Navigatie overslaan

Tag Archives: politie

Ik heb vorige week de nieuwe horeca nota doorgelezen. Meer dan 100 pagina’s. Genoeg om een paar columns aan te wijden. Hier is de derde en laatste:

Uit de horecanota:

De vraag van bezoekers bepaalt uiteindelijk het aanbod van horeca, niet de wens van de gemeente. Wat de overheid wel kan doen, is voorwaarden scheppen voor goede vestigingsmogelijkheden voor horeca door in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en deze waar mogelijk te stimuleren en te faciliteren. Daarbij wordt vertrouwen en ruimte gegeven.

Dit gelezen vraagt ik me af waarom er zoveel  podia verdwenen zijn en op het punt staan te verdwijnen. Dat er veel behoefte aan podia is staat buiten kijf. En over welke ‘voorwaarden voor goede vestigingsmogelijkheden’ hebben ze het nou? Laat de gemeente eerst een wat doen aan het feit dat het O.B.R. horecapanden voor schandalig hoge prijzen verhuurd.  Panden die daarnaast niet eens voldoen aan de geluidsoverlastnormen die dezelfde gemeente aan de horeca/podia oplegt.

Kijk eens hoeveel geld er de laatste paar jaar de Maas in is geflikkerd: Watt, Waterfront, De Nieuwe Oogst. Allemaal projecten waar miljoenen in zijn verdwenen. Zelfs Worm waar vorig jaar zoveel geld in is gestoken staat nu al op de nominatie om opgedoekt of op zijn minst vleugellam gemaakt te worden. (Ik hoorde dat Worm áls ze open kunnen blijven geen geld meer over gaat houden om te programmeren? ) Tenten als Worm, waar creatievelingen graag komen, worden bij het minste geringste opgedoekt. Dat terwijl er wel eerst 1 ½ miljoen aan een verbouwing is uitgegeven. Van dat geld hadden ze Exit trouwens 15 jaar kunnen laten bestaan, en met een ruim budget!!

Dat alles roept de vraag op waarom er niets gedaan wordt aan het feit dat er altijd zo achterlijk veel  geld vóór de opening in tenten gestopt moet worden. Dat wordt heus niet alleen gedaan om aan de regels voor geluidsoverlast te kunnen voldoen. Nee, het moet allemaal groots en prestigieus opgezet worden. Alsof jongeren niet uit willen gaan in tenten die geen architectonisch hoogstandje zijn of waar het kille design je niet toelacht. Ik vond persoonlijk tenten waar alles een beetje houtje touwtje was, zoals de Vlerk vroeger, juist des te leuker.

Verder lijkt het me juist slim om tenten zichzelf eerst te laten bewijzen om er daarna zo nodig wat meer geld in te stoppen. En dan eens niet meteen in groots opgezette nieuwbouw maar in andere/betere faciliteiten.

Om af te sluiten nog wat losse opmerkingen op onderdelen uit de horecanota:

Een onderzoeksbureau heeft het verband tussen het gebruik van alcohol en uitgaansgeweld onderzocht? Eehhh?

Horeca gelegenheden krijgen vanaf volgend jaar 12 verlaatjes i.p.v. 10. Ze kunnen dus per jaar twaalf maal tot maximaal 7 uur ’s nachts open blijven. Alleen jammer dat er een andere kant  van de medaille is: als een kroeg een verlaatje inzet betekent dat niet meer dat er meer lawaai geproduceerd mag worden. Maar laat dat nou net het onderdeel zijn waar horeca ondernemers echt wat aan hadden. Want een verlaatje wordt vooral ingezet als er live muziek geprogrammeerd is. Een verlaatje hield altijd in dat het geluidsniveau ook omhoog kon en daarom minder kans op geluidsoverlastklachten via de milieudienst en minder kans op een daarop volgend bezoek van de politie. Dat was een stuk belangrijker dan het langer open kunnen blijven.

Ik snap best dat geluidsoverlast zwaar klote is. Opvallend is dat er vaak bij tenten met een nachtvergunning niet of nauwelijks gehandhaafd wordt op overlast van na sluitingstijd vertrekkende bezoekers. Na 6 uur heeft de kit daar geen mankracht voor zodat bij het uitgaan van die kroegen stomdronken idioten met de auto stereo op tien en die vergrote uitlaten van ze er drie kwartier over doen om even weg te rijden.

Maar als een kroeg een bandje heeft staan zijn ze er als de kippen bij. Ik heb gevallen meegemaakt waarbij de politie 10 minuten na aanvang van een band al op de stoep stond. Terwijl dat procedureel onmogelijk is! Een geluidsoverlastklacht komt via de centrale bij DCMR, die belt de zaak waarover geklaagd wordt zodat de baas maatregelen kan nemen. Pas bij een tweede melding wordt de politie erop afgestuurd.

Maar ze weten best wel waar de schoen wringt:

uit de nota:

Duidelijke overheid

Ondernemers geven aan dat vanuit de gemeente Rotterdam meerdere plannen en doelstellingen worden nagestreefd. Dit maakt het soms onduidelijk wat nu wel en wat niet kan. Bijvoorbeeld: afdelingen die zich bezig houden met economie en marketing juichen bepaalde initiatieven toe. Dan blijkt echter het vergunning- en/of handhavings-beleid hier niet op aan te sluiten. Ondernemers pleiten daarom voor duidelijke regels aan de voorkant en voldoende flexibiliteit voor nieuwe initiatieven. Zij geven aan nogal eens ‘van het kastje naar de muur’ gestuurd te worden op het moment dat zij een nieuw initiatief bij de gemeente willen introduceren. De gemeente kent vele ingangen, maar wie is nu verantwoordelijk?

De gulden middenweg

Uiteindelijk komt alles neer op keuzes. En het jammerlijke is dat die niet gemaakt worden. Er wordt altijd een halfbakken compromis gevormd waardoor niemand blij is; bewoners die overlast hebben niet en uitgaanspubliek dat het aanbod in de stad ziet verschralen en zich overmatig gecontroleerd voelt ook niet.

Voor de zoveelste keer dus: stel een uitgaanssector in het centrum in en geef bewoners die niet tegen nachtelijk uitgaansgeluid kunnen vervangende woonruimte in een rustige randgemeente.

Kost ook wat investering, maar dan heb je uiteindelijk een uitgaansleven waar wat mee kan.

Advertenties

Ik heb deze week de nieuwe horeca nota 2012-2016 doorgelezen. Meer dan 100 pagina’s. Genoeg om een paar columns aan te wijden. Hier is de eerste:

Een woord dat opvallend veel in de horecanota voor komt: kwaliteitshoreca. Maar wat wordt er nu precies bedoeld met kwaliteitshoreca ?

De horeca nota 2012-2016 ademt één overduidelijke ambitie: de horeca aan te passen naar de wensen van ‘de zakelijke markt’.  Volgens de gemeentelijke plannen moet de horeca zich meer en meer naar de wensen van één soort klant gaan richten en dat is de yuppie.  De stad moet blijkbaar vol gebouwd worden met grand cafés, bistro’s en restaurants op loopafstand van elke nieuw yuppenflat en ze moeten er gelikt uit zien en bovenal lekker duur zijn.

Nog altijd doet het grote idee-fixe dat er in grote getale hoger opgeleiden naar de stad getrokken kunnen worden als er maar veel (dure) woonruimte naar de smaak van de rijkere klasse neergeplempt wordt en er op elke straathoek een grand café verrijst.

Ga voor de grap eens een paar van die nieuwe yuppenflats langs; bijvoorbeeld die langs de markt bij de Laurenskerk.  Fijne appartementjes van ongeveer €500.000 per stuk. Ongeveer een kwart van die appartementen staat leeg! Dat terwijl er nog altijd een tekort aan betaalbare woonruimte is.

De paragraaf ‘gebiedsgerichte horeca’ klinkt alsof het nodig is bepaalde soorten horeca in bepaalde gebieden te concentreren. Dat doet mij afvragen of het de bedoeling is dat er een soort yuppie enclave wordt gemaakt waar de hoogopgeleide en sophisticated yuppie gezellig onder elkaar kan recreëren, goed bewaakt en voorzien van alle mogelijke luxe.

Maar er is natuurlijk geen yup te vinden die in een stad wil wonen waar het barst van de laagopgeleide hangjongeren. Hangjongeren die overal zichtbaar dreigend aanwezig zijn, lawaai maken bij het uitgaan en winkels gaan plunderen als ze uit een tent gegooid worden. Rotterdam is nog altijd de stad met gemiddeld de jongste bevolking van Nederland. Maar voorzieningen voor jongeren zijn schaars en er meestal alleen op gericht om jongeren op bepaalde plekken te concentreren, in de gaten te houden en te proberen ze ‘manieren’ bij te brengen. Geen wonder dat er onder jongeren weinig enthousiasme voor dat soort projecten is.

Er is in deze nota sprake van een toezichtsmodel op 3 niveaus: basis, middel en aandachtsniveau. Als je het mij vraagt komt dat neer op: niets doen (in de yuppen enclaves), zichtbare politie inzet (daarbuiten) en shoot at will (in de jongerengebieden). Dus zet ergens in een verafgelegen havengebied wat smoezelige tenten neer voor de jeugd. Dan kunnen ze daar dan de hele nacht zoeklichten op richten, wat experimentele drones de boel van bovenaf in de gaten laten houden en politieagenten af en toe wat schietoefeningen laten doen. Uit het zicht en uit het hart (van de stad).

Rotterdam is altijd een working-class stad geweest en de gemeente doet nu alsof we ons daarvoor moeten schamen. In de visie van het huidige stadsbestuur zijn lager opgeleide mensen een risicofactor die allerlei ellende aantrekt: werkloosheid, huiselijk geweld, tienermoeders, maar bovenal overlast. Intussen wordt voor het gemak vergeten dat het juist die laagopgeleiden zijn die ervoor zorgen dat de grote motor van de economie blijft draaien; de Rotterdamse haven. In plaats dat ze trots zijn om het feit dat Rotterdam een arbeidersstad is doen ze er alles aan om van dat imago af te komen en gaan ze blindelings door met voorzieningen scheppen voor hoogopgeleiden, die hier (nog) niet wonen, terwijl de eigen jeugd zich de tandjes verveelt en maar thuis blijft hangen en met een goedkope krat pils tot de volgende generatie (verborgen) alcoholici gevormd wordt.

Deze column verscheen ook op Vers Beton

Je ziet steeds vaker berichten over politiegeweld tegen burgers.

Nu kan je natuurlijk in een pavlov reactie gaan staan roepen dat deze burger om een harde aanpak vroegen door dronken te zijn, te gaan schelden, te fietsen waar het niet mag of door rood te lopen. Maar als we zo gaan beginnen krijg je binnenkort nog de doodstraf voor wildplassen.

Natuurlijk is het zo dat bijna elk incident tegenwoordig meteen op you tube staat, maar wat is daar mis mee? Het is niet verboden om agenten in functie te filmen. Het door de korpsleiding steeds maar weer gebruikte excuus dat de aanleiding tot het gebruikte geweld niet gefilmd werd is tamelijk zwak. Steeds weer zie ik op die filmpjes mensen die door vijf agenten tegen de grond gewerkt zijn, vaak gillend van pijn en dat achteraf ook nog voor akkevietjes van niks. Akkevietjes die erop neerkomen dat er ‘bevelen van Oom of Tante agent niet opgevolgd werden’,  waarna er geen andere oplossing was dan de ongehoorzame burger tegen de grond te werken.

Wat is er met de politie gebeurd? Het lijkt erop dat agenten tegenwoordig stokstijf van de adrenaline de straat op gaan. “It’s a jungle out there!”  Bij het minste geringste opstootje komen ze met acht wagens en in vol ornaat compleet met kogelvrije vesten. Alsof burgers tegenwoordig standaard met grof geweld, en liefst met vuurwapens, de Hermandad opwachten. Natuurlijk zijn mensen vaak opgefokt door alcohol en drugs en daardoor moeilijk in toom te houden. Maar is dat tegenwoordig erger dan pakweg 20 jaar geleden? Ik vraag het me af.

De burger is over het algemeen wel veel mondiger geworden en niet van zins om klakkeloos orders op te volgen. Het is nu eenmaal zo dat moderne jongeren opgegroeid zijn in een onderhandelingscultuur. Als een gezagsdrager dus een bepaald gedrag van iemand verlangd zal hij/zij het waarom daarachter eerst uit moeten leggen voordat er orders opgevolgd worden. Ouders en leraren zijn daar intussen aardig bedreven in geraakt.

Het is opvallend dat het juist de politie, die in deze maatschappij een geweldsmonopolie heeft, het niet lukt om in deze maatschappelijke trend mee te gaan. En dat is vreemd want ik herinner me tijden dat de politie juist erg goed was in de-escalerende activiteiten. Twintig jaar geleden werd er op straat heel wat afgepraat en mede daarom ook een stuk minder geweld gebruikt. Het was destijds erg ongebruikelijk dat de politie geweld inzette voordat er door anderen geweld gebruikt werd. Tegenwoordig is het niet stipt en direct opvolgen van een bevel al genoeg om tegen de grond gewerkt te worden.

Het lijkt er heel sterk op dat er, als reactie op de law and order gewauwel van Minister Opstelten, op politiescholen en in de politiekorpsen een beeld van de samenleving wordt geschetst dat op zijn zachtst gezegd nogal vertekend is. Burgers zijn niet meer van goede wil maar moeten met harde hand op hun plaats gezet worden. Nu snap ik er ook helemaal niks van dat sommige mensen  hulpverleners menen te moeten aanvallen. Maar het is wel een teken dat het wantrouwen aan beide kanten heeft toegeslagen; niemand vertrouwd een persoon in uniform nog; die zijn er alleen om te controleren of jij je wel aan de regeltjes houdt. Regeltjes waarvan je als burger vaak niet eens het bestaan vermoedde. Een vriendin van me werd, omdat haar hond een reiger deed opvliegen, door een politieagent erop gewezen dat ze 300 euro boete kon krijgen ‘wegens het opjagen van wild!’

En als je vriendelijk aan een agent(e) vraagt waarom er bijvoorbeeld een straat is afgezet wordt je afgeblaft alsof we opeens in Oost Duitsland ‘befor die Wende’ terecht zijn gekomen.

Is het misschien die Zero-tolerance instelling waardoor de diender vergeet welke zaak hij dient en er bij het minste geringste op los slaat? Zero-tolerance; een doctrine overgewaaid uit het New York van burgemeester Guilliani. In de USA overigens allang weer afgeschaft omdat het daar tot onnodig veel slachtoffers bij zowel politie als burgers leidde, maar hier nog altijd het stokpaardje van onze brombeer van een minister van justitie. Die man verlangd hevig terug naar de jaren vijftig maar ziet niet in dat deze tijd juist om die begrijpende en als brugman pratende diender van de jaren tachtig vraagt.

Ik heb gemengde ervaringen met de politie die er meestal op neer komen dat ze je niet kunnen helpen als je ze nodig hebt: “Sorry meneer maar we kunnen de man die uw vriendin zojuist aangerand heeft en uw kaak verrot sloeg toen u haar wilde ontzetten niet vinden. Nee, we kunnen de twee bruggen die naar dit gedeelte van de stad leiden niet zomaar afzetten en alle kale negers langer dan 1.80 gaan tegenhouden want dat zou racistisch zijn. Ja, Meneer; als die man een punker met groen haar was geweest had dat wel gekund want zo’n  persoon kiest zelf voor zijn uiterlijk.” Dat de persoon in kwestie ervoor koos om midden op de dag in een fietsenhok te proberen mijn vriendin te verkrachten deed daar volgens deze agent niets aan af.

Maar de politie krijgt het wel voor elkaar enorm vervelend aanwezig te zijn als je ze juist niet kan gebruiken: “Meneer u liep door rood en u krijgt van mij een boete van 35 euro. Dat u dit stoplicht kent en wist dat het op het punt stond op groen te gaan doet daar niets aan af.”

Een goede ervaring die ik met de politie heb is met de wijkagent van Rotterdam centrum. Daar had ik als directeur van Exit echt wat aan; de buurtregisseur. Die man kende iedereen in de buurt bij naam en toenaam en bemiddelde in een conflict tussen Exit en een opgefokte buurman die geluidsoverlastklachten had.  Chapeau voor de manier waarop deze man die zaak aanpakte. Hij nodigde beide partijen uit voor een gesprek en wist de betreffende buurman ervan te overtuigen dat hij nu eindelijk eens de, voor de zoveelste keer aangeboden, vervangende woonruimte te accepteren. Daar schijnt de Nederlandse politie zich dan weer in positieve zin te onderscheiden van hun collega’s elders in de wereld. Maar het is wel een overblijfsel uit de goede oude tijd. De goede oude tijd toen agenten nog wat vertrouwen in hun medemensen hadden en dat ook uitstraalden….

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

Dit is deel 2 van een verslag vaneen reis naar Groningen in 1982

Naar Groningen Deel 2

Voordat we weer aan de kant van de weg gingen staan, gingen we eerst maar naar het tankstation om wat te kanen te halen. De pompbediende was van het soort dat eigenlijk veel te zenuwachtig was om, in zijn uppie, in een door god verlaten pompstation te staan. Zo iemand die te vaak de Telegraaf leest, opsporing verzocht kijkt en daardoor zo paranoïde was geworden dat hij denkt dat iedereen met een donker kleurtje of rare kleding zijn station komt overvallen. We konden het in dit soort gevallen, die ons bijna dagelijks overkwamen, niet laten om op een theatraal verdachte manier door de winkel van het tankstation te gaan scharrelen. We bekeken de uitgestalde koopwaar uitgebreid en op goed uitgekozen momenten staarden we intens naar die bediende achter zijn kogelvrije glas. Kijken of hij keek. Alsof we zodra hij zijn ogen ook maar een seconde van ons af liet dwalen onze zakken en tassen vol zouden proppen met de waardeloze troep die in de winkel van het het tankstation uitgestald stond. Om het nog leuker te maken gingen we zover mogelijk uit elkaar rondneuzen. Het leek wel of de pompbediende naar een ping pong wedstrijd keek terwijl hij krampachtig probeerde om ons beiden in de smiezen te houden. Gino liep uiteindelijk langzaam en met een brutale grijns op hem af en vroeg hem of het station een toilet had. ‘We hebben een toilet maar daar moet je de sleutel voor hebben en die krijg je niet’, zei de bediende dapper. ‘Best hoor’, zei Gino en verdween naar buiten om de zijmuur van het station water te gaan geven.  Omdat ik uit principe geen cent uit gaf in winkels met bediendes die punkers niet als normale mensen behandelden, liet ik de koek en zopie voor wat het was. Al had ik wel een colaatje en een broodje gelust.  Ik besloot dat de grap lang genoeg geduurd had. Zonder de bediende een blik waardig te gunnen liep ik naar buiten. Er was vast wel ergens een kraan op het terrein en ik had nog een halve joint bij me die de honger een tijdje zou dempen.

Er kon echter geen kraan vinden dus ging ik op het gras naast de parkeerplaatsen voor het station zitten en gaf Gino de joint door nadat hij naast me was gaan zitten. We hadden nog even geen zin om weer te gaan liften. Ik begon er goed van te balen dat we niet gewoon met de trein naar Groningen waren gegaan. Ik had nota bene een OV jaarkaart. Mijn vader was principieel tegen auto’s en had, als een van de eersten, voor het hele gezin die OV jaarkaart gekocht. Ik kon op een legale manier zonder te betalen met alle treinen, bussen en metro’s mee, maar nu zat ik hier omdat ik zo nodig avontuurlijk met Gino moest gaan liften. En als hij alleen had gelift, was hij misschien nu ook al lang en breed in Groningen geweest. Al had hij natuurlijk ook door een sadistische nazi opgepikt kunnen worden en nu als een worst aan kettingen in een kelder kunnen hangen. Met Gino was alles mogelijk.

Toen we opstonden, om ons weer aan de weg te vervoegen, kwam er opeens een politieauto aan die in een razende vaart het parkeerterrein op scheurde,  met gierende banden een bocht nam, op ons af reed en met piepende banden vlak achter ons stopte. Het was dat onze haren al rechtop stonden want anders… Desondanks bleven we stoïcijns voor ons uit staren en deden we alsof we niets gehoord of gezien hadden.

Er stapte een boomlange jonge blonde agent uit, gevolgd door een agente die de helft kleiner was, maar haar geringe lengte goed maakte door de indrukwekkende omvang van haar taille. We zagen meteen dat deze twee er zin in hadden. Slecht nieuws dus, want dit kon wel even gaan duren. De lange lijs begon meteen ‘halt‘ te schreeuwen terwijl hij in gestrekte draf en met de hand op zijn pistoolholster de drie meter die ons nog van de deur van de politieauto scheidde overbrugde. Een onzinnige actie omdat Gino en ik als bevroren dit onwerkelijke tafereel bekeken. Ik keek in een reflex rond, half in de verwachting dat er ergens een paar gasten met bivakmutsen en shotguns stonden die een brute overval wilden gaan plegen. Maar nee, hij bedoelde echt ons twee.

‘ Opstaan’, beval de blonde Sturmbahn Fuhrer. De agente liep intussen naar de winkel van het tankstation. Het was duidelijk dat die graflul van dat station ons een geintje geflikt had. Hoe ernstig dat geintje was zouden we zo wel horen. Wel een beetje balen was dat ik, nadat ik opgestaan was, automatisch mijn hand naar mijn mond toebracht en een lange haal nam van wat ik dacht dat een sigaret was. Pas toen ik de scherpe smaak van hasj proefde, besefte dat ik vergeten was dat ik nog een joint in mijn hand had. De rook zat nu al in mijn longen en die kon ik daar onmogelijk houden. Ik gooide de joint, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, achter me in een plasje dat de grens tussen het gras en de weg markeerde. Daarna liet ik langzaam en gecontroleerd de rook via mijn neus ontsnappen. Ik had wind tegen en met een beetje mazzel zou agent Adolf de geur niet ruiken. De rook kwam nog altijd gestaag uit mijn neus zetten toen onze lange vriend zijn gezicht in mijn gezicht duwde. ‘Eerst maar eens fouilleren’, grijnsde hij. Niet om een statement te maken of stoer te doen maar gewoon door een spierreflex vanuit mijn longen blies ik, voordat ik er erg in had, de rest van de hasjrook midden in zijn gezicht uit. En omdat onze Adolf zelf net inademde kreeg hij de volle laag binnen. Ik dacht rook tussen zijn lippen te zien ontsnappen. Zijn gezicht zwol op een alarmerende manier op en werd knalrood. Nu had ik hem nog boos gemaakt ook. Gino zorgde gelukkig op het juiste moment voor afleiding door op een zeurderige toon te gaan mekkeren. Waarom dacht Oom agent dat hij ons deze behandeling moest geven? We hadden in dit land toch nog wel een paar rechten die ons beschermden tegen willekeur van Politieambtenaren? Gino en ik wisten daar wel het nodige vanaf omdat we regelmatig  over deze materie gelezen hadden in bepaalde extreem linkse pamfletten. Mijnheer de agent mocht ons helemaal niet zomaar, zonder enige aanleiding, fouilleren.

De tronie van de blonde dood ademde een verpestende walm in mijn gezicht uit, zo dicht hield hij zijn gezicht bij het mijne. Maar ik zag de agent uit zijn rode waas ontwaken en beseffen dat hij op het punt stond iets te doen dat onverstandig kon zijn voor zijn verdere carrière. Alles moest natuurlijk wel volgens het boekje blijven gaan. Alleen op momenten dat agenten in de M.E. linie staan en er stenen in het rond vliegen mogen ze ongecontroleerd om zich heen gaan hakken. Wat ik had gedaan kon misschien opgevat worden als een belediging van een ambtenaar in functie, maar uitademen was nu eenmaal een lichaamsfunctie die je moeilijk kon overslaan. Een advocaat zou met die redenering wel raad weten.

Op dat moment kwam de omvangrijke agente terug van het pompstation en riep de blonde dood met voldoening in haar stem toe dat de melding klopte en dat hij ‘vers’ was. O.K. mompelde de blonde Gestapo tevreden. Daarop beval hij ons onze plunjezakken open te maken. ‘ Maar dat gaat zomaar niet’, zei Gino. Ik keek naar hem en zag dat hij zich in zijn rol als advocaten begon in te leven. Hij deed die rol vaker op het schoolplein en zette dan altijd een lachwekkende, maar scherpe, advocaat neer. Zoeen die het bloed onder de nagels van officieren van justitie kon halen. Ik moest mijn lach inhouden toen ik deze transformatie zag. Gino zijn neus leek naar boven te groeien, zijn hoofd verdween in zijn nek, zijn stem zakte drie octaven en hij nam een wel zeer zelfverzekerde houding aan met zijn rechterhand achter zijn rug, zijn linker in zijn zij en zijn rechterbeen iets naar voren alsof hij voor de katheter van een rechtbank stond; klaar voor zijn pleidooi. Approach the bench counsellor! Dit kon een leuk spektakel worden.

-“Mag ik allereerst even weten waarom u ons wilt fouilleren en wat u denkt te vinden?”

– ” Er staat een graffiti op de muur achter het tankstation. Die tekening is nog nat en ik weet zeker dat jullie hem gespoten hebben dus zoeken we naar spuitbussen”, zei de omvangrijke agente terwijl ze mijn plunjezak begon te openen. Slecht nieuws want Gino en ik hadden beiden een spuitbus bij ons. Hier konden we ons niet uit lullen. Maar Gino vertrok geen spier; “Mag ik weten wat de graffiti voorstelde”, vroeg hij vervolgens. Ik had geen idee wat hij daarmee wilde bereiken, behalve dat hij misschien wat tijd zou winnen. Even zag ik ons beiden al opgepakt worden, voor de vorm een paar uur in de cel zitten, een boete krijgen en na donker op straat gegooid worden. Dat alles om even later weer voor landloperij of iets anders doms opgepakt te worden. Die twee konden ons eindeloos gaan pesten.

De agenten keken elkaar aan, maar de agente besloot uiteindelijk dat er geen gevaar in school om te vertellen dat het om een hakenkruis ging. ‘ Zoiets zouden wij nooit op een muur spuiten’, verklaarde Gino. ” Wij zijn tegen nazi’ s” , en hij wees op de Anti-Nazi button die ik op mijn jas had. Leuk argument, dacht ik, maar waarschijnlijk niet steekhoudend genoeg. De agente had intussen de sluiting van mijn plunjezak geopend en stond op het punt hem op het gras om te keren. ‘ En mag ik ook even weten welke kleur die graffiti had?’, vroeg Gino. ‘Hij was rood’,  zei de agente. Gino bleek een aas in zijn mouw verborgen te hebben. Ik had een blauwe spuitbus bij me en zover ik wist had Gino alleen een knalgele. De inhoud van mijn plunjezak denderde over het gras. Een paar T-shirts, een toilettas, een schone broek, drie paar sokken en ondergoed, een paar fanzines, en een hele hoop cassettes van allerlei obscure punkbands, bedoeld voor ruilhandel in Groningen. Maar natuurlijk ook de in een handdoek gewikkelde spuitbus en het ‘ Holland is a mess’  stencil.

‘Aha’,  riep de blonde Gestapo triomfantelijk toen de agente de spuitbus uit de handdoek trok. ‘Jammer dat hij niet de goede kleur is’, antwoordde Gino, op de blauwe dop wijzend. Daarop nam de blonde Gestapo de spuitbus van de agente over en richtte op een graspol die smurfenblauw gespoten werd. Daarop rende de SS’er bijna naar Gino zijn plunjezak, strooide ook die inhoud over het gras en wierp zich op Gino zijn spuitbus zodra die tussen de spullen tevoorschijn kwam. Het was een gele spuitbus, dus werd er ook een pol zo geel als Tweety geverfd. Triomfantelijk kijken wij beiden de agenten aan . De blonde Gestapo zei dat hij de spuitbussen in beslag nam, want hij wist dat deze voor vandalistische doeleinden bedoeld waren. Maar Gino wilde daar niets van weten. Wij gebruiken deze spuitbussen alleen binnenshuis in kraakpanden waar wij met toestemming van de bewoners graffiti achter laten. De agent riposteerde die opmerking door te onderstrepen dat krakers geen eigenaar van een pand zijn en onze Grafitti dus nog steeds vandalistisch waren. Hij pakte beide spuitbussen, gooide ze achter in zijn auto en beide agenten reden weg. We waren het erover eens dat we er nog tamelijk goed afgekomen waren. We stopten onze spullen weer in de plunjezakken en toen zag ik ineens dat Gino op de rug van zijn rechterhand een flinke smet van rode verf had zitten. Die houding die hij zo-even aangenomen had was bestudeerd. Het was altijd lachen geblazen met die jongen en daarnaast kon je niet ontkennen dat hij een soort magische charme om zich heen had die hij bijna tot in perfectie wist te gebruiken. Ik liet hem maar in de waan dat ik niets gezien had al vroeg ik me wel af waar die rode spuitbus dan gebleven was.

Tot mijn schrik zag ik dat het nu al over vieren was. Dat gaf de klok aan, die ik nog net in de winkel van het tankstation kon zien hangen. We waren nog altijd maar op de helft van de reis. De kans dat we Groningen voor donker gingen bereiken werd steeds kleiner. Dit was een waardeloze plek om te liften omdat alleen mensen die bij het tankstation stopten ons op konden pikken. En er was behalve de politieauto nog niemand gestopt. Er kwam een stadsbus voorbij die richting Zwolle ging. Dat betekende dat we op een busroute zaten en niet lang daarna stonden we bij een halte en zagen dat er een bus langs kwam die tot Assen ging. Ik reisde gratis dus als ik met Gino de kosten van een buskaartje zou delen schoten we alweer wat beter op. We besloten de bus naar Assen te nemen. Ik hoopte dat ik tijdens die reis Gino kon overtuigen om de rest van het traject naar Groningen met de trein te reizen. Maar dat lukte me niet dus uiteindelijk brachten we de nacht als een stel zwervers in de hal van een flatgebouw door en stonden we de volgende ochtend om 8 uur alweer aan de snelweg te liften. We bereikten Groningen om 2 uur s’ middags. Het was zaterdag 19 juni 1982.

%d bloggers liken dit: