Skip navigation

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

Naar Groningen is een beschrijving van een reis naar die stad in 1982.

Poison Girls State Control   Rubella Ballet – Money Talks    Pigbag – Papa’s Got A Brand New Pig Bag  Crass – Shaved Women

Naar Groningen

In 1982 was muziekkrant Oor nog relevant. Er stonden af en toe mooie artikelen in over punkbands. Swie Tio schreef destijds de artikelen en recensies over punkbands en platen. Eén stuk dat me altijd is bijgebleven was een lang artikel over Crass. Al was het maar voor de prachtige opmaak van de pagina met het weergaloze artwork van De Baucher. Ik had alleen de Reality Asylum/Shaved Women single in mijn bezit toen dat artikel destijds verscheen. Maar nadat het bewuste artikel in Oor gelezen had ging ik op zoek naar meer en kocht The Feeding Of the Five Thousand; nog altijd een van de beste punkplaten ooit gemaakt. Hard, compromisloos, geen spoor van Rock ’n Roll op te bekennen en teksten die je gewoonweg ging oefenen totdat je ze net zo snel als Steve Ignorant uit je bek kon krijgen. Steve was een rapper avant la lettre…

Gino zat eind mei 1982 buiten op de trap van het Lyceum in de Oor te bladeren terwijl de rest van ons groepje deden wat we altijd tijdens tussenuren deden; een beetje loos kletsen en nieuwe punkmode accessoires bekijken, die altijd wel iemand voor het eerst aangetrokken had.

De eindexamens waren zo goed als voorbij. Alleen het schriftelijk geschiedenis moest nog afgenomen worden. Een eitje; ik keek ernaar uit. Gino maakte zich nooit ergens druk over en Dirk, Guido en Arthur hadden ook weinig problemen met de examens. We stonden er zo goed voor dat het bijna zeker was dat we allemaal zouden slagen en schepten er groot genoegen in naar de blokkende kakkers te kijken die wanhopig aan het stampen waren. Alsof dat nu nog uitmaakte.

De meeste meisjes in ons groepje waren een jaar of twee jonger dan wij en hadden nog geen eindexamens dus waren lekker ontspannen met de zomervakantie voor de boeg. Anouk, Marieke, Masha en Stien bliezen alle vier met regelmatige tussenpozen lange rookwolken uit, wetend dat onze aandacht nooit echt ver van hun persoontjes afdwaalden. Arthur had Stien als vast vriendinnetje, en ik had iets met Anouk, al was dat blijkbaar alleen op momenten dat zij daar behoefte aan had. Maar voor de rest hadden we geen relaties met elkaar. Maar er was natuurlijk wel volop wederzijdse interesse.

“Pigbag op zondag 20 juni in Groningen, zei Gino. Daar ga ik heen”. Ik keek over zijn rug mee naar de concertagenda in de Oor en mijn oog viel op een ander aangekondigd optreden; donderdag 24 juni Poison Girls en Rubella Ballet in Vera Groningen. Daar ga ík heen zei ik terwijl ik het optreden aanwees. We besloten dat we er een weekje van gingen maken. De eindexamens waren in juni al achter de rug. Onze diploma-uitreiking en het eindexamenfeest zou in de week voor het optreden van Pigbag plaatsvinden. De timing kon niet beter. We hadden al veel over Groningen gehoord. De scene daar was hartstikke tof; veel gave bands en veel kraakpanden waarin we vast wel een slaapplek zouden vinden. En naar Groningen liften moest te doen zijn. De reis zou in elk avontuurlijk worden. Het leukste aspect van de voorpret, wat betreft de reis naar Groningen, was dat ik plannen maakte om met een vriend een week ertussenuit te gaan en dat ik zogenaamd geen moment erover dacht dat ik ook samen met Anouk iets voor die periode had kunnen plannen. Een streek terug, trut. Maar natuurlijk deed ze net alsof haar neus bloedde.

Gino en ik besloten op de vrijdag voor het optreden van Pigbag naar Groningen te liften. We waren er van overtuigd dat we als we ’s ochtends vroeg vertrokken Groningen diezelfde avond wel zouden bereiken. Maar dat viel mooi tegen. Uiteraard begon de dag een stuk later dan gepland omdat Gino zich, zoals altijd, versliep. Ik stond om 8 uur bijna tien minuten te bellen voordat die lul open deed. Voordat meneer klaar was met zijn ochtendritueel dat bestond uit espresso maken en aankleden, wat ik zelf in tien minuten doe, waren we een uur verder. Hij ging steeds even erbij zitten en kwam dan vervolgens tot volledige stilstand. Die jongen kon echt zittend in een soort slaapwandelaar veranderen als hij niet minimaal tien uur lang op zijn nest had gelegen. Hij zat zo dus een uur te keutelen totdat ik in zijn oor begon te gillen dat hij op moest schieten en hem richting de buitendeur begon te duwen. We zouden anders de ochtendspits missen.

Maar het was al ruim over tienen, en dus te laat voor de spits, toen we eindelijk bij de ringweg stonden. Natuurlijk waren we ook nog eens vergeten liftbordjes te maken. Ik zocht daarom bijna een half uur naar een goed stuk karton om onze bestemming op te kalken met de viltstift, die ik wél altijd bij me had. Ik had ook een spuitbus met blauwe autolak bij me. Die had ik van Vincent gekregen. Blauw was niet mijn favoriete kleur maar een gegeven paard kijk je niet in de mond. Ik had ook een spuitmal waarin ‘Holland is a mess’ uitgestanst was; mijn slogan van de maand.

Terwijl ik aan het zoeken was ging Gino alvast aan de kant van de weg staan en hield zijn duim omhoog. Net toen ik een stuk wit karton zag liggen hoorde ik Gino schreeuwen. Toen ik opkeek zag ik hem van me vandaan rennen. Er stond iets verderop een auto in de berm. Onze eerste rit! Ik rende achter hem aan en toen ik halverwege was wenkte Gino me om me tot spoed aan te zetten; de bestuurder was duidelijk van goede wil om ons mee te nemen. Ik trok een sprintje maar was nog niet halverwege toen de auto opeens optrok en met grote snelheid verdween, Gino en mij achterlatend. Vloekend stond Gino de auto na te kijken. “Volgens mij schrok die eikel van jou” zei hij. Het was waar dat ik er wat heftiger uitzag dan Gino met mijn hanenkam en en colbert waarover zeven kleuren verf uitgegoten waren. Gino zag er wat dat betreft aangepast alternatief uit, met zijn leren jas en korte zwarte haar. Om discussies te voorkomen ging ik alsnog het stuk karton pakken om een goed liftbordje te maken. Maar nadat ik terug kwam moesten we eerst bekvechten of er nu Groningen op het bord moest staan, of dat het beter was om eerst Utrecht te proberen te bereiken. Gino vond dat het Groningen moest zijn omdat auto’s die naar Utrecht gingen ons dan ook wel op zouden pikken. Ik was daar niet zo zeker van. Uiteindelijk zocht hij ook een stuk karton en stond hij  met een bordje Groningen en ik met Utrecht langs de kant van de weg. Er stopten geen auto’s.

Na een uur bedacht Gino dat we meer kans zou hebben als hij alleen ging staan, en ik me verscholen zou houden. Er stopten daarna inderdaad binnen een half uur drie auto’s maar geen van allen wilden ons beiden meenemen. Toen was Gino het zat. ‘Doe die jas uit en die kam plat’ beval hij. Anders komen we hier nooit meer weg. Ik begon net tegen te sputteren toen er een auto stopte en naar ons toeterde. Gino rende erop af en nadat hij nog geen drie woorden met de bestuurder had gewisseld begon hij verwoed naar me te wenken. Ik kwam op mijn gemak aangelopen, want ik was het geloof in deze onderneming intussen helemaal kwijt geraakt. Maar Gino wenkte nog een keer dringend, dus zette ik het met tegenzin op een sukkeldrafje. Het was een auto met een Duits kenteken en de onvermijdelijke Duitse hippie zat achter het stuur. Ik klom snel achterin voordat hij de kans kreeg me goed te bekijken. Dat bleek onnodig want zodra we weg reden vertelde deze hippie dat hij “Panks gern magte”. Het was misschien aardiger geweest als ik zelf voorin was gaan zitten want Gino sprak geen woord Duits. Die taal zat niet in zijn schoolpakket. Maar ik had geen zin om te praten. Mijn humeur was ver beneden vriespunt geraakt door het verloop van deze dag.

De hippie was op weg terug naar Duitsland dus zou hij ons in Zwolle eruit gooien. Dat schoot zowaar op. De hippie raakte al gauw in een lange monoloog verdwaald. Gino zei in de zeldzame stiltes die onze langharige vriend liet vallen, de drie Duitse woorden die hij kende: nah, zowar en klar. En niet altijd op de meest correcte plaats maar de spraakwaterval van de hippie werd er alleen maar heftiger door. Ik kon nog net,  boven het geluid van de motor van de kever, opvangen dat de hippie het vooral over de RAF en de repressie in Duitsland had. Ik neuriede een nummer van Doormekaar: Duitsland, Duitsland daar is het beter, nog meer zwijnen dan in Den Haag. En wat wij hier morgen vreten, vreten ze in Bonn vandaag.De hippie zweeg opeens, draaide zijn hoofd om naar mij en terwijl de auto gevaarlijk over de weg zwierde vroeg hij wat ik zong. Dus zong ik uit volle borst de hele tekst voor hem want die kende ik uit mijn hoofd: “Gudrun en Andreas, ze noemen het zellefmoord.

– maar iedereen moet weten; de staat heeft hen vermoord.

– Holger is verhongerd, Siegfried wat te lang verhoord.

– Ulrieke is gehangen, ze zijn allemaal vermoord”.

Zelfs een Duitse hippie die nauwelijks Nederlands sprak, kon hieruit opmaken dat ik wist waar ik het over had. Maar dat wist ik helemaal niet. Ik kende alleen die tekst omdat ik dat nummer tof vond. Ik vond de RAF verder niet zo bijster interessant. Het was leuk om leraren te laten flippen door buttons of T-shirts met het logo van de RAF te dragen; onze generatie zou in staat kunnen zijn grof geweld te gaan gebruiken. De nauwelijks verholen angst ook maar zijdelings te maken te hebben gehad met de opvoeding van een nieuwe generatie terroristen, moest een nachtmerrie voor elke leraar zijn. Mijn ouders deden er altijd een pijnlijk zwijgen toe als de RAF ter sprake kwam. Het viel niet uit te leggen, laat staan goed te praten wat die lui hadden gedaan. Niet dat ik principieel moeite had met terrorisme als middel om een staat omver te werpen, maar wat er in Duitsland gebeurde leidde alleen maar tot een politiestaat. Geen slimme actie dus. Terreur om fascistische staten als Zuid Afrika, Argentinië en Chili omver te werpen vond ik wel OK, maar hier in Europa moest je wat slimmer zijn met de geboden alternatieven. Maar ja, wat verwacht je van Maoïsten? In grote roergangers geloven die miljoenen mensen hun graf in helpen is pathetisch. Maar in deze auto de aandacht op mezelf vestigen was dus ook geen slimme actie, want die hippie richtte zich nu op mij, en dat maakte het rijden erg gevaarlijk. Hij sprak in van die lange volzinnen en terwijl hij praatte keek hij niet naar de weg. Gino en ik hielden de weg wél in de gaten en waarschuwden elke keer als de auto uit de bocht dreigde te vliegen of op de verkeerde weghelft terecht kwam. Mijn kennis van de Duitse taal was ook lang niet voldoende om de door de opwinding steeds sneller pratende RAF sympathisant te kunnen volgen. Hij had namelijk ook nog eens een zwaar accent. Gino en ik stonden opeens doodsangsten uit en ik kreeg visioenen van het onvermijdelijke zware ongeval dat een einde aan ons, veel te korte, leven ging maken.

De redding kwam uit een onverwachte hoek. We hoorden een sirene achter ons en zagen we het blauwe schijnsel van een zwaailicht door de cabine van de auto flitsen. De politie komt normaal nooit als je ze nodig hebt. En jammer dat ze dan meteen te lang blijven hangen en domme vragen gaan stellen. En het wordt pas echt leuk als er iemand paniekerig gaat doen. Dat was precies wat onze hippievriend deed. Zijn eerste impuls was een dot gas te geven om te proberen te ontsnappen. Gelukkig zag hij op tijd in dan hij nooit van zijn leven de Porsche van de politie voor kon blijven. Hij liet het gas los en stuurde de auto het terrein van een pompstation op, dat toevalligerwijs net om de volgende bocht opdoemde. De witte Porsche stopte achter ons en we zagen het prototype oude rot van de rijkspolitie uitstappen en naar de bestuurderskant van onze auto lopen. De agent klopte zonder zich te bukken op het zijraampje. De hippie verkeerde in een soort lethargie en keek strak de andere kant uit alsof de agent vanzelf in rook zou opgaan als hij hem maar lang genoeg wist te negeren. Gino besloot dat nu het perfecte moment aangebroken was om uit te stappen. Ik besloot zijn voorbeeld te volgen. Toen de agent hoorde dat we lifters waren aarzelde hij even, waarschijnlijk omdat hij de kans groot achtte dat we, ons uiterlijk op de keper genomen, drugs bij ons hadden. Maar hij wuifde ons weg. De kans dat onze Duitse hippie in Amsterdam flink gescoord had was natuurlijk 100 maal hoger. Op een afstandje bekeken we het tafereel dat daarop volgde. De agent klopte nog een keer op het raam en opende daarna het portier dat blijkbaar niet op slot zat. Raus zei hij kort en de hippie gehoorzaamde. Hij draaide zich meteen om nadat hij de auto verlaten had, leunde over de kever en hield zijn handen op zijn rug. De agent sloeg hem in de boeien en leidde hem naar de Porsche. Met open mond keken we de politieauto na toen die met de hippie en agent aan boord verdween. Het leek ons sterk dat onze hippie deze behandeling alleen vanwege roekeloos rijden kreeg. Daar moest meer achter zitten. “Misschien had hij echt wat met de RAF te maken, zei Gino en stond hij op de telex.” “Gelul zei ik, als die gast verdacht zou zijn bij de RAF te horen waren ze met een zwaar bewapend arrestatieteam van honderd man gekomen en zouden er nu twee helikopters boven ons hangen.” Leer mij de politie kennen, als ze niet zwaarbewapend en met een overmacht zijn, durven ze niks.

Het geval met die hippie was intrigerend maar uiteindelijk was ik blij dat we die dollemansrit hadden overleefd en dat we lastige vragen en een fouillering bespaard gebleven waren. Jammer dat we allebei geen auto konden rijden want de Kever van die hippie was niet op slot. Een auto zonder sleutels aan de praat krijgen konden we toch ook niet dus een joyride zat er sowieso niet in. Er zat niets anders op dan een nieuwe lift te pakken zien te krijgen die ons alsnog naar Zwolle, of liever nog verder naar het Noorden, moest brengen. Volgens de verkeersborden waren we nog geen kilometer van Zwolle verwijderd. Maar die stad leek me ook geen geschikte plaats om te stranden. Het was al drie uur en we waren nog maar net iets meer dan halverwege Groningen gekomen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: