Navigatie overslaan

Tag Archives: hardcore

fons dellenFons Dellen was een van  de presentatoren van De Wilde Wereld en mijn radioheld. Toen in 1984 de Wilde Wereld elke woensdagmiddag op de radio kwam was ik net klaar met hardcore. Zoals de meeste kids die zich in een underground genre verliezen was ik een fanatieke verzamelaar en al druppelde er vooral vanuit mijn prepunk jaren nog wel eens wat Joy Division of zelfs Zappa door ging het toch eerst en vooral om de keiharde, supersnelle, agressieve en sociaal kritische muziek. Het is een onderdeel van opgroeien (opgroeien is iets anders dan volwassen worden – volwassen worden moet je kostte wat kost zien te vermijden)dat je tegen de grenzen van het genre waar ze zo fanatiek voor hebt gestreden aanloopt; dat alles teveel op elkaar gaat lijken, dat je een eigen richting in wilt slaan en je opeens weer zoekende bent.  Maar zoekt en gij zult vinden; ik had een kennis die op woensdagmiddag niet bereikbaar was omdat hij dan naar de radio luisterde. Weken later in een zwaar verveelde bui stemde ik op die tijd ook eens af op Hilversum 3; het zwaar gehate medium waar nooit wat leuks op was te horen. Fons draaide The Vandals en deed een telefonisch interview met zanger Stevo van die band. Ik had die plaat al maar dat iemand op Hilversum 3 hem draaide was mindblowing! Dat vond Stevo ook want die kon zijn geluk niet op dat notabene een radiojock uit fucking Holland hem zomaar opbelde! Countrypunk was een leuke zijweg van hardcore en Tex and the Horseheads werd een van mijn favoriete bands. De boot was aan!

Dat Fons Dellen en Bram van Splunteren ook punk draaiden was een goede binnenkomer, maar wat De Wilde Wereld echt interessant maakte was dat er nieuwe, maar ook oude muziek die je gewoon MOEST horen, waar je het bestaan gewoon van MOEST weten gedraaid werd en dat de DJ’s teksten uit die nummers voordroegen en eventueel uitlegden. Ik ging ik voorzichtig soulplaten kopen nadat Bram ‘a mind is a terrible thing to waste’ van Don Covay draaide. Daarvoor was ik niet verder dan James Brown gekomen want in ‘mijn kringen’ was soul een voorloper van disco en dus absoluut not done! En laat nou toevallig precies in die periode ook rap langzaam doorsijpelen. Natuurlijk had ik de Sugar Hill Gang gehoord en de Rocksteady crew; boring gebabbel op een discobeat. Maar Fons kwam met Roxanne Shanté en LL Cool J en later Public Enemy! Dat was goddomme de zwarte verzie van punk. En dan Garage; garagetrash, garagepunk hoe je het ook wil noemen; die shit was de missing link tussen de rock uit de 60’s en punk.

De Wilde Wereld was rock ’n roll radio en rock ’n roll is niet zo zeer aan voorgebakken genres gebonden. Rock ’n Roll is net als punk vooral een attitude en een houding die je in ALLE goede muziek terug vind. Goede muziek wordt altijd met een opgeheven middelvinger gemaakt; of jij het nou leuk vindt of niet; ik maak deze shit, punt uit! Daarbij kondigden Fons en Bram plaatjes aan op een manier die je ‘get it on already’ naar de radio deed schreeuwen; ik ben overtuigd en kan niet langer wachten tot dat nummer los barst! Is het soul? I don’t care; play it!

Mijn liefde voor de Wilde Wereld ging diep. Elke woensdag nam ik de hele show op met mijn cassetterecorder om de dag daarna de beste nummers eruit te zeven en op  een andere tape te kopiëren. Opvallend was dat ik na verloop van tijd steeds minder nummers af liet vallen. In het begin nam ik alleen de punk en garage tracks over, maar al gauw kwam daar metal bij en toen soul en rap en uiteindelijk behield ik bijna alles. Alleen REM zeefde ik er altijd uit; ik snap nog steeds niet wat de presentatoren in die kutband zagen en waarom ze Michael Stipes en consorten zo fanatiek hypten….. In de platenzaak zocht ik niet meer alleen in de punk en hardcore afdeling, maar ging kris kras door bakken met  alle mogelijke andere genres. De wilde wereld heeft me in een muzikale omnivoor veranderd. Thank you FONS!!!

Nog een mooie anekdote: na mijn afscheid van het full time leven als punk en kraker ging ook ik overstag en aan de arbeid. Ik werkte via uitzendbureaus een paar weken hier en dan weer daar, meestal in ploegendienst. Het ergste van werken in fabrieken is de muziek de ze draaien; arbeidsvitaminen noemen ze dat. Ik kwam in  een aluminiumfabriek terecht en merkte al op de eerste werkdag (een donderdag) op dat de radio er de hele tijd op Hilversum 3 afgestemd stond. Mooi, dacht ik want woensdagmiddag word het hier in ieder geval een paar uur leuk om te werken. Twee dagen tot het weekend en daarna nog twee dagen en dan zijn de arbeidsvitaminen voor mij want dan komt de Wilde Wereld. De woensdag brak eindelijk aan en ik hield de klok scherp in de gaten. Klokslag twaalf uur was ik dichtbij de radio te vinden zodat ik geen moment van de VPRO middag zou hoeven missen. De begin jingle kwam door en op dat moment sprong de ploegbaas richting radio en draaide deze op een andere zender; duidelijk opgelucht dat hij had voorkomen dat ook maar een milliseconde van die onbegrijpelijke shit de oren van zijn ploegmaten had kunnen bereiken. Heel even stond ik daar totaal flabbergasted, daarna trok ik demonstratief op de werkvloer mijn overall uit en overhandigde die aan de chef met de mededeling dat ik op staande voet ontslag nam en dat ie wat mij betreft de tering mocht gaan genieten. Gelukkig stond thuis de radio en het cassettedeck  op een tijdschakelaar zodat ik de show nog opgenomen had anders was het leed niet te overzien geweest.

Ik mis eigenwijze programma’s als de Wilde Wereld in het door zendercoördinatoren verpestte Hilversum.  Zelfs 3voor12 radio, die het eigenlijk aan de roemruchte VPRO geschiedenis verplicht zou moeten zijn met trots een rock ’n roll hart te dragen, heeft het gewoon niet. Ik hoor niets anders dan de zoveelste presentator die klakkeloos de door de platenmaatschappij geplugde playlist afdraait en geen enkele blijk geeft van een eigen smaak, geen enkele sjoege heeft van wat er buiten de door de mainstream gepromote shit aan waardevolle muziek gemaakt wordt en zich nog geen minuut verdiept in de artiesten die geïnterviewd worden. 3voor12 radio is niets meer dan een uithangbord voor de events van Mojo concerts geworden. Schaam je!! Stelletje sell outs!

Fons Dellen is deze week gestopt als radio DJ. Ik weet niet waar ze hem na de Wilde Wereld al die tijd verstopt hebben, maar het is exemplarisch voor het nieuwe beleid bij de publieke omroep. Gelukkig kan je in kader van zijn afscheid op 3voor12 oude sessies uit de Wereld draait door beluisteren:

Advertenties

Niks geen Compromis!.

Black Flag artwork van Raymond Pettibone

De platen die ik vroeger kocht, en waar ik nu nog steeds met plezier naar luister, werden zonder enige vorm van compromis naar producers toe gemaakt. De enige factor dat het eindresultaat beïnvloedde was of de band in een echte studio kon opnemen of alles houtje touwtje in een zelf in elkaar geflanste home studio moest maken. Ik heb platen in mijn kast staan waarvan de geluidskwaliteit objectief gezien echt bagger is, maar als je de tijd neemt om er aandachtig naar te luisteren zal je na een paar luisterbeurten opvallen hoe ongelofelijk goed de band in kwestie speelde, en hoe ongegeneerd echt de emoties aanvoelen die hun muziek opriep; zowel bij de band als bij mij als luisteraar. Platen die letterlijk in iemand zijn keuken opgenomen waren.

En ik geef je op een briefje dat heel wat fantastische bands, die live onverslaanbaar waren, in de studio alsnog een klote plaat maakten. Meestal omdat een ongeïnteresseerde engineer zijn best weigerde te doen om de muziek op een goede en respectvolle manier op tape te krijgen. Vooroordelen tegen harde (punk)muziek hebben heel wat slechte platen opgeleverd. De ‘Wij zijn zwijn’ LP van de Boegies is daar ongeveer het beste voorbeeld van. Live was die band onvergetelijk, maar op die studio LP waren alle nummers die je live uit volle borst meezong volledig doodgeproduceerd. De rillingen jagen nog over mijn rug als ik aan die plaat denk.

Daarom wordt ik zo giftig als ik broekies op bezoek heb die, als ik een LP voor ze draai zoals bijvoorbeeld ‘Trails of Slime’ van The Sluglords, opmerken dat de kwaliteit van de opnames niet meer van deze tijd is. En vervolgens afhaken. Om Bill Hicks even aan  te halen: listen to them PLAY!! Doe een beetje moeite om een plaat, die ik niet voor niks aan je wil laten horen, naar je hersenschors te navigeren! Dat afgefikte kuttige poppunkbandje van je krijgt nog geen halve zool de dansvloer op, en aan een plaat als deze hoor je af wat je ervoor over moet hebben om echt goed te worden!

Alles moet tegenwoordig maar snel. (behalve de muziek dan, want die is een derde langzamer dan de hardcore die ze in mijn tijd maakten) Bandjes flansen 10 nummertjes in elkaar, doen een optredentje voor vrienden en familie (een optreden waarbij niemand tegen ze zal durven/willen zeggen dat ze nog helemaal niks voorstellen) en daarna willen ze onmiddellijk een CD opnemen. En daarna maar huilen dat ze nergens op kunnen treden en er 500 CD’s op zolder liggen te verstoffen.

Een band als Black Flag deed er 5(!) jaar over om hun eerste LP op de markt te krijgen. Vijf jaar waarin de band elke dag (!) 4 tot 6 uur oefende. Natuurlijk traden ze na een jaar al op en brachten ze een paar singles en EP’s uit. Maar optreden is ook oefenen en het opnemen van singles eigenlijk ook. Het was begin jaren tachtig ook nog eens honderd keer moeilijker om optredens voor een punkband te vinden;  nog geen 1% van alle zalen wilden/durfden punkbands laten spelen. Dus organiseerde de band zijn eigen optredens in onofficieele zalen en namen alle extra organisatie die daarvoor nodig was op de koop toe. Want ze moesten en zouden optreden!! Nadat hun eerste LP eindelijk was opgenomen was Black Flag nog niet tevreden en zochten ze een betere zanger. Daarna duurde het nog een jaar voordat ze met Henry Rollins als zanger een wereldplaat uitbrachten. (Damaged!)

En inderdaad was punk, op het moment dat die plaat uitkwam, al lang niet meer hip en luisterden de trendy luitjes intussen alleen nog naar bloedeloze synthwave. Jammer dan, een goede plaat maken kost tijd. En reken maar dat de band alsnog beloond werd voor hun inzet, want samen met nog een heleboel andere supergoede bands, die ook de tijd hadden genomen om echt goed te worden, kwam er een second wave of punk (hardcore!) op gang. En die was niet trendy, heeft de makers en hun labels geen miljoenen opgeleverd, maar heeft nu nog steeds impact en invloed op alle alternatieve muziek en leverde bands op als Dead Kennedys, The Germs, Husker Du, The Freeze, Bad Brains, Minor Threat,The Misfits en nog veel meer. De platen van de wat meer obscure bands zie je nu voor honderden dollars op E-bay staan, de meer bekende (waarvan de mastertapes van hun platen het overleefd hebben) zijn met groot succes heruitgebracht.

Maar ook nu steken veel op zolder in homestudio’s gemaakte werkjes met kop en schouders uit  boven de door de mainstream vervaardigde prefab pop. De geluidskwaliteit van DIY muziek is er alleen maar beter op geworden, en zolang je als muzikant maar koppig en eigengereid genoeg bent om te blijven streven naar een eigen sound en een uitvoering daarvan die staat als een huis komt het uiteindelijk wel goed met je.

Muziek is bovenal een middel voor zelfexpressie. En of je nou een universeel gevoel als verliefdheid kwijt wilt, of een politiek statement dat totaal onhip is, doet er niet toe. Je moet een onbedwingbare neiging hebben om jezelf te uiten. Stop er gewoon mee als je dat niet in je hebt en alleen muziek wilt maken om rijk en/of beroemd te worden. Wordt bankier als je rijk wilt worden en blaas wat op als je beroemd wilt worden. (een ambassade of je eigen ego, maakt niet uit.)

Of je rijk en beroemd gaat worden kan je nooit voorspellen, maar wel of je goed wordt. Daar is naast wat talent bovenal inzet en durf voor nodig. Als je zoekt naar manieren om de lange weg naar bekendheid af te snijden, en probeert eerder op je bestemming aan te komen, zal je ontdekken dat je altijd in de valkuilen van het snelle succes zal blijven vallen.

Niets geen fokking compromis dus..

%d bloggers liken dit: