, maar ze vertelde dat ze Française was. Ik kan er ook nooit zo goed tegen als een vrouw binnen een paar minuten te vaak roept dat ze ons Hollanders leuk vind en haar handen niet thuis kan laten. Dat komt hoerig over. En ik zou zelf nooit een vrouw willen betasten tijden de allereerste conversatie, en alleen daarom al vond ik het niet leuk dat ze haar hand herhaaldelijk op mijn borst of buik legde.

Bunny vroeg aan Gino of hij geld voor bier had, en hij gaf haar een tientje mee. Daarna bleef ze weg. Natuurlijk was dat niet tof want we hadden niet bepaald veel geld bij ons, maar misschien was een tientje achteraf geen slechte prijs om van haar af te komen.

Ik kreeg Gino zover om mee terug naar de sleep-in te gaan. Het was achteraf goed dat we toen al weg gingen, want we raakten de weg kwijt en kwamen er net voor de sluitingstijd van 2 uur pas aan. Gino hield maar niet op over Bunny, en nog niet eens zozeer over het feit dat ze hem tijdens hun eerste kennismaking berooft had. Nee, hij was enorm onder de indruk van al haar verhalen. Het was geen wonder dat we de weg kwijt raakten, want ik was meer bezig argumenten te verzinnen waarom hij haar moest vergeten, dan dat ik op de weg lette. Gino volgde alleen maar; die zat mijn zijn hoofd helemaal niet bij de weg, maar eerder tussen haar benen, verzuchtte ik.

Het was pikkedonker in de slaapzaal en ik struikelde tot drie keer toe over een of andere zwerver voordat ik mijn matras bereikte. Gino had een plaats aan de andere kant van de zaal gekregen en lag zeker 10 meter van me vandaan. Mijn plunjezak was onaangeroerd. Dat viel dus alweer mee. Ik rolde mijn slaapzak uit en kroop erin. Mijn plunjezak gebruikte ik als kussen want die kreeg je hier niet uitgereikt. Van de 30 aanwezigen snurkten volgens mij ruim de helft, dus bereide ik me voor op weer een nacht met weinig slaap. Als dat zo een week door zou gaan ging ik deze trip niet overleven.

Na een paar uur doezelde ik dan eindelijk weg. Voor mijn gevoel nog geen tien minuten later werd ik wakker door een hels kabaal. De hele slaapzaal was in rep en roer. Ongeveer op de plaats waar Gino sliep zag ik, in het schijnsel van de zaklantaarns die sommige aanwezigen op het tafereel gericht hadden, dat er een flinke knokpartij uitgebroken was.Het leek wel of de helft van de slaapzaal zich ermee aan het bemoeien was. Sommigen vloekend en tierend, anderen schreeuwend van angst en huilend. Natuurlijk zag ik Gino nergens en ik vroeg me af om het een goed idee was om hem in die kluwen te gaan zoeken. Plotseling ging het licht in de zaal aan en stormden er drie beheerders van de sleep-in naar binnen. Toen deze de omvang van de knokpartij zagen besloten ze echter zich er niet mee te bemoeien en de politie te bellen.

Het was een surrealistisch schouwspel maar nadat ik het een paar minuten aangekeken had en van de eerste schrik bekomen was begon ik er de lol van in te zien. Ik bekeek voor de allereerste keer een bumfight en de kreten die de zwervers en junks uitkraamden waren enorm grappig. Mijn gehoor had een opdoffer gekregen door de harde muziek in Vera en ik had een suis in mijn oren. Misschien was het daarom dat ik meende zinnen als “dat is mijn dunschiller”en “die fles was halfleeg”op te vangen. Dat alles versleuteld door een vet Gronings accent. Ik schoot in de slappe lach. En op hetzelfde moment zag ik Gino met zijn plunjezak en slaapzak samen onder één arm zich als een rugbyspeler door de kluwen wurmen. Hij rende naar me toe en plofte naast me op mijn matras. Mijn lachbui was opeens onstuitbaar en de tranen liepen over mijn gezicht. Gino werd erdoor aangestoken en zo lagen we gierend naast elkaar. Toen de politie enkele minuten later binnen kwam, was de vechtpartij al voorbij.  Het enige wat ze aantroffen waren een kluwen verbaasd kijkende zwervers en junks die twee door het lachten rood aangelopen Rotterdamse punkers aanstaarden.

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

Dit is deel 2 van een verslag vaneen reis naar Groningen in 1982

Naar Groningen Deel 2

Voordat we weer aan de kant van de weg gingen staan, gingen we eerst maar naar het tankstation om wat te kanen te halen. De pompbediende was van het soort dat eigenlijk veel te zenuwachtig was om, in zijn uppie, in een door god verlaten pompstation te staan. Zo iemand die te vaak de Telegraaf leest, opsporing verzocht kijkt en daardoor zo paranoïde was geworden dat hij denkt dat iedereen met een donker kleurtje of rare kleding zijn station komt overvallen. We konden het in dit soort gevallen, die ons bijna dagelijks overkwamen, niet laten om op een theatraal verdachte manier door de winkel van het tankstation te gaan scharrelen. We bekeken de uitgestalde koopwaar uitgebreid en op goed uitgekozen momenten staarden we intens naar die bediende achter zijn kogelvrije glas. Kijken of hij keek. Alsof we zodra hij zijn ogen ook maar een seconde van ons af liet dwalen onze zakken en tassen vol zouden proppen met de waardeloze troep die in de winkel van het het tankstation uitgestald stond. Om het nog leuker te maken gingen we zover mogelijk uit elkaar rondneuzen. Het leek wel of de pompbediende naar een ping pong wedstrijd keek terwijl hij krampachtig probeerde om ons beiden in de smiezen te houden. Gino liep uiteindelijk langzaam en met een brutale grijns op hem af en vroeg hem of het station een toilet had. ‘We hebben een toilet maar daar moet je de sleutel voor hebben en die krijg je niet’, zei de bediende dapper. ‘Best hoor’, zei Gino en verdween naar buiten om de zijmuur van het station water te gaan geven.  Omdat ik uit principe geen cent uit gaf in winkels met bediendes die punkers niet als normale mensen behandelden, liet ik de koek en zopie voor wat het was. Al had ik wel een colaatje en een broodje gelust.  Ik besloot dat de grap lang genoeg geduurd had. Zonder de bediende een blik waardig te gunnen liep ik naar buiten. Er was vast wel ergens een kraan op het terrein en ik had nog een halve joint bij me die de honger een tijdje zou dempen.

Er kon echter geen kraan vinden dus ging ik op het gras naast de parkeerplaatsen voor het station zitten en gaf Gino de joint door nadat hij naast me was gaan zitten. We hadden nog even geen zin om weer te gaan liften. Ik begon er goed van te balen dat we niet gewoon met de trein naar Groningen waren gegaan. Ik had nota bene een OV jaarkaart. Mijn vader was principieel tegen auto’s en had, als een van de eersten, voor het hele gezin die OV jaarkaart gekocht. Ik kon op een legale manier zonder te betalen met alle treinen, bussen en metro’s mee, maar nu zat ik hier omdat ik zo nodig avontuurlijk met Gino moest gaan liften. En als hij alleen had gelift, was hij misschien nu ook al lang en breed in Groningen geweest. Al had hij natuurlijk ook door een sadistische nazi opgepikt kunnen worden en nu als een worst aan kettingen in een kelder kunnen hangen. Met Gino was alles mogelijk.

Toen we opstonden, om ons weer aan de weg te vervoegen, kwam er opeens een politieauto aan die in een razende vaart het parkeerterrein op scheurde,  met gierende banden een bocht nam, op ons af reed en met piepende banden vlak achter ons stopte. Het was dat onze haren al rechtop stonden want anders… Desondanks bleven we stoïcijns voor ons uit staren en deden we alsof we niets gehoord of gezien hadden.

Er stapte een boomlange jonge blonde agent uit, gevolgd door een agente die de helft kleiner was, maar haar geringe lengte goed maakte door de indrukwekkende omvang van haar taille. We zagen meteen dat deze twee er zin in hadden. Slecht nieuws dus, want dit kon wel even gaan duren. De lange lijs begon meteen ‘halt‘ te schreeuwen terwijl hij in gestrekte draf en met de hand op zijn pistoolholster de drie meter die ons nog van de deur van de politieauto scheidde overbrugde. Een onzinnige actie omdat Gino en ik als bevroren dit onwerkelijke tafereel bekeken. Ik keek in een reflex rond, half in de verwachting dat er ergens een paar gasten met bivakmutsen en shotguns stonden die een brute overval wilden gaan plegen. Maar nee, hij bedoelde echt ons twee.

‘ Opstaan’, beval de blonde Sturmbahn Fuhrer. De agente liep intussen naar de winkel van het tankstation. Het was duidelijk dat die graflul van dat station ons een geintje geflikt had. Hoe ernstig dat geintje was zouden we zo wel horen. Wel een beetje balen was dat ik, nadat ik opgestaan was, automatisch mijn hand naar mijn mond toebracht en een lange haal nam van wat ik dacht dat een sigaret was. Pas toen ik de scherpe smaak van hasj proefde, besefte dat ik vergeten was dat ik nog een joint in mijn hand had. De rook zat nu al in mijn longen en die kon ik daar onmogelijk houden. Ik gooide de joint, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, achter me in een plasje dat de grens tussen het gras en de weg markeerde. Daarna liet ik langzaam en gecontroleerd de rook via mijn neus ontsnappen. Ik had wind tegen en met een beetje mazzel zou agent Adolf de geur niet ruiken. De rook kwam nog altijd gestaag uit mijn neus zetten toen onze lange vriend zijn gezicht in mijn gezicht duwde. ‘Eerst maar eens fouilleren’, grijnsde hij. Niet om een statement te maken of stoer te doen maar gewoon door een spierreflex vanuit mijn longen blies ik, voordat ik er erg in had, de rest van de hasjrook midden in zijn gezicht uit. En omdat onze Adolf zelf net inademde kreeg hij de volle laag binnen. Ik dacht rook tussen zijn lippen te zien ontsnappen. Zijn gezicht zwol op een alarmerende manier op en werd knalrood. Nu had ik hem nog boos gemaakt ook. Gino zorgde gelukkig op het juiste moment voor afleiding door op een zeurderige toon te gaan mekkeren. Waarom dacht Oom agent dat hij ons deze behandeling moest geven? We hadden in dit land toch nog wel een paar rechten die ons beschermden tegen willekeur van Politieambtenaren? Gino en ik wisten daar wel het nodige vanaf omdat we regelmatig  over deze materie gelezen hadden in bepaalde extreem linkse pamfletten. Mijnheer de agent mocht ons helemaal niet zomaar, zonder enige aanleiding, fouilleren.

De tronie van de blonde dood ademde een verpestende walm in mijn gezicht uit, zo dicht hield hij zijn gezicht bij het mijne. Maar ik zag de agent uit zijn rode waas ontwaken en beseffen dat hij op het punt stond iets te doen dat onverstandig kon zijn voor zijn verdere carrière. Alles moest natuurlijk wel volgens het boekje blijven gaan. Alleen op momenten dat agenten in de M.E. linie staan en er stenen in het rond vliegen mogen ze ongecontroleerd om zich heen gaan hakken. Wat ik had gedaan kon misschien opgevat worden als een belediging van een ambtenaar in functie, maar uitademen was nu eenmaal een lichaamsfunctie die je moeilijk kon overslaan. Een advocaat zou met die redenering wel raad weten.

Op dat moment kwam de omvangrijke agente terug van het pompstation en riep de blonde dood met voldoening in haar stem toe dat de melding klopte en dat hij ‘vers’ was. O.K. mompelde de blonde Gestapo tevreden. Daarop beval hij ons onze plunjezakken open te maken. ‘ Maar dat gaat zomaar niet’, zei Gino. Ik keek naar hem en zag dat hij zich in zijn rol als advocaten begon in te leven. Hij deed die rol vaker op het schoolplein en zette dan altijd een lachwekkende, maar scherpe, advocaat neer. Zoeen die het bloed onder de nagels van officieren van justitie kon halen. Ik moest mijn lach inhouden toen ik deze transformatie zag. Gino zijn neus leek naar boven te groeien, zijn hoofd verdween in zijn nek, zijn stem zakte drie octaven en hij nam een wel zeer zelfverzekerde houding aan met zijn rechterhand achter zijn rug, zijn linker in zijn zij en zijn rechterbeen iets naar voren alsof hij voor de katheter van een rechtbank stond; klaar voor zijn pleidooi. Approach the bench counsellor! Dit kon een leuk spektakel worden.

-“Mag ik allereerst even weten waarom u ons wilt fouilleren en wat u denkt te vinden?”

– ” Er staat een graffiti op de muur achter het tankstation. Die tekening is nog nat en ik weet zeker dat jullie hem gespoten hebben dus zoeken we naar spuitbussen”, zei de omvangrijke agente terwijl ze mijn plunjezak begon te openen. Slecht nieuws want Gino en ik hadden beiden een spuitbus bij ons. Hier konden we ons niet uit lullen. Maar Gino vertrok geen spier; “Mag ik weten wat de graffiti voorstelde”, vroeg hij vervolgens. Ik had geen idee wat hij daarmee wilde bereiken, behalve dat hij misschien wat tijd zou winnen. Even zag ik ons beiden al opgepakt worden, voor de vorm een paar uur in de cel zitten, een boete krijgen en na donker op straat gegooid worden. Dat alles om even later weer voor landloperij of iets anders doms opgepakt te worden. Die twee konden ons eindeloos gaan pesten.

De agenten keken elkaar aan, maar de agente besloot uiteindelijk dat er geen gevaar in school om te vertellen dat het om een hakenkruis ging. ‘ Zoiets zouden wij nooit op een muur spuiten’, verklaarde Gino. ” Wij zijn tegen nazi’ s” , en hij wees op de Anti-Nazi button die ik op mijn jas had. Leuk argument, dacht ik, maar waarschijnlijk niet steekhoudend genoeg. De agente had intussen de sluiting van mijn plunjezak geopend en stond op het punt hem op het gras om te keren. ‘ En mag ik ook even weten welke kleur die graffiti had?’, vroeg Gino. ‘Hij was rood’,  zei de agente. Gino bleek een aas in zijn mouw verborgen te hebben. Ik had een blauwe spuitbus bij me en zover ik wist had Gino alleen een knalgele. De inhoud van mijn plunjezak denderde over het gras. Een paar T-shirts, een toilettas, een schone broek, drie paar sokken en ondergoed, een paar fanzines, en een hele hoop cassettes van allerlei obscure punkbands, bedoeld voor ruilhandel in Groningen. Maar natuurlijk ook de in een handdoek gewikkelde spuitbus en het ‘ Holland is a mess’  stencil.

‘Aha’,  riep de blonde Gestapo triomfantelijk toen de agente de spuitbus uit de handdoek trok. ‘Jammer dat hij niet de goede kleur is’, antwoordde Gino, op de blauwe dop wijzend. Daarop nam de blonde Gestapo de spuitbus van de agente over en richtte op een graspol die smurfenblauw gespoten werd. Daarop rende de SS’er bijna naar Gino zijn plunjezak, strooide ook die inhoud over het gras en wierp zich op Gino zijn spuitbus zodra die tussen de spullen tevoorschijn kwam. Het was een gele spuitbus, dus werd er ook een pol zo geel als Tweety geverfd. Triomfantelijk kijken wij beiden de agenten aan . De blonde Gestapo zei dat hij de spuitbussen in beslag nam, want hij wist dat deze voor vandalistische doeleinden bedoeld waren. Maar Gino wilde daar niets van weten. Wij gebruiken deze spuitbussen alleen binnenshuis in kraakpanden waar wij met toestemming van de bewoners graffiti achter laten. De agent riposteerde die opmerking door te onderstrepen dat krakers geen eigenaar van een pand zijn en onze Grafitti dus nog steeds vandalistisch waren. Hij pakte beide spuitbussen, gooide ze achter in zijn auto en beide agenten reden weg. We waren het erover eens dat we er nog tamelijk goed afgekomen waren. We stopten onze spullen weer in de plunjezakken en toen zag ik ineens dat Gino op de rug van zijn rechterhand een flinke smet van rode verf had zitten. Die houding die hij zo-even aangenomen had was bestudeerd. Het was altijd lachen geblazen met die jongen en daarnaast kon je niet ontkennen dat hij een soort magische charme om zich heen had die hij bijna tot in perfectie wist te gebruiken. Ik liet hem maar in de waan dat ik niets gezien had al vroeg ik me wel af waar die rode spuitbus dan gebleven was.

Tot mijn schrik zag ik dat het nu al over vieren was. Dat gaf de klok aan, die ik nog net in de winkel van het tankstation kon zien hangen. We waren nog altijd maar op de helft van de reis. De kans dat we Groningen voor donker gingen bereiken werd steeds kleiner. Dit was een waardeloze plek om te liften omdat alleen mensen die bij het tankstation stopten ons op konden pikken. En er was behalve de politieauto nog niemand gestopt. Er kwam een stadsbus voorbij die richting Zwolle ging. Dat betekende dat we op een busroute zaten en niet lang daarna stonden we bij een halte en zagen dat er een bus langs kwam die tot Assen ging. Ik reisde gratis dus als ik met Gino de kosten van een buskaartje zou delen schoten we alweer wat beter op. We besloten de bus naar Assen te nemen. Ik hoopte dat ik tijdens die reis Gino kon overtuigen om de rest van het traject naar Groningen met de trein te reizen. Maar dat lukte me niet dus uiteindelijk brachten we de nacht als een stel zwervers in de hal van een flatgebouw door en stonden we de volgende ochtend om 8 uur alweer aan de snelweg te liften. We bereikten Groningen om 2 uur s’ middags. Het was zaterdag 19 juni 1982.

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

Naar Groningen is een beschrijving van een reis naar die stad in 1982.

Poison Girls State Control   Rubella Ballet – Money Talks    Pigbag – Papa’s Got A Brand New Pig Bag  Crass – Shaved Women

Naar Groningen

In 1982 was muziekkrant Oor nog relevant. Er stonden af en toe mooie artikelen in over punkbands. Swie Tio schreef destijds de artikelen en recensies over punkbands en platen. Eén stuk dat me altijd is bijgebleven was een lang artikel over Crass. Al was het maar voor de prachtige opmaak van de pagina met het weergaloze artwork van De Baucher. Ik had alleen de Reality Asylum/Shaved Women single in mijn bezit toen dat artikel destijds verscheen. Maar nadat het bewuste artikel in Oor gelezen had ging ik op zoek naar meer en kocht The Feeding Of the Five Thousand; nog altijd een van de beste punkplaten ooit gemaakt. Hard, compromisloos, geen spoor van Rock ’n Roll op te bekennen en teksten die je gewoonweg ging oefenen totdat je ze net zo snel als Steve Ignorant uit je bek kon krijgen. Steve was een rapper avant la lettre…

Gino zat eind mei 1982 buiten op de trap van het Lyceum in de Oor te bladeren terwijl de rest van ons groepje deden wat we altijd tijdens tussenuren deden; een beetje loos kletsen en nieuwe punkmode accessoires bekijken, die altijd wel iemand voor het eerst aangetrokken had.

De eindexamens waren zo goed als voorbij. Alleen het schriftelijk geschiedenis moest nog afgenomen worden. Een eitje; ik keek ernaar uit. Gino maakte zich nooit ergens druk over en Dirk, Guido en Arthur hadden ook weinig problemen met de examens. We stonden er zo goed voor dat het bijna zeker was dat we allemaal zouden slagen en schepten er groot genoegen in naar de blokkende kakkers te kijken die wanhopig aan het stampen waren. Alsof dat nu nog uitmaakte.

De meeste meisjes in ons groepje waren een jaar of twee jonger dan wij en hadden nog geen eindexamens dus waren lekker ontspannen met de zomervakantie voor de boeg. Anouk, Marieke, Masha en Stien bliezen alle vier met regelmatige tussenpozen lange rookwolken uit, wetend dat onze aandacht nooit echt ver van hun persoontjes afdwaalden. Arthur had Stien als vast vriendinnetje, en ik had iets met Anouk, al was dat blijkbaar alleen op momenten dat zij daar behoefte aan had. Maar voor de rest hadden we geen relaties met elkaar. Maar er was natuurlijk wel volop wederzijdse interesse.

“Pigbag op zondag 20 juni in Groningen, zei Gino. Daar ga ik heen”. Ik keek over zijn rug mee naar de concertagenda in de Oor en mijn oog viel op een ander aangekondigd optreden; donderdag 24 juni Poison Girls en Rubella Ballet in Vera Groningen. Daar ga ík heen zei ik terwijl ik het optreden aanwees. We besloten dat we er een weekje van gingen maken. De eindexamens waren in juni al achter de rug. Onze diploma-uitreiking en het eindexamenfeest zou in de week voor het optreden van Pigbag plaatsvinden. De timing kon niet beter. We hadden al veel over Groningen gehoord. De scene daar was hartstikke tof; veel gave bands en veel kraakpanden waarin we vast wel een slaapplek zouden vinden. En naar Groningen liften moest te doen zijn. De reis zou in elk avontuurlijk worden. Het leukste aspect van de voorpret, wat betreft de reis naar Groningen, was dat ik plannen maakte om met een vriend een week ertussenuit te gaan en dat ik zogenaamd geen moment erover dacht dat ik ook samen met Anouk iets voor die periode had kunnen plannen. Een streek terug, trut. Maar natuurlijk deed ze net alsof haar neus bloedde.

Gino en ik besloten op de vrijdag voor het optreden van Pigbag naar Groningen te liften. We waren er van overtuigd dat we als we ’s ochtends vroeg vertrokken Groningen diezelfde avond wel zouden bereiken. Maar dat viel mooi tegen. Uiteraard begon de dag een stuk later dan gepland omdat Gino zich, zoals altijd, versliep. Ik stond om 8 uur bijna tien minuten te bellen voordat die lul open deed. Voordat meneer klaar was met zijn ochtendritueel dat bestond uit espresso maken en aankleden, wat ik zelf in tien minuten doe, waren we een uur verder. Hij ging steeds even erbij zitten en kwam dan vervolgens tot volledige stilstand. Die jongen kon echt zittend in een soort slaapwandelaar veranderen als hij niet minimaal tien uur lang op zijn nest had gelegen. Hij zat zo dus een uur te keutelen totdat ik in zijn oor begon te gillen dat hij op moest schieten en hem richting de buitendeur begon te duwen. We zouden anders de ochtendspits missen.

Maar het was al ruim over tienen, en dus te laat voor de spits, toen we eindelijk bij de ringweg stonden. Natuurlijk waren we ook nog eens vergeten liftbordjes te maken. Ik zocht daarom bijna een half uur naar een goed stuk karton om onze bestemming op te kalken met de viltstift, die ik wél altijd bij me had. Ik had ook een spuitbus met blauwe autolak bij me. Die had ik van Vincent gekregen. Blauw was niet mijn favoriete kleur maar een gegeven paard kijk je niet in de mond. Ik had ook een spuitmal waarin ‘Holland is a mess’ uitgestanst was; mijn slogan van de maand.

Terwijl ik aan het zoeken was ging Gino alvast aan de kant van de weg staan en hield zijn duim omhoog. Net toen ik een stuk wit karton zag liggen hoorde ik Gino schreeuwen. Toen ik opkeek zag ik hem van me vandaan rennen. Er stond iets verderop een auto in de berm. Onze eerste rit! Ik rende achter hem aan en toen ik halverwege was wenkte Gino me om me tot spoed aan te zetten; de bestuurder was duidelijk van goede wil om ons mee te nemen. Ik trok een sprintje maar was nog niet halverwege toen de auto opeens optrok en met grote snelheid verdween, Gino en mij achterlatend. Vloekend stond Gino de auto na te kijken. “Volgens mij schrok die eikel van jou” zei hij. Het was waar dat ik er wat heftiger uitzag dan Gino met mijn hanenkam en en colbert waarover zeven kleuren verf uitgegoten waren. Gino zag er wat dat betreft aangepast alternatief uit, met zijn leren jas en korte zwarte haar. Om discussies te voorkomen ging ik alsnog het stuk karton pakken om een goed liftbordje te maken. Maar nadat ik terug kwam moesten we eerst bekvechten of er nu Groningen op het bord moest staan, of dat het beter was om eerst Utrecht te proberen te bereiken. Gino vond dat het Groningen moest zijn omdat auto’s die naar Utrecht gingen ons dan ook wel op zouden pikken. Ik was daar niet zo zeker van. Uiteindelijk zocht hij ook een stuk karton en stond hij  met een bordje Groningen en ik met Utrecht langs de kant van de weg. Er stopten geen auto’s.

Na een uur bedacht Gino dat we meer kans zou hebben als hij alleen ging staan, en ik me verscholen zou houden. Er stopten daarna inderdaad binnen een half uur drie auto’s maar geen van allen wilden ons beiden meenemen. Toen was Gino het zat. ‘Doe die jas uit en die kam plat’ beval hij. Anders komen we hier nooit meer weg. Ik begon net tegen te sputteren toen er een auto stopte en naar ons toeterde. Gino rende erop af en nadat hij nog geen drie woorden met de bestuurder had gewisseld begon hij verwoed naar me te wenken. Ik kwam op mijn gemak aangelopen, want ik was het geloof in deze onderneming intussen helemaal kwijt geraakt. Maar Gino wenkte nog een keer dringend, dus zette ik het met tegenzin op een sukkeldrafje. Het was een auto met een Duits kenteken en de onvermijdelijke Duitse hippie zat achter het stuur. Ik klom snel achterin voordat hij de kans kreeg me goed te bekijken. Dat bleek onnodig want zodra we weg reden vertelde deze hippie dat hij “Panks gern magte”. Het was misschien aardiger geweest als ik zelf voorin was gaan zitten want Gino sprak geen woord Duits. Die taal zat niet in zijn schoolpakket. Maar ik had geen zin om te praten. Mijn humeur was ver beneden vriespunt geraakt door het verloop van deze dag.

De hippie was op weg terug naar Duitsland dus zou hij ons in Zwolle eruit gooien. Dat schoot zowaar op. De hippie raakte al gauw in een lange monoloog verdwaald. Gino zei in de zeldzame stiltes die onze langharige vriend liet vallen, de drie Duitse woorden die hij kende: nah, zowar en klar. En niet altijd op de meest correcte plaats maar de spraakwaterval van de hippie werd er alleen maar heftiger door. Ik kon nog net,  boven het geluid van de motor van de kever, opvangen dat de hippie het vooral over de RAF en de repressie in Duitsland had. Ik neuriede een nummer van Doormekaar: Duitsland, Duitsland daar is het beter, nog meer zwijnen dan in Den Haag. En wat wij hier morgen vreten, vreten ze in Bonn vandaag.De hippie zweeg opeens, draaide zijn hoofd om naar mij en terwijl de auto gevaarlijk over de weg zwierde vroeg hij wat ik zong. Dus zong ik uit volle borst de hele tekst voor hem want die kende ik uit mijn hoofd: “Gudrun en Andreas, ze noemen het zellefmoord.

– maar iedereen moet weten; de staat heeft hen vermoord.

– Holger is verhongerd, Siegfried wat te lang verhoord.

– Ulrieke is gehangen, ze zijn allemaal vermoord”.

Zelfs een Duitse hippie die nauwelijks Nederlands sprak, kon hieruit opmaken dat ik wist waar ik het over had. Maar dat wist ik helemaal niet. Ik kende alleen die tekst omdat ik dat nummer tof vond. Ik vond de RAF verder niet zo bijster interessant. Het was leuk om leraren te laten flippen door buttons of T-shirts met het logo van de RAF te dragen; onze generatie zou in staat kunnen zijn grof geweld te gaan gebruiken. De nauwelijks verholen angst ook maar zijdelings te maken te hebben gehad met de opvoeding van een nieuwe generatie terroristen, moest een nachtmerrie voor elke leraar zijn. Mijn ouders deden er altijd een pijnlijk zwijgen toe als de RAF ter sprake kwam. Het viel niet uit te leggen, laat staan goed te praten wat die lui hadden gedaan. Niet dat ik principieel moeite had met terrorisme als middel om een staat omver te werpen, maar wat er in Duitsland gebeurde leidde alleen maar tot een politiestaat. Geen slimme actie dus. Terreur om fascistische staten als Zuid Afrika, Argentinië en Chili omver te werpen vond ik wel OK, maar hier in Europa moest je wat slimmer zijn met de geboden alternatieven. Maar ja, wat verwacht je van Maoïsten? In grote roergangers geloven die miljoenen mensen hun graf in helpen is pathetisch. Maar in deze auto de aandacht op mezelf vestigen was dus ook geen slimme actie, want die hippie richtte zich nu op mij, en dat maakte het rijden erg gevaarlijk. Hij sprak in van die lange volzinnen en terwijl hij praatte keek hij niet naar de weg. Gino en ik hielden de weg wél in de gaten en waarschuwden elke keer als de auto uit de bocht dreigde te vliegen of op de verkeerde weghelft terecht kwam. Mijn kennis van de Duitse taal was ook lang niet voldoende om de door de opwinding steeds sneller pratende RAF sympathisant te kunnen volgen. Hij had namelijk ook nog eens een zwaar accent. Gino en ik stonden opeens doodsangsten uit en ik kreeg visioenen van het onvermijdelijke zware ongeval dat een einde aan ons, veel te korte, leven ging maken.

De redding kwam uit een onverwachte hoek. We hoorden een sirene achter ons en zagen we het blauwe schijnsel van een zwaailicht door de cabine van de auto flitsen. De politie komt normaal nooit als je ze nodig hebt. En jammer dat ze dan meteen te lang blijven hangen en domme vragen gaan stellen. En het wordt pas echt leuk als er iemand paniekerig gaat doen. Dat was precies wat onze hippievriend deed. Zijn eerste impuls was een dot gas te geven om te proberen te ontsnappen. Gelukkig zag hij op tijd in dan hij nooit van zijn leven de Porsche van de politie voor kon blijven. Hij liet het gas los en stuurde de auto het terrein van een pompstation op, dat toevalligerwijs net om de volgende bocht opdoemde. De witte Porsche stopte achter ons en we zagen het prototype oude rot van de rijkspolitie uitstappen en naar de bestuurderskant van onze auto lopen. De agent klopte zonder zich te bukken op het zijraampje. De hippie verkeerde in een soort lethargie en keek strak de andere kant uit alsof de agent vanzelf in rook zou opgaan als hij hem maar lang genoeg wist te negeren. Gino besloot dat nu het perfecte moment aangebroken was om uit te stappen. Ik besloot zijn voorbeeld te volgen. Toen de agent hoorde dat we lifters waren aarzelde hij even, waarschijnlijk omdat hij de kans groot achtte dat we, ons uiterlijk op de keper genomen, drugs bij ons hadden. Maar hij wuifde ons weg. De kans dat onze Duitse hippie in Amsterdam flink gescoord had was natuurlijk 100 maal hoger. Op een afstandje bekeken we het tafereel dat daarop volgde. De agent klopte nog een keer op het raam en opende daarna het portier dat blijkbaar niet op slot zat. Raus zei hij kort en de hippie gehoorzaamde. Hij draaide zich meteen om nadat hij de auto verlaten had, leunde over de kever en hield zijn handen op zijn rug. De agent sloeg hem in de boeien en leidde hem naar de Porsche. Met open mond keken we de politieauto na toen die met de hippie en agent aan boord verdween. Het leek ons sterk dat onze hippie deze behandeling alleen vanwege roekeloos rijden kreeg. Daar moest meer achter zitten. “Misschien had hij echt wat met de RAF te maken, zei Gino en stond hij op de telex.” “Gelul zei ik, als die gast verdacht zou zijn bij de RAF te horen waren ze met een zwaar bewapend arrestatieteam van honderd man gekomen en zouden er nu twee helikopters boven ons hangen.” Leer mij de politie kennen, als ze niet zwaarbewapend en met een overmacht zijn, durven ze niks.

Het geval met die hippie was intrigerend maar uiteindelijk was ik blij dat we die dollemansrit hadden overleefd en dat we lastige vragen en een fouillering bespaard gebleven waren. Jammer dat we allebei geen auto konden rijden want de Kever van die hippie was niet op slot. Een auto zonder sleutels aan de praat krijgen konden we toch ook niet dus een joyride zat er sowieso niet in. Er zat niets anders op dan een nieuwe lift te pakken zien te krijgen die ons alsnog naar Zwolle, of liever nog verder naar het Noorden, moest brengen. Volgens de verkeersborden waren we nog geen kilometer van Zwolle verwijderd. Maar die stad leek me ook geen geschikte plaats om te stranden. Het was al drie uur en we waren nog maar net iets meer dan halverwege Groningen gekomen.

%d bloggers liken dit: