Navigatie overslaan

Tag Archives: yuppies

Ik heb deze week de nieuwe horeca nota 2012-2016 doorgelezen. Meer dan 100 pagina’s. Genoeg om een paar columns aan te wijden. Hier is de eerste:

Een woord dat opvallend veel in de horecanota voor komt: kwaliteitshoreca. Maar wat wordt er nu precies bedoeld met kwaliteitshoreca ?

De horeca nota 2012-2016 ademt één overduidelijke ambitie: de horeca aan te passen naar de wensen van ‘de zakelijke markt’.  Volgens de gemeentelijke plannen moet de horeca zich meer en meer naar de wensen van één soort klant gaan richten en dat is de yuppie.  De stad moet blijkbaar vol gebouwd worden met grand cafés, bistro’s en restaurants op loopafstand van elke nieuw yuppenflat en ze moeten er gelikt uit zien en bovenal lekker duur zijn.

Nog altijd doet het grote idee-fixe dat er in grote getale hoger opgeleiden naar de stad getrokken kunnen worden als er maar veel (dure) woonruimte naar de smaak van de rijkere klasse neergeplempt wordt en er op elke straathoek een grand café verrijst.

Ga voor de grap eens een paar van die nieuwe yuppenflats langs; bijvoorbeeld die langs de markt bij de Laurenskerk.  Fijne appartementjes van ongeveer €500.000 per stuk. Ongeveer een kwart van die appartementen staat leeg! Dat terwijl er nog altijd een tekort aan betaalbare woonruimte is.

De paragraaf ‘gebiedsgerichte horeca’ klinkt alsof het nodig is bepaalde soorten horeca in bepaalde gebieden te concentreren. Dat doet mij afvragen of het de bedoeling is dat er een soort yuppie enclave wordt gemaakt waar de hoogopgeleide en sophisticated yuppie gezellig onder elkaar kan recreëren, goed bewaakt en voorzien van alle mogelijke luxe.

Maar er is natuurlijk geen yup te vinden die in een stad wil wonen waar het barst van de laagopgeleide hangjongeren. Hangjongeren die overal zichtbaar dreigend aanwezig zijn, lawaai maken bij het uitgaan en winkels gaan plunderen als ze uit een tent gegooid worden. Rotterdam is nog altijd de stad met gemiddeld de jongste bevolking van Nederland. Maar voorzieningen voor jongeren zijn schaars en er meestal alleen op gericht om jongeren op bepaalde plekken te concentreren, in de gaten te houden en te proberen ze ‘manieren’ bij te brengen. Geen wonder dat er onder jongeren weinig enthousiasme voor dat soort projecten is.

Er is in deze nota sprake van een toezichtsmodel op 3 niveaus: basis, middel en aandachtsniveau. Als je het mij vraagt komt dat neer op: niets doen (in de yuppen enclaves), zichtbare politie inzet (daarbuiten) en shoot at will (in de jongerengebieden). Dus zet ergens in een verafgelegen havengebied wat smoezelige tenten neer voor de jeugd. Dan kunnen ze daar dan de hele nacht zoeklichten op richten, wat experimentele drones de boel van bovenaf in de gaten laten houden en politieagenten af en toe wat schietoefeningen laten doen. Uit het zicht en uit het hart (van de stad).

Rotterdam is altijd een working-class stad geweest en de gemeente doet nu alsof we ons daarvoor moeten schamen. In de visie van het huidige stadsbestuur zijn lager opgeleide mensen een risicofactor die allerlei ellende aantrekt: werkloosheid, huiselijk geweld, tienermoeders, maar bovenal overlast. Intussen wordt voor het gemak vergeten dat het juist die laagopgeleiden zijn die ervoor zorgen dat de grote motor van de economie blijft draaien; de Rotterdamse haven. In plaats dat ze trots zijn om het feit dat Rotterdam een arbeidersstad is doen ze er alles aan om van dat imago af te komen en gaan ze blindelings door met voorzieningen scheppen voor hoogopgeleiden, die hier (nog) niet wonen, terwijl de eigen jeugd zich de tandjes verveelt en maar thuis blijft hangen en met een goedkope krat pils tot de volgende generatie (verborgen) alcoholici gevormd wordt.

Deze column verscheen ook op Vers Beton

Advertenties

Nog wat toevoegingen aan de vorige column over de Rotterdamse Poppodia:

Yuppies en Regelneuken

De zogenaamde ‘terugtrekkende overheid’ maakt het moeilijker om hier in Rotterdam een gezond popklimaat te verwezenlijken. De overheid is tegenwoordig opgedeeld in verschillende diensten. En naar Amerikaans model (ja, daar gaan we weer!) werken deze diensten niet met elkaar samen maar beconcurreren ze elkaar soms zelfs.

De ene dienst geeft podia subsidie terwijl de andere de helft van dat geld weer inpikt in de vorm van huurpenningen. Dat gebeurde bij Exit. Die tent kreeg €5000 subsidie per maand en de huur kostte €2400. Zo kan je natuurlijk als gemeente mooie sier maken en het erop doen lijken dat het percentage van de cultuursubsidies dat aan popmuziek wordt uitgegeven wat hoger ligt dan in werkelijkheid het geval is.

De ene dienst geeft zalen subsidies terwijl de andere vergunningen intrekt omdat er sprake zou zijn van geluidsoverlast. Tegenwoordig zijn klachten van buren over overlast niet meer nodig om een dienst als DCMR een vergunning te laten weigeren. Regels zijn regels; er wordt een geluidstest gedaan en een rapport opgemaakt. Komt er meer dan 80 db door je ruiten dan staat je vergunning op de tocht. (terwijl een volle kroeg zónder muziek al met gemak 80 db produceert!). Zit je zaak aan een plein en heb je geen overburen in een straal van 500 meter? Heeft er nog nooit ook maar een van de buren gemerkt dat er optredens in je kroeg gegeven worden? Maakt niet uit. Hoe noemen we zulk gedrag van ambtenaren ook alweer? Regelneuken!

Vervolgens wordt er dan een oplossing gevonden want er is een potje in het leven geroepen waar muziekcafés en podia een subsidie voor geluidsisolatie kunnen krijgen. Op zich is dat een goede zaak. Maar het is toch ronduit bezopen dat dit geld uitgegeven zou moeten worden aan podia waar niemand last van heeft? Alleen omdat er regels opgevolgd moeten worden? Er zit sowieso nog geen ton in dat fonds. Gebruik dat geld dan ook goed en dus voor podia met klagende buren.

Voor de zoveelste keer is de conclusie dat de enige oplossing van dit probleem is uitgaansgebieden aan te wijzen waar de geldende regels voor geluidsoverlast opgerekt worden.

En het zou enorm schelen als de diverse diensten van de gemeente eens wat meer onder elkaar zouden overleggen en de gemeenteraad een duidelijke visie en doel aan deze diensten op zou leggen. Het is het één of het ander; je kunt geen leuk uitgaansleven in stand houden en tegelijk verwachten dat alle optredens en clubnights zich alleen in het weekend afspelen.  En ook niet dat iedereen na 2 uur ’s nachts op kousenvoeten naar huis vertrekt.

Maar de gemeente Rotterdam heeft blijkbaar allang gekozen een slaapstad te willen zijn. Blijkbaar; want ze zijn natuurlijk niet zo dom om er openlijk voor uit te komen dat ze het liefst het complete uitgaansleven de nek om zouden draaien. Dus houdt men krampachtig de schijn op de popcultuur een warm hart toe te dragen.  Rotterdam moet vooral veilig zijn en de tweede prioriteit is dat de stad vriendelijk blijft voor hoogopgeleide yuppies. Yuppies die zelfs in hun uber-geïsoleerde superflats last van het uitgaansvolk blijven hebben. Yuppieflats zijn standaard uitgerust met driedubbel glas en airconditioning, maar op zomerse dagen moeten ze wel de ramen open kunnen houden. Daar heb je natuurlijk gewoon recht op als je meer dan 3 ton voor een appartementje hebt geleend.

Het geval met festivals

Vertier wordt alleen in de vorm van evenementen georganiseerd; leuke festivals die hooguit een paar dagen per jaar de stad mogen ontregelen en vooral volk van buiten de stadsgrenzen moeten aantrekken. Want dat is goed voor de lokale economie. Dat middenstanders steen en been klagen omdat hun omzetten bij dergelijke evenementen juist daalt en uitbaters van cafés en restaurants ook niet onverdeeld enthousiast zijn wordt gewoon genegeerd. De omzet op zo’n dag mag er best zijn, maar weegt helaas niet op tegen al het extra personeel dat ingezet moet worden en de extra voorzieningen die vaak ook nog ingehuurd moeten worden.  Die zouden ook liever hebben dat hun normale, wekelijkse, omzetten zouden stijgen.

Daar komt nog bij dat festivalpubliek tegenwoordig zijn eigen bier meeneemt want dan ben je al gauw minimaal de helft goedkoper uit dan wanneer je duur evenementen bier moet gaan kopen. En het scheelt je de halve dag in de rij staan bij de tappunten. Ze hebben het ervoor over om de hele dag met een koelbox rond te moeten sjouwen. Maar daar hebben ze nu ook wat op gevonden. Zet het festival terrein met hekken af en verbied het meenemen van eigen drank. Op deze manier gaan ze vanaf dit jaar zorgen dat de bezoekersaantallen van Metropolis drastisch gaan slinken.  Het is vanaf dit jaar ook daar verboden om eigen drank mee te nemen. De gemeente wil wel volk in de stad , maar blijkbaar liever niet van die alternativo’s. Straks gaan die nog klagen dat ze na afloop van het festival alleen bij Ro-Town af kunnen zakken. Oh gunst, correctie: ‘Rotown is die dag natuurlijk al op voorhand overvol… Zodra ze dat merken vragen ze zich vast af wat er met al die andere verdwenen podia  gebeurd is.’

En als je bedenkt wat die festivals allemaal mogen kosten; voor drie dagen Motel Mosaique kan je drie tenten als Exit een heel jaar overeind houden.

Van Sukkels en Hufters

 

De zwerver achter een met ouwe troep volgeladen winkelwagentje is natuurlijk het meest voor de hand liggende voorbeeld van een sukkel. Maar dat is misschien ook iets te gemakkelijk want er schijnen vrijwillig thuislozen onder de zwervers te bestaan. Ik kan me daar gek genoeg wel wat bij voorstellen. Dat je op een ochtend wakker wordt; je uitgelubberde vrouw naast je ziet liggen, denkt aan een dag vol vergaderingen, aandelenkoersen en andere onzin en dan opeens “fuck it” zegt en gewoon weg gaat.

Sommige zwervers schijnen zelfs rijk te zijn en enorme bankrekeningen te bezitten, maar dat zal wel weer een doorgeslagen mythe zijn.

Mensen die in dit land noodgedwongen gebruik maken van voedselbanken vertrouw ik niet zo. Dat soort lui gebruiken het geld dat ze voor eten hebben hoogstwaarschijnlijk liever om alcohol of drugs aan te schaffen of om te gokken. Ze hebben enorme schulden opgebouwd omdat ze hun geld liever aan bier, coke of fruitmachines uitgeven of natuurlijk omdat ze de verleiding niet kunnen weerstaan om op de pof bij de Wehkamp of autodealer te kopen.

Je bent een sukkel als je banken of postorderbedrijven de kans geeft om hun winstmarges te verdriedubbelen door spullen op afbetaling te kopen. Vooral als je dat doet omdat de buurman het ook doet en daarom een grotere wagen bezit dan jij.

Soms zie je van de ene op de andere dag opeens een modebeeld dat werkelijk alle sukkels in één oogopslag identificeert. Een dergelijk beeld bepaald het straatbeeld al een tijdje; de glimmende zwarte jas met capuchon waar een bontkraagje aan zit. Als de mensen die zulke dingen dragen geen sukkels zijn weet ik het niet meer. Allereerst ziet een nep glimmende jas er echt niet uit. Wat willen ze nu zeggen? Wat is hun fashion statement? Hé “ik ben pas echt een gladde jongen”? De manier waarop die jassen glimmen doet me aan mensen denken die net van een bestialistsch ingestelde SM party komen en op straat pas ontdekken dat ze hun latexpakje nog aan hebben.

Het meest bizarre aan die jassen zijn nog niet eens dat glimmende plastic, al blijf ik me afvragen wat er gebeurd als je er een aansteker bij houd. Volgens mij krijg je dan meteen een vlammenzee en een krijsende en daarna zeer crispy Marokkaantje of  Tokkie. Nee, het ergste zijn die bontkragen. Want dat moet wél echt bont zijn natuurlijk. En sommigen beweren dat de dieren die voor die kragen gebruikt zijn ook gewoon gegeten worden dus toch wel dood gegaan zouden zijn. Dat geldt misschien voor mijn leren jas van het vel van een koe maar echt niet voor vossenpelsen uit China. Al schijnen ze in dat land zelf tegenwoordig nog af en toe letterlijk de hond in de pot te vinden, zo massaal worden pelsdieren daar ook weer niet gegeten. In één klap is bont weer in de mode. Net op het moment dat het erop leek dat de bontindustrie op zijn laatste benen loopt moet het kuddevolk weer vallen voor een nota bene in Nederland uitgevonden klotejas met bontkraag. Wat ben je een ongelofelijk stom kuddedier als je een dergelijke jas aanschaft. Kunnen dit soort losers zich voortaan wat beter verbergen? Ik word een beetje misselijk om er steeds naar te moeten kijken.

Een andere categorie sukkels is die van autoknutselaars. Kijk, als je een ouwe jaguar aanschaft en die op weet te knappen krijg je mijn bewondering. Maar als ik op straat loop en ik hoor achter me het diepe gebrom van wat een sportauto hoort te zijn en ik zie een zwart golfje voorbij komen met een motor die 120 decibel geluid maakt dan sla je wat mij betreft ver door  op de sukkel schaal.

Wie heeft deze losers ooit op de mouw gespeld dat het cool is om een golf met Ferrari geluid te rijden? Waarom heeft blijkbaar niemand ooit de guts gehad om tegen deze jongens te vertellen dat het alleen andersom werkt? Dat het tof is als je Ferrari geluidloos opeens achter het meisje op weet te trekken, ze zich omdraait omdat ze de warmte van je motorkap langs haar benen omhoog voelt kruipen en dan totaal verrast zich omdraait en je prachtige Ferrari opeens ziet. Kijk, dan ben je cool. Maar als iemand met 120 dB aan komt rijden en je ziet weer een kutautootje voorbij komen met een dikke, onnatuurlijk verbrede uitlaat slaat de bestuurder van die auto toch een modderfiguur? Ik krijg eerder het gevoel dat ik naar een uitgelubberde endeldarm kijk dan naar een gast met een grote fallus als ik een dikke uitlaat voorbij zie spuiten.

Ik kan nog duizend en één andere categorieën sukkels verzinnen, maar die bewaar ik voor een latere oorwassing. Over naar de hufters

De aller, aller ergste soort hufter is en blijft toch wel de yuppie, en dan vooral het slag yuppies dat in de financiële wereld werkt.

Ik vind het best dat mensen rijk zijn, of op weg zijn het te worden. Maar dat geldt dan ook echt uitsluitend voor mensen die iets wezenlijks bijdragen aan deze wereld. Als je bijvoorbeeld een Steve Jobs bent en leiding geeft aan een team innovatieve creatievelingen die goedwerkende computers en accessoires op de markt brengt die er ook nog ‘flash’ uitzien, dan mag je van mij puissant rijk zijn. Als je een geneesmiddel bedenkt of een oplossing voor één of ander nijpend probleem mag je van mij de rest van je leven aan de Rivièra van je merites genieten. Als je muziek schrijft en uitvoert waar mensen geluk of kracht uit putten idem dito. Zelfs als je een triviaal ding uitvindt als de paperclip.

Maar ik heb niets dan minachting voor het slag hufters dat er alles en dan ook echt alles aan doet om zo snel mogelijk rijk te worden door shit te verkopen. Dit soort lui zijn geen haar beter dan druglords en makers van kinderporno. En ze zijn net zo destructief.

Wat ben je een lul als je als bankemployee alleen maar aast op het binnenhalen van een grote jaarlijkse bonus, en om dit doel te bereiken mensen te hoge hypotheken aansmeert. Dat terwijl je weet dat je klanten bij de eerste de beste tegenslag, zoals het verlies van een baan, zwaar het schip in gaan en hun huis gaan verliezen.

Wat ben je een nare klootzak als je als intelligent mens eerst een dure opleiding hebt genoten op een gerenommeerde universiteit, en vervolgens je brein in dienst stelt van banken en speculanten om onzinnige financiële constructies als derivaten te verzinnen. Dat terwijl je misschien met dezelfde brainpower het wereldvoedsel vraagstuk of op mijn part het fileprobleem had kunnen helpen oplossen.

Nóg erger ben je als je manieren gaat zoeken om riskante beleggingen op een manier te verzekeren dat het je klanten geld oplevert als hele landen failliet gaan. Dan ben je een gewetenloze hufter en hopelijk is er niemand die jou dan nog kwalificeert als ‘slimme jongen die gewoon zijn kansen pakt.’

Als dit soort lui nou nog echt geheel op eigen risico zouden werken zou het nog tot daaraan toe zijn, maar iedereen weet intussen dat het zo niet werkt, want uiteindelijk is het de belastingbetaler die ervoor opdraait als de zeepbel barst. Al die Neo-Liberalen hebben hun mond vol over de vrije markt, maar als banken op hun bek gaan omdat ze veel te hoge leningen aan een corrupt land hebben uitgedeeld, mogen wij ze uit de brand helpen onder het motto ‘als we niet betalen wordt het nog véél erger.’ Ja, zo lust ik er nog wel een, want juist als we wél betalen wordt het alleen maar erger. Deze lui blijven namelijk hiermee doorgaan totdat ze gedwongen worden te stoppen of totdat de wereld in een crisis terecht komt die honderden miljoenen mensen van het recht op leven, vrijheid en geluk berooft.

Na de kredietcrisis hebben regeringen geprobeerd om strengere regels voor dit wereldje op te stellen maar de macht van deze lieden is blijkbaar veel te groot want het is alweer een tijdje business as usual en de bonussen stromen weer rijkelijk binnen.

Er is echter wel een manier om deze lui op hun verantwoordelijkheid te wijzen: zet de namen en adressen van deze speculanten op het Internet, liefst met het bedrag wat ze de belastingbetaler hebben gekost erbij vermeld. Eens kijken hoe fijn ze zich voelen als er dagelijks hele meutes mensen met brandende fakkels bij hun villa’s en landhuizen verhaal komen halen.

Deze column werd op 27 juni 2011 ook op De Jaap gepubliceerd

%d bloggers liken dit: