Skip navigation

Tag Archives: festivals

 festival2

Live muziek ziet men tegenwoordig het liefst in de vorm van een festival. Maar festivals zijn verworden tot ‘muziek terwijl u wacht’. Je staat in de rij voor de entree, want zelfs als het een gratis festival betreft wordt het festivalterrein omheint en moet iedereen (liefst anaal) gevisiteerd worden. Daarna in de rij voor muntjes of betaalkaarten. Dan in de rij voor bier en vervolgens wurm je jezelf door de kudde naar voren en wacht op de volgende band, want het programma loopt nogal eens vertraging op. Vooraan aangekomen maak je een selfie met de band als achtergrond die bewijst dat ‘je er was’ en dan meteen weer terug want, op de diehard fans na, hebben toeschouwers een aandachtsspanne die maar een nummer of twee duurt. Geeft niks want volgend jaar staat precies dezelfde band weer te headlinen.

Na de eerste band op zoek naar het vreet of zuiptentje om afgezet te worden door de horeca-exploitant die zo snel mogelijk zijn investering terug wil verdienen met halfgare eenheidsworst. Uiteindelijk sluit je aan in de rij voor de plee want voor het voorrecht je dure bier legaal uit te pissen moet je tegenwoordig ook al betalen. Vroeger nam je zelf een koeltas bier en broodjes mee, nu mag helemaal niks meer het festivalterrein op, behalve je pinpas.

Het overgrote deel van het publiek bestaat uit klapvee die het geen reet interesseert welke band er op het podium staat. Die zijn er voor de drank, drugs, vreten of het andere geslacht. Hoor je dat soort mensen nog dagen napraten over zo’n festival? Welnee. Kan ook niet want festivals zijn allemaal inwisselbaar; heb je er een gezien dan heb je ze allemaal gezien.

Ooit zag je tijdens festivals nog gekke dingen als bendes motorrijders die dwars door het publiek gingen crossen, massale vechtpartijen of struikelde je over de neukende stelletjes. Niets van dat alles meer want elke vierkante centimeter van het festivalterrein wordt door hordes security en camera’s in de gaten gehouden. Alleen extreem noodweer of een onverwachte dropping van de atoombom kan nog roet in het eten gooien.

Festivals zijn tegenwoordig vooral gezapig en de actie speelt zich alleen nog af binnenin gedrogeerde hoofden. De enigen die nu nog met volle teugen lijken te genieten zijn de pillenfreaks; alleen jammer dat die zich de dag erop niets meer van het gebeuren weten te herinneren.

Festivalprogrammeurs begeven zich bijna allemaal uitsluitend op platgetreden paden want ‘commercieel programmeren’ heeft altijd ‘meer van ’t zelfde’ betekent. Een programmeur uit de stal van MOJO (live nation) beweerde ooit: “als je tegenwoordig een succesvol metalfestival neer wilt zetten moet je minimaal één van de grote drie op het programma hebben staan: AC/DC, Iron Maiden of Metallica”. Volgens mij zou de achterliggende gedachte wel eens kunnen zijn dat hoe vaker je de headliners hebt gezien, hoe meer je de aandacht kan richten op de siteshow van vreet, zuip en merchandise standjes.

Festivals zijn de vervolmaking van het toekomstbeeld van cultuur die politici als Halve Zoolstra een paar jaar geleden geschetst hebben. Het gaat niet meer om de beleving maar om het zo snel mogelijk innemen van zo veel mogelijk kicks en elke afzonderlijke kick kan in rekening gebracht worden. Een businessplan dat cultuur eindelijk rendabel en commercieel interessant maakt.

festivals

Hier achter in het park geven ze tegenwoordig ook al om de paar weken zo’n kutfestival waardoor ik de hele dag weg loop te dreunen door de EDM bassen. De rest van de tonen hoor je niet omdat die losers bij de milieudienst nog steeds niet doorhebben dat ze de verkeerde soort decibelmeters gebruiken. (geen grap: er wordt een decibelmeter gebruikt die voor het oor schadelijk geluid meet. Dus de hoge en midtonen mogen niet, maar de bassen die de kopjes op mijn tuinterras omhoog doen stuiteren schijnen geen probleem te zijn.) Geen wonder dat de halve buurt hier zo langzamerhand tegen die festivals in opstand is gekomen; dat zijn echt geen 1 of 2 klagers geweest. Dit soort opdringerige slik of stik feestjes hebben niets te maken met cultuur; het zijn slechte excuses om een hele dag rosé en verdund evenementenbier te slempen. Als je zo nodig moet festi-opvallen doe dat dan in een geluidsdichte ondergrondse ruimte en val mensen (of dieren, of de natuur in t algemeen) die er niks van willen weten er niet mee lastig.

Ik pleit voor een snelle dood van het festival gebeuren. Vooral buitenfestivals mogen wat mij betreft per direct afgeschaft worden. Op het gras in de zon een band bekijken is voor hippies!!

Deel 1 lees je hier: klikke!

Advertenties

Foo-Fighters-wide

Op bezoek bij een stel vrienden die ongeveer twintig jaar jonger zijn zat ik op dezelfde manier over muziek te praten als ik al zo ongeveer een halve eeuw gewend ben te doen. Dat betekent vooral dat je veel namen dropt en korte anekdotes over de desbetreffende band/muzikant/componist verteld. Over het live concert wat je van ze hebt gezien of over de plaat die je al twintig jaar grijs draait. Je bent bij iemand anders op bezoek dus je laat je leiden door wat je gastheer op zet en ongeacht welk genre hij/zij draait drop je de namen van enkele klassiekers in de hoop dat ze die ook kennen. Zo niet dan volgen die hiervoor genoemde anekdotes. Dat alles in de hoop en verwachting dat je gastheer een aantal van die namen onthoud en de eerstvolgende keer dat hij een platenzaak binnenstapt naar de platen van die muzikant waar jij zo hoog over opgaf gaat zoeken, ze in de zaak beluisterd, in een halleluja stemming terecht komt en ongezien een heel oeuvre koopt. Het kan ook zijn dat ik de volgende keer dat ik langskom een cdr meeneem met wat voorbeelden van waar ik de vorige keer over praatte, want het gaat er niet om dat die platen gekocht worden, het gaat erom dat hij/zij ze hoort en er van uit zijn/haar dak gaat.
Muziek was en is altijd iets geweest waar ik mijn hele identiteit aan opgehangen heb. Muzieksmaak was allesbepalend voor de richting waarin je jezelf ontwikkelde, voor je kijk op de maatschappij, je indruk van het andere geslacht, kortom voor zo’n beetje alles. Dus dat geef je net zo graag aan anderen door als je eigen genen. Extra leuk is dat de desbetreffende persoon niet van het andere geslacht hoeft te zijn om dit alles te absorberen.

spotify-logo-primary-vertical-dark-background-rgbMaar er is iets veranderd; er is opeens iets heel erg mis. Je gastheer zet namelijk niet een van zijn lievelingsplaten op maar heeft al voordat jij een voet over de drempel hebt gezet spotify aanstaan. En wel op random mode. Dus de eerste de beste keer dat je vraagt wat hij draait omdat dat muziekje je wel/niet aanstaat moet hij naar de computer lopen om te checken wat het is want het is voor hem ook de eerste keer dat hij het nummer hoort. Natuurlijk ben ik een ouderwetse lul maar ik vind het ronduit een belediging als iemand muziek voor me draait dat hij/zij als niet meer dan een soort behangetje beschouwd. Je laat de radio toch ook niet aan staan als je bezoek krijgt? ‘Hij staat op punkrock, hoor’, zeggen ze dan, alsof dat ook maar iets goed maakt. Greenday hoor ik net zo graag als laten we zeggen Jantje Smit. Dus vraag ik beleefd of hij iets op wil zetten wat hij wel kent en waarvan hij echt fan is. Dan blijft ’t stil. Hij is niet gewend deze vraag gesteld te krijgen en na vijf minuten intense denktherapie komt ie niet verder dan Foo Fighters. Nu kan ik me met geen mogelijkheid voorstellen dat er echt mensen zijn die Foo Fighters als lievelingsband hebben maar het is een uitgangspunt. Via Grohl kom je natuurlijk meteen op Nirvana en kan je zijn allereerste band ook aanhalen. Dat was Scream en dat is een anekdote-waardige band. Probleem is dat je lieve gastheer de naam helemaal niet hoeft te onthouden, maar hem meteen intikt en via Spotify, waar intussen zo’n beetje alles behalve The Beatles op te vinden is, een paar nummers van Scream kan beluisteren. Reactie: ach wel aardig. Je dropt nog wat namen die meteen beluisterd worden en je weet meteen al dat hij ze waarschijnlijk vijf minuten nadat je de deur uitgaat al vergeten zal zijn. scream
Het lijkt allemaal leuk dat je tegenwoordig slechts een paar muisklikken verwijderd bent van zo’n beetje alles wat er ooit op deze aardkloot aan muziek is geproduceerd, maar het heeft één groot nadeel en dat is dat niks meer echt beklijft. Achteraf was het helemaal niet echt een straf om maandenlang met een obscure naam of een klein stukje van een nummer dat je maar één keer ergens gedeeltelijk gehoord had rond te lopen totdat je de plaat in een winkel zag staan of een kennis hem per ongeluk voor je op zette. De beloning was anders, niet instant maar intens. Je had maanden naar dit moment verlangd en dat doet iets met je brein. Je staat helemaal open voor de nieuwe ervaring en die komt dan ook honderdduizend maal harder binnen dan de instant satisfaction die spotify je biedt.
Zie hier een van de redenen dat bands die in dit internet tijdperk zijn opgericht het zo moeilijk hebben om uit te groeien tot een festivalact die het genoeg publiek trekt om te kunnen headlinen. De Headliners van nu drijven allemaal op een fanbase die dateert van het pre-internet tijdperk.

Je kan ‘m ook op ZInesters lezen. en Deel 2 lees je hier: klikke

Nog wat toevoegingen aan de vorige column over de Rotterdamse Poppodia:

Yuppies en Regelneuken

De zogenaamde ‘terugtrekkende overheid’ maakt het moeilijker om hier in Rotterdam een gezond popklimaat te verwezenlijken. De overheid is tegenwoordig opgedeeld in verschillende diensten. En naar Amerikaans model (ja, daar gaan we weer!) werken deze diensten niet met elkaar samen maar beconcurreren ze elkaar soms zelfs.

De ene dienst geeft podia subsidie terwijl de andere de helft van dat geld weer inpikt in de vorm van huurpenningen. Dat gebeurde bij Exit. Die tent kreeg €5000 subsidie per maand en de huur kostte €2400. Zo kan je natuurlijk als gemeente mooie sier maken en het erop doen lijken dat het percentage van de cultuursubsidies dat aan popmuziek wordt uitgegeven wat hoger ligt dan in werkelijkheid het geval is.

De ene dienst geeft zalen subsidies terwijl de andere vergunningen intrekt omdat er sprake zou zijn van geluidsoverlast. Tegenwoordig zijn klachten van buren over overlast niet meer nodig om een dienst als DCMR een vergunning te laten weigeren. Regels zijn regels; er wordt een geluidstest gedaan en een rapport opgemaakt. Komt er meer dan 80 db door je ruiten dan staat je vergunning op de tocht. (terwijl een volle kroeg zónder muziek al met gemak 80 db produceert!). Zit je zaak aan een plein en heb je geen overburen in een straal van 500 meter? Heeft er nog nooit ook maar een van de buren gemerkt dat er optredens in je kroeg gegeven worden? Maakt niet uit. Hoe noemen we zulk gedrag van ambtenaren ook alweer? Regelneuken!

Vervolgens wordt er dan een oplossing gevonden want er is een potje in het leven geroepen waar muziekcafés en podia een subsidie voor geluidsisolatie kunnen krijgen. Op zich is dat een goede zaak. Maar het is toch ronduit bezopen dat dit geld uitgegeven zou moeten worden aan podia waar niemand last van heeft? Alleen omdat er regels opgevolgd moeten worden? Er zit sowieso nog geen ton in dat fonds. Gebruik dat geld dan ook goed en dus voor podia met klagende buren.

Voor de zoveelste keer is de conclusie dat de enige oplossing van dit probleem is uitgaansgebieden aan te wijzen waar de geldende regels voor geluidsoverlast opgerekt worden.

En het zou enorm schelen als de diverse diensten van de gemeente eens wat meer onder elkaar zouden overleggen en de gemeenteraad een duidelijke visie en doel aan deze diensten op zou leggen. Het is het één of het ander; je kunt geen leuk uitgaansleven in stand houden en tegelijk verwachten dat alle optredens en clubnights zich alleen in het weekend afspelen.  En ook niet dat iedereen na 2 uur ’s nachts op kousenvoeten naar huis vertrekt.

Maar de gemeente Rotterdam heeft blijkbaar allang gekozen een slaapstad te willen zijn. Blijkbaar; want ze zijn natuurlijk niet zo dom om er openlijk voor uit te komen dat ze het liefst het complete uitgaansleven de nek om zouden draaien. Dus houdt men krampachtig de schijn op de popcultuur een warm hart toe te dragen.  Rotterdam moet vooral veilig zijn en de tweede prioriteit is dat de stad vriendelijk blijft voor hoogopgeleide yuppies. Yuppies die zelfs in hun uber-geïsoleerde superflats last van het uitgaansvolk blijven hebben. Yuppieflats zijn standaard uitgerust met driedubbel glas en airconditioning, maar op zomerse dagen moeten ze wel de ramen open kunnen houden. Daar heb je natuurlijk gewoon recht op als je meer dan 3 ton voor een appartementje hebt geleend.

Het geval met festivals

Vertier wordt alleen in de vorm van evenementen georganiseerd; leuke festivals die hooguit een paar dagen per jaar de stad mogen ontregelen en vooral volk van buiten de stadsgrenzen moeten aantrekken. Want dat is goed voor de lokale economie. Dat middenstanders steen en been klagen omdat hun omzetten bij dergelijke evenementen juist daalt en uitbaters van cafés en restaurants ook niet onverdeeld enthousiast zijn wordt gewoon genegeerd. De omzet op zo’n dag mag er best zijn, maar weegt helaas niet op tegen al het extra personeel dat ingezet moet worden en de extra voorzieningen die vaak ook nog ingehuurd moeten worden.  Die zouden ook liever hebben dat hun normale, wekelijkse, omzetten zouden stijgen.

Daar komt nog bij dat festivalpubliek tegenwoordig zijn eigen bier meeneemt want dan ben je al gauw minimaal de helft goedkoper uit dan wanneer je duur evenementen bier moet gaan kopen. En het scheelt je de halve dag in de rij staan bij de tappunten. Ze hebben het ervoor over om de hele dag met een koelbox rond te moeten sjouwen. Maar daar hebben ze nu ook wat op gevonden. Zet het festival terrein met hekken af en verbied het meenemen van eigen drank. Op deze manier gaan ze vanaf dit jaar zorgen dat de bezoekersaantallen van Metropolis drastisch gaan slinken.  Het is vanaf dit jaar ook daar verboden om eigen drank mee te nemen. De gemeente wil wel volk in de stad , maar blijkbaar liever niet van die alternativo’s. Straks gaan die nog klagen dat ze na afloop van het festival alleen bij Ro-Town af kunnen zakken. Oh gunst, correctie: ‘Rotown is die dag natuurlijk al op voorhand overvol… Zodra ze dat merken vragen ze zich vast af wat er met al die andere verdwenen podia  gebeurd is.’

En als je bedenkt wat die festivals allemaal mogen kosten; voor drie dagen Motel Mosaique kan je drie tenten als Exit een heel jaar overeind houden.

’t Is weer de tijd van de zomerfestivals. Gisteren stukjes Pinkpop op TV gezien. Dat viel niet mee. ‘Thank you for having us for the third time’, hoorde ik die gast van Keane nog zeggen, voordat ik, voor de zoveelste keer,  een leuker programma op een andere zender ging zoeken. Maar eigenlijk sloeg die opmerking de spijker op zijn kop, want één van de redenen dat ik nooit en te nimmer meer naar dure, veraf gelegen, festivals wil is het feit dat het menu elk jaar meer op dat van vorige jaren lijkt. Dat een middelmatig bandje als Keane al 3x wordt teruggevraagd is een teken dat het zwaar crisis is in festivalland.

‘Muziek die iedereen leuk vind’ wordt steeds zeldzamer. Muziek is uiteengespat in 10.000 niches. En ook in die niches slaat de aderverkalking op een brute manier toe.  Ik hoorde laatst een programmeur  beweren dat om een groot metalfestival uit te verkopen de programmering Iron Maiden, AC/DC of Metallica op de poster moet krijgen. Lukt dat niet, dan gaat het festival niet door. Festival bezoekers gaan, gelukkig voor Jan Smeets en consorten, vooral voor ‘het festival’ naar Landgraaf of Biddinghuizen, dus voorlopig zullen de festivals nog wel (bijna) uitverkopen. De festivalganger wil vooral mee kunnen zingen, dus helpt het als er overbekende acts geprogrammeerd worden.

Het probleem is dat festivals vooral groot uit moeten pakken en minimaal 40.000 man op de been moeten brengen. Anders is het voor de organisatie niet interessant. Lees: dan wordt er niet genoeg geld verdient. Om de headliners binnen te halen moet tegenwoordig een paar miljoen betaald worden. Er is een generatie oude sterren bezig om het gras weg te maaien onder de voeten van aanstormend talent. Het tapijt wordt onder de jeugd weggetrokken. Simpelweg omdat er niet aan pensionering gedacht wordt. Men kan blijkbaar niet meer anders.

Ik heb diep respect voor David Bowie die in 2003 besloot om ermee op te houden. Er kwam al 15 jaar geen goed nummer meer uit zijn pen. De man had nog ruim 20 jaar met een greatest hits show langs door het festival circuit kunnen trekken maar hij bedankte voor de eer. Hulde! Zijn poster hangt bij mij nog steeds aan de muur en ik raak nog steeds in vervoering door zijn muziek. (edit 13-1-2013: helaas is ook Bowie opeens weer terug; zijn poster wordt vervangen)

Overvalt jou nou ook een gevoel van diep medelijden als je die veel te dik geworden Robert Smith met zijn 80’s kapsel en lippenstift op het podium ziet staan en Caterpillar hoort uitvoeren?  Die man heeft al 20 jaar geen hit meer gehad, maar hij staat er nog steeds. En hij vermoord vakkundig alle warme gevoelens die ik ooit van zijn muziek kreeg.

Festivals zijn samen met intellectueel eigendom de laatste twee cashcows waar de muziekindustrie nog op blijft drijven. Maar ook in de festivalbranche zie je de contouren van eenzelfde rituele zelfmoord als die gepleegd werd op de verkoop van geluidsdragers. Hoe lang gaat het duren voordat het publiek massaal af gaat haken als talent niet meer naar de top kan doorstromen en we jaar na jaar dezelfde bagger moeten aanschouwen? Bagger van bands die hun hoogtepunt allang voorbij zijn maar wanhopig hun oude hits blijven spelen.

Ik ben zooo blij dat ik dat ik er niet bij was!

Voor meer gezanik over festivals klik hier

Ik kom de laatste tijd te vaak bij optredens die georganiseerd zijn in het kader van kunstprojecten. Voor muzikanten zijn dit goed betaalde schnabbels. Maar meestal komen we tot de conclusie dat het leuk was voor het geld, maar dat we er wederom geen enkel plezier aan hebben gehad. We hebben dan namelijk weer eens opgetreden op een “kunstenaars voor kunstenaars” bijeenkomst; een optreden, meestal bij een opening van een tentoonstelling, waar een groep kunstenaars een hoop overbodige lulkunst showen aan andere kunstenaars die meestal bij hetzelfde groepje horen, of anders in ieder geval bij dezelfde scene (Lulkunst is kunst waarbij de kunstenaar moet uitleggen wat hij met zijn werk bedoeld). Strontvervelend, vooral omdat er meestal maar twee en een halve paardekop op af komt die niet tot de kennissenkring van de betrokken kunstenaars behoord. Inderdaad; het niveau van de tentoongestelde kunst is meestal laag, maar de hapjes zijn exquis. Het gezelschap is klein en boring as hell, maar gelukkig is de muziek nog wel te pruimen. Dat mijn artiesten er alleen staan op te treden omdat er nu eenmaal een hoop subsidiegeld moet worden uitgegeven, nemen we maar op de koop toe. Het al zo moeilijk is om ‘ervan’ te leven.
Subsidies worden vooral verleend aan mensen die mooie aanvragen en vooral mooie verslagen kunnen schrijven. Krijgen ze daar tegenwoordig op de kunstacademie niet aparte lessen voor?
Wat me ook altijd opvalt, is dat er echt nooit iemand van de subsidiërende fondsen zelf komt kijken of hun geld wel goed besteed wordt. Ze gaan wel af op een mooi verslag waarin nooit vermeld wordt dat er geen hond geïnteresseerd was in de aangeboden kunst.
Waarom krijgen kunstenaars zo ontzettend veel geld los om onder elkaar te feesten en hun ‘nowhere’ kunst aan bekenden te laten zien, terwijl je als je zelf optredens of festivals regelt voor elk dubbeltje moet soebatten?
Een van de redenen zal zijn dat je als festival organisator meestal een stuk meer mensen trekt en men er dus vanuit gaat dat je minder geld nodig hebt. De tweede reden is nog belangrijker; fondsen en andere subsidiënten beschouwen popmuziek (ik HAAT die term, omdat het alle niet klassieke muziek op 1 hoop gooit) als commercieel. Dat betekent in feite dat er een boete staat op experimentele, maar non arty farty muziek. Je wordt daarom bijna gedwongen muziek voor de massa te maken terwijl je dat misschien juist niet wilt!
Dat er, nadat men de artiesten en de onkosten heeft betaald, meestal geen stuiver voor de organisatie over blijft is dan jammer, vooral omdat een dergelijke organisatie dan niet kan groeien en uiteindelijk kapot zal gaan aan zijn eigen goede bedoelingen.
Intussen zijn er vette fondsen zoals het thuiskopiefonds die het klaarspelen om van de miljoenen die ze jaarlijks binnenkrijgen nog geen €.10.000 per jaar aan popmuziek te spenderen. De rest gaat naar klassiek geschoolde musici. Er worden peperdure cello’s en piano’s van weggegeven en orkesten van uitbetaald. En dat terwijl al dat geld wordt binnengebracht via de heffingen op CD-R’s! Ik had toch altijd de indruk dat die CD-R’s vooral worden gekocht door mensen die die krengen gebruiken om er popmuziek op te branden. Ik zie het bestuur van dat fonds al voor me; een stel fossielen met als belangrijkste reden voor hun bestaan het bekeren van de jeugd tot hun eigen klassieke of jazz smaak.
Nu pompt de regering af en toe best nog wel eens een hoop poen in popmuziek, maar tegenwoordig gaat dat geld steeds vaker naar de schaalvergroting van de popzalen. Sinds 013 in Tilburg werd opgericht moet elke stad n.l. een zaal hebben die minstens 500 man kan bevatten. Dat die zalen niet vol te krijgen zijn omdat de jeugd van tegenwoordig liever thuis aan de biertender zit, daar wordt niet aan gedacht. Dat ze tegenwoordig al failliet raken voordat ze open kunnen (zie die zaal in Almere), waarna ze voor een habbekrats aan commerciële discotheek eigenaren worden doorverkocht, daar liggen ze in de diverse gemeentehuizen waarschijnlijk ook niet wakker van, want ook bestuurders gaan na de opening nooit zelf kijken of het wel leuk is in de nieuwe poptempels.
En waarom krijgt iemand als Joop van den Ende, die de zo ongeveer het meest commerciële entertainment organisatie in het land bestiert, per jaar tonnen aan subsidie? En dat terwijl de toursupport regeling van de N.P.I. waarmee Nederlandse bands het zich kunnen veroorloven een buitenlandse tour te organiseren, op de tocht komt te staan omdat de subsidiegelden zonodig naar het fonds voor amateur-kunsten overgeheveld moet worden. N.B. dat fonds wordt ook al door fossielen bestuurd die niets van popmuziek (willen) weten.
Het zou allemaal nog best eens leuk kunnen worden in het uitgaansleven als men een beetje verstandig met de pegels om zou gaan en niet alles geloofd wat er in subsidie aanvragen en verslagen te lezen valt. Maar misschien is dat helemaal niet de bedoeling. Misschien vinden onze cultuur bestuurders het beter dat de straten na tien uur s’avonds verlaten zijn. Dat is wel zo overzichtelijk.

(deze column werd eerder op 21 november 2005 op 3voor12 Rotterdam gepubliceerd)

%d bloggers liken dit: