Skip navigation

Ooit werd me op de lagere school met het volgende verhaaltje uitgelegd wat kapitalisme inhield:

Er was eens een stam van primitieve mensen die van de visvangst leefden. Nu was vissen vangen nog best een lastig karwei. De mensen visten met lijnen en haken. Het kostte veel moeite om elke dag genoeg vis te vangen om iedereen te voeden. Op een dag vond iemand, laten we hem Jan noemen, het visnet uit.  Jan probeerde het net uit en kwam binnen een paar uur met een flinke vangst thuis. Hiermee werd vissen vangen opeens een stuk eenvoudiger. Prachtig voor de stam zou je denken. Maar er gebeurde iets opmerkelijks; Jan was namelijk een slimme jongen.  Jan ging zich toeleggen op netten maken. Waarschijnlijk op een plaats waar niemand zijn kunsten kon afkijken. De gemaakte netten gaf hij eerst aan zijn stamgenoten in ruil voor een deel van de visvangst. Later werd hij nog slimmer en leerde hij een paar stamgenoten hoe ze netten konden maken en hoefde hij helemaal niets meer te doen omdat de hij van al deze ingewijden weer een deel van de opbrengst kreeg. Zo werd Jan een rijk en gevierd man in de stam.

In de angstdromen van een liberaal was het verhaaltje anders afgelopen: Jan kreeg flink op zijn lazer van het stamhoofd die het hem verbood zich op deze manier aan werk te onttrekken. Als Jan echt zo slim was moest hij dat maar bewijzen door nog meer slimme uitvindingen te gaan doen. Jan probeerde van alles, maar onder dwang lukte het hem niet om nog meer leuks te verzinnen. Niet lang daarna verliet Jan de stam en haakte aan bij de bewoners van de overkant van de rivier. Daar herhaalde dit scenario zich.

En in de dromen van een Machiavellist zou deze stam zich waarschijnlijk hebben toegelegd op het maken van nieuwe wapens en daarmee de omringende stammen aan zich hebben onderworpen.

Ik denk echter dat dit verhaal in realiteit wellicht een beter verloop gehad zou hebben. Bij de presentatie van zijn visnet riep de stam: “wow, look at the brains on Jan!” De extra vis die zonder noemenswaardige moeite was gevangen ging de barbeknoei op en iedereen at zijn buikje rond maar niet zonder Jan eerst nog wat egostrelingen te geven. Jan stond vanaf die dag in hoog aanzien. Andere stamleden konden, aangemoedigd door Jan zijn succes en ook omdat ze nu meer tijd voor andere zaken dan visvangst hadden, zich gaan toeleggen op het verzinnen van andere slimmigheden of zich bekwamen in nieuwe ambachten. Ze gingen pottenbakken, hout snijden of land bewerken.  Het kwam niet eens bij Jan op om zijn uitvinding te exploiteren want hij was een gelukkig man en hij vond het geen probleem om dagelijks met zijn stamgenoten een paar uur vis te vangen.

Je mag me een dromer noemen, hoor; schijt aan.

 

Advertenties

One Comment

  1. Nee, zo werkte het echt – precies zo konden mensen in de eerste agrarische gemeenschappen zich toeleggen op gespecialiseerde professies die niets met direct overleven te maken hadden. Sterker nog – observatie van de manier waarop mensen goederen en diensten uitwisselden in zo’n 5000 jaar (over een paar honderd culturen; maar helaas heb ik geen idee van wie dit onderzoek heeft gepubliceerd), wees erop dat Jan er waarschijnlijk in zijn nopjes over zou zijn geweest als jij ook zo’n net zou willen hebben en je meestal ook wel aan zo’n ding wilde helpen als het hem niet veel teveel moeite kostte. Moet je vooral kijken naar culturen waarin er geen monetair concept bestaat.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: