Navigatie overslaan

Tag Archives: legerdump

Onderweg naar huis moest ik vreselijk mijn best doen om Kikker bij te houden. Dat wist hij ook wel, en om te plagen zette hij er flink de pas in. Twee straten verder voelde ik al een enorme spierpijn in mijn kuiten trekken, maar ik hield er dapper de pas in. Kikker grapte dat ik voortaan op moest passen met over de kade van de maas te lopen. Als ik met deze schoenen aan in de plomp zou pleuren, dan zou ik zinken als een baksteen.

Mijn benen werden in ieder geval een stuk sterker door het gewicht van mijn schoenen. Hardlopen zat er natuurlijk niet in, maar ik oefende wel veel met schoppen. Eén goed geplaatste trap met deze boots was voldoende om een scheenbeen te versplinteren, maar ik mikte liever op het kruis. Als ik iemand daar met deze kisten raakte zou hij gegarandeerd kinderloos blijven.

Ik heb die brandweerlaarzen uiteindelijk een half jaar gedragen. Toen ik ze kocht waren ze al in een erbarmelijke staat; beschimmeld en met scheurtjes in het leer. Omdat ze wit waren was het niet mogelijk ze te smeren. Ik had achteraf bekeken natuurlijk witte schoensmeer kunnen kopen, maar ik wist destijds niet eens dat het spul in een andere kleur dan zwart of bruin bestond. Het had toch ook niet tegen die scheurtjes in het leer geholpen. Ik heb ze wel nog geverfd met witte menie, maar dat zal de levensduur ook niet verlengd hebben. De kappen met de gespen waren ideaal om logo’s op te schilderen. Ik kladde op de linker de drie anti nazi pijlen van het ‘Destroy Fascism logo en op de rechter een Dead Kennedys logo. Later heb ik die kappen eraf gehaald en nog een tijd als armband gedragen. Aan de bovenarm wel te verstaan.

Toen kwam de dag dat ik afscheid moest nemen van mijn brandweerlaarzen. Ik zat in de klas te blokken op een onverwachte schriftelijke overhoring toe het onvermijdelijke gebeurde. Ik had de veters van de schoenen die morgen extra hard aangetrokken in de hoop dat de schoenen dan wat comfortabeler zouden zitten. Het was zomer en het was eigenlijk te warm om twee paar sokken te dragen. Twee paar sokken zorgden er echter voor dat de schoenen nog een beetje aan mijn voeten pasten. Mijn voeten waren lang en smal en de laarzen waren veel te breed. Maar nu ik de veters strak aan had getrokken werd mijn bloedsomloop gestremd. Ik moest mijn voeten blijven bewegen omdat ze anders gingen tintelen en in slaap vielen. Op een gegeven moment kromde ik mijn tenen in mijn rechterschoen met enige kracht en schoot de zool van de schoen los waardoor de stalen neus omhoog wipte. De rest van de dag moest ik enigszins met mijn rechtervoet slepen om te voorkomen dan mijn klasgenoten op zouden merken dat mijn laars kapot was. Knieblessure mompelde ik als iemand vroeg waarom ik zo moeilijk liep.  Tot overmaat van ramp had een of andere kankerjunk mijn fiets gejat. Ik had geen geld voor een tramkaart dus liep ik na schooltijd naar huis via de ’s Gravendijkwal. Zonder aan de kapotte schoen te denken trok ik, zo goed en kwaad als dat met die zware stappers ging, een sprintje om het stoplicht over de Middelandsstraat te halen. Ik voelde toen dat de zool nog verder los scheurde. Ik bukte om de schade te bekijken, nadat ik de overkant van het zebrapad gehaald had, en zag de stalen neus me vanuit de scheur toe glimmen. Vloekend bedacht ik me dat ik thuis geen ander paar schoenen meer had. Ik had twee weken eerder toegestaan dat mijn moeder mijn oude kisten had weggegooid, omdat die te erg naar schimmel stonken. Nu moest straks nog mijn moeder erop uit gaan sturen om nieuwe schoenen voor me te kopen. Met een beetje pech zou die bij Mc Gregor of een andere kakwinkel gaan shoppen, en moest ik weer smoezen gaan bedenken waarom ik die nieuwe schoenen niet wilde dragen. Alleen al de gedachte ‘normale’ kutschoenen één keer aan te moeten, op weg naar de dump voor een paar nieuwe kisten, was al onverdraaglijk. Met een humeur ver beneden het vriespunt liep ik verder. Er lag een leeg blikje fris op straat en uit pure nijd gaf ik het een harde trap. De stalen neus schoot uit mijn rechterschoen en maakte een prachtige curve naar rechts: een curve die de best getrainde voetballers jaloers zou hebben gemaakt. Daarop knalde hij, luid rinkelend, dwars door een kelderraam. Ik was een ogenblik volledig van mijn à propos. Een paar seconden later keek ik voorzichtig om me heen. Het was onnatuurlijk stil op straat voor deze tijd van de dag. Vanuit een voorbijrijdende auto zag ik verbaasde gezichten, maar de auto stopte niet. Uiteindelijk liep ik zachtjes fluitend, alsof er niks aan de hand was, naar huis. Mijn rechtervoet klapperde met elke stap. Iedereen die merkte dat de neus mijn schoen, als een soort pac-man, happende bewegingen maakte kreeg een blik van me alsof de happende schoen zo bedoeld was. “Kijk voor je schele; nog nooit de nieuwste punklook gezien ofzo?”

Lees deel 1 hier

Advertenties

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven.

Het is alweer een tijdje gekleden dat ik materiaal uit mijn boek online heb gezet, maar ik ben weer aan het redigeren en er valt weer veel materiaal af.

Brandweerkisten

Geverfde haren, jacks met bandnamen en slogans, T-shirts en broeken, waar meestal ook bandnamen op geklad waren en die natuurlijk gescheurd en met veiligheidsspelden weer een aan elkaar gezet waren bepaalden de punklook. Maar er was nóg een belangrijke accessoire; de schoenen. Alle punks droegen soldatenschoeisel; kisten noemden we die: dat was ook de gangbare legerterm voor deze hoge schoenen. Maar ook in je keus van kisten wilde je de individuele smaak benadrukken. Begin jaren tachtig waren er nog overal in het land legerdumps te vinden, waar spullen verkocht werden die echt uit de tweede wereldoorlog afkomstig waren. De Amerikanen, Engelsen en Canadezen hadden enorme voorraden legermateriaal achtergelaten, zoveel dat het tot ongeveer halverwege de jaren tachtig heeft geduurd voordat alles ofwel doorverkocht was, of intussen zo verschimmeld raakte dat het weggegooid werd. De dumps die je tegenwoordig ziet zijn de naam eigenlijk niet waard. Defensie verkoopt geen oud materiaal meer aan tussenhandelaren; zelfs geen uniformen. Wat er met tweedehands uniformen gebeurd weet ik niet. Waarschijnlijk worden die, net als afgedankte wapens, aan derdewereldlanden verkocht. Tegenwoordig kopen dumps de uniformen gewoon nieuw in; de fabrieken die ze maken hebben daarmee waarschijnlijk een nieuw afzetgebied ontdekt. Zoals alle fabrieken die in wapens of andere leger accessoires handelen; die industrie groeit nog steeds al is de koude oorlog allang voorbij. Na het einde van de koude oorlog kwamen er geen enorme partijen afgedankt materiaal op de markt. Dat geeft te denken; waarschijnlijk betekent het dat legers sinds die tijd niet zijn afgeslankt. We zijn hier alleen op een beroepsleger overgestapt. Dat is wel een goede zaak, want de dienstplicht zoog enorm. Al ben ik wel voor de invoering van sociale dienstplicht voor jongens én meisjes. Maar ik hoef dan ook zelf geen bejaarden meer te gaan wassen…

Ik ging destijds regelmatig bij legerdumps spullen kopen. Dat deed ik trouwens ook al voordat ik punk werd, want ik was gek op legerspullen. Ik had een Engelse helm thuis en munitiegordels en was driftig op zoek naar een echte patroonband, maar die kon ik helaas nergens vinden. Later bleek dat die dingen verboden waren, want zelfs van afgeschoten hulzen zou je weer scherpe munitie kunnen maken. Weliswaar met veel meer moeite dan het kost om echte kogels te scoren.

Maar op een mooie herfstdag aan het begin van mijn laatste schooljaar, in 1982, werd het tijd om een nieuw paar kisten te gaan kopen. Kisten uit de tweede wereldoorlog gingen over het algemeen niet lang mee. Vooral niet als je ze niet poetste of anderszins verzorgde, en dat deden we meestal niet. We dachten toen niet eens aan de voordelen van schoensmeer. Dat kwam later pas, toen veel punks in navolging van skinheads op Dr. Martens overstapten. Die schoenen vroegen en kregen de verzorging die ze nodig hadden, maar je deed geen moeite voor die half beschimmelde kisten, die je bijna druipend van het vet dat ze moest conserveren, bij de dump kreeg.

Ik ging die dag samen met Kikker naar de dump. We waren allebei op zoek naar iets speciaal en dat vonden we. Kikker wist eigenlijk al wat hij wilde; geen kisten maar laarzen. Voor hem geen gedoe met veters strikken. De gedachte dat je, bij onheil, ook midden in de nacht, binnen een paar seconden een paar laarzen aan kon trekken stond hem aan. Ik kon daar wel in mee gaan. We woonden toen nog bij onze ouders, maar we hadden al vaker in kraakpanden overnacht, en daar loerde het gevaar van knokploegen, Centrum Partij’ers en ander, vaak denkbeeldig, tuig. Maar dat hij een paar moffenlaarzen uit zou kiezen was wel een beetje een verrassing voor me. Achteraf waren de Duitsers en de Russen eigenlijk de enigen die laarzen gebruikten in de oorlog. De Russen waren niet tot hier gekomen en hadden dus ook geen materiaal achtergelaten. Dat was achteraf wel jammer want alleen de gedachte al aan Russische emblemen met hamer en sikkel was geil. Daar kreeg je mensen makkelijker mee op de kast dan Anarchisten A’s op je jas. Geen hond wist wat die betekenden.

Moffenlaarzen waren niets voor mij. Ik vond Kikkers keuze cool, maar ik zou nooit en te nimmer iets dragen dat aan Nazi’s refereerde. Ik had een schijthekel aan Nazi’s, altijd al gehad. Ik denk dat mijn vader ook half dood zou gaan als ik met moffenlaarzen thuis zou komen. Alleen al het geluid van de houten zolen onder die dingen zou een vloed ongewenste herinneringen bij hem naar boven kunnen brengen. En ik dacht niet alleen aan de tweede wereldoorlog als het om Nazi’s gaat. Bij mij kwamen ook referenties met Zuid Amerika naar boven; naar de dictaturen in Chili en Argentinië. Ik was opgegroeid met de actieposters over dat soort gruwelijkheden en de paranoia van mijn vader over dictaturen zit er ook bij mij diep ingebakken.

Dus ik zocht verder en opeens zag ik ze staan; een paar enorme witte kisten. Ik tilde ze op en ze waren verschrikkelijk zwaar. Later die dag heb ik ze op de weegschaal gezet en bleken ze tweeënhalve kilo per stuk te wegen. Vijf kilo schoenen aan je voeten! Ik woog in die tijd nog geen zeventig kilo met mijn 1.82 meter, dus vijf kilo extra gewicht was heftig. Deze kisten bestonden eigenlijk uit een lage schoen met daarboven een leren kap die je met twee gespen om je onderbenen moest vastmaken. Ze waren dus niet helemaal tot bovenaan geveterd, dat was een voordeel want dat betekende dat je ze in theorie met een goede ruk de veters in één keer aan kon halen, en dat scheelde enorm in de tijd die je nodig had om ze aan te trekken. Daarbij waren ze nog eens afgezet met dikke leren kussens, die de enkelgewrichten moesten beschermen. Al met al waren ze enorm. Werkelijk alles aan deze kisten was groot. Van het profiel onder de laarzen, die ruim drie centimeter dik waren, tot de enorme neuzen van twee centimeter dik plaatstaal. Ik vroeg aan de uitbater van de dump wat het voor kisten waren en hij vertelde me dat ze van de brandweer afkomstig waren. Dat was logisch; de dikke zolen waren vuurvast en moesten ervoor zorgen dat je ook stevig op natte oppervlakken stond, de stalen neuzen waren extra zwaar uitgevoerd als bescherming tegen vallende balken uit brandende plafonds. Daarom zaten die leren kussens ook op de buitenkant van de enkels. De lip van de schoenen was extra breed en zat over de hele lengte aan de binnenkant van de schoen vastgenaaid zodat de schoen volledig waterdicht was. En toen ik me realiseerde hoe goed deze kisten zich in de pit bij het pogoën zouden houden was ik overtuigd; dit moesten ze worden. Ik koos mijn maat en trok de schoenen aan. De tien passen die ik naar de kassa van de dump moesten maken deden me echter al meteen twijfelen. Deze kisten waren wel héél erg zwaar. Ik liep bijna zoals Frankenstein. Elke pas voorwaarts moest ik met een ruk aan mijn benen inzetten. Ik zag Kikker al meteen in een deuk liggen, maar ik liet me niet kennen. Ik zou best wennen aan de zwaarte van deze schoenen. De voordelen wogen op tegen een klein nadeel als tweeënhalve kilo per stuk.

Lees Deel 2 hier

%d bloggers liken dit: