Skip navigation

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

Hier deel 4 van een verslag van een reis naar Groningen in 1982

GRONINGEN DEEL 4

Tot onze verrassing kregen Gino en ik allebei de vijf gulden die we voor onze overnachting in de sleep-in hadden betaald terug van de beheerder. Als dank voor het sussen van de vechtpartij. ‘Hebben we mooi dat tientje dat het varkentje van je had gejat weer terug’ zei ik tegen Gino. Hij ging er niet op in.

Vanavond was het optreden van Pigbag in Vera maar het was nog vroeg en we hadden de hele dag nog voor ons. Het was heerlijk weer en ik was lui en had het liefst de hele dag ergens in de zon doorgebracht. Maar Gino en ik waren het erover eens dat een tweede nacht in de sleep-in geen optie was, al was het alleen maar omdat we uiterlijk om 12 uur in de sleep-in moesten zijn. De sleep-in sloot op zondag al om middernacht en wij hadden ons verheugd op een lange nacht na het optreden van Pigbag. Daarbij zou het best kunnen dat het optreden om 12 uur nog niet eens voorbij zou zijn. (Toentertijd was er nog geen sprake van concerten die al om 11 uur afgelopen waren zoals tegenwoordig.) We moesten dus allereerst slaapplaats voor de komende nacht vinden. Gino stond erop dat we onderweg naar de lockers op het station langs Vera zouden lopen. Ik zag daar het nut niet van in, maar hij hield voet bij stuk dus stonden we een kwartier later weer voor de deur van het bekendste Groningse podium. Er kwam net een vrouw van een jaar of dertig de deur van Vera uit. Ze sprak ons aan en toen ze hoorde dat we uit Rotterdam kwamen bood ze ons meteen een slaapplaats aan in het kraakpand waar ze woonde. Ik keek Gino even vol ongeloof aan, maar hij grijnsde en haalde zijn schouders op alsof hij wilde zeggen dat hij er ook niks aan kon doen dat hij altijd van die goede ingevingen had. Daarna liepen we onze nieuwe beschermvrouwe achterna.

Het kraakpand lag nog geen drie straten verder en we kregen een volledig gemeubileerde kamer met een groot twee persoons-bed ter beschikking. De bewoners van die kamer was een stel dat momenteel op vakantie was. Het pand bestond uit drie huizen waarvan de krakers de tussenmuren hadden doorgebroken. Zo hadden ze genoeg ruimte geschapen om een woongroep van 12 man te huisvesten. Er was een grote gezamenlijke keuken en woonkamer. Daarnaast waren er negen kamers die door drie stellen en zes singles bewoond werden. Het pand was goed onderhouden en schoon. We zagen nergens graffiti of punkposters. Blijkbaar woonden er geen punks in dit pand. De meeste bewoners waren, zoals het stel van onze kamer, op vakantie en behalve onze gastvrouw was er niemand te bekennen.

We waren nogal beduusd door de gastvrijheid van deze kraakster, die Lillian heette. Dat ze twee volslagen onbekende punkers in huis nam en ook nog eens in een kamer, die niet eens van haar was, liet overnachten was wel héél aardig. Het was even wennen. Lillian was de eerste Groningse die ons tof behandelde. Lillian was absoluut geen punk, maar ook geen hippie. Ze leek ook niet het prototype van een actievoerster. Een actievoerster had ons waarschijnlijk eerst aan een verhoor over onze visie op de samenleving onderworpen. Lillian was een goede ziel en blijkbaar zei haar intuïtie dat Gino en ik O.K. waren. Maar helemaal stabiel leek ze me niet, en haar medebewoners dachten daar blijkbaar hetzelfde over. Toen we even later in de keuken aan de thee zaten kwam er een medebewoner thuis die zich voorstelde als Tobias en de vriend van Lillian bleek te zijn. Hij nam Lillian mee naar de woonkamer en we hoorden hem verwijten maken over hoe naïef ze was om zomaar twee punkers van de straat op te pikken en een kamer toe te wijzen waar ze helemaal geen zeggenschap over had. Twee punkers die ook nog uit Rotterdam kwamen. Alweer was onze woonplaats een probleem. Ik nam me voor toch eens door te vragen wat de mensen hier nou allemaal tegen Rotterdam hadden.

Gino en ik beseften dat onze slaapplaats op de tocht stond en dat we Tobias van onze goede bedoelingen moesten overtuigen. Zonder daar verder een woord over vuil te maken nam Gino het initiatief en liep naar de woonkamer. Ik liep hem maar achterna. Nadat we Tobias confronteerden met zijn wantrouwen naar ons toe en ik aanbood om de kascheque van de giro die ik in geval van financiële noodgevallen bij me had bij hem in bewaring te geven, ging hij snel overstag. Al was het duidelijk met tegenzin. De kascheque afgeven was niet nodig. Exit Tobias. Lillian maakte aanstalten om Tobias te volgen naar de kamer van het pand die ze als stel deelden. Maar niet zonder ons de sleutels van de voordeur van het pand te geven. Alweer waren we stomverbaasd over het volledige vertrouwen van deze kraakster. Geen haar op ons hoofd die eraan dacht misbruik van deze gastvrijheid te maken. Dat was iets dat we sowieso nooit zouden doen. Gino en ik waren geen chaospunkers, junkies of anderszins idioot.

Pas toen we weer door de zonovergoten straten van Groningen liepen bedacht ik me dat ik alsnog vergeten was te vragen wat de mensen hier nou zo tegen Rotterdam hadden. Ik liet het er maar bij. Ik was al blij dat we eindelijk een slaapplaats gevonden hadden.

Het optreden van Pigbag die avond was best nog te doen. De hele zaal was aan het hossen op de instrumentale wereldmuziek. Zelfs ik deed even mee. Het viel me wel op dat Gino er niet helemaal met zijn hoofd bij was. Hij was duidelijk op zoek naar Bulldog girl maar die was deze avond in geen velden of wegen te bekennen. Die gast ging dus speciaal naar Groningen om een band te zien waar hij helemaal fan van was, om op het moment suprême de verliefde paljas uit te gaan hangen. Nu moest ik eigenlijk niks zeggen. De belangrijkste reden dat ik mijn best niet wilde doen om hier meiden te gaan versieren was omdat ik de scherven van mijn hart nog bij elkaar aan het zoeken was na Anouk.

Die nacht sliepen we voor het eerst echt goed in het tweepersoonsbed in het kraakpand. En lang ook want het was al over twee uur voordat we eruit kwamen. We zaten daarna een paar uur aan de koffie in de keuken van het verder uitgestorven pand. Lillian werkte als vrijwilligster op het kantoor van Vera en Tobias had misschien ook wel werk. Ik moest Gino ervan weerhouden om door het hele huis te gaan snuffelen want dat was een tic van hem. Hij was altijd erg nieuwsgierig naar wat mensen aan mooie spulletjes hadden. Zoals al gezegd zou hij nooit wat stelen, maar snuffelen was ook niet netjes. De koffievoorraad van het pand was na de zes koppen die wij beiden dronken wel al behoorlijk geslonken. We namen ons voor die middag als compensatie een pak koffie voor Lillian te kopen. De platenverzameling in de woonkamer moest natuurlijk wel even doorgelopen worden. Maar er stond op de ‘geef voor New Wave’ LP, die we allebei allang hadden en eentje van the Stranglers na, geen punk tussen. Dus verloor ik al snel mijn belangstelling.

We liepen de stad in, maar het was maandag. De winkels die dingen verkochten die wij leuk vonden, zoals platen en punkkleding, waren allemaal dicht. Ook in Groningen was maandag een saaie dag al was in de zon zitten met een joint wel een goed idee. Maar we wisten niet waar we wat te blowen konden halen. We hadden die ochtend ook niet de kans gehad om het adres van een hasjdealer aan Lillian te vragen. En ik had geen zin in bier. De rest van de dag gebeurde er helemaal niks. We kwamen in de stad geen punks tegen. En verder liet iedereen ons met rust. Niemand bood ons hasj of andere drugs te koop aan en niemand schold ons uit.

De dag daarop gingen we langs een platenzaak die een ruime bak punk LP’s en singles had staan. Het meeste spul was bekend en konden we in Rotterdam ook bij Backstreet records kopen. Het had geen zin om die platen hier te kopen en mee naar Rotterdam te sjouwen. Ik probeerde mijn tapes met tamelijk obscure punk die ik bij Vincent had opgenomen en daarna zelf had door gekopieerd te ruilen tegen demo’s van lokale Groningse bands. Maar de uitbater van de platenzaak had geen interesse; die wilde cash zien. Dus begon ik de adressen die op de Groningse tapes stonden te noteren zodat ik zelf contact met die bands op kon nemen om alsnog wat te ruilen. Ik had vier adressen opgeschreven toen de uitbater zag wat ik deed en me sommeerde te stoppen met hoesjes uit tapes te halen en te beduimelen. Even later stonden we hem op straat uit te schelden. Wat een pleurishond was die vent; hij was alleen bezig geld te verdienen. Die nacht ging ik gewapend met mijn spuitbus langs de platenzaak en spoot in zo groot mogelijke letters KOOP HIER VERSE KOMKOMMERS op de etalageruit.

Op woensdag was er wat in Simplon te doen. Simplon was naast Vera de tweede plek in Groningen waar regelmatig punkoptredens plaatsvonden. Helaas was dat die dag niet het geval omdat Mathilde Santink zou optreden, (boring!). Maar het was beter dan niets en het leuke was dat Simplon als jongerencentrum al vanaf 3 uur open was. Een uitstekende plek om eindelijk contact met wat Groningse punks te leggen want dat werd na bijna vijf dagen Groningen toch wel hoog tijd.

Simplon bestond uit een grote zaal op de begane grond, en een café met daarnaast een kleine zaal op de eerste verdieping. De grote zaal was die dag gesloten maar het café zag er goed uit.Al was er om 3 uur natuurlijk nog niet veel volk. Gino en ik dronken een biertje aan de bar. Daarna verdween Gino naar het toilet om te schijten. Hem kennende wist ik dat het wel een tijdje zou duren voordat hij daarmee klaar was. Het café was helemaal leeg totdat een grote skinhead samen met een punk, die ook behoorlijk groot was, aan weerszijden van mij aan de bar plaats namen. Het was duidelijk dat ze niet naar gezelligheid op zoek waren. Daarvoor gingen ze net iets te dicht op me zitten. De skinhead bestelde bier. Terwijl ik keek hoe de barman hun twee biertjes tapten voelde ik de punkers met zijn handen over de met studs bezette schouder van mijn leren jas gaan. Als door een wesp gestoken draaide ik me naar hem om. Ik had echt een tyfushekel aan door vreemden aangeraakt te worden. Ik keek hem aan en hij grijnsde provocerend naar me. Die gast was echt te groot om ruzie me te krijgen, en het feit dat zijn maat me aan de andere kant ingesloten had hielp natuurlijk ook niet mee. De skinhead achter me schraapte zijn keel om mijn aandacht op hem te vestigen. Ik draaide me op en hij tikte met twee vingers mijn hanenkam aan. Die had ik die ochtend, met eiwit en een föhn uit het kraakpand, weer eens goed rechtop gezet. ‘Daar houden wij dus niet zo van’ zei hij dreigend. ‘Waarvan bedoel je’, vroeg ik schaapachtig. ‘Hiervan’, zei hij en tikte de kam weer aan. ‘Pech voor je’, zei ik en wilde me van de bar afwenden om tussen de twee bullies uit te komen. Helaas was de grote punker, achter me, me voor. Hij pakte me bij mijn hanenkam, trok mijn hoofd naar achteren terwijl hij mijn rechterarm in een ijzeren greep nam. De skinhead boog zijn gezicht naar me toe en vroeg de obligate eerste vraag: ‘waar kom je vandaan?’ En alweer maakte het antwoord niet het beste in deze Groningers los. De skinhead pakte me met zijn linkerhand bij de revers van mijn leren jas terwijl hij zijn rechterhand naar achteren trok; hij was duidelijk van plan om me een flinke oplawaai te geven. Maar die linkerhand was een fatale vergissing omdat ik op strategische plekken twee scheermesjes achter mijn revers had bevestigd. Als je er niet van houdt om beetgepakt te worden moet je daar iets op verzinnen, nietwaar? Achteraf was deze maatregel wellicht iets té effectief. Verbaasd keek de skinhead naar zijn bloedende vingers. Ik voelde dat de greep van de punker achter me verslapte en maakte daar gebruik van door me los te rukken en het café uit te lopen. Ik hoorde de woedende skinhead roepen dat hij nog niet met me klaar was, maar voorlopig waren die twee nog wel even bezig met bloed stelpen.

Ik vond Gino in de hal in gesprek met twee punkmeisjes en vertelde in het voorbijgaan wat er in het café was gebeurd. De meisjes kenden die skinhead wel. Hij heette ‘Van Gal’ en ze zeiden dat hij best OK was. Zijn bijnaam klonk in ieder geval passend. Het was zaak het pad te verlaten voordat ik die twee beulen op mijn nek kreeg. Een van de meisjes was vrijwilligster in Simplon en dirigeerde ons naar de backstage waar we konden wachten totdat van Van Gal en zijn kompaan vertrokken waren. Ik had niet het idee dat de wond echt ernstig was;  het bloed spoot er er niet uit, dus was er gen ader geraakt. Maar met een beetje geluk zouden die twee Gorilla’s wel even langs de eerste hulp open, zodat ik er veilig vandoor kon. Een paar minuten later gingen Gino en het meisje even poolshoogte nemen en kwamen terug met het bericht dat de mensapen inderdaad beiden uit het pand vertrokken waren.

Het meisje vertelde dat Van Gal een hardcore FC Groningen supporter was. Daardoor ging ik er andermaal vanuit dat de onvriendelijke behandeling met voetbal te maken had. We kwamen die Gorilla’s de rest van onze tijd in Groningen op miraculeuze wijze niet meer tegen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: