Skip navigation

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

Dit is deel 2 van een verslag vaneen reis naar Groningen in 1982

Naar Groningen Deel 2

Voordat we weer aan de kant van de weg gingen staan, gingen we eerst maar naar het tankstation om wat te kanen te halen. De pompbediende was van het soort dat eigenlijk veel te zenuwachtig was om, in zijn uppie, in een door god verlaten pompstation te staan. Zo iemand die te vaak de Telegraaf leest, opsporing verzocht kijkt en daardoor zo paranoïde was geworden dat hij denkt dat iedereen met een donker kleurtje of rare kleding zijn station komt overvallen. We konden het in dit soort gevallen, die ons bijna dagelijks overkwamen, niet laten om op een theatraal verdachte manier door de winkel van het tankstation te gaan scharrelen. We bekeken de uitgestalde koopwaar uitgebreid en op goed uitgekozen momenten staarden we intens naar die bediende achter zijn kogelvrije glas. Kijken of hij keek. Alsof we zodra hij zijn ogen ook maar een seconde van ons af liet dwalen onze zakken en tassen vol zouden proppen met de waardeloze troep die in de winkel van het het tankstation uitgestald stond. Om het nog leuker te maken gingen we zover mogelijk uit elkaar rondneuzen. Het leek wel of de pompbediende naar een ping pong wedstrijd keek terwijl hij krampachtig probeerde om ons beiden in de smiezen te houden. Gino liep uiteindelijk langzaam en met een brutale grijns op hem af en vroeg hem of het station een toilet had. ‘We hebben een toilet maar daar moet je de sleutel voor hebben en die krijg je niet’, zei de bediende dapper. ‘Best hoor’, zei Gino en verdween naar buiten om de zijmuur van het station water te gaan geven.  Omdat ik uit principe geen cent uit gaf in winkels met bediendes die punkers niet als normale mensen behandelden, liet ik de koek en zopie voor wat het was. Al had ik wel een colaatje en een broodje gelust.  Ik besloot dat de grap lang genoeg geduurd had. Zonder de bediende een blik waardig te gunnen liep ik naar buiten. Er was vast wel ergens een kraan op het terrein en ik had nog een halve joint bij me die de honger een tijdje zou dempen.

Er kon echter geen kraan vinden dus ging ik op het gras naast de parkeerplaatsen voor het station zitten en gaf Gino de joint door nadat hij naast me was gaan zitten. We hadden nog even geen zin om weer te gaan liften. Ik begon er goed van te balen dat we niet gewoon met de trein naar Groningen waren gegaan. Ik had nota bene een OV jaarkaart. Mijn vader was principieel tegen auto’s en had, als een van de eersten, voor het hele gezin die OV jaarkaart gekocht. Ik kon op een legale manier zonder te betalen met alle treinen, bussen en metro’s mee, maar nu zat ik hier omdat ik zo nodig avontuurlijk met Gino moest gaan liften. En als hij alleen had gelift, was hij misschien nu ook al lang en breed in Groningen geweest. Al had hij natuurlijk ook door een sadistische nazi opgepikt kunnen worden en nu als een worst aan kettingen in een kelder kunnen hangen. Met Gino was alles mogelijk.

Toen we opstonden, om ons weer aan de weg te vervoegen, kwam er opeens een politieauto aan die in een razende vaart het parkeerterrein op scheurde,  met gierende banden een bocht nam, op ons af reed en met piepende banden vlak achter ons stopte. Het was dat onze haren al rechtop stonden want anders… Desondanks bleven we stoïcijns voor ons uit staren en deden we alsof we niets gehoord of gezien hadden.

Er stapte een boomlange jonge blonde agent uit, gevolgd door een agente die de helft kleiner was, maar haar geringe lengte goed maakte door de indrukwekkende omvang van haar taille. We zagen meteen dat deze twee er zin in hadden. Slecht nieuws dus, want dit kon wel even gaan duren. De lange lijs begon meteen ‘halt‘ te schreeuwen terwijl hij in gestrekte draf en met de hand op zijn pistoolholster de drie meter die ons nog van de deur van de politieauto scheidde overbrugde. Een onzinnige actie omdat Gino en ik als bevroren dit onwerkelijke tafereel bekeken. Ik keek in een reflex rond, half in de verwachting dat er ergens een paar gasten met bivakmutsen en shotguns stonden die een brute overval wilden gaan plegen. Maar nee, hij bedoelde echt ons twee.

‘ Opstaan’, beval de blonde Sturmbahn Fuhrer. De agente liep intussen naar de winkel van het tankstation. Het was duidelijk dat die graflul van dat station ons een geintje geflikt had. Hoe ernstig dat geintje was zouden we zo wel horen. Wel een beetje balen was dat ik, nadat ik opgestaan was, automatisch mijn hand naar mijn mond toebracht en een lange haal nam van wat ik dacht dat een sigaret was. Pas toen ik de scherpe smaak van hasj proefde, besefte dat ik vergeten was dat ik nog een joint in mijn hand had. De rook zat nu al in mijn longen en die kon ik daar onmogelijk houden. Ik gooide de joint, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, achter me in een plasje dat de grens tussen het gras en de weg markeerde. Daarna liet ik langzaam en gecontroleerd de rook via mijn neus ontsnappen. Ik had wind tegen en met een beetje mazzel zou agent Adolf de geur niet ruiken. De rook kwam nog altijd gestaag uit mijn neus zetten toen onze lange vriend zijn gezicht in mijn gezicht duwde. ‘Eerst maar eens fouilleren’, grijnsde hij. Niet om een statement te maken of stoer te doen maar gewoon door een spierreflex vanuit mijn longen blies ik, voordat ik er erg in had, de rest van de hasjrook midden in zijn gezicht uit. En omdat onze Adolf zelf net inademde kreeg hij de volle laag binnen. Ik dacht rook tussen zijn lippen te zien ontsnappen. Zijn gezicht zwol op een alarmerende manier op en werd knalrood. Nu had ik hem nog boos gemaakt ook. Gino zorgde gelukkig op het juiste moment voor afleiding door op een zeurderige toon te gaan mekkeren. Waarom dacht Oom agent dat hij ons deze behandeling moest geven? We hadden in dit land toch nog wel een paar rechten die ons beschermden tegen willekeur van Politieambtenaren? Gino en ik wisten daar wel het nodige vanaf omdat we regelmatig  over deze materie gelezen hadden in bepaalde extreem linkse pamfletten. Mijnheer de agent mocht ons helemaal niet zomaar, zonder enige aanleiding, fouilleren.

De tronie van de blonde dood ademde een verpestende walm in mijn gezicht uit, zo dicht hield hij zijn gezicht bij het mijne. Maar ik zag de agent uit zijn rode waas ontwaken en beseffen dat hij op het punt stond iets te doen dat onverstandig kon zijn voor zijn verdere carrière. Alles moest natuurlijk wel volgens het boekje blijven gaan. Alleen op momenten dat agenten in de M.E. linie staan en er stenen in het rond vliegen mogen ze ongecontroleerd om zich heen gaan hakken. Wat ik had gedaan kon misschien opgevat worden als een belediging van een ambtenaar in functie, maar uitademen was nu eenmaal een lichaamsfunctie die je moeilijk kon overslaan. Een advocaat zou met die redenering wel raad weten.

Op dat moment kwam de omvangrijke agente terug van het pompstation en riep de blonde dood met voldoening in haar stem toe dat de melding klopte en dat hij ‘vers’ was. O.K. mompelde de blonde Gestapo tevreden. Daarop beval hij ons onze plunjezakken open te maken. ‘ Maar dat gaat zomaar niet’, zei Gino. Ik keek naar hem en zag dat hij zich in zijn rol als advocaten begon in te leven. Hij deed die rol vaker op het schoolplein en zette dan altijd een lachwekkende, maar scherpe, advocaat neer. Zoeen die het bloed onder de nagels van officieren van justitie kon halen. Ik moest mijn lach inhouden toen ik deze transformatie zag. Gino zijn neus leek naar boven te groeien, zijn hoofd verdween in zijn nek, zijn stem zakte drie octaven en hij nam een wel zeer zelfverzekerde houding aan met zijn rechterhand achter zijn rug, zijn linker in zijn zij en zijn rechterbeen iets naar voren alsof hij voor de katheter van een rechtbank stond; klaar voor zijn pleidooi. Approach the bench counsellor! Dit kon een leuk spektakel worden.

-“Mag ik allereerst even weten waarom u ons wilt fouilleren en wat u denkt te vinden?”

– ” Er staat een graffiti op de muur achter het tankstation. Die tekening is nog nat en ik weet zeker dat jullie hem gespoten hebben dus zoeken we naar spuitbussen”, zei de omvangrijke agente terwijl ze mijn plunjezak begon te openen. Slecht nieuws want Gino en ik hadden beiden een spuitbus bij ons. Hier konden we ons niet uit lullen. Maar Gino vertrok geen spier; “Mag ik weten wat de graffiti voorstelde”, vroeg hij vervolgens. Ik had geen idee wat hij daarmee wilde bereiken, behalve dat hij misschien wat tijd zou winnen. Even zag ik ons beiden al opgepakt worden, voor de vorm een paar uur in de cel zitten, een boete krijgen en na donker op straat gegooid worden. Dat alles om even later weer voor landloperij of iets anders doms opgepakt te worden. Die twee konden ons eindeloos gaan pesten.

De agenten keken elkaar aan, maar de agente besloot uiteindelijk dat er geen gevaar in school om te vertellen dat het om een hakenkruis ging. ‘ Zoiets zouden wij nooit op een muur spuiten’, verklaarde Gino. ” Wij zijn tegen nazi’ s” , en hij wees op de Anti-Nazi button die ik op mijn jas had. Leuk argument, dacht ik, maar waarschijnlijk niet steekhoudend genoeg. De agente had intussen de sluiting van mijn plunjezak geopend en stond op het punt hem op het gras om te keren. ‘ En mag ik ook even weten welke kleur die graffiti had?’, vroeg Gino. ‘Hij was rood’,  zei de agente. Gino bleek een aas in zijn mouw verborgen te hebben. Ik had een blauwe spuitbus bij me en zover ik wist had Gino alleen een knalgele. De inhoud van mijn plunjezak denderde over het gras. Een paar T-shirts, een toilettas, een schone broek, drie paar sokken en ondergoed, een paar fanzines, en een hele hoop cassettes van allerlei obscure punkbands, bedoeld voor ruilhandel in Groningen. Maar natuurlijk ook de in een handdoek gewikkelde spuitbus en het ‘ Holland is a mess’  stencil.

‘Aha’,  riep de blonde Gestapo triomfantelijk toen de agente de spuitbus uit de handdoek trok. ‘Jammer dat hij niet de goede kleur is’, antwoordde Gino, op de blauwe dop wijzend. Daarop nam de blonde Gestapo de spuitbus van de agente over en richtte op een graspol die smurfenblauw gespoten werd. Daarop rende de SS’er bijna naar Gino zijn plunjezak, strooide ook die inhoud over het gras en wierp zich op Gino zijn spuitbus zodra die tussen de spullen tevoorschijn kwam. Het was een gele spuitbus, dus werd er ook een pol zo geel als Tweety geverfd. Triomfantelijk kijken wij beiden de agenten aan . De blonde Gestapo zei dat hij de spuitbussen in beslag nam, want hij wist dat deze voor vandalistische doeleinden bedoeld waren. Maar Gino wilde daar niets van weten. Wij gebruiken deze spuitbussen alleen binnenshuis in kraakpanden waar wij met toestemming van de bewoners graffiti achter laten. De agent riposteerde die opmerking door te onderstrepen dat krakers geen eigenaar van een pand zijn en onze Grafitti dus nog steeds vandalistisch waren. Hij pakte beide spuitbussen, gooide ze achter in zijn auto en beide agenten reden weg. We waren het erover eens dat we er nog tamelijk goed afgekomen waren. We stopten onze spullen weer in de plunjezakken en toen zag ik ineens dat Gino op de rug van zijn rechterhand een flinke smet van rode verf had zitten. Die houding die hij zo-even aangenomen had was bestudeerd. Het was altijd lachen geblazen met die jongen en daarnaast kon je niet ontkennen dat hij een soort magische charme om zich heen had die hij bijna tot in perfectie wist te gebruiken. Ik liet hem maar in de waan dat ik niets gezien had al vroeg ik me wel af waar die rode spuitbus dan gebleven was.

Tot mijn schrik zag ik dat het nu al over vieren was. Dat gaf de klok aan, die ik nog net in de winkel van het tankstation kon zien hangen. We waren nog altijd maar op de helft van de reis. De kans dat we Groningen voor donker gingen bereiken werd steeds kleiner. Dit was een waardeloze plek om te liften omdat alleen mensen die bij het tankstation stopten ons op konden pikken. En er was behalve de politieauto nog niemand gestopt. Er kwam een stadsbus voorbij die richting Zwolle ging. Dat betekende dat we op een busroute zaten en niet lang daarna stonden we bij een halte en zagen dat er een bus langs kwam die tot Assen ging. Ik reisde gratis dus als ik met Gino de kosten van een buskaartje zou delen schoten we alweer wat beter op. We besloten de bus naar Assen te nemen. Ik hoopte dat ik tijdens die reis Gino kon overtuigen om de rest van het traject naar Groningen met de trein te reizen. Maar dat lukte me niet dus uiteindelijk brachten we de nacht als een stel zwervers in de hal van een flatgebouw door en stonden we de volgende ochtend om 8 uur alweer aan de snelweg te liften. We bereikten Groningen om 2 uur s’ middags. Het was zaterdag 19 juni 1982.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: