Navigatie overslaan

Tag Archives: rotterdam

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek. Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

Het ruwe materiaal van mijn boek beslaat nu ruim 100.000 woorden waarvan bijna de helft geschrapt moet worden. Schrappen is echter moeilijker dan schrijven….

Onderstaand verhaal komt in drie delen op mijn blog….

Oud en nieuw 1982

Ik had vanaf begin december het rijk alleen gekregen op de zolder. Scherf was dan eindelijk naar de een etage beneden verhuisd waar Peter en Marijke hadden gewoond. Die waren naar Delfshaven vertrokken, waar ze een zeefdrukkerij over hadden genomen. Het was best leuk geweest om de zolder te delen, maar na twee maanden op elkaars lip te hebben gezeten waren we allebei blij dat we wat meer ruimte voor onszelf hadden. Ik vond het vooral fijn dat ik de zolder nu naar eigen believen in kon gaan richten. Er was op de zolder geen plaats geweest voor mijn eigen spullen die voor het grootste gedeelte nog bij mijn ouders stonden, verspreid over twee adressen aangezien mijn ouders gescheiden waren. Bij mijn moeder stond mijn platencollectie, mijn pick-up en een geluidsinstallatie. In de kamer die ik in mijn moeders huis bewoonde lagen een soort rubberen noppentegels op de vloer. Die waren heel fijn omdat spuitbus verf er niet aan hechtte, maar  ze waren te zwaar om in de Braadworst twee trappen op te sjouwen. Ik zag mezelf op die kleine zolder, onder die schuine daken die het vloeroppervlak van de kamer nog kleiner maakte dan hij al was, ook niet vrolijk jassen en T-shirts staan spuiten. Daarbij lag er op mijn zolder al tapijt op de vloer, en dat was maar goed ook, want het was er al koud genoeg. In overleg met mijn moeder besloot ik de tegels bij haar te laten liggen totdat ik een grotere kamer in het pand kon krijgen of ergens anders ging wonen. En ik wilde me ook op andere technieken dan spuitmallen gaan richten.  Ik was erg onder de indruk van het vakmanschap van Peter geweest wat betreft zeefdrukken en ik had me ingeschreven voor een cursus zeefdrukken bij de SKVR. Met zeefdrukken kon je betere resultaten bereiken dan met spuiten. En bijkomend voordeel was dat je geen letters hoefde uit te snijden; daar was ik gewoon niet goed in. Secure werkjes zijn niks voor mij. Ik kan niet tegen priegelen.

De rest van mijn spullen stonden bij mijn vader. Het belangrijkste was mijn bandrecorder, een enorme Grundig waar je aparte sporen mee op kon nemen. Twee sporen slechts maar die kon je met behulp van een andere recorder weer samen voegen en zo kon je in principe eindeloos sporen toevoegen.  Ik had  helaas geen tweede recorder, maar ik kon wel opnames met stereobeeld maken. Op de zolder van het aangrenzende pand, waar Skoeter ooit gewoond had, zouden Scherf en ik een oefenruimte gaan bouwen. We zaten allebei in een band, overigens niet dezelfde, want ik speelde met Kikker, Gino en twee andere maten van school in een band die we Persona Non Grata hadden gedoopt. Persona Non Grata leek in het begin veel op de Rondos en Crass. Scherf was gitarist van Formaline K. Formaline K leek qua sound sterk op Discharge. Discharge was onze favoriete band. Waar Crass teksten van honderden regels voor nodig had kon Discharge het in 5 woorden: ‘free speech for the dumb’. Toen ik die Discharge LP grijs draaide op de kamer bij mijn moeder vroeg Paul, haar toenmalige vriend, eens naar die teringherrie die ik elke dag na thuiskomst van school zo loeihard draaide. Niet dat hij daar last van had, want ik draaide bij gebrek aan speakers met een koptelefoon op. Mijn speakers stonden bij mijn vader, want daar kon ik zo hard draaien als ik wilde. Maar ik had nogal de neiging om met de muziek mee te zingen. Vandaar dat hij vroeg wat ik nou zo staccato de hele dag aan het zingen was. Wel; free speech for the dumb dus. Hij lachte schamper en zei dat als punkers het vrije woord als iets voor de dommen beschouwden het een nog stommere beweging was dan hij al dacht. Ik liet hem maar in zijn waan. Die kut PvdA’er wist niet eens dat dumb stom betekent en niet dom. Het vrije woord voor de stommen.

Mijn moeder reed op een zaterdagmorgen door de besneeuwde stad, met mijn installatie in de achterbak van haar huis naar dat van mijn vader waar ik mijn bandrecorder en boxen ophaalde om daarna door te rijden naar de Braadworst. Ik werd bij mijn oude kamer bij mijn vader aangekomen even bedolven door droefenis. Dit was bijna 15 jaar mijn heiligdom geweest. De laatste drie jaar had de kamer een metamorfose ondergaan. Op mijn 12e werd ik gegrepen door het bouwmodellen virus. Mijn kamer werd een klein museum geweid aan de tweede wereldoorlog, met in alle hoeken diorama’s met bouwmodellen van tanks en soldaten die zo realistisch mogelijk geverfd en in een omgeving vol uitgebrande huizen en andere vernietiging neergezet waren. En  vliegtuigen in verschillende schalen, die aan het plafond aan touwtjes hingen. Op mijn 15e was dat alles plotsklaps voorbij want toen nam een nog sterker virus bezit van mijn hersenpan. Mijn kamer veranderde daarop in een museum voor het pamflettisme. De bouwmodellen maakten plaats voor  posters tegen oorlog en fascisme. Die posters waren nu allemaal netjes door mijn vader van de muur verwijderd en stonden op de gang in een grote tekenmap; klaar om verhuisd te worden. Mijn bandrecorder en  boxen stonden erbij en drie dozen vol kleding. De kamer was een paar weken eerder door de dochter van mijn vaders nieuwe vrouw ingepikt. Verder dan een blik om de deur kwam ik niet. Een golf van gal spoelde door mijn mond door de aanblik van wat eens mijn kamer was geweest. Mijn kamer; de plaats die me 15 jaar lang rust en een veilige plek had geboden, waar mijn ouders vanaf mijn 10e geen voet meer binnen hadden mogen zetten, waar ik voodoo rituelen uitgevoerd had op poppetjes die leraren en vijandelijk gezinde medeleerlingen moesten voorstellen, waar ik voor het eerst never mind the bollocks en disturbing domestic peace had beluisterd, waar ik voor de eerste keer met een vriendinnetje had gevreeën, waar ik voor het eerst mijn haar en T-shirts had geverfd. Die kamer hing nu vol met posters van Coca Cola. Ik heb nooit een ergere heiligschennis moeten aanschouwen. Het was alsof de muren met me mee moesten huilen.

Op mijn geluidsinstallatie na had ik voor de rest eigenlijk niet veel. Ik nam een matras, een dekbed, een kussen en mijn kleding mee. Scherf had een butagaskachel en een gasstel achtergelaten en mijn moeder gaf me nog wat oude pannen en serviesgoed; belachelijk veel serviesgoed. Alsof ik op mijn zolder dinertjes voor 6 personen zou gaan geven.

Wat ik voor de rest nog nodig had zou ik nog wel op straat vinden. Wanneer je in het voorjaar door de wat chiquere delen van de stad reed kon je op straat in een dag een complete huisraad bij elkaar scharrelen. Dan vond traditioneel de voorjaarschoonmaak plaats en werd alle huisraad die niet meer voldeed aan het heersende modebeeld aan de vuilnisman meegegeven. Het was een kwestie van met een bakfiets door Kralingen en Hillegersberg cruisen en dan kon je alles van je gading inladen.  Destijds werden er vooral van die jaren zeventig meubelen weggegooid; vooral bruine bankstellen, die uit grote kussens bestonden en die je tot een bed uit kon klappen, waren nu niet meer populair. Het was alleen zaak om eerst goed aan ze te ruiken en te checken of ze niet onder de katten of hondenpis zaten. Als ik de kat van een stel kakkers was geweest had ik van weeromstuit ook de hele zooi ondergezeken. De mensen van de absurde overvloed. Je kon ruimschoots van hun restjes leven.

Het half jaar dat ik had moeten wachten voordat mijn uitkering in ging was ook eindelijk voorbij. Ik hoefde nu niet meer te leven van de bijdrage die mijn ouders aan me gaven; ik had sinds begin september, toen ik bij Scherf introk, maar 200 gulden per maand te besteden gehad. Omdat ik samen met Scherf had gewoond en we alle kosten hadden gedeeld was ik daar net mee uitgekomen. En nee; het idee om een baan te gaan zoeken was geen moment bij me opgekomen. Ik was 18 jaar slaaf van het schoolsysteem geweest. No more! Ik had me voorgenomen nooit en te nimmer voor een baas gaan werken. Ik had niet zozeer een probleem met werken, hoor. Maar wel met bazen. Fuck ‘m. Ik vertikte het om ergens vakken te gaan vullen. Er waren miljoenen jongeren op zoek naar een baan; welke baan dan ook. Anderen waren misschien blij met wat voor baan dan ook. Ik niet. Ik wist dat ik zonder kon, overleven was makkelijk als je al die consumptietroep links liet liggen. Wat je nodig had kon je gratis vinden of heel goedkoop aanschaffen. Kleding, huisvesting en meubels kon je met wat improvisatietalent bij elkaar scharrelen.  Het enige twee zaken die je moest kopen was voedsel voor het lijf; dat haalde je bij de supermarkt. En voedsel voor het brein; dat haalde je bij Haddock (legendarische platenzaak op de van Oldenbarneveldstraat) en de dealer om de hoek.

Scherf betaalde, net als iedereen in de vier naast elkaar gelegen kraakpanden, voor de stroom. Dat kostte niet veel; er woonden zoveel mensen in de panden die de rekeningen samen deelden dat we 25 gulden per persoon kwijt waren.  Er zat geen gasaansluiting op de zolder. Dat betekende dat ik butagas moest stoken en om de twee weken naar de Bergweg moest om een nieuwe gasfles te scoren. De lege fles wegbrengen was nog te doen, maar een volle fles was echt loodzwaar. Met die fles in je klauwen kon je hooguit twintig passen maken voordat je bijna door je rug ging en hem neer moest zetten. Het voelde ook net alsof je met een vliegtuigbom van 50 kilo door de straat aan het sjouwen was. Het idee dat de inhoud van de fles ontplofbaar was maakte dat karweitje nog onaangenamer. Maar zonder verwarming was die zolder onleefbaar. Met die butagaskachel was het trouwens ook al nauwelijks te doen. Soms zat ik met een deken om de kachel geslagen warm te worden. Uit bed komen was in de wintermaanden een enorme opgave. Ik kon vanuit mijn bed door een smalle spleet vlak boven de dakgoot naar buiten kijken en zag ijspegels hangen. Het gekke was dat ik dat alles toen gewoon accepteerde. Het huis zou sowieso binnen een jaar of twee afgebroken worden, maar dat had me dat er niet van moeten weerhouden om provisorische verbeteringen aan te brengen. Maar in het begin was alles gewoon spannend en kwam het niet eens in je op om iets tegen de elementen uit te voeren. Het was juist een uitdaging om alle nieuwe ontberingen op je pad het hoofd proberen te bieden. Je had toch geen geld, en wat je had ging op aan belangrijkere zaken.

Het eerste wat ik van mijn eerste uitkering aanschafte was een TV. Ik kreeg vanaf nu 685 gulden per maand van de soos. Ik kocht voor 100 gulden een tweedehands kleurenbak bij Corrupt; die zaak heette eigenlijk Correct, maar niemand noemde het zo. Mijn vader had nooit een kleuren TV gehad, maar die had dan ook meer principes dan ik. De TV was bijna even zwaar als een gasfles en had geen handvatten. Ik was rechtstreeks vanaf de sociale dienst waar ik een voorschot van 250 gulden had gekregen naar Corrupt gelopen en had er niet bij stilgestaan dat die driehonderd meter die ik met die TV in mijn klauwen naar huis moest lopen zo’n opgave zou zijn. Dat ding was dan ook enorm. Hij was bijna een meter in het vierkant en gleed na ongeveer vijf passen al bijna uit mijn handen. Ik kreeg opeens spijt dat ik niet op het aanbod de TV thuis te laten bezorgen was ingegaan. Vijfentwintig gulden bezorgkosten vond ik wat overdreven voor die driehonderd meter, maar als die TV uit mijn handen zou pleuren zou ik voor niks 100 gulden hebben uitgegeven. Er zat geen garantie op die tweedehands spullen bij Corrupt. Gelukkig kwamen er een paar punks uit het pand op het Pijnackerplein aanlopen die de TV van me overnamen en hem tot in mijn kamer sjouwden. Ik voelde me een beetje opgelaten omdat ik zelf niet meer hoefde te tillen. Maar ze waren met zijn vieren en namen twee aan twee beurtelings de TV over. Ze sloegen zelfs mijn aanbod af om wat bier te gaan kopen en vertrokken meteen. Vriendelijke lui. Typische jonge punks die, net als ik, net bij hun ouders weg waren. The new breed. Ik nam me voor ze snel eens in hun pand op te gaan zoeken.

Lees deel 2 hier

Advertenties

hoe wil je hier mooi geluid produceren?

Deze week werden de plannen bekend voor het zogenaamde popkantoor in het oude postkantoor op de Coolsingel te Rotterdam. Dit plan is ingediend in het kader van het stadsinitiatief. Mocht dit plan de stemming winnen dan is er 2,5 miljoen beschikbaar om het uit te voeren. Een van de voorwaarden die bij het stadsinitiatie horen is dat het project uiteindelijk niet in aanmerking mag komen voor andere (structurele) subsidies.

Het Popkantoor is typisch zo’n plan waar je twee minuten blij van wordt; Rotterdam staat te springen om podia (ik gebruik hier niet voor niets een meervoud!) en een podium op een zo prominente plaats als de Coolsingel klinkt super aantrekkelijk. Maar de ontnuchtering slaat dus na twee minuten alweer toe.

Bij mij gebeurde dat toen ik het woord ‘tijdelijk’ in de plannen las. Deze plannen kunnen alleen tijdelijk worden uitgevoerd omdat de 2,5 miljoen domweg niet genoeg is om een dergelijk podium meer dan een paar jaar te laten bestaan. I hate to rain on your parade, Meneer Geensen, maar in een paar jaar bouw je geen Rotterdams Paradiso op. Paradiso bestaat al meer dan 40 jaar en een dergelijke zaal doet er minimaal vijf jaar over om genoeg naamsbekendheid te vergaren om de grote acts die jij zo graag wil zien aan te trekken. Kijk maar naar Watt; op Morrissey en The Stooges na bestond de programmering daar vooral uit acts waarvoor Paradiso, De Melkweg en 013 bedankten. Het maakt niet uit hoe goed je contacten met Mojo zijn; grote(re) acts bepalen zelf welke Nederlandse zaal ze aandoen en het duurt jaren voordat een zaal bij de eerste keus zit.

En iedereen die het oude postkantoor kent weet dat als je in die hal een dubbeltje liet vallen je zes keer een echo om je oren kreeg. Het woord galmbak is nogal zacht uitgedrukt. Het gebouw is daarbij ook nog een monument dus je mag er nog geen spijker in de muur slaan. De enige manier om binnen het budget goed geluid in die zaal te krijgen is een soort doos in de hal van het postkantoor te bouwen waarin de akoestiek goed is. Maar daarmee gaat de grandeur van het gebouw wel voor de bezoekers verloren.

Daarnaast ben ik bang dat de initiatiefnemers van het Popkantoor zijn vergeten hoe streng de normen voor geluidsoverlast in deze stad gehandhaafd worden. Ook een stadsinitiatief moet vergunningen krijgen. Ik denk dat de vanaf januari verplichte geluidstest roet in het eten gaat gooien. De galm bestrijden wordt al moeilijk, maar minder dan 85 Db geluid naar buiten toe lekken is schier onmogelijk!

Bij mij blijft er maar één gedachte hangen als ik dit soort plannen lees; hoe lang gaat het duren voordat het budget overschreden wordt en er actie gevoerd moet worden om meer geld bij de gemeente lost te krijgen? En wie garandeert ons dat er ook hier niet een paar slimme jongens hun zakken gaan vullen en voortijdig tabee zeggen? En ik heb het hier niet eens over de initiatiefnemers, maar over uitgekookte aannemers; het zal niet de eerste keer zijn als de kosten voor de verbouwing gierend uit de hand lopen. Het idee dat we voor die 2,5 miljoen maanden of zelfs jaren naar een gebouw in wording mogen gaan staren, waarin uiteindelijk bij gebrek aan budget nul komma niks gaat gebeuren, staat me echt niet aan.

Als ik dan ook nog hoor dat die Dave Geensen uit het kringetje rond Motel Mozaique afkomstig is weet ik genoeg; dit plan komt uit de koker van het good old boys network van subsidieslurpers die op zoek zijn naar een leuke nieuwe locatie voor hun driedaags festival.

Hier is een beter idee: voor die 2,5 miljoen kun je een tent oprichten die 25 jaar blijft bestaan. Als je het tenminste niet op de Coolsingel in een pand gaat zitten waar driekwart van je budget in een verbouwing verdwijnt. Ik ken twee jongens die al een tijdje bezig zijn met een toffe locatie, vlakbij de binnenstad in een pand dat ooit een discotheek was en dus weinig verbouwing behoeft. Deze jongens zijn bezig een zo groot mogelijke coalitie te vormen met Rotterdamse muziekliefhebbers met een rock ’n roll hart. Ik heb me bij ze aangesloten.. .Wij willen een tent zoals de Vlerk ooit was. Onze locatie zit qua grote tussen Waterfront en de Vlerk op de Blaak in.

De locatie is inmiddels bekend en ook als stadsinitiatief aangemeld. Om onze plannen te verwezenlijken hebben we maar een fractie van die 2,5 miljoen nodig. Sterker nog; alleen al van de jaarlijkse rente van dat bedrag zouden we een programma kunnen neerzetten. Gewoon door een beetje houtje touwtje te werken en genoegen te nemen met een plan dat minder prestigieus is, maar een stuk levensvatbaarder.

Mochten we winnen dan mogen ze wat ons betreft de rest van het geld gebruiken om nog vijf andere kleine tenten op te richten of geven ze het op ons part aan Worm.

Lees hier het vervolg op deze column genaamd ‘Het Popkantoor blijft een waardeloos idee’.

Maar dan toch; het verdelingsvoorstel van cultuursubsidies in Rotterdam.

Gisteren het verdelingsvoorstel van de wethoudster van Cultuur gelezen. Als rancuneuze allesbekritiseerder krijg ik  het moeilijk uit mijn bek,  maar het lijkt erop alsof er soms nog een beetje geluisterd wordt naar wat de mensen in het culturele veld te zeggen hebben want het valt alleszins nog mee. Het is echt wel bijzonder dat de wethoudster een heleboel adviezen van de RRKC naast zich neerlegt.

Bird en Grounds zijn in ieder geval gered. Bird meteen ook met een niet misselijk bedrag. Raak daar in de komende jaren maar niet te gewend aan Birdies. Zou mooi zijn als ze daar het goede voorbeeld weten te geven en over 4 jaar minder geld hoeven aan te vragen. Maar als ze met Live Nation in zee gaan om grote namen te trekken hebben ze over 4 jaar juist meer geld nodig. Mark my words.

De Popunie blijft en wordt zoals beloofd o.a. ingezet om het muziekcafé circuit een boost te geven. Chapeau! Dit jaar is er al voorzichtig mee begonnen en het is veelbelovend. Alleen moet DCMR nog even in zijn hok opgesloten worden want als, zoals in de horecanota voorspeld, de normen voor geluidsoverlast nog strenger gecontroleerd en gehandhaafd gaan worden gaat dit plan tonnen meer kosten dan er in kas zit. Er zullen niet veel horeca ondernemers staan te trappelen om grote bedragen in geluidsisolatie te steken. Die hebben het tegenwoordig al moeilijk genoeg. Het zou mooi zijn als het instellen van een curfew voor live muziek, zoals nu al in The Other Place gebeurd, gaat voldoen.

Ik vind het nog steeds zonde dat Heidegger geen kans heeft gekregen, maar als twee snelle commerciële jongens in het gat dat de gemeente achterlaat springen is er natuurlijk geen houden aan. Soit; we krijgen voortaan regelmatig wat grotere reggae bands in de stad. ’t Is in ieder geval iets.

Maar what about Worm? Worm krijgt het gevraagde bedrag van de Gemeente maar zit nu huilie huilie te doen omdat ze meer nodig hebben omdat een rijkssubsidie geschrapt is?  Worm heeft naar verluid meer dan 7 ton per jaar aan subsidie nodig. Ik las een mooi stuk op Vers Beton waarin Worm bekritiseerd werd op hun afhankelijkheid van subsidies. Daar zit wat mij betreft wel wat in.

In een commentaar op het artikel op Vers Beton reageert een medewerker van Worm o.a. door te stellen dat de huurprijs van het pand van Worm spotgoedkoop is. Per vierkante meter dan. Ik heb op de persdag een keer een rondleiding door Worm gekregen; dat waren wel een heleboel vierkante meters. En aangezien het pand van een particulier wordt gehuurd (our usual suspect Fons Burger!), mag je ervan uit gaan dat dit pand aan de Witte de With straat per vierkante meter toch wel iets duurder zal zijn dan bijvoorbeeld Exit. Exit betaalde ongeveer 10 euro per vierkante meter bij het OBR (2400 euro per maand). Als Worm hetzelfde bedrag per vierkante meter betaald zijn ze minimaal 10x duurder uit. (En om kritiek op mijn cijfers voor te zijn: dan moeten ze bij Worm de huurprijs maar gewoon publiceren. Of mag dat niet van Ome Fons?)

Als ik verder lees dat er voor 16 van de 19 personeelsleden van Worm ontslag dreigt (met de wetenschap dat in ieder geval de bar en de kassa door vrijwilligers wordt bemand en de publiciteit voor een groot gedeelte ook door vrijwilligers wordt verzorgt), vraag je jezelf af waar Worm al dat personeel in Jezusnaam voor nodig heeft? Om workshopjes te geven waar niemand verder ooit wat  van merkt? Dat kan je ook bij de SKVR doen. Of is het echt zo dat er 8 man in Worm rondlopen die de hele dag niets anders doen dan het verzorgen van subsidieaanvragen? Beetje 1980 hoor.

Worm dreigt een verhuurschuur te worden omdat ze de programmering dan maar gaan schrappen. Maar wat heeft Worm voor bestaansrecht zonder programmering? Ik word vaak misselijk van de bezuinigingsdrift bij het rijk en de gemeente, maar nu komt het zuur omhoog omdat een podium om een tamelijk kinderachtige manier aankondigt de stekker uit zichzelf te gaan trekken. Met de publieksaantallen die Worm trekt kunnen ze makkelijk een deel van de programmering met deurdeals gaan regelen. Exit deed dat met 90% van het programma; zelfs buitenlandse bands nemen tegenwoordig vaak genoegen met een klein garantiebedrag en de deuropbrengst na break even. (Maar dan moet je natuurlijk niet de huur in je break even gaan meerekenen)

Ik zou het echt te erg vinden als Worm alsnog verdwijnt of vleugellam wordt, want al ben ik niet blij met de manier waarop de tent nu politiek bedrijft; het staat het buiten kijf dat Worm een onmisbare schakel in de Rotterdamse cultuur vormt. Misschien moet het mogelijk gemaakt worden om wat subsidiegeld anders te besteden dan was aangekondigd, maar met 4 ton per jaar moet je echt wel een programmering kunnen voeren. Desnoods op projectbasis.

Of laat de gemeente bijvoorbeeld het pand opkopen; volgens mij hebben ze dat bedrag er al in 10 jaar uit. Fons Burger beweerd dat hij Nighttown ook ooit voor een marktconforme prijs aan de gemeente heeft verkocht. Met de huidige prijzen van onroerend goed moet dat dus een koopje zijn. (N.B. lees hier het commentaar van Mr Burger op een van mijn andere blogs…hij verdient echt niet zoveel geld hoor)

Het belangrijkste is dat Rotterdam vanaf nu weer in de lift moet komen. Want ik wordt er een beetje moe van om, waar ik ook in het land kom, aan te moeten horen dat ons uitgaansleven niets meer voorstelt. Vanaf nu kunnen we, in ieder geval tijdelijk, ons iets positiever op gaan stellen. Als over vier jaar Bird, Grounds, Roodkapje goed lopen, Worm nog bestaat, er een nieuw tent komt die de leemte van Exit op vult (niet de fokking Unie maar een tent met een beetje rock ’n roll gehalte!) en er een stuk of 10 muziekcafés regelmatig kunnen programmeren zijn we weer goed op weg. Misschien goed genoeg om stiekem Waterfront in zijn oude glorie te herstellen en aan een opvolger voor Watt te gaan denken. Ik weet dat ik nogal wat vraag maar goddammit we verdienen het hier zo langzamerhand ook wel eens een keertje…

Ik heb vorige week de nieuwe horeca nota doorgelezen. Meer dan 100 pagina’s. Genoeg om een paar columns aan te wijden. Hier is de derde en laatste:

Uit de horecanota:

De vraag van bezoekers bepaalt uiteindelijk het aanbod van horeca, niet de wens van de gemeente. Wat de overheid wel kan doen, is voorwaarden scheppen voor goede vestigingsmogelijkheden voor horeca door in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en deze waar mogelijk te stimuleren en te faciliteren. Daarbij wordt vertrouwen en ruimte gegeven.

Dit gelezen vraagt ik me af waarom er zoveel  podia verdwenen zijn en op het punt staan te verdwijnen. Dat er veel behoefte aan podia is staat buiten kijf. En over welke ‘voorwaarden voor goede vestigingsmogelijkheden’ hebben ze het nou? Laat de gemeente eerst een wat doen aan het feit dat het O.B.R. horecapanden voor schandalig hoge prijzen verhuurd.  Panden die daarnaast niet eens voldoen aan de geluidsoverlastnormen die dezelfde gemeente aan de horeca/podia oplegt.

Kijk eens hoeveel geld er de laatste paar jaar de Maas in is geflikkerd: Watt, Waterfront, De Nieuwe Oogst. Allemaal projecten waar miljoenen in zijn verdwenen. Zelfs Worm waar vorig jaar zoveel geld in is gestoken staat nu al op de nominatie om opgedoekt of op zijn minst vleugellam gemaakt te worden. (Ik hoorde dat Worm áls ze open kunnen blijven geen geld meer over gaat houden om te programmeren? ) Tenten als Worm, waar creatievelingen graag komen, worden bij het minste geringste opgedoekt. Dat terwijl er wel eerst 1 ½ miljoen aan een verbouwing is uitgegeven. Van dat geld hadden ze Exit trouwens 15 jaar kunnen laten bestaan, en met een ruim budget!!

Dat alles roept de vraag op waarom er niets gedaan wordt aan het feit dat er altijd zo achterlijk veel  geld vóór de opening in tenten gestopt moet worden. Dat wordt heus niet alleen gedaan om aan de regels voor geluidsoverlast te kunnen voldoen. Nee, het moet allemaal groots en prestigieus opgezet worden. Alsof jongeren niet uit willen gaan in tenten die geen architectonisch hoogstandje zijn of waar het kille design je niet toelacht. Ik vond persoonlijk tenten waar alles een beetje houtje touwtje was, zoals de Vlerk vroeger, juist des te leuker.

Verder lijkt het me juist slim om tenten zichzelf eerst te laten bewijzen om er daarna zo nodig wat meer geld in te stoppen. En dan eens niet meteen in groots opgezette nieuwbouw maar in andere/betere faciliteiten.

Om af te sluiten nog wat losse opmerkingen op onderdelen uit de horecanota:

Een onderzoeksbureau heeft het verband tussen het gebruik van alcohol en uitgaansgeweld onderzocht? Eehhh?

Horeca gelegenheden krijgen vanaf volgend jaar 12 verlaatjes i.p.v. 10. Ze kunnen dus per jaar twaalf maal tot maximaal 7 uur ’s nachts open blijven. Alleen jammer dat er een andere kant  van de medaille is: als een kroeg een verlaatje inzet betekent dat niet meer dat er meer lawaai geproduceerd mag worden. Maar laat dat nou net het onderdeel zijn waar horeca ondernemers echt wat aan hadden. Want een verlaatje wordt vooral ingezet als er live muziek geprogrammeerd is. Een verlaatje hield altijd in dat het geluidsniveau ook omhoog kon en daarom minder kans op geluidsoverlastklachten via de milieudienst en minder kans op een daarop volgend bezoek van de politie. Dat was een stuk belangrijker dan het langer open kunnen blijven.

Ik snap best dat geluidsoverlast zwaar klote is. Opvallend is dat er vaak bij tenten met een nachtvergunning niet of nauwelijks gehandhaafd wordt op overlast van na sluitingstijd vertrekkende bezoekers. Na 6 uur heeft de kit daar geen mankracht voor zodat bij het uitgaan van die kroegen stomdronken idioten met de auto stereo op tien en die vergrote uitlaten van ze er drie kwartier over doen om even weg te rijden.

Maar als een kroeg een bandje heeft staan zijn ze er als de kippen bij. Ik heb gevallen meegemaakt waarbij de politie 10 minuten na aanvang van een band al op de stoep stond. Terwijl dat procedureel onmogelijk is! Een geluidsoverlastklacht komt via de centrale bij DCMR, die belt de zaak waarover geklaagd wordt zodat de baas maatregelen kan nemen. Pas bij een tweede melding wordt de politie erop afgestuurd.

Maar ze weten best wel waar de schoen wringt:

uit de nota:

Duidelijke overheid

Ondernemers geven aan dat vanuit de gemeente Rotterdam meerdere plannen en doelstellingen worden nagestreefd. Dit maakt het soms onduidelijk wat nu wel en wat niet kan. Bijvoorbeeld: afdelingen die zich bezig houden met economie en marketing juichen bepaalde initiatieven toe. Dan blijkt echter het vergunning- en/of handhavings-beleid hier niet op aan te sluiten. Ondernemers pleiten daarom voor duidelijke regels aan de voorkant en voldoende flexibiliteit voor nieuwe initiatieven. Zij geven aan nogal eens ‘van het kastje naar de muur’ gestuurd te worden op het moment dat zij een nieuw initiatief bij de gemeente willen introduceren. De gemeente kent vele ingangen, maar wie is nu verantwoordelijk?

De gulden middenweg

Uiteindelijk komt alles neer op keuzes. En het jammerlijke is dat die niet gemaakt worden. Er wordt altijd een halfbakken compromis gevormd waardoor niemand blij is; bewoners die overlast hebben niet en uitgaanspubliek dat het aanbod in de stad ziet verschralen en zich overmatig gecontroleerd voelt ook niet.

Voor de zoveelste keer dus: stel een uitgaanssector in het centrum in en geef bewoners die niet tegen nachtelijk uitgaansgeluid kunnen vervangende woonruimte in een rustige randgemeente.

Kost ook wat investering, maar dan heb je uiteindelijk een uitgaansleven waar wat mee kan.

Ik heb vorige week de nieuwe horeca nota doorgelezen. Meer dan 100 pagina’s. Genoeg om een paar columns aan te wijden. Hier is de tweede:

Sommige onderdelen van de horeca nota bieden, zeker op het eerste gezicht, kansen voor de Rotterdamse popscene.

Er komt een nieuw soort vergunning. Een die tussen een vaste horecavergunning en een evenementenvergunning in zit.  Het wordt het pop-up concept genoemd. Ben benieuwd of dat wat gaat opleveren. Het Pop-up concept voorziet in tijdelijke horeca in leegstaande panden. Met een beetje organisatie die het risico aandurft en kan dragen zouden daar mooie dingen uit voort kunnen komen. Dit zou mogelijkerwijs kunnen leiden tot kleine optredens in leegstaande kantoren georganiseerd door en voor de lokale scene. Ziet er leuk uit, maar Rotterdam zou Rotterdam niet zijn als er niet een paar haken en ogen aan dit initiatief kleefden.

Een paar alinea’s verder wordt de hoop alweer de grond in geslagen want de gemeente is tegelijk van plan om geluidsoverlast keihard aan te gaan pakken en alle nieuwe vergunningen die iets met live muziek willen gaan doen worden verplicht een geluidstest te ondergaan:

Bij een aanvraag worden met het nieuwe vergunningstelsel activiteiten vergund, waardoor meer transparantie ontstaat wat voor activiteiten in een bepaalde inrichting kunnen worden ondernomen. Door te werken met modules waarin de activiteiten geclusterd zijn, kan de ondernemer ‘shoppen’ en komen tot zijn eigen gewenste exploitatie categorie. Dit biedt duidelijkheid. Het wordt geleidelijk doorgevoerd, alleen ondernemers die in aanmerking komen voor een nieuwe vergunning bij overnames, nieuwe vestiging en vernieuwingen of wijziging van exploitatievorm oftewel activiteiten van geldende vergunning gaan over op de nieuwe wijze van vergunnen.

Bij de vergunningaanvraag is één element verzwaard, te weten de check op geluid. De toets of de door de ondernemer gewenste geluidsproductie past bij het pand waarin de activiteiten gaan plaatsvinden, wordt vooraf gedaan. De ondernemer is verplicht om, als er geen geluidsrapport aanwezig is, een akoestisch rapport te overleggen dat de ondernemer zelf dient te financieren.

De voorwaarden die aan die nieuwe vergunning hangen zijn dus domweg te zwaar om te verwachten dat er initiatieven vanuit de locale scene door opgezet kunnen gaan worden. Niemand die zonder een grote zak geld iets op kan gaan zetten. Want wie is er zo achterlijk om een tijdelijke tent te openen als hij/zij eerst een enorm bedrag aan geluidsisolatie uit moet gaan geven? En wie kan er een duur akoestisch onderzoek financieren? Zolang de norm voor geluidsoverlast die belachelijke 80 dB blijft is dit een kansloos initiatief. (waar komt die norm trouwens vandaan? Welke groot brein heeft ooit bepaald dat 80 dB überhaupt kán voldoen bij live optredens als een live drummer, onversterkt, met gemak 100 dB produceert?)

Het lijkt er verdacht veel op dat dit initiatief, zoals zo vaak,  alleen de belangen mag dienen van de kleine gevestigde groep ‘culturele ondernemers’.  Want alleen al aan de naam die men voor dit nieuwe vergunningstelsel gekozen heeft kan je zien uit welke koker dit initiatief hoogstwaarschijnlijk afkomstig is : Ro-Town. Die zaal heeft namelijk een zak van 100.000 euro extra subsidie aangevraagd om op verschillende locaties grotere optredens te mogen organiseren. Dat plan mag dan door de RRKC zijn afgekeurd, maar je weet nooit hoe een koe een haas vangt.

Al met al is dit weer een gemiste kans om nu eindelijk een verjonging door te voeren in het bestand van die gevestigde culturele ondernemers. Rotterdam hanteert een sterfhuisconstructie;  wie gaat, als dat kleine groepje dat nu de dienst uitmaakt met pensioen is,  het vaandel overnemen? Er is niemand die de kans heeft gekregen om ervaring met het organiseren van culturele activiteiten op te bouwen.

Ik heb deze week de nieuwe horeca nota 2012-2016 doorgelezen. Meer dan 100 pagina’s. Genoeg om een paar columns aan te wijden. Hier is de eerste:

Een woord dat opvallend veel in de horecanota voor komt: kwaliteitshoreca. Maar wat wordt er nu precies bedoeld met kwaliteitshoreca ?

De horeca nota 2012-2016 ademt één overduidelijke ambitie: de horeca aan te passen naar de wensen van ‘de zakelijke markt’.  Volgens de gemeentelijke plannen moet de horeca zich meer en meer naar de wensen van één soort klant gaan richten en dat is de yuppie.  De stad moet blijkbaar vol gebouwd worden met grand cafés, bistro’s en restaurants op loopafstand van elke nieuw yuppenflat en ze moeten er gelikt uit zien en bovenal lekker duur zijn.

Nog altijd doet het grote idee-fixe dat er in grote getale hoger opgeleiden naar de stad getrokken kunnen worden als er maar veel (dure) woonruimte naar de smaak van de rijkere klasse neergeplempt wordt en er op elke straathoek een grand café verrijst.

Ga voor de grap eens een paar van die nieuwe yuppenflats langs; bijvoorbeeld die langs de markt bij de Laurenskerk.  Fijne appartementjes van ongeveer €500.000 per stuk. Ongeveer een kwart van die appartementen staat leeg! Dat terwijl er nog altijd een tekort aan betaalbare woonruimte is.

De paragraaf ‘gebiedsgerichte horeca’ klinkt alsof het nodig is bepaalde soorten horeca in bepaalde gebieden te concentreren. Dat doet mij afvragen of het de bedoeling is dat er een soort yuppie enclave wordt gemaakt waar de hoogopgeleide en sophisticated yuppie gezellig onder elkaar kan recreëren, goed bewaakt en voorzien van alle mogelijke luxe.

Maar er is natuurlijk geen yup te vinden die in een stad wil wonen waar het barst van de laagopgeleide hangjongeren. Hangjongeren die overal zichtbaar dreigend aanwezig zijn, lawaai maken bij het uitgaan en winkels gaan plunderen als ze uit een tent gegooid worden. Rotterdam is nog altijd de stad met gemiddeld de jongste bevolking van Nederland. Maar voorzieningen voor jongeren zijn schaars en er meestal alleen op gericht om jongeren op bepaalde plekken te concentreren, in de gaten te houden en te proberen ze ‘manieren’ bij te brengen. Geen wonder dat er onder jongeren weinig enthousiasme voor dat soort projecten is.

Er is in deze nota sprake van een toezichtsmodel op 3 niveaus: basis, middel en aandachtsniveau. Als je het mij vraagt komt dat neer op: niets doen (in de yuppen enclaves), zichtbare politie inzet (daarbuiten) en shoot at will (in de jongerengebieden). Dus zet ergens in een verafgelegen havengebied wat smoezelige tenten neer voor de jeugd. Dan kunnen ze daar dan de hele nacht zoeklichten op richten, wat experimentele drones de boel van bovenaf in de gaten laten houden en politieagenten af en toe wat schietoefeningen laten doen. Uit het zicht en uit het hart (van de stad).

Rotterdam is altijd een working-class stad geweest en de gemeente doet nu alsof we ons daarvoor moeten schamen. In de visie van het huidige stadsbestuur zijn lager opgeleide mensen een risicofactor die allerlei ellende aantrekt: werkloosheid, huiselijk geweld, tienermoeders, maar bovenal overlast. Intussen wordt voor het gemak vergeten dat het juist die laagopgeleiden zijn die ervoor zorgen dat de grote motor van de economie blijft draaien; de Rotterdamse haven. In plaats dat ze trots zijn om het feit dat Rotterdam een arbeidersstad is doen ze er alles aan om van dat imago af te komen en gaan ze blindelings door met voorzieningen scheppen voor hoogopgeleiden, die hier (nog) niet wonen, terwijl de eigen jeugd zich de tandjes verveelt en maar thuis blijft hangen en met een goedkope krat pils tot de volgende generatie (verborgen) alcoholici gevormd wordt.

Deze column verscheen ook op Vers Beton

 Ik las een artikel in de Revu over de verspilling van belastinggeld door poppodia. Poppodia worden overgesubsidieerd volgens uitbaters van commerciële clubs en zijn daarom valse concurrenten. Er zijn inderdaad argumenten te vinden die deze stelling beamen, maar wanneer is een podium overgesubsidieerd?

Dance avonden

Die gasten van Perron hebben wel een punt als ze zeuren over de dance avonden die met subsidiegelden in Waterfront,  Nighttown en Watt werden georganiseerd. Als fervente Dance-hater was dat mij ook altijd een doorn in het oog. Ik vond het ongelofelijk lullig dat je een uur na een optreden de zaal uitgeveegd werd omdat er zonodig met een techno-avond geld verdiend moest worden. Dat ondanks dat er tegelijk tonnen subsidie door hetzelfde podium opgestreken werden. Publiek wil na een goed concert nu eenmaal graag napraten en borrelen. Tegenwoordig gaat het publiek meteen na een optreden weg; op zoek naar een andere tent om af te zakken. Ik vraag me af of dat mechanisme destijds vanwege die danceavonden ontstaan kan zijn.

Maar vergeet ook niet dat veel jongeren tegenwoordig moeiteloos tussen extreem ver uit elkaar liggende genres zappen. Het publiek van Waterfront, Nighttown en Watt komt ook weer niet graag in de door drugs vergeven commerciële dance tenten. Ik ken mensen die het heel leuk vonden om na een rock concert nog uren te blijven dansen. Dat ik het niks vind zegt natuurlijk niet alles.

Maar al met al is het een beetje mosterd na de maaltijd van Aziz Yagoub van Perron om over valse concurrentie vanuit gesubsidieerde zalen te klagen want de bovengenoemde zalen zijn allemaal gesloten, Exit deed niet aan dance en als Ro-Town al een dans avond organiseert draait het daar meestal niet om Techno, maar om organische dansmuziek.

De uitbaters van de grote dancetenten hebben volgens mij ook behoorlijk wat boter op hun hoofd als ze het over geld witwassen bij poppodia hebben.  Het is al jaren algemeen bekend dat de gemakkelijkste manier om drugsgeld wit te wassen een dance-evenement op zetten was. De bezoekersaantallen werden dan gewoon flink overdreven en er werd maar 6% btw over het gewassen geld betaald. Het zou mij dan ook niet verbazen als deze truc een belangrijke reden voor de regering is geweest om het  lage BTW tarief voor cultuur af te schaffen.  (al werd die maatregel intussen alweer teruggedraaid)

Fokking corruptie

De Nieuwe Oogst is natuurlijk een voor de hand liggend voorbeeld van een overgesubsidieerde organisatie. En als het allemaal waar is wat er in de Revu over de Nieuwe Oogst wordt beweerd is de zaak daar nog 10x kwalijker dan ik al dacht. Vier miljoen verduisterd voordat de tent überhaupt open ging en Gratis I-phones voor alle medewerkers en bedrijfsuitjes naar Londen. Ja, daar is subsidie pertinent niet voor bedoeld.

Alsnog dank meneer Grashof; leuk te horen dat u dit jaar tot de groenste politicus in de kamer uitgeroepen bent. In uw tijd als cultuurwethouder van  Rotterdam was u duidelijk ook groen; maar dan in een andere betekenis van het woord. Ronduit walgelijk dat de stekker niet meteen uit die tent is getrokken toen die 4 miljoen verdwenen bleek te zijn.

Ik kan me ook van harte aansluiten bij alle clubeigenaren die beweren dat de gemeente zelf vooral geen initiatieven moet nemen om zalen om te zetten. Als de gemeente initiatief neemt komen alleen mensen die mooie praatjes kunnen opdissen in besturen en directies en loopt de boel altijd spaak terwijl er meestal ook nog wat zakken gevuld worden met gemeenschapsgeld. Het is nog nooit gelukt om op die manier een goed lopende tent op te zetten. Maar initiatieven van zogenaamde creatieve geesten zijn ook niet altijd zaligmakend. Kijk maar naar die fusie tussen Watt en Waterfront. Dat was het slechtste idee van deze eeuw want dat heeft de stad de twee grootste podia gekost

Perverse Prikkel

Eigenlijk is het bizar dat hoe meer succes een podium heeft , hoe meer subsidie het krijgt. Dat is een perverse prikkel die afhankelijkheid van subsidies alleen maar verergert. Het subsidiestelsel in dit land is wat mij betreft bedoeld om zalen de mogelijkheid te geven in hun rol te groeien en optredens van nog onbekende bands mogelijk te maken en niet om een organisatie als Live Nation in staat te stellen de gages voor de bands (en daarmee hun eigen percentage) rucksichtlos omhoog te gooien. Je kan die tonnen subsidie die voor sommige tenten betaald worden net zo goed rechtstreeks naar Mojo overmaken.

Als met een uitverkochte zaal een podium niet break even raakt met de kosten van de productie (band(s) + personeelskosten + vast lasten) dan is dat optreden overgesubsidieerd want het kan niet zo zijn dat mensen een optreden moeten missen omdat de zaal uitverkocht is, en tegelijk via de belasting mee betalen aan datzelfde optreden. Het is natuurlijk een nobel idee dat je in gesubsidieerde zalen niet meer dan 15 euro betaald voor een bekende band, maar als het optreden in minder dan een dag uitverkocht is dan zou het naar een grotere zaal verplaatst moeten worden waar iedereen die het optreden wil zien in past. En als dat niet kan, zit er niks anders op dan de entreeprijs drastisch te verhogen.

Nog wat toevoegingen aan de vorige column over de Rotterdamse Poppodia:

Yuppies en Regelneuken

De zogenaamde ‘terugtrekkende overheid’ maakt het moeilijker om hier in Rotterdam een gezond popklimaat te verwezenlijken. De overheid is tegenwoordig opgedeeld in verschillende diensten. En naar Amerikaans model (ja, daar gaan we weer!) werken deze diensten niet met elkaar samen maar beconcurreren ze elkaar soms zelfs.

De ene dienst geeft podia subsidie terwijl de andere de helft van dat geld weer inpikt in de vorm van huurpenningen. Dat gebeurde bij Exit. Die tent kreeg €5000 subsidie per maand en de huur kostte €2400. Zo kan je natuurlijk als gemeente mooie sier maken en het erop doen lijken dat het percentage van de cultuursubsidies dat aan popmuziek wordt uitgegeven wat hoger ligt dan in werkelijkheid het geval is.

De ene dienst geeft zalen subsidies terwijl de andere vergunningen intrekt omdat er sprake zou zijn van geluidsoverlast. Tegenwoordig zijn klachten van buren over overlast niet meer nodig om een dienst als DCMR een vergunning te laten weigeren. Regels zijn regels; er wordt een geluidstest gedaan en een rapport opgemaakt. Komt er meer dan 80 db door je ruiten dan staat je vergunning op de tocht. (terwijl een volle kroeg zónder muziek al met gemak 80 db produceert!). Zit je zaak aan een plein en heb je geen overburen in een straal van 500 meter? Heeft er nog nooit ook maar een van de buren gemerkt dat er optredens in je kroeg gegeven worden? Maakt niet uit. Hoe noemen we zulk gedrag van ambtenaren ook alweer? Regelneuken!

Vervolgens wordt er dan een oplossing gevonden want er is een potje in het leven geroepen waar muziekcafés en podia een subsidie voor geluidsisolatie kunnen krijgen. Op zich is dat een goede zaak. Maar het is toch ronduit bezopen dat dit geld uitgegeven zou moeten worden aan podia waar niemand last van heeft? Alleen omdat er regels opgevolgd moeten worden? Er zit sowieso nog geen ton in dat fonds. Gebruik dat geld dan ook goed en dus voor podia met klagende buren.

Voor de zoveelste keer is de conclusie dat de enige oplossing van dit probleem is uitgaansgebieden aan te wijzen waar de geldende regels voor geluidsoverlast opgerekt worden.

En het zou enorm schelen als de diverse diensten van de gemeente eens wat meer onder elkaar zouden overleggen en de gemeenteraad een duidelijke visie en doel aan deze diensten op zou leggen. Het is het één of het ander; je kunt geen leuk uitgaansleven in stand houden en tegelijk verwachten dat alle optredens en clubnights zich alleen in het weekend afspelen.  En ook niet dat iedereen na 2 uur ’s nachts op kousenvoeten naar huis vertrekt.

Maar de gemeente Rotterdam heeft blijkbaar allang gekozen een slaapstad te willen zijn. Blijkbaar; want ze zijn natuurlijk niet zo dom om er openlijk voor uit te komen dat ze het liefst het complete uitgaansleven de nek om zouden draaien. Dus houdt men krampachtig de schijn op de popcultuur een warm hart toe te dragen.  Rotterdam moet vooral veilig zijn en de tweede prioriteit is dat de stad vriendelijk blijft voor hoogopgeleide yuppies. Yuppies die zelfs in hun uber-geïsoleerde superflats last van het uitgaansvolk blijven hebben. Yuppieflats zijn standaard uitgerust met driedubbel glas en airconditioning, maar op zomerse dagen moeten ze wel de ramen open kunnen houden. Daar heb je natuurlijk gewoon recht op als je meer dan 3 ton voor een appartementje hebt geleend.

Het geval met festivals

Vertier wordt alleen in de vorm van evenementen georganiseerd; leuke festivals die hooguit een paar dagen per jaar de stad mogen ontregelen en vooral volk van buiten de stadsgrenzen moeten aantrekken. Want dat is goed voor de lokale economie. Dat middenstanders steen en been klagen omdat hun omzetten bij dergelijke evenementen juist daalt en uitbaters van cafés en restaurants ook niet onverdeeld enthousiast zijn wordt gewoon genegeerd. De omzet op zo’n dag mag er best zijn, maar weegt helaas niet op tegen al het extra personeel dat ingezet moet worden en de extra voorzieningen die vaak ook nog ingehuurd moeten worden.  Die zouden ook liever hebben dat hun normale, wekelijkse, omzetten zouden stijgen.

Daar komt nog bij dat festivalpubliek tegenwoordig zijn eigen bier meeneemt want dan ben je al gauw minimaal de helft goedkoper uit dan wanneer je duur evenementen bier moet gaan kopen. En het scheelt je de halve dag in de rij staan bij de tappunten. Ze hebben het ervoor over om de hele dag met een koelbox rond te moeten sjouwen. Maar daar hebben ze nu ook wat op gevonden. Zet het festival terrein met hekken af en verbied het meenemen van eigen drank. Op deze manier gaan ze vanaf dit jaar zorgen dat de bezoekersaantallen van Metropolis drastisch gaan slinken.  Het is vanaf dit jaar ook daar verboden om eigen drank mee te nemen. De gemeente wil wel volk in de stad , maar blijkbaar liever niet van die alternativo’s. Straks gaan die nog klagen dat ze na afloop van het festival alleen bij Ro-Town af kunnen zakken. Oh gunst, correctie: ‘Rotown is die dag natuurlijk al op voorhand overvol… Zodra ze dat merken vragen ze zich vast af wat er met al die andere verdwenen podia  gebeurd is.’

En als je bedenkt wat die festivals allemaal mogen kosten; voor drie dagen Motel Mosaique kan je drie tenten als Exit een heel jaar overeind houden.

Het advies dat RRKC heeft uitgebracht is inderdaad niet mals voor de Rotterdamse popcultuur. Alle podia, behalve Ro-Town natuurlijk, moeten zwaar bezuinigen. Ik vind het ronduit bizar dat een initiatief als Heidegger, dat met een zesde van het budget dat Watt kreeg een zaal waar de helft van de bezoekers van Watt in past had kunnen neerzetten, wordt afgeserveerd. Heidegger was op zich een mooi plan. Met een beetje hulp van organisaties al de Popunie en de SBAW had het daar zakelijk ook een stuk beter kunnen gaan. Maar de gemeente kan en wil zich tegenwoordig alleen op de risico’s focussen. Ze zijn gewoon doodsbang voor een nieuw debacle en gooien uit voorzorg maar de handdoek in de ring.

Ik vind het ook bizar dat nieuwe, goedlopende, initiatieven als Bird gewoon genegeerd worden. Het is ook ronduit belachelijk dat de stekker uit een zaal als Grounds, waar al zoveel in geïnvesteerd is, wordt getrokken.

Er zijn twee stromingen in ambtelijk Rotterdam wat betreft het cultuurbeleid. Eerst was er een periode waarin de regenteske stroming, die vooral door de PvdA werd aangehangen, opgang vond. Subsidies kwamen alleen terecht bij organisaties die ‘betrouwbaar’ overkwamen. Betrouwbaar ben je overigens niet automatisch als je een doortimmerd businessplan weet te overleggen. Nee, in deze periode was het vooral belangrijk dat ze je op het stadhuis al kenden en je een mooie staat van dienst had. Je kan ook plat stellen dat je gewoon goede vriendjes met de ambtenarij moest zijn. Resultaat; patjepeeërs die elkaar de hand boven het hoofd hielden en vooral bezig waren om zichzelf te verrijken terwijl ze de stad met cultuur verrijkten. De gemeente heeft te vaak op het verkeerde paard gewed. Op zo’n manier wordt cultuur natuurlijk een dure grap.

Wil je voorbeelden:

Laten we beginnen met de, al in eerdere columns door mij aangehaalde, zaak van Fons Burger.  Nadat die het pand van de Arena op de West Kruiskade voor het symbolische bedrag van 1 gulden van de gemeente kocht, richtte onze Fons Nighttown op, om het pand later voor een paar miljoen weer aan de gemeente terug te verkopen.

De eerste directeur van Waterfront verdween naar de Antillen met medeneming van een paar ton, nadat een regelrechte opstand onder het personeel hem dwong te vertrekken. Hij probeerde daarna de schuld af te schuiven op een paar personeelsleden en vrijwilligers. En dat was hem nog bijna gelukt ook.

Nighttown droeg geen pensioenpremies af en dat geld verdween waarschijnlijk ook in iemand zijn zak. Resultaat; podium failliet verklaard.

Nadat Watt en Waterfront gefuseerd waren verdween er minimaal één keer een bedrag van 15.000 euro uit de kluis. De directie stelde niet eens een onderzoek in. Het is dus niet moeilijk te raden waar de schuldigen zich bevonden. Er gaan al langer geruchten dat de verbouwing, die nodig was om de geluidshinder tegen te gaan, niet de echte (of enige) reden was dat Watt failliet ging.

De Nieuwe Oogst kreeg het voor elkaar in het eerste half jaar van zijn bestaan zes ton verlies te lijden. Misschien is het raadzaam eens uit te laten zoeken hoe ze dat nou in godsnaam voor elkaar hebben gekregen en of er geen geld weggelekt is.

Als de zaken niet gaan zoals je graag zou willen moet je doorpakken en de problemen aanpakken. Dat doet de gemeente niet; die trekt zich liever terug met als smoes dat ze zich niet met interne problematiek van zelfstandige stichtingen mag bemoeien. Maar die stichtingen zijn 100% afhankelijk van subsidie; waarom mag de gemeente dan niet op zijn minst van ze eisen dat er een goed bestuur en een goede, niet corrupte, directie aangesteld wordt?

Nu was niet alles altijd kommer en kwel, want het ging (en gaat) al  een hele tijd goed met bepaalde podia: De Baroeg doet het al jaren goed. Dat komt m.i. vooral omdat die tent zich altijd duidelijk geprofileerd heeft als podium voor metal en later ook punk. Daar trek je een hondstrouw publiek mee dat altijd blijft komen.

De Vlerk heeft ondanks de vele (gedwongen) verhuizingen destijds een heel mooie naam voor zichzelf opgebouwd. Het was klein maar fijn. Totdat er een ambtenaar van dKC afscheid ging nemen en als afscheidscadeau Waterfront cadeau deed aan de stad. Dat ging na een turbulente start nog best een hele tijd goed, maar net niet goed genoeg. Er moest steeds teveel geld bij naar de zin van de gemeente. Daarna drukte Tricky Dickie een fusie met Watt erdoor en verdwenen uiteindelijk beide podia.

Maar daarvoor heeft Nighttown het ook lange tijd goed gedaan tot die affaire met die premie afdracht..

Al met al heeft de gemeente met bovengenoemde zaken genoeg aanleiding (en excuses) gevonden om een geheel andere, nieuwe wind te laten waaien. De VVD heeft de cultuur nu onder zijn hoede genomen. Nu worden alleen de winnaars (de A-merken) nog ondersteund. Dat zijn natuurlijk tegelijk ook de instellingen waar VVD bestuurders hun vriendjes hebben zitten. (Ga je mee naar de öpera, kerel?) En verder houdt het in dat de markt het werk moet doen, zoals altijd bij de liberalen. Helaas kijken private investeerders na het Watt debacle wel link uit voordat ze een poppodium gaan openen. Iets anders dan de zoveelste supercommerciële dancetent zit er mooi niet in.

Maar als het niet rechtsom kan, dan kunnen ze er ook een andere draai aan geven. Want we kunnen toch ook gewoon de hele sector de nek omdraaien? Er zijn geruchten dat er plannen zijn om de cultuur van Rotterdam en Den Haag te laten fuseren. Rotterdam krijgt dan de grote festivals en eendaagse evenementen en Den Haag de popcultuur. In de Hofstad staat al een grote poptempel die niet genoeg publiek trekt (Het Paard van Troje) en er is al een leuk circuit van kleinere tenten en muziekcafés. Daarbij is er ook een metroverbinding tussen de twee steden aangelegd waar ’s avonds en in het weekend te weinig gebruik van wordt gemaakt. Klinkt belachelijk hè? Maar het klinkt ook als de gedachtegang die van ambtenaren, en ook zeker van VVD bestuurders, kan komen.

Er lopen intussen plenty mensen rond met goede ideeën over hoe het wel kan. Maar die hebben (meestal) én geen geld én geen vriendjes op het stadhuis zitten.

En last but not least is het ook ronduit raar dat organisaties als de Popunie en SBAW opgedoekt zouden worden terwijl het juist deze instellingen zijn die mensen met goede ideeën, maar zonder geld, op weg kunnen helpen om iets goeds voor de popcultuur te verwezenlijken.

P.s. maar vergeet niet dat het hier om een advies gaat: de gemeente kan dit ook nog naast zich neerleggen. Ik wens, een beetje tegen beter weten in, wethoudster Laan veel wijsheid toe..

Lees hier hoe het afliep met het advies van de RRKC

Oudere columns over het Rotterdamse popbeleid:

Rotterdam verdient ruimte voor popmuziek

Watt verdient Rotterdam nu eigenlijk?

Ik ben een boek aan het schrijven dat zich afspeelt in de punk/krakers scène van de jaren tachtig. Het boek begint vorm te krijgen maar zoals gebruikelijk is vallen er nogal wat spaanders in het schrijfproces. Dit zijn op zich leuke stukjes maar ze passen niet (meer) in het totaalconcept van het boek.

Omdat ik het zonde vind om ze weg te gooien zet ik ze op mijn blog als een soort teasers voor het boek. Ik zou het heel leuk vinden om feedback te krijgen dus schroom niet je mening over deze kleine hoofdstukjes te geven. Enjoy…

Over een Kam geschoren Deel 3

De dag daarop had ik een zware ketting van een fietsslot met een, al zeg ik het zelf, tamelijk ingenieus systeem met een haak aan mijn koppelriem vastgemaakt. De ketting zat om mijn middel en ik had een sterke veter aan de op vijf na laatste schakel geknoopt. Die veter liep door het zware slot van de ketting heen, waarvan ik de sleutel overigens al lang kwijt was, en hing aan een haak die ik met behulp van een blokje hout dat ik tussen de banden van de koppelriem had gestoken was bevestigd. Met een simpele ruk aan het uiteinde van de ketting schoot die van mijn middel en had ik een verdedigingswapen in mijn hand. Ik vertrouwde erop dat de afschrikking van het wapen genoeg was om ellendelingen als die kutpooier af te schrikken want een rake lel van die ketting op iemands zijn hoofd zou wel eens kunnen leiden tot een beschuldiging van poging tot doodslag.

Mijn haar groeit snel en een maand later was de kam al zo lang geworden dat Vincent hem smaller kon gaan scheren. Na de scheerbeurt probeerde ik de kam weer met zeep omhoog te zetten. Maar dat was echt niks. Er moest zoveel van dat spul in om de dunne kam omhoog te houden dat er zich een buitenlaag van zeep om het haar vormde. Het zag er niet uit en ik stonk naar de palmolive. Tot overmaat van ramp was ik een allergie tegen zeep aan het opbouwen, want ik had al een paar weken kleine blaasjes op mijn polsen. Precies op de plekken die ik niet goed afspoelde nadat ik mijn haar had verzorgd.

Het werd dus tijd om te experimenteren met andere middelen.

Haarlak viel als eerste af. Ik stak de moord in de wolken lak en het lukte me alleen met hulp van Vincent of een vriendinnetje om mijn kam met dat spul omhoog te krijgen. Ik snap dan ook niet hoe die hedendaagse punks het wel voor elkaar krijgen om hun kam met lak omhoog te zetten. De lak die tegenwoordig te koop is moet een stuk beter zijn dan die uit begin jaren tachtig. Maar het is ook opvallend dat je  tegenwoordig hanenkammenpunks die een relatie op de klippen zien lopen vaak met hun kam plat naar achter gekamd ziet rondlopen totdat ze een nieuwe vriendin hebben. Maar ik zall niet de Richard Attenborough uit gaan hangen wat het lokale wildlife betreft, dus markeer deze opmerking maar als onzin.

Suikerwater was de tweede optie en was ook compleet waardeloos. Als je van insecten, en vooral van wespen, houdt is suikerwater het middel voor jou. Daar kwam nog bij dat het bijna een half uur duurde voordat je genoeg suiker in water had opgelost om met de coiffure te beginnen. Ik was natuurlijk geen wijf of mietje die elke dag een uur voor de spiegel wil gaan staan.

De laatste optie die ik had was eiwit. Daar verwachtte ik echt niks van, maar ik had ergens gelezen dat als je de föhn op eiwit zette, het hard zou worden. Ik brak dus een eitje en zorgde zorgvuldig dat er geen eigeel in het papje terecht kwam want dat zou ongetwijfeld vreselijk gaan stinken. Ik klopte het spul een beetje los en smeerde het in mijn haar. Ik trok een pluk zo hard mogelijk omhoog en zette de föhn erop. De pluk bleef zowaar al na een paar seconden recht omhoog staan. Ik behandelde de rest van de kam op dezelfde manier en drukte alle haren daarna nog een keer extra aan met en smeerde nog een dun laagje eiwit erover en föhnde het meteen. Zowaar had ik in nog geen vijf minuten een perfecte kam staan. Misschien hielp het dat ik, voordat ik de föhn uitzette, de kraan van het fonteintje in mijn kamer beet pakte, omdat ik hem alvast open wilde draaien om mijn handen te gaan wassen, waardoor ik een opdonder van 220 volt door mijn lijf gejaagd kreeg. Maar niettemin was ie perfect.

Ik experimenteerde nog wat meer met die kam in het weekend. Het eiwit bleef reukloos maar ik ontdekte dat de substantie taaier werd als ik wat shampoo toevoegde. Eiwit had de neiging na een dag wat poederig te worden en dat voorkwam ik zo. Ook makkelijk was dat ik s’ morgens alleen de haren in mijn nek weer overeind hoefde te zetten; de kam bleef op de top, ook na het slapen, minimaal twee dagen goed overeind staan.

De zomer brak die week aan en ik ontdekte een klein nadeel van een kale hoofdhuid; verbrandingsverschijnselen. Soms maar op één helft van mijn hoofd omdat de kam de andere kant in de schaduw hield. Ik kreeg het voor elkaar om na een half uurtje in de zon bijna blaren op mijn kop te krijgen en moest daarom de hele dag zonnebrand op mijn hoofd smeren. Ik besloot voorlopig mijn hoofd niet meer te scheren. Dat kon ook bijna niet want ik stierf van de pijn zodra ik het scheerapparaat om mijn hoofdhuid zette. Dat was een groot nadeel maar ik ontdekte die dag dat er meer nadelen aan hanenkammen zaten, vooral aan hanenkammen die met eiwit omhoog gehouden werden.

Ik zat in de Engels les lekker in het zonnetje. Engels was als de makkelijkste taal in mijn lespakket en ik kon de tijd die meneer Thompson, onze leraar, gebruikte om de meeste van de leerlingen in zijn klas nog bij te spijkeren over grammatica besteden aan het lezen van 1984 van Orwell; een boek dat het onderwerp van mijn mondeling examen moest worden. Dat examen viel over vier weken. Ik zat aan het raam van de klas en het zonnetje scheen lekker. Er stonden intussen al flink wat stoppels op mijn hoofd dus hoefde ik niet meer bang te zijn voor verbranding. Mijn kop jeukte wel nog een beetje en ik pulkte zonder erbij na te denken een beetje aan mijn jeukende hoofdhuid terwijl ik volledig in beslag werd genomen door mijn boek. Opeens had ik een stukje hoofdhuid tussen mijn vingers. Nog altijd volledig door mijn boek opgeëist trok ik zachtjes aan het stuk huid en trok een strook van wel 5 bij 10 cm van mijn kop. De verbranding had gezorgd dat mijn huid ging schilferen. Maar het eiwit plakte alle losse stukje huid aan elkaar. Ik keek op van mijn boek en hield het stuk huid vol interesse voor mijn ogen. Ik zag alle kleine gaatjes waar een haartje door de huid had gestoken. Het was fascinerend. Ik leek wel een slang die aan het vervellen was. Ik werd uit mijn mijmeringen losgerukt door een ingehouden oprisping naast me. Karin, die een bank verder zat had de hele actie gezien en was zo geschokt dat ze op het punt stond te gaan braken. ‘Hier vangen’ zei ik zachtjes en gooide het stuk huid in haar richting waarop ze kreunend naar de toiletten rende.

Ik mocht de rest van de middag op de stoep van de school verder lezen. Ach, eruit gezet worden was niet echt een ramp. Ik moest alleen voor straf na schooltijd voor de vorm de conciërge een uurtje helpen vegen in de hal. Dat werd shag paffen en ouwehoeren want de goede man deed dat karwei liever zelf na een paar slechte ervaringen met mijn veegkunsten.

%d bloggers liken dit: