Skip navigation

Monthly Archives: augustus 2012

Ik heb vorige week de nieuwe horeca nota doorgelezen. Meer dan 100 pagina’s. Genoeg om een paar columns aan te wijden. Hier is de derde en laatste:

Uit de horecanota:

De vraag van bezoekers bepaalt uiteindelijk het aanbod van horeca, niet de wens van de gemeente. Wat de overheid wel kan doen, is voorwaarden scheppen voor goede vestigingsmogelijkheden voor horeca door in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en deze waar mogelijk te stimuleren en te faciliteren. Daarbij wordt vertrouwen en ruimte gegeven.

Dit gelezen vraagt ik me af waarom er zoveel  podia verdwenen zijn en op het punt staan te verdwijnen. Dat er veel behoefte aan podia is staat buiten kijf. En over welke ‘voorwaarden voor goede vestigingsmogelijkheden’ hebben ze het nou? Laat de gemeente eerst een wat doen aan het feit dat het O.B.R. horecapanden voor schandalig hoge prijzen verhuurd.  Panden die daarnaast niet eens voldoen aan de geluidsoverlastnormen die dezelfde gemeente aan de horeca/podia oplegt.

Kijk eens hoeveel geld er de laatste paar jaar de Maas in is geflikkerd: Watt, Waterfront, De Nieuwe Oogst. Allemaal projecten waar miljoenen in zijn verdwenen. Zelfs Worm waar vorig jaar zoveel geld in is gestoken staat nu al op de nominatie om opgedoekt of op zijn minst vleugellam gemaakt te worden. (Ik hoorde dat Worm áls ze open kunnen blijven geen geld meer over gaat houden om te programmeren? ) Tenten als Worm, waar creatievelingen graag komen, worden bij het minste geringste opgedoekt. Dat terwijl er wel eerst 1 ½ miljoen aan een verbouwing is uitgegeven. Van dat geld hadden ze Exit trouwens 15 jaar kunnen laten bestaan, en met een ruim budget!!

Dat alles roept de vraag op waarom er niets gedaan wordt aan het feit dat er altijd zo achterlijk veel  geld vóór de opening in tenten gestopt moet worden. Dat wordt heus niet alleen gedaan om aan de regels voor geluidsoverlast te kunnen voldoen. Nee, het moet allemaal groots en prestigieus opgezet worden. Alsof jongeren niet uit willen gaan in tenten die geen architectonisch hoogstandje zijn of waar het kille design je niet toelacht. Ik vond persoonlijk tenten waar alles een beetje houtje touwtje was, zoals de Vlerk vroeger, juist des te leuker.

Verder lijkt het me juist slim om tenten zichzelf eerst te laten bewijzen om er daarna zo nodig wat meer geld in te stoppen. En dan eens niet meteen in groots opgezette nieuwbouw maar in andere/betere faciliteiten.

Om af te sluiten nog wat losse opmerkingen op onderdelen uit de horecanota:

Een onderzoeksbureau heeft het verband tussen het gebruik van alcohol en uitgaansgeweld onderzocht? Eehhh?

Horeca gelegenheden krijgen vanaf volgend jaar 12 verlaatjes i.p.v. 10. Ze kunnen dus per jaar twaalf maal tot maximaal 7 uur ’s nachts open blijven. Alleen jammer dat er een andere kant  van de medaille is: als een kroeg een verlaatje inzet betekent dat niet meer dat er meer lawaai geproduceerd mag worden. Maar laat dat nou net het onderdeel zijn waar horeca ondernemers echt wat aan hadden. Want een verlaatje wordt vooral ingezet als er live muziek geprogrammeerd is. Een verlaatje hield altijd in dat het geluidsniveau ook omhoog kon en daarom minder kans op geluidsoverlastklachten via de milieudienst en minder kans op een daarop volgend bezoek van de politie. Dat was een stuk belangrijker dan het langer open kunnen blijven.

Ik snap best dat geluidsoverlast zwaar klote is. Opvallend is dat er vaak bij tenten met een nachtvergunning niet of nauwelijks gehandhaafd wordt op overlast van na sluitingstijd vertrekkende bezoekers. Na 6 uur heeft de kit daar geen mankracht voor zodat bij het uitgaan van die kroegen stomdronken idioten met de auto stereo op tien en die vergrote uitlaten van ze er drie kwartier over doen om even weg te rijden.

Maar als een kroeg een bandje heeft staan zijn ze er als de kippen bij. Ik heb gevallen meegemaakt waarbij de politie 10 minuten na aanvang van een band al op de stoep stond. Terwijl dat procedureel onmogelijk is! Een geluidsoverlastklacht komt via de centrale bij DCMR, die belt de zaak waarover geklaagd wordt zodat de baas maatregelen kan nemen. Pas bij een tweede melding wordt de politie erop afgestuurd.

Maar ze weten best wel waar de schoen wringt:

uit de nota:

Duidelijke overheid

Ondernemers geven aan dat vanuit de gemeente Rotterdam meerdere plannen en doelstellingen worden nagestreefd. Dit maakt het soms onduidelijk wat nu wel en wat niet kan. Bijvoorbeeld: afdelingen die zich bezig houden met economie en marketing juichen bepaalde initiatieven toe. Dan blijkt echter het vergunning- en/of handhavings-beleid hier niet op aan te sluiten. Ondernemers pleiten daarom voor duidelijke regels aan de voorkant en voldoende flexibiliteit voor nieuwe initiatieven. Zij geven aan nogal eens ‘van het kastje naar de muur’ gestuurd te worden op het moment dat zij een nieuw initiatief bij de gemeente willen introduceren. De gemeente kent vele ingangen, maar wie is nu verantwoordelijk?

De gulden middenweg

Uiteindelijk komt alles neer op keuzes. En het jammerlijke is dat die niet gemaakt worden. Er wordt altijd een halfbakken compromis gevormd waardoor niemand blij is; bewoners die overlast hebben niet en uitgaanspubliek dat het aanbod in de stad ziet verschralen en zich overmatig gecontroleerd voelt ook niet.

Voor de zoveelste keer dus: stel een uitgaanssector in het centrum in en geef bewoners die niet tegen nachtelijk uitgaansgeluid kunnen vervangende woonruimte in een rustige randgemeente.

Kost ook wat investering, maar dan heb je uiteindelijk een uitgaansleven waar wat mee kan.

Ik heb vorige week de nieuwe horeca nota doorgelezen. Meer dan 100 pagina’s. Genoeg om een paar columns aan te wijden. Hier is de tweede:

Sommige onderdelen van de horeca nota bieden, zeker op het eerste gezicht, kansen voor de Rotterdamse popscene.

Er komt een nieuw soort vergunning. Een die tussen een vaste horecavergunning en een evenementenvergunning in zit.  Het wordt het pop-up concept genoemd. Ben benieuwd of dat wat gaat opleveren. Het Pop-up concept voorziet in tijdelijke horeca in leegstaande panden. Met een beetje organisatie die het risico aandurft en kan dragen zouden daar mooie dingen uit voort kunnen komen. Dit zou mogelijkerwijs kunnen leiden tot kleine optredens in leegstaande kantoren georganiseerd door en voor de lokale scene. Ziet er leuk uit, maar Rotterdam zou Rotterdam niet zijn als er niet een paar haken en ogen aan dit initiatief kleefden.

Een paar alinea’s verder wordt de hoop alweer de grond in geslagen want de gemeente is tegelijk van plan om geluidsoverlast keihard aan te gaan pakken en alle nieuwe vergunningen die iets met live muziek willen gaan doen worden verplicht een geluidstest te ondergaan:

Bij een aanvraag worden met het nieuwe vergunningstelsel activiteiten vergund, waardoor meer transparantie ontstaat wat voor activiteiten in een bepaalde inrichting kunnen worden ondernomen. Door te werken met modules waarin de activiteiten geclusterd zijn, kan de ondernemer ‘shoppen’ en komen tot zijn eigen gewenste exploitatie categorie. Dit biedt duidelijkheid. Het wordt geleidelijk doorgevoerd, alleen ondernemers die in aanmerking komen voor een nieuwe vergunning bij overnames, nieuwe vestiging en vernieuwingen of wijziging van exploitatievorm oftewel activiteiten van geldende vergunning gaan over op de nieuwe wijze van vergunnen.

Bij de vergunningaanvraag is één element verzwaard, te weten de check op geluid. De toets of de door de ondernemer gewenste geluidsproductie past bij het pand waarin de activiteiten gaan plaatsvinden, wordt vooraf gedaan. De ondernemer is verplicht om, als er geen geluidsrapport aanwezig is, een akoestisch rapport te overleggen dat de ondernemer zelf dient te financieren.

De voorwaarden die aan die nieuwe vergunning hangen zijn dus domweg te zwaar om te verwachten dat er initiatieven vanuit de locale scene door opgezet kunnen gaan worden. Niemand die zonder een grote zak geld iets op kan gaan zetten. Want wie is er zo achterlijk om een tijdelijke tent te openen als hij/zij eerst een enorm bedrag aan geluidsisolatie uit moet gaan geven? En wie kan er een duur akoestisch onderzoek financieren? Zolang de norm voor geluidsoverlast die belachelijke 80 dB blijft is dit een kansloos initiatief. (waar komt die norm trouwens vandaan? Welke groot brein heeft ooit bepaald dat 80 dB überhaupt kán voldoen bij live optredens als een live drummer, onversterkt, met gemak 100 dB produceert?)

Het lijkt er verdacht veel op dat dit initiatief, zoals zo vaak,  alleen de belangen mag dienen van de kleine gevestigde groep ‘culturele ondernemers’.  Want alleen al aan de naam die men voor dit nieuwe vergunningstelsel gekozen heeft kan je zien uit welke koker dit initiatief hoogstwaarschijnlijk afkomstig is : Ro-Town. Die zaal heeft namelijk een zak van 100.000 euro extra subsidie aangevraagd om op verschillende locaties grotere optredens te mogen organiseren. Dat plan mag dan door de RRKC zijn afgekeurd, maar je weet nooit hoe een koe een haas vangt.

Al met al is dit weer een gemiste kans om nu eindelijk een verjonging door te voeren in het bestand van die gevestigde culturele ondernemers. Rotterdam hanteert een sterfhuisconstructie;  wie gaat, als dat kleine groepje dat nu de dienst uitmaakt met pensioen is,  het vaandel overnemen? Er is niemand die de kans heeft gekregen om ervaring met het organiseren van culturele activiteiten op te bouwen.

Ik heb deze week de nieuwe horeca nota 2012-2016 doorgelezen. Meer dan 100 pagina’s. Genoeg om een paar columns aan te wijden. Hier is de eerste:

Een woord dat opvallend veel in de horecanota voor komt: kwaliteitshoreca. Maar wat wordt er nu precies bedoeld met kwaliteitshoreca ?

De horeca nota 2012-2016 ademt één overduidelijke ambitie: de horeca aan te passen naar de wensen van ‘de zakelijke markt’.  Volgens de gemeentelijke plannen moet de horeca zich meer en meer naar de wensen van één soort klant gaan richten en dat is de yuppie.  De stad moet blijkbaar vol gebouwd worden met grand cafés, bistro’s en restaurants op loopafstand van elke nieuw yuppenflat en ze moeten er gelikt uit zien en bovenal lekker duur zijn.

Nog altijd doet het grote idee-fixe dat er in grote getale hoger opgeleiden naar de stad getrokken kunnen worden als er maar veel (dure) woonruimte naar de smaak van de rijkere klasse neergeplempt wordt en er op elke straathoek een grand café verrijst.

Ga voor de grap eens een paar van die nieuwe yuppenflats langs; bijvoorbeeld die langs de markt bij de Laurenskerk.  Fijne appartementjes van ongeveer €500.000 per stuk. Ongeveer een kwart van die appartementen staat leeg! Dat terwijl er nog altijd een tekort aan betaalbare woonruimte is.

De paragraaf ‘gebiedsgerichte horeca’ klinkt alsof het nodig is bepaalde soorten horeca in bepaalde gebieden te concentreren. Dat doet mij afvragen of het de bedoeling is dat er een soort yuppie enclave wordt gemaakt waar de hoogopgeleide en sophisticated yuppie gezellig onder elkaar kan recreëren, goed bewaakt en voorzien van alle mogelijke luxe.

Maar er is natuurlijk geen yup te vinden die in een stad wil wonen waar het barst van de laagopgeleide hangjongeren. Hangjongeren die overal zichtbaar dreigend aanwezig zijn, lawaai maken bij het uitgaan en winkels gaan plunderen als ze uit een tent gegooid worden. Rotterdam is nog altijd de stad met gemiddeld de jongste bevolking van Nederland. Maar voorzieningen voor jongeren zijn schaars en er meestal alleen op gericht om jongeren op bepaalde plekken te concentreren, in de gaten te houden en te proberen ze ‘manieren’ bij te brengen. Geen wonder dat er onder jongeren weinig enthousiasme voor dat soort projecten is.

Er is in deze nota sprake van een toezichtsmodel op 3 niveaus: basis, middel en aandachtsniveau. Als je het mij vraagt komt dat neer op: niets doen (in de yuppen enclaves), zichtbare politie inzet (daarbuiten) en shoot at will (in de jongerengebieden). Dus zet ergens in een verafgelegen havengebied wat smoezelige tenten neer voor de jeugd. Dan kunnen ze daar dan de hele nacht zoeklichten op richten, wat experimentele drones de boel van bovenaf in de gaten laten houden en politieagenten af en toe wat schietoefeningen laten doen. Uit het zicht en uit het hart (van de stad).

Rotterdam is altijd een working-class stad geweest en de gemeente doet nu alsof we ons daarvoor moeten schamen. In de visie van het huidige stadsbestuur zijn lager opgeleide mensen een risicofactor die allerlei ellende aantrekt: werkloosheid, huiselijk geweld, tienermoeders, maar bovenal overlast. Intussen wordt voor het gemak vergeten dat het juist die laagopgeleiden zijn die ervoor zorgen dat de grote motor van de economie blijft draaien; de Rotterdamse haven. In plaats dat ze trots zijn om het feit dat Rotterdam een arbeidersstad is doen ze er alles aan om van dat imago af te komen en gaan ze blindelings door met voorzieningen scheppen voor hoogopgeleiden, die hier (nog) niet wonen, terwijl de eigen jeugd zich de tandjes verveelt en maar thuis blijft hangen en met een goedkope krat pils tot de volgende generatie (verborgen) alcoholici gevormd wordt.

Deze column verscheen ook op Vers Beton

Je ziet steeds vaker berichten over politiegeweld tegen burgers.

Nu kan je natuurlijk in een pavlov reactie gaan staan roepen dat deze burger om een harde aanpak vroegen door dronken te zijn, te gaan schelden, te fietsen waar het niet mag of door rood te lopen. Maar als we zo gaan beginnen krijg je binnenkort nog de doodstraf voor wildplassen.

Natuurlijk is het zo dat bijna elk incident tegenwoordig meteen op you tube staat, maar wat is daar mis mee? Het is niet verboden om agenten in functie te filmen. Het door de korpsleiding steeds maar weer gebruikte excuus dat de aanleiding tot het gebruikte geweld niet gefilmd werd is tamelijk zwak. Steeds weer zie ik op die filmpjes mensen die door vijf agenten tegen de grond gewerkt zijn, vaak gillend van pijn en dat achteraf ook nog voor akkevietjes van niks. Akkevietjes die erop neerkomen dat er ‘bevelen van Oom of Tante agent niet opgevolgd werden’,  waarna er geen andere oplossing was dan de ongehoorzame burger tegen de grond te werken.

Wat is er met de politie gebeurd? Het lijkt erop dat agenten tegenwoordig stokstijf van de adrenaline de straat op gaan. “It’s a jungle out there!”  Bij het minste geringste opstootje komen ze met acht wagens en in vol ornaat compleet met kogelvrije vesten. Alsof burgers tegenwoordig standaard met grof geweld, en liefst met vuurwapens, de Hermandad opwachten. Natuurlijk zijn mensen vaak opgefokt door alcohol en drugs en daardoor moeilijk in toom te houden. Maar is dat tegenwoordig erger dan pakweg 20 jaar geleden? Ik vraag het me af.

De burger is over het algemeen wel veel mondiger geworden en niet van zins om klakkeloos orders op te volgen. Het is nu eenmaal zo dat moderne jongeren opgegroeid zijn in een onderhandelingscultuur. Als een gezagsdrager dus een bepaald gedrag van iemand verlangd zal hij/zij het waarom daarachter eerst uit moeten leggen voordat er orders opgevolgd worden. Ouders en leraren zijn daar intussen aardig bedreven in geraakt.

Het is opvallend dat het juist de politie, die in deze maatschappij een geweldsmonopolie heeft, het niet lukt om in deze maatschappelijke trend mee te gaan. En dat is vreemd want ik herinner me tijden dat de politie juist erg goed was in de-escalerende activiteiten. Twintig jaar geleden werd er op straat heel wat afgepraat en mede daarom ook een stuk minder geweld gebruikt. Het was destijds erg ongebruikelijk dat de politie geweld inzette voordat er door anderen geweld gebruikt werd. Tegenwoordig is het niet stipt en direct opvolgen van een bevel al genoeg om tegen de grond gewerkt te worden.

Het lijkt er heel sterk op dat er, als reactie op de law and order gewauwel van Minister Opstelten, op politiescholen en in de politiekorpsen een beeld van de samenleving wordt geschetst dat op zijn zachtst gezegd nogal vertekend is. Burgers zijn niet meer van goede wil maar moeten met harde hand op hun plaats gezet worden. Nu snap ik er ook helemaal niks van dat sommige mensen  hulpverleners menen te moeten aanvallen. Maar het is wel een teken dat het wantrouwen aan beide kanten heeft toegeslagen; niemand vertrouwd een persoon in uniform nog; die zijn er alleen om te controleren of jij je wel aan de regeltjes houdt. Regeltjes waarvan je als burger vaak niet eens het bestaan vermoedde. Een vriendin van me werd, omdat haar hond een reiger deed opvliegen, door een politieagent erop gewezen dat ze 300 euro boete kon krijgen ‘wegens het opjagen van wild!’

En als je vriendelijk aan een agent(e) vraagt waarom er bijvoorbeeld een straat is afgezet wordt je afgeblaft alsof we opeens in Oost Duitsland ‘befor die Wende’ terecht zijn gekomen.

Is het misschien die Zero-tolerance instelling waardoor de diender vergeet welke zaak hij dient en er bij het minste geringste op los slaat? Zero-tolerance; een doctrine overgewaaid uit het New York van burgemeester Guilliani. In de USA overigens allang weer afgeschaft omdat het daar tot onnodig veel slachtoffers bij zowel politie als burgers leidde, maar hier nog altijd het stokpaardje van onze brombeer van een minister van justitie. Die man verlangd hevig terug naar de jaren vijftig maar ziet niet in dat deze tijd juist om die begrijpende en als brugman pratende diender van de jaren tachtig vraagt.

Ik heb gemengde ervaringen met de politie die er meestal op neer komen dat ze je niet kunnen helpen als je ze nodig hebt: “Sorry meneer maar we kunnen de man die uw vriendin zojuist aangerand heeft en uw kaak verrot sloeg toen u haar wilde ontzetten niet vinden. Nee, we kunnen de twee bruggen die naar dit gedeelte van de stad leiden niet zomaar afzetten en alle kale negers langer dan 1.80 gaan tegenhouden want dat zou racistisch zijn. Ja, Meneer; als die man een punker met groen haar was geweest had dat wel gekund want zo’n  persoon kiest zelf voor zijn uiterlijk.” Dat de persoon in kwestie ervoor koos om midden op de dag in een fietsenhok te proberen mijn vriendin te verkrachten deed daar volgens deze agent niets aan af.

Maar de politie krijgt het wel voor elkaar enorm vervelend aanwezig te zijn als je ze juist niet kan gebruiken: “Meneer u liep door rood en u krijgt van mij een boete van 35 euro. Dat u dit stoplicht kent en wist dat het op het punt stond op groen te gaan doet daar niets aan af.”

Een goede ervaring die ik met de politie heb is met de wijkagent van Rotterdam centrum. Daar had ik als directeur van Exit echt wat aan; de buurtregisseur. Die man kende iedereen in de buurt bij naam en toenaam en bemiddelde in een conflict tussen Exit en een opgefokte buurman die geluidsoverlastklachten had.  Chapeau voor de manier waarop deze man die zaak aanpakte. Hij nodigde beide partijen uit voor een gesprek en wist de betreffende buurman ervan te overtuigen dat hij nu eindelijk eens de, voor de zoveelste keer aangeboden, vervangende woonruimte te accepteren. Daar schijnt de Nederlandse politie zich dan weer in positieve zin te onderscheiden van hun collega’s elders in de wereld. Maar het is wel een overblijfsel uit de goede oude tijd. De goede oude tijd toen agenten nog wat vertrouwen in hun medemensen hadden en dat ook uitstraalden….

Bij de bekendwording van de welke muziek/theatergroepen en festivals nog door het fonds voor podiumkunsten gesteund kunnen gaan worden werd het pijnlijk duidelijk naar wat voor land de rechtse elite verlangd.

Het zijn vooral de experimentele voorstellingen die onder de bezuinigingen lijden. Wat buiten de marge valt van wat groot en bekend is wordt wegbezuinigd. Wat overblijft zijn de A-merken. Past prachtig in de liberale traditie hoor;  wat groot is mag groot blijven en wat klein is moet worden opgeslokt of uitgespuugd.

Ik heb het al eerder gezegd: de gezelschappen waar niet op bezuinigd wordt zijn juist de meest voor de hand liggende kandidaten om door het mecenaat ondersteund te worden. Laat ze lekker een ‘vrienden van het Holland festival’ oprichten!

Iedereen die nog niet door had dat de VVD klakkeloos achter het groot kapitaal aanloopt zou nu beter moeten weten. De VVD is er niet voor de kleine man al is hij 1000x ondernemer. De VVD streeft al tientallen jaren naar een wereld waar alleen plaats is voor grootgrutters, mega winkel bedrijven, en grote ketens van fastfood restaurants. Een Blokker, Kruidvat en Mc Donald’s in elke winkelstraat. De kunst waar ze voor kiezen past daar naadloos bij. Alleen wat groot en prestigieus is mag gezien blijven worden.

Dat marginale theater en muziekgroepen, festivals en tentoonstellingen veel sociaal en maatschappijkritische geluiden produceren zal voor Halve Zoolstra wel een mooie extra reden geweest zijn om de botte bijl te hanteren. In de benarde visie van onze Neo-Liberale broeders is er alleen plaats voor kunsten die in opdracht en ter vermaak en verheerlijking van de elite wordt geproduceerd. Stel je toch eens voor dat liefhebbers van opera opeens de volle mep voor een kaartje voor de nieuwe uitvoering van een Wagner opera moeten gaan betalen. Dat mag toch niet zo zijn? Alsof die, over het algemeen niet bepaald onbemiddelde mensen, niet al genoeg belasting betalen!

Inderdaad wordt met groot gemak over het hoofd gezien dat subsidies zich meestal weer terug verdienen in de vorm van belastingen btw, parkeergelden,  inkomsten voor de plaatselijke horeca, en bovenal in goodwill en een gevoel van welbevinden bij zowel publiek als sponsors. Maar je koopt natuurlijk niets voor welbevinden!

Vergeet ook niet hoeveel toeleveringsbedrijven, kleine licht en geluid bedrijven en (semi) artistieke personen/bedrijven als ontwerpers, drukkers en cateraars afhankelijk zijn van opdrachten van gesubsidieerde gezelschappen.

Subsidies zijn over het algemeen ook echt niet overdreven groot. Want Hollanders zijn en blijven kooplieden en als je weet hoe gedetailleerd een begroting voor een subsidie moet zijn weet je dat elke cent verantwoord moet worden besteed.

Terwijl  de dames en heren van de VVD krampachtig dit land in de 51e  staat van de USA proberen te veranderen kijkt Amerika op zijn beurt met grote interesse naar hoe wij hier de zaken aanpakken. Daar merken ze op dat er voor een relatief klein bedrag aan subsidies heel veel kunst gemaakt en verspreid wordt. Nederlanders zijn niet voor niks over het algemeen wat beter artistiek gevormd dan de gemiddelde hill-billy. Het kost een paar centen, maar je krijgt er wel wat voor terug.

Maar rechts is niet zo kien op kweekvijvers voor nieuw talent. Hoe groter die vijvers worden, hoe meer mensen er in dit land rond gaan lopen die ambities hebben die verder reiken dan een simpel baantje achter een lopende band of een kassa. Dat zijn lastige mensen; voor je het weet maken die nog voorstellingen die kritiek leveren op het systeem, en plaatsen ze  vraagtekens bij het feit dat de grote gokkers bij de banken beloond moeten worden voor hun opzichtige falen, terwijl  gezelschappen, festivals en tentoonstellingen, die wel degelijk veel publiek trekken en hun steentje bijdragen aan het welvaren van de economie, afgestraft dienen te worden.

%d bloggers liken dit: